Dat KV Kortrijk, met zes op zes alleen aan de leiding, plots mee gaat dingen voor de titel, zo gek krijg je ze in Kortrijk niet. Het is wel fijn om even een screenshot te kunnen maken van de voorlopige rangschikking, zeker na een tegenvallend vorig seizoen.
...

Dat KV Kortrijk, met zes op zes alleen aan de leiding, plots mee gaat dingen voor de titel, zo gek krijg je ze in Kortrijk niet. Het is wel fijn om even een screenshot te kunnen maken van de voorlopige rangschikking, zeker na een tegenvallend vorig seizoen. Voor Luka Elsner was het geen makkelijke binnenkomer, maar dit seizoen heeft de Sloveen zijn ploeg goed in de hand. Voor hij in België belandde, had Elsner nooit van Kortrijk gehoord, maar wanneer hij er op een dag weggaat, kan hij op alle vragen over club, stad en mentaliteit antwoorden. Amper was hij in dienst of hij bestookte de kenners van de club met vragen als: Waar komt de bijnaam Kerels vandaan? Hoe komt het dat de naam van het stadion Guldensporenstadion is? En vooral: wat verwachten de supporters hier van hun ploeg? Toen hij vervolgens liet weten dat hij ook intensieve Nederlandse lessen wilde volgen, beseften ze bij Kortrijk dat ze niet te maken hadden met een gewone trainer. Hoe gaat het met uw Nederlands? Luka Elsner(in het Nederlands): 'Heel goed. Ik kan al een kort, snel interview in het Nederlands geven, maar ( schakelt over naar het Frans) als ik details en complexe zaken wil toelichten doe ik het voorlopig nog in Frans. Nederlands leren was iets wat ik zelf wilde. Het is goed als je begrijpt wat gezegd wordt rondom jou in je werkomgeving. Ik wil hier een paar jaar blijven. Daarom hebben we ons ook in het nabije Lauwe gevestigd met ons gezin.'Om met uw spelers te praten hoefde u geen Nederlandse les te volgen. Kortrijk heeft van alle eersteklassers het laagste percentage Belgen (23 procent). Elsner: 'Dat klopt. Maar het blijft een Vlaamse club met een Vlaamse identiteit, en die wil ik niet alleen respecteren maar ook proeven. Het is ook een boodschap naar de spelers, dat ik me ten volle engageer, omdat ik dat ook van hen verwacht. Als ik een buitenlandse speler hier vraag taallessen te volgen, en daar verder zelf niets mee doe, werkt dat niet.' Hoeveel talen spreekt u eigenlijk? Elsner: 'Zes, met Nederlands straks zeven. Als ik langer in België trainer wil zijn of misschien ooit naar Nederland ga, is dit een goeie investering in mijn eigen carrière, maar ook een verrijking voor mezelf.' Met alle respect, maar zelfs in België is KV Kortrijk een regionale club, waar veel nieuwe spelers die hier aankomen voor hun komst zelfs nog nooit van gehoord hadden. Wat trok u aan in deze club? Elsner: 'Mijn eerste herinnering was toen ik hier als trainer van Union in play-off 2 kwam. De sfeer in het stadion vond ik fantastisch, en het project van Matthias Leterme en Rik Foulon vond ik interessant. Het is niet omdat ik even trainer ben geweest in de Ligue 1 ( bij Amiens, nvdr) dat ik alleen nog topploegen wil coachen. Ik hou van een uitdaging, en dat is het, om met zo'n beperkt budget een optimaal resultaat proberen te halen. 'Ik kijk ook verder dan het voetbal. Ik heb de stad al bezocht, onlangs ben ik met een paar fans gaan eten. Die hadden hier na hun gewone job de muren van de gangen en de kleedkamers geschilderd. Met dat etentje wilde ik hen bedanken en tegelijk peilen naar wat hen drijft. Ik wil hier de barometer voelen, weten wat de mensen in het stadion verwachten. Elke club heeft een eigen ziel, en daar moet je je bewust van zijn. Ik ben geen huurling die hier zijn job komt doen en zich daarna thuis in zijn eigen wereldje opsluit.' Wat verwacht men hier van u? Elsner: 'Dat we nederig blijven. Grinta is hier ook een belangrijk woord, net als passie. Als we de mensen mooi voetbal kunnen aanbieden is dat top, maar het eerste wat ik wil zien is mentaliteit. Dat heb ik mijn spelers duidelijk gezegd: als jullie alles geven, zullen de fans achter jullie staan, zelfs als je al eens verliest. Maar een ploeg helemaal naar je hand zetten doe je niet in zes maanden. Dat duurt twee jaar.' Op een welbepaalde plek wil u zich niet vastpinnen. Wanneer zal u tevreden zijn na dit seizoen? Elsner: 'De minimale ambitie is het behoud verzekeren. Verder zal ik tevreden zijn als men Kortrijk een moeilijk te bespelen ploeg noemt, die een gezonde agressiviteit uitstraalt, die voor elke bal vecht en die respect afdwingt.' Kortom: een ploeg die voetbalt zoals de eerste twee wedstrijden. Elsner: 'Ja, maar nog beter op aanvallend vlak, met meer technische precisie en beter op sommige fases in de tegenpressing.' Wat was uw eerste indruk toen u hier kwam en in hoeverre is die intussen veranderd? Elsner: 'Ik kwam pas in maart, dus moest ik snel leren welke basis hier was om mee verder te gaan naar het volgende seizoen, en ondertussen toch voldoende punten pakken om ons te redden. De ploeg speelde niet goed, er waren veel gekwetsten, dus moest ik een duidelijke lijn aanreiken waar de spelers konden op terugvallen. Na het seizoen zijn we nog een aantal weken blijven doortrainen. Niet om de spelers wat bezig te houden, maar om een fysieke basis te leggen voor dit seizoen. En onze principes vast te leggen: wanneer gaan we hoog pressing zetten, en wanneer laten we ons laag terugzakken? 'Vandaag voel ik dat we allemaal, staf en spelers, hetzelfde denken qua voetbalidee. We hebben een ploeg die zich kan aanpassen in functie van de tegenstander, maar die zelf ook van gelaat kan veranderen tijdens een wedstrijd. We gaan proberen altijd te zijn waar men ons niet verwacht en te doen wat men niet verwacht.' Er was een groot spelersverloop deze zomer. Kortrijk verloor het ganse middenveld. Elsner: 'Er zijn een aantal technisch vaardige spelers verdwenen, maar het geraamte van de ploeg is gebleven. Het is een uitdaging om goeie voetballers als Makarenko en De Sart te vervangen. Daarom moeten we collectief sterker zijn dan vorig seizoen.'Op een bepaald moment trok u vorig seizoen aan de alarmbel. Veel slechter kon het niet gaan. U was na de wedstrijd op Eupen heel streng voor uw groep. Elsner: 'Eupen uit was schandalig. Iedereen deed maar alsof alles vanzelf goed zou komen, maar dat was niet zo. Het heeft echt niet veel gescheeld of we waren gedegradeerd. Als we niet gewonnen hadden van Anderlecht en Mouscron hadden we de degradatieplay-offs gespeeld. In het voetbal kan het erg snel gaan, vooral wanneer het slecht gaat. 'Kortrijk had vorig jaar veel spelers die einde contract waren of na een uitleenbeurt naar hun oude club terug zouden keren. Als je op het einde van het seizoen weet dat je er volgend jaar niet meer bent en je belandt in een sportief moeilijke situatie, is het moeilijk om voldoende energie te krijgen uit het collectief. Er is een reactie gekomen, net genoeg om ons te redden, maar ook niet meer.' Vond u dat een falen van u zelf? Elsner: 'Nee. Een trainer kan geen mirakels doen, hij kan maximaal de mogelijkheden uit een groep halen, maar niet het doel veranderen van een groep die misschien gewoon over te weinig kwaliteit beschikt.' Waar staat u vandaag? Elsner: 'We hebben de afgelopen weken vooral gewerkt aan het collectief. Wij steunen niet op één of twee spelers, maar op vijf of zes die deze ploeg op sleeptouw kunnen nemen. Ik heb liever een sterk collectief dan een groep die afhangt van één of twee smaakmakers en die zich verloren voelt wanneer die een mindere dag hebben.' Wat hebt u bijvoorbeeld met Teddy Chevalier gedaan om hem op zijn 34e nog op zo'n niveau te krijgen? Toen hij vorig seizoen met de winterstop terugkeerde, lukte het niet zo. Elsner: 'Het is voor niemand makkelijk om in te passen in een ploeg die niet draait, zeker niet voor aan aanvaller. Teddy is een gevoelige jongen. We zijn met hem aan de slag gegaan om te corrigeren wat niet lukte. Vandaag focust hij op zijn aanvallend werk, dicht bij de goal. Hij is fitter en voelt zich beter in zijn vel.' Zijn voorbeeld toont dat spelers nog kunnen veranderen, ook op oudere leeftijd. Elsner: 'Iemand veranderen is moeilijk. Beter is proberen hem dingen te laten doen die hij goed kan, en van hem niet te verwachten wat hij niet goed kan, want dat zou hem alleen maar frustreren. Dus vroeg ik hem: stop met terug te zakken en op eigen helft de bal in de voet te vragen. Blijf voorin en concentreer je op je sprints naar doel toe. Zo hebben we een rugzakje van hem afgenomen. Op zijn leeftijd moet hij leren denken aan 'ons' in plaats van aan 'mij'. Het gaat om de ploeg, niet om hem. Die knop heeft hij omgedraaid. Hij windt zich niet zo vaak meer op.' Hij gaf ook aan dat hij veel harder werkt dan tien jaar geleden. Doorgaans haalt een ouder wordende speler de voet wat van het gaspedaal. Elsner: 'Hoe ouder je wordt, hoe meer je moet werken om fit te blijven. Anderen denken dat je met het ouder worden net meer moet rusten, ik denk het tegenovergestelde. Een lichaam dat ouder wordt, verliest kwaliteit. Dus moet je in de tijd dat je werkt meer intensiteit in dat werk stoppen, wil je je lichaam op niveau houden.' Bent u een trainer die ook de mens achter de voetballer wil leren kennen? Elsner: 'Absoluut. Omdat spelers zich daardoor beter in hun vel voelen. Maar ook omdat ik zelf geïnteresseerd ben in hen. Een voetballer die gelukkig is naast het veld zal dat ook makkelijker zijn op het veld.' Bent u verrast over het niveau van de Belgische eerste klasse? Elsner: 'Nee, ik wist dat deze competitie qua niveau net onder dat van de top vijf zit, niet voor niets maken zoveel voetballers uit 1A de overstap naar een topcompetitie met succes. Dit is een aantrekkelijke competitie. Een studie wees uit dat de Belgische competitie op het vlak van intensiteit de vierde is ter wereld. De verscheidenheid van verschillende invloeden uit de ganse wereld, zowel naast als op het veld, is een enorme troef voor het Belgisch voetbal maar maakt het ook niet gemakkelijk werken. Je hebt hier niet één dominerende speelstijl, Zelden ontmoet je hier drie ploegen na elkaar die op dezelfde manier spelen.'Wat mist de Belgische competitie nog? Elsner: 'Een beetje sportieve stabiliteit zou de Belgische clubs toelaten Europees beter te presteren. Anderlecht is nu weer Nmecha en Sambi Lokonga kwijt, toch twee sterkhouders. Goeie jonge spelers vertrekken hier erg jong; het is een competitie die gemakkelijk geplunderd wordt omdat de prijzen hier nog zo laag zijn.' Vindt u het gemakkelijk werken bij een club waar het sportieve ondergeschikt is aan de financiële balans? Elsner: 'Hoe lang is Kossounou bij Club Brugge gebleven? Sommige clubs kunnen de toekomst iets rustiger voorbereiden. Bij Kortrijk werken we meer in de noodzaak. Kortrijk kan niet plannen om een groot talent als Pape Guèye over zes maanden te verkopen. Als hier morgen iemand met een grote enveloppe staat, is hij overmorgen weg en moet ik als trainer maar een oplossing vinden. Een financieel meer stabiele club kan inplannen om een talent nog zes maanden te houden, bij ons kan iedereen van de ene op de andere dag weg zijn.' Is dat niet moeilijk werken, met spelers die hier vandaag aankomen terwijl ze gisteren niet eens de naam van de club kenden, en die denken dat ze morgen al bij een grotere buitenlandse club zitten? Elsner: 'Je mag tegelijk persoonlijke ambities koesteren, maar je moet ook beseffen dat je, om die te realiseren, een ploeg rondom je nodig hebt. De speler die beseft dat hij anderen nodig heeft om zijn ambities te realiseren, zal slagen. Degene die alleen aan zijn eigen belang denkt, haalt het niet. Daarom is teambuilding en cohesie zo belangrijk, ook als je overtuigd bent dat je hier over zes maanden alweer weg bent. Daarom wil ik dat spelers zich hier helemaal integreren, ook in het sociale leven rondom de club.' Trainers voelen zich soms eenzaam. U ook? Elsner: 'Daarom probeer ik zo veel mogelijk samen te doen met mijn staf, om dat teamgevoel terug te vinden, samen te kunnen lachen om domme dingen. Voor een trainer is het erg belangrijk om goed omringd te zijn, opdat het werk niet als een karwei aanvoelt. Ook omdat je weet dat uiteindelijk alles op jou terechtkomt. Als trainer ben je de enige verantwoordelijke voor alles wat rondom jou gebeurt, al is dat vaak onterecht. Dat is niet altijd makkelijk te accepteren, het is het moeilijkste aspect van het hele vak, maar als je daar niet mee kan omgaan, lukt het niet.' Een goeie trainer moet anno 2021 heel veel kunnen. Hij moet niet alleen veel van voetbal kennen, maar ook een goeie communicator en psycholoog zijn. Elsner: 'Daarom ben ik blij dat ik vier jaar sportwetenschappen heb gestudeerd in Nice, om al die aspecten van het vak onder de knie te krijgen: psychologie, anatomie, pedagogie. Dat laat me vandaag toe om te weten of de diëtist met wie we werken zijn vak goed beheerst.' Wat vindt u zelf uw beste eigenschap als trainer? Elsner: 'Dat ik makkelijk en duidelijk mijn boodschap aan mijn spelers kan overbrengen, zowel de tactiek als de werkprincipes. Mijn communicatie is duidelijk. In het begin van mijn trainersloopbaan wilde ik te veel doen, wilde ik iedereen binnen een vaste structuur houden en zocht ik het te veel in details. Met de jaren leerde ik dat het belangrijk is om de zaken simpel te houden en te zorgen dat ze makkelijk te begrijpen zijn. 'Ook hier hebben we tien à vijftien sleutelwoorden die iedereen moet kennen en begrijpen. Als ik zeg: pocket, box-one, of switch, snapt iedereen wat ik bedoel.' Waar houdt u in dit vak het meest van? Elsner: 'Op het veld staan. Nooit ben ik slecht gezind op een voetbalveld. Al heb ik het soms nog eens moeilijk om anderen te zien voetballen. Het liefst was ik zelf nog voetballer geweest, maar dat kan niet meer. Daarom ben ik op mijn 31e letterlijk van de ene op de andere dag gestopt met spelen. 'Voetbal is nog altijd mijn passie. Was ik geen trainer geworden, ik had nog altijd in het weekend gevoetbald met mijn vrienden.'