De Tijd berekende ooit dat Anderlecht over heel België 1,2 miljoen sympathisanten heeft. De ramingen over het aandeel Brusselse fans lopen uiteen van 8 tot 10 procent. Bitter weinig voor een club die kan vissen in een vijver met 1,2 miljoen inwoners.

Al heeft dat ook historische redenen: een echte Brusselaar gaat niet naar Anderlecht. Tot de jaren veertig was Anderlecht pas de derde club van de stad na Union en Daring. Er werd zelfs neergekeken op het stamnummer 35.

Vlamingen daarentegen vonden wel vlot de weg naar de Théo Verbeecklaan. Voor mensen uit Halle, Ninove en Dilbeek was Anderlecht het eerste wat ze tegenkwamen als ze naar Brussel trokken.

'Veel mensen maken dezelfde denkfout', zegt perswoordvoerder David Steegen. 'Anderlecht ligt in de hoofdstad van België, maar onze identiteit overstijgt de regio en zelfs het land. We zijn geen regionale club en ook geen stadsclub.

'We zouden kunnen onderzoeken waar onze supporters wonen, maar dat heeft nul komma nul belang. Iemand die zegt dat er te weinig Brusselaars in ons stadion zitten, heeft een punt. Toch stel ik mij een vraag: wat is een Brusselaar? Brussel is een stad waar het een komen en gaan is van mensen. Het zit zo complex in elkaar om het woord Brusselaar in een simpele definitie te gieten. We zijn Zinnekes. Brusselaars komen van overal.

'En Coucke beseft dat hij de Brusselse eigenheid moet respecteren. Dat hij naast Pierre Kompany in de eretribune zit, bewijst dat hij de Brusselse verankering hoog in het vaandel draagt.'

Een van de speerpunten van het beleid van Marc Coucke is de Brusselaar naar het stadion krijgen. De selfmade miljonair won advies in bij Brusselaar Alain Courtois - in 2002 was de politicus enkele maanden general manager op Anderlecht - om inzicht te krijgen in het onderwerp.

'Coucke erkent dat er iets fout loopt', zegt Courtois. 'Mocht hij daar niet mee bezig zijn, dan zat Anderlecht echt met een probleem. Hij stelt zich de juiste vragen en wil er iets aan doen. Hij bekijkt de kwestie met de ogen van een businessman. Hij heeft een product en hij zoekt manieren om zijn product ook elders te kunnen verkopen. Om je product aan de man te kunnen brengen, moet je je consument kennen. In het geval van Anderlecht moet de club investeren in jonge gastjes van 8, 9 en 10 jaar. Je moet hen zin geven om voor Anderlecht te supporteren. En: je moet vooral de ouders mee krijgen. Vroeger was het papa die zijn kroost meenam naar het stadion en zo zijn liefde voor een club doorgaf.'

Op zoek naar een nieuwe identiteit

Lees de volledige reportage in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 31 oktober.

De Tijd berekende ooit dat Anderlecht over heel België 1,2 miljoen sympathisanten heeft. De ramingen over het aandeel Brusselse fans lopen uiteen van 8 tot 10 procent. Bitter weinig voor een club die kan vissen in een vijver met 1,2 miljoen inwoners. Al heeft dat ook historische redenen: een echte Brusselaar gaat niet naar Anderlecht. Tot de jaren veertig was Anderlecht pas de derde club van de stad na Union en Daring. Er werd zelfs neergekeken op het stamnummer 35. Vlamingen daarentegen vonden wel vlot de weg naar de Théo Verbeecklaan. Voor mensen uit Halle, Ninove en Dilbeek was Anderlecht het eerste wat ze tegenkwamen als ze naar Brussel trokken. 'Veel mensen maken dezelfde denkfout', zegt perswoordvoerder David Steegen. 'Anderlecht ligt in de hoofdstad van België, maar onze identiteit overstijgt de regio en zelfs het land. We zijn geen regionale club en ook geen stadsclub. 'We zouden kunnen onderzoeken waar onze supporters wonen, maar dat heeft nul komma nul belang. Iemand die zegt dat er te weinig Brusselaars in ons stadion zitten, heeft een punt. Toch stel ik mij een vraag: wat is een Brusselaar? Brussel is een stad waar het een komen en gaan is van mensen. Het zit zo complex in elkaar om het woord Brusselaar in een simpele definitie te gieten. We zijn Zinnekes. Brusselaars komen van overal. 'En Coucke beseft dat hij de Brusselse eigenheid moet respecteren. Dat hij naast Pierre Kompany in de eretribune zit, bewijst dat hij de Brusselse verankering hoog in het vaandel draagt.'Een van de speerpunten van het beleid van Marc Coucke is de Brusselaar naar het stadion krijgen. De selfmade miljonair won advies in bij Brusselaar Alain Courtois - in 2002 was de politicus enkele maanden general manager op Anderlecht - om inzicht te krijgen in het onderwerp. 'Coucke erkent dat er iets fout loopt', zegt Courtois. 'Mocht hij daar niet mee bezig zijn, dan zat Anderlecht echt met een probleem. Hij stelt zich de juiste vragen en wil er iets aan doen. Hij bekijkt de kwestie met de ogen van een businessman. Hij heeft een product en hij zoekt manieren om zijn product ook elders te kunnen verkopen. Om je product aan de man te kunnen brengen, moet je je consument kennen. In het geval van Anderlecht moet de club investeren in jonge gastjes van 8, 9 en 10 jaar. Je moet hen zin geven om voor Anderlecht te supporteren. En: je moet vooral de ouders mee krijgen. Vroeger was het papa die zijn kroost meenam naar het stadion en zo zijn liefde voor een club doorgaf.'