Wat hem de meeste voldoening schenkt, vertelt Wouter Vrancken daags na het behalen van die eerste periodetitel met YR KV Mechelen, is de samenhorigheid binnen zijn team en technische staf. 'Na de zege tegen Union is iedereen blijven vieren in het stadion, ook ervaren mannen als Tim Matthys, Clément Tainmont en Mathieu Cornet, die de voorbije maanden minder aan spelen toekwamen. Deze groep heeft sinds de zomer heel wat te verwerken gekregen: beginnen als torenhoog favoriet, veel druk, een mislukte start, een trainerswissel, afgeschreven na een nederlaag tegen Beerschot Wilrijk, zelfs even laatste gestaan in het klassement, de extrasportieve ontwikkelingen na het uitbarsten van het voetbalschandaal... en dan toch die eerste periodetitel pakken. Dan zeg ik: chapeau!'
...

Wat hem de meeste voldoening schenkt, vertelt Wouter Vrancken daags na het behalen van die eerste periodetitel met YR KV Mechelen, is de samenhorigheid binnen zijn team en technische staf. 'Na de zege tegen Union is iedereen blijven vieren in het stadion, ook ervaren mannen als Tim Matthys, Clément Tainmont en Mathieu Cornet, die de voorbije maanden minder aan spelen toekwamen. Deze groep heeft sinds de zomer heel wat te verwerken gekregen: beginnen als torenhoog favoriet, veel druk, een mislukte start, een trainerswissel, afgeschreven na een nederlaag tegen Beerschot Wilrijk, zelfs even laatste gestaan in het klassement, de extrasportieve ontwikkelingen na het uitbarsten van het voetbalschandaal... en dan toch die eerste periodetitel pakken. Dan zeg ik: chapeau!' We spreken elkaar in een brasserie te Lummen, niet zo ver van zijn woonplaats. Sinds eind augustus, toen hij na drie speeldagen in de Proximus League overnam van Dennis van Wijk, rijdt Vrancken elke dag van Brustem naar Mechelen, een uurtje heen en een uurtje weer. 'Ervoor moest ik elke dag van hieruit naar Kortrijk, dus dit valt best mee, hoor', glimlacht de ex-speler van STVV, Gent, Genk, Mechelen en Kortrijk, nippend van zijn bruiswater. Met diezelfde lach stapt hij dezer dagen door het leven. Het ticket voor een promotiefinale in 1B heeft YR KV Mechelen nu al op zak. Maar, zoals Vrancken terecht opmerkt, 'nog geen enkele keer kon de eerste periodekampioen promoveren'. Geen sprake dus dat de voet nu van het gaspedaal gaat of dat de trainer voor meer rotatie zal kiezen. Het liefst maakt hij een promotiefinale overbodig door ook die tweede periodetitel te pakken. Wouter Vrancken: 'Het is een heel vreemd kampioenschap. Je merkt dat de ploegen zonder promotiedruk het goed doen: Union, Lommel, Westerlo. En de favorieten lieten het aanvankelijk afweten. Langzaamaan herstelt zich dat. Beerschot en OHL zijn aan het komen. Ik verwacht ook Union in die tweede periode weer bovenin, een sterk team.' Dit KV Mechelen speelt heel anders dan in die eerste weken onder Dennis van Wijk. Hoe heb je dat aangepakt, want na die 2 op 9 moesten er tegelijkertijd meteen resultaten volgen? Vrancken: 'Ik heb een duidelijk gameplan, dat ik tijdens mijn periode als assistent bij KV Kortrijk uitgewerkt hebt. Het volstaat niet om voetbalideeën in je hoofd te hebben, ik ben ervan overtuigd dat je die moet uitschrijven, zodat je het steeds als basis voor je oefenstof kan gebruiken. Trainingen moeten gebeuren binnen een visie en met een bepaald doel. Ik wil niet op de details van dat gameplan ingaan - de concurrentie leest mee -, maar wat mij voornamelijk opviel bij het Mechelen van die eerste speeldagen was de kwetsbaarheid in de omschakeling bij balverlies en de stilstaande fases. Dus probeer je eerst daarin andere accenten te leggen. Ik vind het bijvoorbeeld een misvatting dat je met minder snelle verdedigers laag moet spelen, je kunt best wel hoog druk zetten zonder achterin kwetsbaar te zijn. Maar dan moet je achterlinie mee opschuiven, zodat je de ruimte op het middenveld beperkt houdt en compacter staat. Daarin zijn we gegroeid: iedereen kent de afspraken om de counter eruit te halen.' In offensief opzicht valt op hoezeer Rob Schoofs en Onur Kaya onder jou open bloeiden. Hoe heb je dat gedaan? Vrancken: 'Ik hou van dynamisch voetbal met veel positiewissels voorin. Kaya heeft de ervaring om te weten waar hij moet staan op welke momenten. Ik heb met Kaya en Schoofs individueel gesproken toen ik toekwam, zij hadden moeite met de manier van voetballen in 1B. 'Ik heb in een paar weken al meer stampen gekregen dan in heel mijn carrière in eerste', vertelde Kaya mij. Hij en Schoofs moesten een knop omdraaien. Ze mochten niet langer vergelijken met de Jupiler Pro League, daar krijg je doorgaans meer ruimte.' Jouw KV Mechelen valt niet op één systeem vast te pinnen. Sommigen noemen het een 4-4-2, anderen een 4-3-3 of zelfs 4-5-1. Vrancken: 'Ik geloof niet zo in systemen, dat dient enkel om het kind een naam te geven. Belangrijker is welke opdrachten je meegeeft aan je spelers. Waarbij de ene die ook weer anders invult dan de andere. Schoofs zal door zijn kenmerken eenzelfde positie anders invullen dan Kaya bijvoorbeeld.' Hoe hou jij in zo een brede en gereputeerde kern iedereen tevreden? Vrancken: 'Dat is niet makkelijk. Internationals als Edin Cocalic en Mamadou Bagayoko halen soms niet eens de wedstrijdkern. Maar ik ben duidelijk met hen. Ik hou niet van rond de pot draaien, dat was zo in mijn spelerscarrière en dat is ook als trainer zo. Ik ga met de spelers die minder aan de bak kwamen weleens persoonlijk praten.' Het psychologische aspect van het trainerschap boeit je enorm, vertelde je in eerdere interviews. Heb je jezelf daarin bijgeschoold of ga je vooral op buikgevoel af? Vrancken: 'Ik heb na mijn spelerscarrière een paar cursussen psychologie gevolgd, maar het is in vele gevallen een kwestie van duidelijk zijn. Als speler was ik niet per se iemand die de confrontatie zocht, maar ik zei de dingen wel rechtuit. Met maar één bedoeling: resultaten halen. De kunst is zulke voetbaldiscussies niet persoonlijk te nemen. Met Mbark Boussoufa had ik bij Gent vaak woorden, maar dat bleef nooit hangen. Zo hoort het. Het valt mij op dat we tegenwoordig - ook in bredere, maatschappelijke context - te braaf zijn geworden. Iedereen voelt zich meteen aangevallen. Iedereen neemt zichzelf zo serieus. Lach toch eens met jezelf.' Je stond als speler te boek als een schoffie. Vrancken: 'Een klootzakje.' ( grijnst) Hoe loopt de reconversie naar het trainerschap? Vrancken: 'Ik evolueer daarin. Ik coach al veel minder emotioneel dan in mijn beginjaren. Maar voetbal ís emotie, dus ik wil dat zeker niet helemaal uitschakelen. Het mag alleen niet uit de hand lopen.' Je bent op je 31e moeten stoppen met voetballen, maar in plaats van even afstand te nemen, ben je meteen het trainerschap ingedoken. In vierde provinciale. Waarom? Vrancken: 'Een vriendendienst en ik vond het op dat moment goed om op die manier wat bezig te blijven. Het grote voordeel van in de provinciale reeksen te werken, is dat je er veel directer effect ziet van je beslissingen als coach. Omdat die jongens niet gebonden zijn aan contracten. Als het hen niet aanstaat, blijven ze gewoon weg en sta je daar met tien man op training. ( lacht) Bij profs weet je niet altijd wat hun motivaties zijn. 'Ik ben heel blij dat ik onderaan de ladder begonnen ben en niet meteen ergens als assistent in eerste klasse. Ik was toen ook wel even de hypocrisie en achterklap beu die bij het profvoetbal hoort, moet ik bekennen. Als beginnend voetballer ben je daar niet mee bezig, maar hoe ouder ik werd hoe meer ik me stoorde aan de machinerie erachter. Dat je op de bank zit en daar geen zinnige uitleg voor krijgt. Achteraf hoor je dan dat het was omdat een jongere, goedkopere speler moest spelen. Zég dat dan toch gewoon, dan vermijd je conflicten.' Je moet wel heel nederig zijn om als ex-prof in vierde provinciale aan de slag te gaan. Vrancken: 'Hangt ervan af met welke intentie je daaraan begint. Als dat is met het geloof dat je trainer in eerste klasse hoort te zijn, kan dat een lastig verhaal worden. Ik deed op dat moment andere jobs, onder andere als commercieel bediende bij ING en als recruiter voor coachprofielen in bedrijven. Daar voelde ik me perfect gelukkig bij. Maar in die eerste maanden bij Gravelo merkte ik dat mijn ideeën als trainer meteen impact hadden. Ik wilde wel eens zien wat dat zou geven als ik ook de voorbereiding kon doen, dus ik deed er een seizoen bij en we speelden kampioen. Het jaar erop opnieuw. Toen kwam THES Sport, een ambitieuze club in provinciale. Fantastische periode. De voorzitter Wendy De Wit - de Marc Coucke van de lagere reeksen - wist als geen ander ambiance te creëren. Hij beloofde de hele selectie een reis naar Ibiza als we de titel zouden pakken. Het werd de moeite! ( lacht) Het jaar nadien zijn we opnieuw gepromoveerd, van derde naar tweede amateurklasse. Eigenlijk ben ik dus in elke reeks gepromoveerd behalve eerste amateur.' Had gekund als je bij Lommel was gebleven. Je stond er aan de leiding toen je zelf opstapte in oktober 2017. Om persoonlijke redenen. Dat klinkt nog steeds vaag. Vrancken: 'Achteraf bekeken had ik dat beter moeten kaderen. De media sleurde er allerlei zaken bij. Ik las dat ik een hartkwaal had of dat er iets met mijn kinderen aan de hand was... Niets van aan, maar ik kreeg wel telefoons van bezorgde familieleden. De reden dat ik opstapte was eerlijk waar omdat ik het gevoel had dat ik meer wilde brengen dan dat ik bij Lommel kon. Het ligt niet in mijn aard om dan nog enkele maanden aan te modderen. Nogmaals: het had niets met de structuur bij Lommel te maken. Anderhalve week later contacteerde Joseph Allijns mij om assistent te worden bij KV Kortrijk. Ik wilde leren hoe je bij een profclub de taken verdeelt binnen een technische staf. Wat kan, wat niet? Hoe breng je een videoanalyse best over op spelers? Hoe ga je om met frustraties van bankzitters? In afwachting ook van mijn licenties.' Het werd een succes, want Kortrijk presteerde sterk in de terugronde van vorig seizoen. Ze waren dan ook niet tevreden over je vertrek deze zomer. Mechelen zou jou benaderd hebben zonder hen eerst te contacteren. Zou je het nu anders aanpakken? Vrancken: 'Neen. Omdat daar duidelijke afspraken over bestonden. De bedoeling is altijd geweest om ergens T1 te worden als de juiste opportuniteit zich voordeed. Daar kunnen ze dus niet verrast over zijn. Mechelen hééft trouwens eerst contact opgenomen met Kortrijk. Ik zat mee bij de besprekingen tussen beide clubs, waarin Mechelen - hoewel dat contractueel niet eens hoefde - ver wou gaan om mijn vertrek financieel te compenseren. Kortrijk heeft zichzelf in de voet geschoten door te veel te willen. Maar ik heb nog steeds goede contacten in Kortrijk, met het bestuur en de technische staf.' Met Mechelen waren er vorig seizoen al gesprekken, voor je bij Kortrijk als assistent aan de slag ging. Waarom hapte je nu wel toe en toen niet? Vrancken: 'Mechelen contacteerde me de dag na mijn vertrek bij Lommel. Het zou niet correct geweest zijn tegenover hen én tegenover mezelf om direct nadien met Mechelen in zee te gaan. Ik heb toen wel eens met Olivier Somers ( bestuurder van KV Mechelen,nvdr) samengezeten, gewoon ter kennismaking. Hij legde mij de plannen met de club uit en ik vertelde over hoe ik het trainerschap zie, op geen enkel moment is er concreet onderhandeld. Je zou kunnen redeneren: dat is een trein die maar eenmaal passeert, maar ik was ervan overtuigd dat ik mijn rugzak als trainer eerst nog verder moest vullen in plaats van half werk te leveren. In augustus kreeg ik dan via mijn makelaar Evert Maeschalck te horen dat Mechelen mij als trainer wilde om Dennis van Wijk op te volgen. Ik heb dat diezelfde dag nog gemeld bij Glen De Boeck, 's avonds zaten we met de clubs rond de tafel.' Uit je eigen carrière noemde je Jacky Mathijssen - tactisch - en Georges Leekens - teambuilding - als inspiratiebronnen. Zijn er buitenlandse trainers die je inspireren? Vrancken: ' Jürgen Klopp. Zoals hij destijds Dortmund en nu Liverpool laat spelen, met veel energie en pressing, vind ik bewonderenswaardig. Altijd vanuit zijn eigen visie op voetbal. Pep Guardiola is nog zo iemand. Het staat hoog op mijn to do-lijstje om eens een training van hen te volgen. Mijn UEFA A-diploma heb ik, begin volgend jaar start ik met mijn Pro Licence-cursus.' Je speelde voor achtereenvolgens STVV, Gent, Genk, KV Mechelen en Kortrijk. Welk beschouw je als je beste periode in je spelerscarrière? Vrancken: 'AA Gent. Omdat ik daar mezelf ontdekte als voetballer. Bij STVV was ik enkel een breker, bij Gent werd ik onder Georges Leekens een box-to-box die ook af en toe zijn doelpunt meepikte. In die twee jaar dat ik er speelde werden we vijfde en vierde. Vooral dat tweede jaar, met Boussoufa erbij en met Dominic Foley - een topkerel - in de spits.' Is het een smet op je spelerscarrière dat je nooit een prijs won? Je was er twee keer dicht bij: een bekerfinale met STVV in 2003 en vicekampioen met Genk in 2007. Vrancken: 'Niet echt, ik was geen topspeler, dat heb ik altijd goed beseft. Het belangrijkste is dat ik altijd bij clubs heb gezeten waar ik me goed voelde.' In welke mate speelt je verleden bij KaaVee mee nu je hier als trainer werkzaam bent? Vrancken: 'Ik voelde me meteen aanvaard, ook al was dat niet evident, want de meeste supporters stonden nog achter Van Wijk. Maar ze weten dat ik het DNA van de club ken. Ik ben nog steeds overweldigd als ik zoveel volk in tribunes zie zitten op Mechelen: 15.000 mensen tegen Union! En altijd positief. Zoiets zie je bij weinig clubs, heerlijk als je daar trainer van kan zijn.'