Negentien spelers brengt Lierse mee voor een oefenpartij donderdagmiddag in Sint-Truiden. Er zijn er die hun jeugdopleiding nog in Kessel kregen, op het mythische oefencentrum van Lierse, zoals Frédéric Frans, Koen Weuts en Thomas Wils, maar ook veel jong Belgisch talent van de vorig jaar opgedoekte academie in Tongerlo. Piepjonge Belgen met exotische namen als Adil El Atabi en Bahaid Hamza, allebei voor het eerst spelend met het eerste elftal, of Ayyoub Allach, vorig seizoen nog even in de picture bij Racing Genk.

De enige speler die er al was toen Maged Samy bijna elf jaar geleden arriveerde, is er niet bij: invallersdoelman Nathan Goris (28). 'Als die geen international wordt, ken ik er niets van', riep toenmalig Liersespits Bob Peeters in 2006 uit. Hij was niet de enige. Goris vocht toen bij de Belgische nationale beloftenploeg een duel om een plaats onder de lat uit met zijn toenmalige ploegmaat van Lierse, Matz Sels. Gisteren zat Sels op de bank bij de nationale ploeg, komende zaterdag zit Goris op de bank bij 1B-club Lierse tegen Excel Mouscron.

In Sint-Truiden bewonderen de mensen van Lier het moderne multifunctionele stadion en het eigen talent op het veld, terwijl ze voortdurend aan de telefoon zijn om uit te vissen of de geplande overname nu eindelijk rond is.

(Nog) niet dus.

Bijna Europees

Het is nog maar een goed jaar geleden dat een ontspannen Maged Samy naar aanleiding van tien jaar voorzitterschap bij een interview poseerde naast het standbeeld van Bernard Voorhoof, een van de legendarische voetballers van het Lisp. Wat hij op dat moment van plan is? 'Ik wil hier de langst zittende voorzitter van Lierse ooit worden en een prijs winnen met deze club.'

Maar wanneer Lierse, nochtans eerste in de algemene rangschikking, met de meeste gemaakte goals en de minste tegengoals, miraculeus naast de barrages grijpt die de stijger naar eerste moeten aanduiden, kiest Maged eieren voor zijn geld. Half juni meldt Wadi Degla in een kort persbericht dat het voor Lierse mede-investeerders zoekt. Met andere woorden: de club staat te koop. De eerste vraagprijs zou zo'n 20 miljoen euro geweest zijn. Die zou vorige week gereduceerd zijn tot de overname van de nog openstaande schulden die gemaakt zijn nadat Wadi Degla in februari 2017 de resterende 24 miljoen schuld in kapitaal omzette, zodat Lierse op dat moment financieel de teller op nul had. Intussen zou de schuldenlast, omdat Wadi Degla op dat moment de geldkraan helemaal dicht draaide, al weer ergens tussen de 3 en de 4 miljoen liggen.

In februari 2017 blikte Maged nog eens terug op zijn grootse plannen van kort na zijn aankomst in oktober 2007, toen hij op een koude woensdagavond bij een thuiswedstrijd tegen UR Namen in tweede klasse toegejuicht werd door 7000 fans, die opgelucht waren dat hun geliefde club niet failliet ging. 'We gaan het toch weer niet hebben over dat nieuwe stadion met 50.000 plaatsen, de Champions League, of die andere domme uitspraken die ik in het begin deed?'

Behalve een nieuw stadion was zijn plan om eigen jeugd op te leiden, talent uit Azië en Afrika via Lierse in de vitrine te zetten door geregeld Europees te voetballen en het met meerwaarde te verkopen. 'Ook de kampioen van België speelt Champions League', antwoordde hij in 2009 op de vraag waarom hij een Belgische club gekocht had voor de prijs van één topspeler in de Premier League. In Nederland moesten niet-EU-spelers te veel verdienen, terwijl in België geen beperking gold qua aantal buitenlanders. Maged koos uiteindelijk voor Lierse en niet Antwerp, waarmee hij ook had gepraat. Hij liet zich overtuigen door toenmalig Liersevoorzitter Leo Theyskens om pas achteraf te beseffen dat Theyskens hem niet de hele financiële waarheid had verteld, toen na diens vertrek nog lijken uit de kast vielen.

Eind april 2010 volgt op een volgepropt Lisp (14.000 man) de langverwachte promotie naar eerste. In 2,5 jaar heeft Maged dan naar eigen zeggen al 10 miljoen geïnvesteerd. 'Mijn winst wil ik maken door op hoog niveau Europees te spelen. Met Europees bedoel ik: de Champions League.'

Dat blijkt wat te hoog gegrepen. Eén keer slechts ruikt Lierse aan Europees voetbal. Voor de laatste wedstrijd in PO2 in 2010/11, uit bij KV Mechelen, blijkt plots dat geel-zwart mits winst, misschien zelfs met een gelijkspel, als groepswinnaar uitkomt tegen de andere groepswinnaar, met uitzicht op een Europees ticket. Vóór de match maakt een verdediger zijn ploegmaats duidelijk dat de meeste spelers hun vakantie al gepland hebben en niet van plan zijn dat te wijzigen voor een mogelijk Europees duel. De boodschap is goed aangekomen. Na een dik kwartier staat KV al 3-0 voor, na duidelijk vermijdbare goals. Het plan loopt bijna mis omdat de invallers erin vliegen als gekken, maar uiteindelijk verliest Lierse met 4-3 en kan iedereen opgelucht naar huis. Of met vakantie. Of allebei.

Juiste plaats op de bus

Bij de promotie naar eerste klasse in 2010 voorziet Maged een budget van minstens 10 miljoen. De eerste vijf jaar zal Wadi Degla nog moeten bijpassen. Daarna moet de club financieel sterk genoeg zijn om winst te maken. Maar na één jaar eerste klasse heeft hij al 25 miljoen geïnvesteerd en moet het budget omlaag van 12 miljoen naar 10 miljoen. Omdat hij bij de promotie veel spelers een nieuw contract gaf, zit hij medio 2011 met een kern van vijftig man, die allemaal moeten trainen. Hoe hij dat probleem denkt op te lossen? 'Door nieuwe kleedkamers bij te bouwen', is het verrassende antwoord.

Bij zijn werknemers valt jarenlang geen onvertogen woord over de voorzitter. Logisch: ze worden uitstekend en correct betaald. Het gevolg is dat de flamboyante man, die leuke reacties afwisselt met plotse woede-uitbarstingen, omringd geraakt door jaknikkers die soms wel de wenkbrauwen fronsen maar hem zelden tegen durven te spreken.

Het gaat van kwaad naar erger. In 2011 bedraagt de loonlast liefst 120 procent van de omzet, waar voor een gezonde clubhuishouding de norm op maximaal de helft ligt. Het gemiddeld salaris bij Lierse bedraagt op dat moment zo'n 350.000 euro per jaar. Dat is meer dan het gemiddelde loon in eerste klasse, zoals dat jaarlijks door spelersvakbond Sporta wordt berekend. Dat bedraagt gemiddeld 250.000 euro per jaar, premies inbegrepen. Een paar spelers zitten niet ver van een miljoen euro bruto. Het zijn lonen die je eerder bij Anderlecht dan bij Lierse verwacht. In de rangschikking van de salarissen eindigde geel-zwart dat seizoen vijfde of zesde, een resultaat dat er sportief nooit inzit. Twee keer een twaalfde plaats in vijf jaar eerste klasse is de magere balans.

Het Lisp: in meer dan tien jaar Wadi Degla niets veranderd. Het state-of-the-art-stadion waar Maged Samy het vorig jaar nog over had, komt er voorlopig niet., belgaimage
Het Lisp: in meer dan tien jaar Wadi Degla niets veranderd. Het state-of-the-art-stadion waar Maged Samy het vorig jaar nog over had, komt er voorlopig niet. © belgaimage

Wanneer Jesse De Preter in juni 2011 CEO wordt, schrikt hij wanneer hij ziet dat de uitgaven totaal niet in verhouding staan tot de inkomsten. Na overleg met Wadi Degla in Egypte gaat hij voor minder spelers, meer Belgen en resultaatgerichte contracten. Er wordt er afscheid genomen van 21 van de 39 kernspelers. De Preter houdt er bij de spelers de bijnaam Terminator aan over. Maar met 'nobody's' als Hairemans, Lambot en Saïdi draait Lierse een goed seizoen zonder degradatiezorgen. De sanering duurt niet lang, want er is geen plaats voor twee kapiteins die het schip een verschillende richting uit willen sturen.

Ook bij de fans is 'de wilde weldoener' die eerste jaren immens populair. Maged gaat met de supportersbus mee op verplaatsing en geniet van alle aspecten van het leven in België. Op de vraag wat hem het meest verraste in België, antwoordt hij: 'De kwaliteit van de Belgische bieren.' In het uitgaansleven is hij alom present en hij houdt er een flamboyante levensstijl opna. Wanneer hij aanvaller Tomasz Radzinski aantrekt, is hij niet langer de enige op het Lisp die met een Ferrari rijdt.

Maar een volkse eigenaar heeft ook nadelen. Wanneer na een paar jaar zijn naam negatief wordt gescandeerd, gaat hij op Facebook de discussie aan met de fans. 'Als het je niet bevalt, blijf dan buiten, het is mijn stadion, sukkels', is een van de meest beschaafde commentaren.

Met zijn emobeleid weet op het Lisp niemand meer waar hij aan toe is. Herman Helleputte is achtereenvolgens trainer, technisch directeur en jeugdcoördinator. Ook Eric Van Meir oefent zowat alle sportieve functies uit. Mensen ontslaan doet hij zelden. Maged vergelijkt zijn Liersefamilie met een bus. 'Soms zitten mensen niet op de juiste plaats op de bus. Dan is het aan de chauffeur om hen een nieuwe plaats toe te wijzen.' Wie de chauffeur is, daar laat hij geen twijfel over bestaan. Gauw leren de inzittenden dat ' fasten your seatbelts' geen slechte raad is met een chauffeur die wel vaker plots beslist met een flinke draai aan het stuur de bus een andere kant op te sturen.

Maged heeft naast slechte ook hele goede ideeën. Zo is hij degene die op de rem gaat staan wanneer de technische staf rond trainer Chris Janssens na het vertrek van doelman Eiji Kawashima naar Standard een ervaren Australische doelman wil inhalen. ' Give the young boy a chance', is het advies van de voorzitter, doelend op de jonge Matz Sels, op dat moment slechts derde keeper. Een uitstekende tip, maar wanneer Sels vervolgens aarzelt om zijn contract open te breken, wordt Maged zo woest dat hij de keeper naar de juniores stuurt. Het gevolg? Zes maanden later haalt AA Gent Sels voor een prikje weg, wordt met hem kampioen en verkoopt hem met flinke winst aan Newcastle.

Hetzelfde gebeurt met de talenten uit de academie. Hun contractvoorstellen liggen op een stapeltje, terwijl Maged en Jean-Marc Guillou, die de drie academies van Wadi Degla opstartte en leidt, bekvechten over wie van beiden contractueel de commissie mag opstrijken wanneer zo'n talent ooit op het Lisp vertrekt. Achter de rug van de club waarvoor hij werkt, zou Guillou een aantal van de jonge talenten gepromoot hebben bij Franse clubs.

Wanneer de spelertjes lucht krijgen van dat gewriemel in de marge zoeken ze zo snel mogelijk de uitgang. De grootste talenten, Théo Bongonda en Jason Denayer, zullen gratis vertrekken zonder ook maar één minuut in het eerste elftal gespeeld te hebben. In januari 2017 sterft de samenwerking met Guillou een stille dood. 'Het kostte meer dan we voorzien hadden en het leverde minder op dan verhoopt', vertelt Maged in februari 2017.

Verouderde accomodatie

Tien jaar na de overname is er, op een nieuw trainingscentrum na, amper iets gedaan aan de accommodatie. Nochtans is hij dat wel van plan, zegt hij nog maar een jaar geleden, in februari 2017, terwijl hij vanuit de loges van de enige moderne tribune op het Lisp de troosteloze aanblik van de rest van de accommodatie overschouwt. Een nieuw stadion wil hij op dat moment niet meer bouwen, maar het Lisp moet een state of the art stadion worden, zegt hij, waar mensen graag naartoe komen, met nieuwe zitjes, meer en mooiere toiletten en leuke restaurantjes, terwijl hij overweegt de capaciteit terug te voeren van 14.500 naar maximaal 12.000 plaatsen. Kortom: meer comfort en kleiner. Hij schat daarvoor 10 miljoen nodig te hebben en de aanpassingen in vijf jaar te kunnen uitvoeren.

Het is er niet meer van gekomen. Vandaag oogt het Lisp met zijn drie verouderde tribunes niet uitnodigend om er een gezellig avondje van te maken. Om nog te zwijgen van de douches en de beperkte ruimtes in de catacomben waar de profs zich moeten wassen.

Nog erger is de lamentabele staat waarin het ooit zo geroemde opleidingscentrum van de club in het naburige Kessel zich bevindt. Het is moeilijk voor te stellen dat hier van 1976 tot 2010 liefst 82 spelers zijn opgeleid die het eerste elftal hebben gehaald, een gemiddelde van 2,4 per jaar. De laatsten die de stap zetten van Kessel, dateren al van 2010/11: Thomas Wils, na een omweg terug thuis, en Sels. Zijn dit de velden en douches waar nog niet zo lang geleden Romelu en Jordan Lukaku hun prille voetbaljaren beleefden?

Kortom: er is veel werk aan de winkel voor de overnemers van de club, die nog altijd zesde staat in de eeuwige rangschikking van het betaalde voetbal in België sinds 1974.

Veel uitgaven, weinig inkomsten

In iets meer dan tien jaar heeft Wadi Degla bijna 75 miljoen euro geïnvesteerd in Lierse: meer dan 50 miljoen in de club, nog eens meer dan 10 miljoen in de jeugdacademie en de rest in een fitnesszaal en het nieuwe trainingscentrum op het Sas in Duffel.

Daartegenover staan schaarse inkomsten. Vorig jaar kreeg het één miljoen voor Ayub Masika die naar China verhuisde, en een bedrag in dezelfde grootteorde voor Manuel Benson die naar Genk trok. Eerder ving het een paar honderdduizend euro van Standard voor Eiji Kawashima en een soortgelijke som toen Matz Sels naar AA Gent vertrok. Er was ook een transfersom toen Hamari Traoré naar Reims ging, Karim Hafez via FC Wadi Degla naar Lens trok, en voor Dolly Menga (naar Portugal). Met nog wat huurgelden moet dat Wadi Degla tussen de twee en drie miljoen euro opgeleverd hebben, waardoor het vooropgestelde doel, winst maken door spelers aan meerwaarde te verkopen, bijlange niet gehaald werd.

Negentien spelers brengt Lierse mee voor een oefenpartij donderdagmiddag in Sint-Truiden. Er zijn er die hun jeugdopleiding nog in Kessel kregen, op het mythische oefencentrum van Lierse, zoals Frédéric Frans, Koen Weuts en Thomas Wils, maar ook veel jong Belgisch talent van de vorig jaar opgedoekte academie in Tongerlo. Piepjonge Belgen met exotische namen als Adil El Atabi en Bahaid Hamza, allebei voor het eerst spelend met het eerste elftal, of Ayyoub Allach, vorig seizoen nog even in de picture bij Racing Genk. De enige speler die er al was toen Maged Samy bijna elf jaar geleden arriveerde, is er niet bij: invallersdoelman Nathan Goris (28). 'Als die geen international wordt, ken ik er niets van', riep toenmalig Liersespits Bob Peeters in 2006 uit. Hij was niet de enige. Goris vocht toen bij de Belgische nationale beloftenploeg een duel om een plaats onder de lat uit met zijn toenmalige ploegmaat van Lierse, Matz Sels. Gisteren zat Sels op de bank bij de nationale ploeg, komende zaterdag zit Goris op de bank bij 1B-club Lierse tegen Excel Mouscron. In Sint-Truiden bewonderen de mensen van Lier het moderne multifunctionele stadion en het eigen talent op het veld, terwijl ze voortdurend aan de telefoon zijn om uit te vissen of de geplande overname nu eindelijk rond is. (Nog) niet dus. Het is nog maar een goed jaar geleden dat een ontspannen Maged Samy naar aanleiding van tien jaar voorzitterschap bij een interview poseerde naast het standbeeld van Bernard Voorhoof, een van de legendarische voetballers van het Lisp. Wat hij op dat moment van plan is? 'Ik wil hier de langst zittende voorzitter van Lierse ooit worden en een prijs winnen met deze club.' Maar wanneer Lierse, nochtans eerste in de algemene rangschikking, met de meeste gemaakte goals en de minste tegengoals, miraculeus naast de barrages grijpt die de stijger naar eerste moeten aanduiden, kiest Maged eieren voor zijn geld. Half juni meldt Wadi Degla in een kort persbericht dat het voor Lierse mede-investeerders zoekt. Met andere woorden: de club staat te koop. De eerste vraagprijs zou zo'n 20 miljoen euro geweest zijn. Die zou vorige week gereduceerd zijn tot de overname van de nog openstaande schulden die gemaakt zijn nadat Wadi Degla in februari 2017 de resterende 24 miljoen schuld in kapitaal omzette, zodat Lierse op dat moment financieel de teller op nul had. Intussen zou de schuldenlast, omdat Wadi Degla op dat moment de geldkraan helemaal dicht draaide, al weer ergens tussen de 3 en de 4 miljoen liggen. In februari 2017 blikte Maged nog eens terug op zijn grootse plannen van kort na zijn aankomst in oktober 2007, toen hij op een koude woensdagavond bij een thuiswedstrijd tegen UR Namen in tweede klasse toegejuicht werd door 7000 fans, die opgelucht waren dat hun geliefde club niet failliet ging. 'We gaan het toch weer niet hebben over dat nieuwe stadion met 50.000 plaatsen, de Champions League, of die andere domme uitspraken die ik in het begin deed?' Behalve een nieuw stadion was zijn plan om eigen jeugd op te leiden, talent uit Azië en Afrika via Lierse in de vitrine te zetten door geregeld Europees te voetballen en het met meerwaarde te verkopen. 'Ook de kampioen van België speelt Champions League', antwoordde hij in 2009 op de vraag waarom hij een Belgische club gekocht had voor de prijs van één topspeler in de Premier League. In Nederland moesten niet-EU-spelers te veel verdienen, terwijl in België geen beperking gold qua aantal buitenlanders. Maged koos uiteindelijk voor Lierse en niet Antwerp, waarmee hij ook had gepraat. Hij liet zich overtuigen door toenmalig Liersevoorzitter Leo Theyskens om pas achteraf te beseffen dat Theyskens hem niet de hele financiële waarheid had verteld, toen na diens vertrek nog lijken uit de kast vielen. Eind april 2010 volgt op een volgepropt Lisp (14.000 man) de langverwachte promotie naar eerste. In 2,5 jaar heeft Maged dan naar eigen zeggen al 10 miljoen geïnvesteerd. 'Mijn winst wil ik maken door op hoog niveau Europees te spelen. Met Europees bedoel ik: de Champions League.' Dat blijkt wat te hoog gegrepen. Eén keer slechts ruikt Lierse aan Europees voetbal. Voor de laatste wedstrijd in PO2 in 2010/11, uit bij KV Mechelen, blijkt plots dat geel-zwart mits winst, misschien zelfs met een gelijkspel, als groepswinnaar uitkomt tegen de andere groepswinnaar, met uitzicht op een Europees ticket. Vóór de match maakt een verdediger zijn ploegmaats duidelijk dat de meeste spelers hun vakantie al gepland hebben en niet van plan zijn dat te wijzigen voor een mogelijk Europees duel. De boodschap is goed aangekomen. Na een dik kwartier staat KV al 3-0 voor, na duidelijk vermijdbare goals. Het plan loopt bijna mis omdat de invallers erin vliegen als gekken, maar uiteindelijk verliest Lierse met 4-3 en kan iedereen opgelucht naar huis. Of met vakantie. Of allebei. Bij de promotie naar eerste klasse in 2010 voorziet Maged een budget van minstens 10 miljoen. De eerste vijf jaar zal Wadi Degla nog moeten bijpassen. Daarna moet de club financieel sterk genoeg zijn om winst te maken. Maar na één jaar eerste klasse heeft hij al 25 miljoen geïnvesteerd en moet het budget omlaag van 12 miljoen naar 10 miljoen. Omdat hij bij de promotie veel spelers een nieuw contract gaf, zit hij medio 2011 met een kern van vijftig man, die allemaal moeten trainen. Hoe hij dat probleem denkt op te lossen? 'Door nieuwe kleedkamers bij te bouwen', is het verrassende antwoord. Bij zijn werknemers valt jarenlang geen onvertogen woord over de voorzitter. Logisch: ze worden uitstekend en correct betaald. Het gevolg is dat de flamboyante man, die leuke reacties afwisselt met plotse woede-uitbarstingen, omringd geraakt door jaknikkers die soms wel de wenkbrauwen fronsen maar hem zelden tegen durven te spreken. Het gaat van kwaad naar erger. In 2011 bedraagt de loonlast liefst 120 procent van de omzet, waar voor een gezonde clubhuishouding de norm op maximaal de helft ligt. Het gemiddeld salaris bij Lierse bedraagt op dat moment zo'n 350.000 euro per jaar. Dat is meer dan het gemiddelde loon in eerste klasse, zoals dat jaarlijks door spelersvakbond Sporta wordt berekend. Dat bedraagt gemiddeld 250.000 euro per jaar, premies inbegrepen. Een paar spelers zitten niet ver van een miljoen euro bruto. Het zijn lonen die je eerder bij Anderlecht dan bij Lierse verwacht. In de rangschikking van de salarissen eindigde geel-zwart dat seizoen vijfde of zesde, een resultaat dat er sportief nooit inzit. Twee keer een twaalfde plaats in vijf jaar eerste klasse is de magere balans. Wanneer Jesse De Preter in juni 2011 CEO wordt, schrikt hij wanneer hij ziet dat de uitgaven totaal niet in verhouding staan tot de inkomsten. Na overleg met Wadi Degla in Egypte gaat hij voor minder spelers, meer Belgen en resultaatgerichte contracten. Er wordt er afscheid genomen van 21 van de 39 kernspelers. De Preter houdt er bij de spelers de bijnaam Terminator aan over. Maar met 'nobody's' als Hairemans, Lambot en Saïdi draait Lierse een goed seizoen zonder degradatiezorgen. De sanering duurt niet lang, want er is geen plaats voor twee kapiteins die het schip een verschillende richting uit willen sturen. Ook bij de fans is 'de wilde weldoener' die eerste jaren immens populair. Maged gaat met de supportersbus mee op verplaatsing en geniet van alle aspecten van het leven in België. Op de vraag wat hem het meest verraste in België, antwoordt hij: 'De kwaliteit van de Belgische bieren.' In het uitgaansleven is hij alom present en hij houdt er een flamboyante levensstijl opna. Wanneer hij aanvaller Tomasz Radzinski aantrekt, is hij niet langer de enige op het Lisp die met een Ferrari rijdt. Maar een volkse eigenaar heeft ook nadelen. Wanneer na een paar jaar zijn naam negatief wordt gescandeerd, gaat hij op Facebook de discussie aan met de fans. 'Als het je niet bevalt, blijf dan buiten, het is mijn stadion, sukkels', is een van de meest beschaafde commentaren. Met zijn emobeleid weet op het Lisp niemand meer waar hij aan toe is. Herman Helleputte is achtereenvolgens trainer, technisch directeur en jeugdcoördinator. Ook Eric Van Meir oefent zowat alle sportieve functies uit. Mensen ontslaan doet hij zelden. Maged vergelijkt zijn Liersefamilie met een bus. 'Soms zitten mensen niet op de juiste plaats op de bus. Dan is het aan de chauffeur om hen een nieuwe plaats toe te wijzen.' Wie de chauffeur is, daar laat hij geen twijfel over bestaan. Gauw leren de inzittenden dat ' fasten your seatbelts' geen slechte raad is met een chauffeur die wel vaker plots beslist met een flinke draai aan het stuur de bus een andere kant op te sturen. Maged heeft naast slechte ook hele goede ideeën. Zo is hij degene die op de rem gaat staan wanneer de technische staf rond trainer Chris Janssens na het vertrek van doelman Eiji Kawashima naar Standard een ervaren Australische doelman wil inhalen. ' Give the young boy a chance', is het advies van de voorzitter, doelend op de jonge Matz Sels, op dat moment slechts derde keeper. Een uitstekende tip, maar wanneer Sels vervolgens aarzelt om zijn contract open te breken, wordt Maged zo woest dat hij de keeper naar de juniores stuurt. Het gevolg? Zes maanden later haalt AA Gent Sels voor een prikje weg, wordt met hem kampioen en verkoopt hem met flinke winst aan Newcastle. Hetzelfde gebeurt met de talenten uit de academie. Hun contractvoorstellen liggen op een stapeltje, terwijl Maged en Jean-Marc Guillou, die de drie academies van Wadi Degla opstartte en leidt, bekvechten over wie van beiden contractueel de commissie mag opstrijken wanneer zo'n talent ooit op het Lisp vertrekt. Achter de rug van de club waarvoor hij werkt, zou Guillou een aantal van de jonge talenten gepromoot hebben bij Franse clubs. Wanneer de spelertjes lucht krijgen van dat gewriemel in de marge zoeken ze zo snel mogelijk de uitgang. De grootste talenten, Théo Bongonda en Jason Denayer, zullen gratis vertrekken zonder ook maar één minuut in het eerste elftal gespeeld te hebben. In januari 2017 sterft de samenwerking met Guillou een stille dood. 'Het kostte meer dan we voorzien hadden en het leverde minder op dan verhoopt', vertelt Maged in februari 2017. Tien jaar na de overname is er, op een nieuw trainingscentrum na, amper iets gedaan aan de accommodatie. Nochtans is hij dat wel van plan, zegt hij nog maar een jaar geleden, in februari 2017, terwijl hij vanuit de loges van de enige moderne tribune op het Lisp de troosteloze aanblik van de rest van de accommodatie overschouwt. Een nieuw stadion wil hij op dat moment niet meer bouwen, maar het Lisp moet een state of the art stadion worden, zegt hij, waar mensen graag naartoe komen, met nieuwe zitjes, meer en mooiere toiletten en leuke restaurantjes, terwijl hij overweegt de capaciteit terug te voeren van 14.500 naar maximaal 12.000 plaatsen. Kortom: meer comfort en kleiner. Hij schat daarvoor 10 miljoen nodig te hebben en de aanpassingen in vijf jaar te kunnen uitvoeren. Het is er niet meer van gekomen. Vandaag oogt het Lisp met zijn drie verouderde tribunes niet uitnodigend om er een gezellig avondje van te maken. Om nog te zwijgen van de douches en de beperkte ruimtes in de catacomben waar de profs zich moeten wassen. Nog erger is de lamentabele staat waarin het ooit zo geroemde opleidingscentrum van de club in het naburige Kessel zich bevindt. Het is moeilijk voor te stellen dat hier van 1976 tot 2010 liefst 82 spelers zijn opgeleid die het eerste elftal hebben gehaald, een gemiddelde van 2,4 per jaar. De laatsten die de stap zetten van Kessel, dateren al van 2010/11: Thomas Wils, na een omweg terug thuis, en Sels. Zijn dit de velden en douches waar nog niet zo lang geleden Romelu en Jordan Lukaku hun prille voetbaljaren beleefden? Kortom: er is veel werk aan de winkel voor de overnemers van de club, die nog altijd zesde staat in de eeuwige rangschikking van het betaalde voetbal in België sinds 1974.