Zeventien jaar geleden debuteerde Marc Brys als trainer in eerste klasse bij wat toen Germinal Beerschot heette. Bijna was dat bij Antwerp geweest. 'Ik heb twee keer met Eddy Wauters gepraat, maar uiteindelijk is het niet doorgegaan.'
...

Zeventien jaar geleden debuteerde Marc Brys als trainer in eerste klasse bij wat toen Germinal Beerschot heette. Bijna was dat bij Antwerp geweest. 'Ik heb twee keer met Eddy Wauters gepraat, maar uiteindelijk is het niet doorgegaan.' Vandaag rijdt hij een erg mooi parcours met OH Leuven, dat zelfs even op de derde plaats stond. Maar om Brys aan het jubelen te krijgen moet je van een andere planeet komen. Want hij herinnert zich vooral de moeilijke startpositie voor het seizoen. Marc Brys: 'Daarin waren we als club als het ware gegijzeld. Door de situatie rond die promotiematch zijn een tiental contracten verlengd die misschien niet hoefden verlengd te worden. Zes dagen later moesten we al vol aan de bak voor de eerste wedstrijd in eerste klasse, terwijl we door die onzekere situatie amper nieuwe spelers hadden kunnen halen. 'Maar als trainer moet je daar door. Je kunt beter geen energie stoppen in iets waaraan je weinig kunt veranderen. Je weet: een goeie start is levensbelangrijk omdat dat veel vertrouwen in een groep brengt, zeker in een als deze die een stap in het onbekende zette. 'Ons voordeel was dat we twee weken vroeger aan de voorbereiding waren begonnen, waardoor we iets frisser aan de start kwamen dan andere ploegen. Belangrijk is om in je voorbereiding een aantal kapstokken in te bouwen die de spelers helpen de stress af te houden en niet angstig te worden. 'Dat doe je met vaste patronen op het veld: wat doen we bij balbezit en wat bij balverlies? Maar ook met het creëren van een band tussen een volledig nieuwe technische staf en een spelersgroep die mekaar al door en door kende. Je wil in die hoofden geraken om ze te overtuigen dat de filosofie die jij aanhangt, en die anders is dan die ze kenden, haalbaar is.' Hoe anders was jouw filosofie? Brys: 'De spelers van OHL voelden zich goed bij het puur in omschakeling voetballen, terwijl ik vond dat ze meer moesten kunnen brengen. Maar als je je groep niet kunt motiveren daar echt achter te gaan staan, werkt het niet. Als ik jou niet kan overtuigen om iets te doen wat ik wil, doe jij dat niet. Je moet dus de welwillendheid groter maken. Daarvoor moet je eerst jezelf in vraag stellen. Want als ik zelf niet helemaal overtuigd ben, kan ik het ook niet overbrengen. Zo'n groep uit zijn comfortzone halen, is een heel proces.' Verliep dat makkelijk? Brys: 'Aanvankelijk was er wel wat weerstand. Want dit was een groep die enorm sterk aan mekaar hing. Toch trof ik te weinig eenheid aan, hoewel ze bijna vrienden waren. Je moet niet alleen vrienden zijn als alles goed gaat, maar ook wanneer het minder loopt. Tactisch vond ik het wel een flexibele groep, heel snel hebben we er dan ook twee verschillende systemen in geslepen waartussen ze makkelijk konden switchen.' Plots stonden jullie derde. Sta je daar zelf van te kijken? Brys: 'Dit is een club in volle expansie. Na drie jaar tweede klasse moeten we in eerste klasse niet bezig zijn met de derde, vierde of vijfde plaats. Dat heb ik ook tegen mijn spelers gezegd.' Waarmee zijn jullie dan wel bezig? Brys: 'Met te zorgen dat we nooit in de problemen komen. Dat lijkt een zwakke stimulator, maar als je ziet wat iedereen aan punten haalt en hoe klein de kloof is tussen de eerste en de laatste, moet je gewoon zorgen dat je punten blijft pakken en niet aan PO1 denken. Na elke match kijk ik hoeveel we voor staan op de laatste in de stand. 'Wat deze club wil is met mondjesmaat stappen zetten. Eerst de fundamenten en structuren leggen zodat je een basis hebt om te werken. Volgend jaar zal dat verwachtingspatroon groter worden. Dat is een heel nuchtere kijk op de zaken, met Leicester als fantastisch voorbeeld: na de overname door King Power zijn die gezakt, maar daar is nooit paniek geweest. Iedereen bleef rustig verder werken. Met als resultaat de titel en de Champions League.' Ben je nu niet een beetje te voorzichtig, Marc? Brys: 'Op elk niveau kan er vandaag gewonnen of verloren worden. Dat was in mijn beginperiode in eerste klasse niet het geval, hoor. Ik herinner me mijn eerste seizoen in eerste klasse, toen we met Germinal Beerschot naar Anderlecht trokken en onze voorzitter, Jos Verhaegen, vroeg hoe ik wilde spelen. Ik antwoordde vol overtuiging: 'Vol pressing.' Hij schudde het hoofd en zei: 'Ik zou het niet doen, maar doe gerust, als je dat wil.'' Heb je dat toen gedaan? Brys: 'Natuurlijk. Ik was toen vol van mezelf. En ging vervolgens met 4-0 naar huis. Verloren, uiteraard. Een stunt op Anderlecht of Club was in die tijd een gigantische stunt. Nu hebben alle clubs in de G5 hun verliespunten en moeten wij tegen elke ploeg vol aan de bak. Ik vind niet dat er ploegen een klasse beter zijn. Vaak is één speler voldoende om het verschil te maken.' Geen fijne conclusie voor een trainer die alles probeert beter te maken. Brys: 'Maar wel een eerlijke. Eén iemand kan een groep meetrekken naar een hoger niveau. Als je iemand hebt die er makkelijk twee in het mandje legt, heeft die een magneetfunctie naar de anderen, want die gaan hun spel ontplooien in plaats van gecrispeerd te geraken. Wij hebben dit jaar zo'n paar voetballers, net als Beerschot. 'Vroeger volstond dat niet. Toen waren de zones in de rangschikking beter afgeschermd, er waren zelden echte verrassingen. Het niveau was iets hoger. Nu wordt er sneller teruggegrepen naar jongeren, wat op zich goed is. Want je hebt aanvoer nodig voor de fantastische lichting topspelers die we momenteel hebben. Dat is iets wat de bondscoach goed doet.' Het is een aspect van jou dat minder in de aandacht komt. Terwijl jij wel degene bent die Moussa Dembelé liet debuteren op zijn zestiende. Brys: 'Had het aan mij gelegen was het nog wat vroeger gebeurd. Ik was erg onder de indruk toen ik naar een training van de jongeren ging kijken en hem zag. 'Die pakken we dit weekend mee', zei ik enthousiast, tot Eric Verhoeven opmerkte: 'Dat kan niet, want hij is nog geen zestien.' We moesten nog een paar weken wachten.' Ook hier doe je dat, met Sowah. Maar ook iets oudere spelers als Mercier en Henry bloeien open en worden door ons ontdekt. Hebben ze jou ook verrast? Brys: ' Xavier kende ik als tegenstander. Ik was altijd enorm jaloers op de trainers die hem als speler hadden. Dat heb ik hem ook gezegd. Maar er ook aan toegevoegd dat hij volgens mij veel te weinig uit zijn carrière had gehaald. Dat, als hij mee in ons verhaal stapte, hij daar zelf ook de vruchten van zou plukken. Dat heeft hij ten volle gedaan, zonder remmingen. Iedereen kende Xavier die gelimiteerd omging met trainingen en matchen, en plots trekt die de kar. Dat heeft een enorm aanzuigeffect gehad op de andere spelers. ' Henry kende ik minder. Zijn kwaliteiten ontdekte ik maar gaandeweg. Dat is een hele open, toffe kerel, heel down-to-earth, die mij steeds meer dingen toont waarvan ik dacht dat hij ze niet bezat. ' Kamal Sowah heeft een enorme sprong gemaakt in de voorbereiding. Die is nog maar 20, maar conditioneel sterk, supersnel, verstandig. Hij leest het spel, schakelt snel, maar had nog niet veel ervaring. Ook voor onze Jordaniër, Mousa Tamari, die uit een land met een minder grote voetbalnaam komt, stond deze groep open. We zouden eens iemand moeten krijgen die hier arrogant binnenkomt, om te zien wat dat zou geven.' Een type Lamkel Zé, om maar eens iemand te noemen. Brys: 'Die zou hier niet passen, denk ik. Maar ik zou wel eens willen zien hoe ik, maar ook deze groep, met zo'n outlaw zou omgaan. Gaan ze zijn kwaliteiten zien, of vooral zijn ongeleid gedrag? Dat zou voor mij ook eens een goeie uitdaging zijn.' Welke andere uitdagingen zie je nog bij dit OHL? Brys: 'We moeten nog meer onze stempel drukken op wedstrijden, meer controle uitoefenen. Dat moet zich weerspiegelen in meer balbezit. Zelf het tempo maken doen we nog te weinig. Er zit nog rek in deze groep, maar je moet ons niet in de lade stoppen met de kandidaat-kampioenen of de mogelijke outsiders.' Wat heeft je het meest verbaasd aan je team tot nog toe? Brys: 'De hiërarchie in deze groep. Onze sleutelspelers zijn de aanvallers en een geweldige kapitein: Frédéric Duplus. Die controleert de kleedkamer, op een opbouwende manier, verstaat de kunst om de juiste woorden op het juiste moment te brengen. Ik ben meteen gaan pleiten om zijn contract te verlengen. Zijn rol wordt ook door de andere spelers erkend, er zijn geen zijde-aanvallen van andere spelers. Iedereen kent hier zijn plaats. Een duidelijke hiërarchie zorgt er voor dat je als trainer meer to the point praat, dat maakt het makkelijker werken. 'Veel tijd gaat naar het fysieke en het tactische aspect, maar 60 tot 70 procent van de trainersjob is het mentale werk. Pas als iemand in de juiste mentale toestand verkeert en de sfeer in de groep goed zit, durven spelers zich te ontwikkelen en worden ze beter. Door de duidelijke hiërarchie hier matchen de spelers ook goed met mekaar. Ze weten wat ze van mekaar kunnen verlangen en wat niet. En als er eens iemand vervangen wordt, weet de vervanger wat hij moet brengen. Dat het onderling goed zit, is één van onze sterktes.' Wat geeft jou als trainer het meeste voldoening? Brys: 'Een speler die zich ontwikkelt. Die een gave waarvan hij zich niet bewust was ontdekt en die exploiteert. Ook een moeilijke wedstrijd tot een goed einde brengen, is fantastisch. Of een stom wedstrijdvormpje waarin je een groep zichzelf in overdrive ziet brengen, een oefening die plots perfect verloopt: dat zijn momenten om te koesteren.' Wat heeft je het meest verbaasd in je eigen parcours? Brys: 'Ik was heel eigengereid, had mijn eigen idee. Intussen ben ik geëvolueerd van veldtrainer naar manager. Ik observeer beter. Mezelf kennende had ik nooit gedacht dat ik zo zou evolueren.' Je hebt ook vijf jaar gewerkt in het buitenland. Wat heeft dat je bijgebracht? Brys: 'Wat mij toen aantrok was de diverse tactieken. Vooral in Saoedi-Arabië werd je met diverse speelstijlen geconfronteerd, in functie van de nationaliteit van de trainer van de tegenstander. Daar moest je telkens enorm veel tijd in steken, om daar een oplossing op te vinden. Daar leer je het meeste van.' In Nederland trof je één systeem waar van zowat iedereen overtuigd was, 4-3-3. Vond je dat fijn werken? Brys: 'Nee, ik zag daar vooral het profijt van anders te spelen. Op zich is 4-3-3 een van de beste systemen, omdat het veel driehoeken op het veld toelaat. Alleen is het voetbal tactisch zo geëvolueerd dat, als je vandaag 4-3-3 brengt, je veel meer beweging moet toevoegen. Dat was in Nederland amper het geval. Die buitenspelers bleven aan de lijn plakken, kozen altijd voor de individuele actie en als ze die wonnen kwam de voorzet ( geeuwt).' Heb je in Nederland meer of minder geleerd dan in Saoedi-Arabië? Brys: 'Ik heb in Nederland geleerd dat er vooral veel lucht werd verkocht. De Belgische aanpak is no-nonsense. Nederlanders praten heel veel, maar op een bepaald moment moet je daar wel mee aan de slag, vind ik.' Was je ontgoocheld over je ervaringen in Nederland? Brys: 'Eigenlijk wel. In Saoedi-Arabië was het niveau van de competitie minder, maar door die diverse nationaliteiten bij de coaches en de kernen word je uitgedaagd. Daar heb ik veel geleerd. Daar moet je door de taalbarrière ook op een andere manier coachen, veel meer lichaamstaal gebruiken. Als je daar je eigen ding blijft doen, ben je snel terug thuis. Ik ben als een betere trainer teruggekomen.' Wanneer ben je gestopt om een Mourinho te zijn in het diepst van je gedachten? Brys: 'Door te werken in het buitenland. Zoals ze in Nederland zeggen: meer maatpakwerk, minder confectie. Iedereen is anders en dus moet je elke speler anders benaderen. Tevoren deed ik alles zelf en was ik ervan overtuigd dat ik fantastisch bezig was. Omdat het werkte, bleef ik eng denken, en merkte ik niet dat de voetbalwereld aan het evolueren was. 'Ik was toen te vol van mezelf. Ergens moet je dat ook zijn, want als je geen vertrouwen hebt in jezelf, kun je dat ook niet overbrengen op een groep. Maar ik dacht dus dat ik revolutionair bezig was. Tot de impact kleiner werd en ik besefte: ik moet bijsturen. Dat heb ik gedaan door in het buitenland te gaan werken.' Ben je toen ook gaan delegeren? Want daarvoor was je een controlefreak die alles zelf deed. Brys: 'Echt alles. Hier zit zeven man voor verschillende taken, maar die deed ik toen allemaal zelf. Na de training moest ik naar de andere kant van de stad rijden om die cd-roms op te halen; zat ik thuis tot drie uur 's nachts te knippen, terug te spoelen... daardoor mis je observatie. Dat observatie goud waard is, had ik niet door. Ik hield toen mijn spelersgroep bij de keel, gaf ze weinig vrijheid. Dat was ook niet houdbaar.' Waarom deed je dat dan? Brys: 'Ik wilde zo goed mogelijk voorbereid zijn, procentjes pikken waar het mogelijk was. Ik kon nergens op terugvallen, bij gebrek aan een spelerscarrière in eerste klasse. Dat alleen al zet je er toe aan om didactischer te werken. Er is al zo veel toeval in het voetbal dat ik zo veel mogelijk toeval wilde uitsluiten. Maar dat kostte enorm veel tijd en energie.' Je reageert naar buiten altijd sereen, nooit uitbundig. Geniet je wel eens van momenten? Brys: 'Met het ouder worden meer en meer. Onlangs bracht ik mijn zoontje van twee jaar en acht maanden naar school, en hij zei tegen de andere mensen: 'Dat is mijn papa.' Zoiets maakt mijn dag.' En in het voetbal? Brys: 'Ik ben niet bezig met geschiedenis schrijven. Ik wil het beste wat er hier in zit naar boven brengen. Weet je wat de grootste ontgoocheling is voor een trainer? Dat een speler die ik heb geselecteerd zonder vertrouwen het veld op komt. Dat knaagt, wanneer ik er niet in slaag om dusdanig in diens hoofd te kruipen dat hij vol zelfvertrouwen aantreedt en ontploft. Dat is pas falen.' Zie je je spelers graag? Brys: 'Ja. Dat is een commitment van 24 uur. Een speler mag me met welk probleem ook dag en nacht bellen.' Mag je als trainer sympathie of empathie hebben voor spelers, of beide? Brys: 'Ik wil een goeie relatie met mijn spelers. Ze moeten weten dat ze op mij kunnen rekenen, maar mijn sympathie gaat niet bepalen wie speelt en wie niet. Als het grootste ettertje in een bepaald systeem mijn beste man is, dan speelt die.' Zijn we nog iets vergeten? Brys: 'Ja. Ik kan maar niet genoeg benadrukken hoe belangrijk mijn technische staf is in mijn werk. Ik ben hen enorm dankbaar, maar ik ben ook de spelers dankbaar. Zij zijn de performers, niet wij. Dat mogen we als trainers nooit vergeten.'