Het is vrijdagmiddag en gezellig druk in de Scala, het restaurant op een steenworp van het oefencomplex aan het Universiteitsplein in Wilrijk. Iedereen kent hier iedereen. Iedereen kent hier Marc Brys. Zes jaar jeugdspeler bij Beerschot, achttien seizoenen KFCO Wilrijk op zijn actief en voor de derde keer trainer op 't Kiel. Dat kan tellen.
...

Het is vrijdagmiddag en gezellig druk in de Scala, het restaurant op een steenworp van het oefencomplex aan het Universiteitsplein in Wilrijk. Iedereen kent hier iedereen. Iedereen kent hier Marc Brys. Zes jaar jeugdspeler bij Beerschot, achttien seizoenen KFCO Wilrijk op zijn actief en voor de derde keer trainer op 't Kiel. Dat kan tellen. Hij zal drie uur ontspannen en openhartig praten. Over het leven en de sport, over de mooie momenten en de dieptepunten, over zijn 'twee schitterende kinderen' en over het trainersvak. 'Ik heb de mooiste job ter wereld, ben dit jaar hertrouwd en wordt binnen een paar maanden voor de derde keer vader. Wat moet een mens nog meer wensen?' Wanneer de vriendin van Marc Steenackers, de algemeen directeur van KFCO Beerschot Wilrijk die in maart na een ongeval het leven liet, goeiedag komt zeggen, valt het gesprek even stil en moet hij naar woorden zoeken. Het typeert de mens achter de trainer. Een gepensioneerd koppel, dat ooit op 't Kiel werkte, komt aan de tafel afscheid nemen. Brys staat op, maakt een praatje en geeft beiden een knuffel. De vrouw tot ons: 'De Marc, da's iene van oengs, meniër.' En toch. In september 2005, enkele maanden nadat hij de beker van België had gewonnen, werd hij door zijn (Germinal) Beerschot ontslagen. 'Toen heb ik me voorgenomen om nooit meer zoveel affiniteit of emotionele verbondenheid met een club te hebben. Maar dat slijt.' Hij kan zich die moeilijke septemberdagen, toen de club op zijn hart trapte ('heel hard zelfs'), nog altijd moeiteloos voor de geest halen. Een film die hij al honderden keren in zijn hoofd heeft afgespeeld. 'Ontgoocheld, verdrietig en gekrenkt in mijn eer. De dag na mijn ontslag ging ik heel vroeg naar de club, het was nog geen halfzeven 's morgens, om mijn kastje leeg te maken. JosVerhaegen zat al aan mijn bureau. Ik was nog altijd kwaad, maar hij zei dat hij me niet in het zadel kón houden. We hebben toen samen geweend. Hij wilde mij als technisch directeur aanstellen, maar Jos deed de transfers zelf en ik wilde geen papieren functie. Na dat gesprek zei hij: 'Volgend seizoen word jij hier opnieuw trainer.' Tja. Maar zoiets vormt je.' Wat was voor jou de meest markante gebeurtenis van 2017? Marc Brys: 'De toenemende intolerantie in de wereld. Grimmigheid, latente wrevel en de profileringsdrang van sommige wereldleiders die neigt daar het dictatoriale, terwijl we dat toch al eens gehad hebben. Voor mensen van mijn generatie, die in een tolerante en democratische wereld zijn opgegroeid, is dat beangstigend. 'Op een totaal ander niveau: de promotie van Beerschot Wilrijk. Niet wereldschokkend, maar de bekroning van het vele werk. Ook de manier waarop: 80 op 90, niet vanzelfsprekend. En, ook opvallend, in vergelijking met mijn eerste periode op 't Kiel zijn de supporters helemaal opengebloeid. Ze mogen kritisch zijn, maar toen neigde het soms naar sarcasme. Toen we in oktober thuis met 0-3 van Cercle verloren, stonden onze fans een halfuur na de match nog te applaudisseren. Dat was vroeger ondenkbaar. Voetballen op 't Kiel is weer een zegen.' Tijdens de eindronde werd je met een longontsteking met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Waar plaats je dat? Brys: 'Ik kon me niet voorstellen dat ik als trainer ooit twee matchen zou moeten missen (lacht), maar uiteindelijk is toen gebleken hoe fragiel we allemaal zijn. Iedereen heeft het gevoel: mij kan niets gebeuren. Zelf ervaar je dat niet, maar ik denk dat het met vermoeidheid te maken had. Niet beseffen dat je te veel wilt doen. Dat was schrikken. 'Toen ik in Saoedi-Arabië werkte, kreeg ik plots enorme pijn in de borststreek. We zaten in een klein gehucht, waar alleen een openbaar ziekenhuis was. Ik keek naar boven, zag al dat stof in de verluchtingsrooster en dacht: hier kom ik nooit meer uit. Totaal onhygiënisch. Gelukkig heeft mijn voorzitter me laten overbrengen naar een privéziekenhuis in Riyad. Uiteindelijk bleek ik vocht op de hartwand te hebben. Relatief gemakkelijk te behandelen.' Heb je daar, toen en nu, lessen uit getrokken? Brys: 'Beredeneerder leven. Voor zover dat kan, want er is altijd wel iets. Sommige zaken laat je beter passeren, maar dat is de aard van het beestje. Als ik vind dat er iets beter kan, dan pak ik dat aan. Maar méér relativeren? Neen. Daarvoor was een longontsteking niet zwaar genoeg. (lacht) 'Je probeert jezelf wat te ontlasten door een goede technische staf samen te stellen, maar uiteindelijk draag ík de sportieve eindverantwoordelijkheid. Helemaal in het begin van mijn carrière hoorde ik via via dat mijn assistent vond dat we anders moesten spelen. Ik zei hem dat ik aan de journalisten zou zeggen dat hij de coaching zou doen. Toen hoefde het plots niet meer. (lacht) Het is zijn rol om mij te triggeren, dat houdt me scherp, maar je moet verantwoordelijkheid durven te nemen. Als T1 ben je ook veel meer een manager dan vroeger.' Terwijl je door de buitenwereld en het bestuur vaak alleen op resultaten wordt getaxeerd. Brys: 'Dat is zo. In Saoedi-Arabië startte ik met een 1 op 15, met zulke cijfers ben je in die landen normaal al drie keer ontslagen. Maar de president zat elke dag naast het trainingsveld, met zijn dadeltjes en thee, en zag ook hoe hard er werd gewerkt. Dat heeft mij toen gered. Als trainer kun je moeilijke momenten doorkomen door de steun van bestuur, supporters, spelers of door de hoogte van de afkoopsom. Als daar geen terughoudendheid is, dan lig je buiten.' Het is een luizenjob. Brys: 'Ik vind het de mooiste job ter wereld, alleen de wedstrijd is er te veel aan. (lacht) En er zijn zoveel randfenomenen waar je geen vat op hebt, maar die wel bepalen of je mag blijven. Dát is het luizige. Anderzijds stap ik nog elke ochtend op het veld en denk ik: dit is wat ik wil doen. Als ik dat gevoel niet meer heb, dan stop ik.' Wat is er zo mooi aan? Brys: 'Het omgaan met mensen, ook in stresssituaties, samen iets kunnen creëren en realiseren. Ik ben geen Einzelgänger. Als verdedigende middenvelder moest ik collectief denken, kijken naar de organisatie. Dat heeft mijn profiel als trainer bepaald. Mensen helpen om beter te worden, spelers enthousiasmeren en ze de mogelijkheid geven om boven zichzelf uit te stijgen. Voetbal is de spiegel van het leven - samen gelukkig zijn of samen verdriet verwerken - maar door het competitie-element nog extremer. Hogere toppen, wat alles te maken heeft met de manier waarop voetbal wordt uitvergroot. 'Als alles goed loopt, ben ik de king van 't Kiel. Maar als je hier zot van glorie rondloopt, dan kun je ook diep vallen. Wie het succes kan relativeren, zal ook de dieptepunten beter kunnen plaatsen. Maar als er iets gebeurt dat je zo diep raakt en waar je niet kunt tegen vechten, dan voel je je helemaal alleen. Ik heb sinds kort gelukkig een puppy'tje dat thuis op mij zit te wachten.' Zijn er trainers naar wie je opkijkt? Brys: 'Verschillende. Het voetbal van Pep Guardiola, de pressing van Diego Simeone of de ideeën van Marcelo Bielsa... Er is niet één waarheid of stijl, maar ploegen laten voetballen zoals jij dat wil én resultaat halen, is de natte droom van iedere trainer. Samen iets neerzetten geeft zó'n voldoening. Een tennisser zal blij zijn wanneer hij Wimbledon wint, maar hij zal 10 keer gelukkiger zijn als hij met zijn ploeg de Daviscup wint. Samen vechten, samen wenen en dan die explosie als je het haalt, daar staat geen gevoel tegenover. Vooral omdat we door de technologie - smartphones, internet - generatie na generatie verglijden naar het individuele.' Wordt er nog gekaart in je spelersgroep? Brys: 'De ouderen, één tafeltje. Vroeger had je vier of vijf tafels. Met de nodige ruzies en schulden. (lacht) Ik ben enorm veeleisend voor mijn spelers, maar ze mogen mij op elk moment van de dag of nacht bellen. Enkele jaren geleden kreeg ik om drie uur 's nachts een telefoontje van een van mijn spelers, die betrokken was bij een ongeval in de Kennedytunnel... Ik ben meteen in de auto gesprongen om te helpen. Als trainer móét je dat doen. 'Ik zal een speler ook nooit in het openbaar voor schut zetten. Nooit! Mijn gevoel zegt me dat die spelers dan nooit meer iets terug zullen doen. Die ben je kwijt. Maar als we apart zitten, dan kan ik ongemeen hard zijn. Dan zal hij ook gechoqueerd of van zijn melk zijn, maar het is anders. Ik heb twee kinderen en wat er ook gebeurt, ik zal ze voor de buitenwereld altijd verdedigen. Die reflex heb ik bij mijn spelers ook. 'We zijn allemaal jong geweest en hebben allemaal domme dingen gedaan, maar onder vier ogen zal ik wel zeggen: 'Wat doe je om drie uur 's nachts nog in de Kennedytunnel?' Die band moet je met je spelers hebben. Ik ben niet rancuneus en kan ook voor de groep toegeven - niet met de grootste smile - dat het slecht was of dat ik de verkeerde beslissing heb genomen.' Je slaagt erin om je ego weg te cijferen? Brys: 'Ego wordt vaak pejoratief gebruikt. We hebben allemaal een ego, daar is niets mis mee, maar je moet in de eerste plaats aan het collectief denken. Ik selecteer op kwaliteit, op wat ik vind dat de ploeg nodig heeft. Het is me nog niet veel overkomen dat ik voor een speler een aversie had, maar als ik vind dat hij de beste oplossing voor mijn systeem is, dan speelt hij. Dat kan ik scheiden. Het is mij twee keer overkomen. Met de ene gast hebben we de beker van België gewonnen, de tweede keer was in Saoedi-Arabië toen we in de kleedkamer tegen elkaar stonden te roepen. De dag erna stond hij wel in de basis. 'Vaak zijn de Balkanjongens, als er niet te veel in de groep zitten, de beste profs met wie je kan werken. Die hebben geen nood aan een pastoor die even iets komt uitleggen. Ze gaan akkoord of niet, wat vooral te maken heeft met de omstandigheden waarin ze opgroeiden. Daar ging het vaak over leven en dood. Zij willen niet gepamperd worden en hebben geen schrik voor de dood, wij wel. Dat bepaalt je aanpak. 'Toen ik naar Saoedi-Arabië ging, heb ik me verdiept in het moslimgeloof. Niet dat ik een Korankenner ben geworden, maar ik heb wel geleerd dat er binnen hun geloof ook verschillende stromingen en interne conflicten zijn. Je moet als trainer weten hoe en waarom ze tegen elkaar kunnen reageren. Dat maakt het mooi en moeilijk tegelijk, maar als mens was het wel verrijkend.' Waar plaats je die 3,5 jaar in Saoedi-Arabië? Brys: 'Daar moet ik niet flauw over doen: de verdiensten zijn daar goed. Niets fouts mee, denk ik. Toen ik een paar weken geleden met KV Kortrijk en KV Mechelen ging spreken, zeiden sommigen: 'Je gaat toch niet voor het geld kiezen?' Sorry, dat zal ik zelf wel beslissen. Als iemand anders voor 50 euro meer van job verandert, waarom ik dan niet? Zulke beslissingen neem ik zelf, niemand zal mij in een bepaalde richting duwen.' Vind je dat niet egoïstisch? Brys: 'De voetbalwereld ís egoïstisch. Vandaag word je ontslagen, morgen ga je bij manier van spreken in Costa Rica aan de slag. Dat zijn puur egoïstische keuzes, die uiteraard ook de financiële belangen van je familie dienen, maar die tegelijk minder leuk zijn. Ik luister naar iedereen, zeker ook naar mijn familie, maar het zal mijn beslissing zijn. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, maar of het de beste move voor mijn carrière was, is een ander verhaal. Toen was geld een drijfveer, nu niet.' Waarom ging je onlangs dan toch spreken in Kortrijk en Mechelen? Brys: 'Ik heb mijn voorzitter (Eric Roef, nvdr) meteen ingelicht, want hij verdient die openheid. Als clubs me vragen om te komen praten, hoe dom zou ik zijn om dat niet te doen? Misschien werd daar iets gezegd dat me kon overtuigen. Het waren goede gesprekken, maar ik kon niet wegstappen van deze groep en ben meteen een commitment voor vijf jaar aangegaan. 'Toen ik vorig jaar terugkeerde naar Beerschot, net gepromoveerd naar de eerste amateurliga, was dat een enorm risico. Mocht ik niet slagen, dan was ik afgeschreven. Maar als ik niet in mezelf geloof, wie zal er dan in mij geloven? Ik heb gekozen voor een project op lange termijn en het is goed uitgedraaid, maar voor hetzelfde geld... Het doel was een plaats in de top 4 - contractueel zou ik dan een premie krijgen -, maar de supporters hadden de lat na drie opeenvolgende titels hoger gelegd. Er was veel meer druk dan dit seizoen.' Het bestuur had een overgangsjaar geprogrammeerd, maar dat vond jij een verloren jaar. Waarom? Brys: 'De voorzitter had gezegd dat ik de club moest professionaliseren, maar dat kon niet door alleen 's avonds te trainen. Toen ik hem vertelde dat ik ook overdag wilde trainen, was hij razend. Hij is enorm loyaal aan zijn mensen en had er moeite mee om spelers en leden van de staf, die een paar maanden ervoor kampioen waren geworden, door te sturen. Zijn reactie was menselijk en aandoenlijk, maar je moet geen trainer binnenhalen en hem dan niet volgen. Dat moet je iemand anders zoeken. Maar, toegegeven: het was wrang om bepaalde jongens te moeten ontgoochelen. Geen prettige gesprekken of beslissingen, al betekent dat niet dat je ze uit de weg moet gaan. Achteraf heeft de voorzitter toegegeven dat we daar, in een café in de stad, de juiste beslissing hebben genomen.' Wat was jouw insteek toen je in 2003 je job als officier bij de recherche inruilde voor de onzekerheid van het trainersvak? Brys: (denkt heel lang na) 'Eerlijk? Ik dacht dat ik de beste trainer van de wereld was. Dat zal de zelfbewuste Antwerpenaar in mij zijn. (lacht) Ik deed mijn job bij de politie nochtans graag, maar in Londerzeel en Berchem voelde ik al snel dat ik meer beslagen was als trainer dan als speler. Ik kon de spelers meekrijgen, kon mijn ideeën overbrengen en het ging me voor de wind - twee keer na mekaar kampioen met Berchem. Het was het liefste wat ik deed en het beste dat ik kon. Ik geloofde zó hard in mezelf, dat ik dacht dat die chemie er overal zou zijn, dat ik alle spelers beter zou kunnen maken of meekrijgen in mijn verhaal. Ik heb moeten vaststellen dat dat niet het geval was, maar zolang dat lukt met de grote hoop, dan zit je goed. Het was een risico, maar ik vond het geen moeilijke keuze. Ik volgde mijn droom.' Toen je in 2005 de beker van België won, zat je twee dagen later in Kameroen om een speler te scouten. Na de titel van vorig seizoen zou je meer genieten. Gelukt? Brys: 'Ik ben naar Cyprus geweest. Een prachtig land, alleen heb ik er weinig van gezien. (lacht) We waren niet goed voorbereid op het nieuwe seizoen, waardoor ik voortdurend moest bellen of beelden van spelers bekijken. En dan nog binnen, want door de weerkaatsing van de zon zag ik niets op het scherm van mijn laptop. (lacht) Ik heb niets aan mijn vakantie gehad.' Kán je wel genieten? Brys: 'Ik denk het wel. Min of meer toch, maar in de aanloop naar de voorbereiding komt er zo veel op je af - programma's maken, stage regelen, tegenstanders zoeken... Het grootste gevaar is denken dat je onmisbaar bent, dat weet ik, maar er is altijd wel iets. De eindverantwoordelijkheid van het sportieve ligt bij mij, zodat makelaars weten dat ze naar mij moeten bellen. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik binnen het budget blijf en de voorzitter op de hoogte houden. Ik heb bewondering voor de manier waarop hij hier, met nog een job naast het voetbal, alles managet. Diep respect. Hoe langer we samenwerken, hoe meer ik hem waardeer. Als het loon van iemand niet correct is betaald, dan wordt hij gek.' Niets doet vermoeden dat het op 't Kiel financieel nog eens verkeerd zal lopen? Brys: 'Op dit moment en met deze voorzitter, zeg ik 'neen'. Er is nog marge. Op alle echelons moet het beter en dat zal ook gebeuren. Tijdens de dag is het best mogelijk dat er op de club niemand de telefoon opneemt. Stel je voor dat een potentiële sponsor drie dagen aan een stuk belt en niemand aan de lijn krijgt. Zulke zaken moeten er mondjesmaat uit.' Tot slot. Je dacht dat je de beste trainer van de wereld was, wat is veertien jaar later de conclusie? Brys: 'Dat het niet zo is of dat ik dat gevoel gaandeweg kwijt ben geraakt. (schatert) Ik voel wel dat ik ploegen beter kan maken en resultaten kan neerzetten, alleen is het met sommige clubs gemakkelijker om een prijs te winnen. In mijn eerste seizoen in eerste klasse werd ik door onze supporters negatief bekeken. 'Hij wil geen voetbal spelen.' Maar in de voorbeschouwingen hadden 17 van de 18 ploegen ons als degradatiekandidaat getipt, alleen wij niet. (lacht) Maar we werden wel zevende. Dat vind ik nog altijd mijn beste seizoen. In mijn tweede jaar zat ik in de winterstop in de villa van Jos Verhaegen. 'Het is de eerste keer dat ik met mijn trainer rond kerstmis champagne drink.' We wonnen zelfs nog de beker, maar zeven matchen erna was ik ontslagen. Zo snel gaat het.'