Het was aan de vooravond van de laatste wedstrijd van Anderlecht in de Champions League op Celtic Glasgow, nu iets meer dan een jaar geleden. Voor het traditioneel diner had de club zijn partners en pers uitgenodigd, in een zeer statig restaurant, zoals dat bij de stijl van de club hoort. De heerlijkste gerechten kwamen op tafel, overgoten met de meest delicieuze wijnen. Roger Vanden Stock bedacht dat dit allicht de laatste keer zou zijn dat hij als voorzitter de honneurs mocht waarnemen. Het gonsde van de geruchten over de overnemers: van Paul Gheysens tot de steenrijke Rus Alisjer Oesmanov.

Marc Coucke staat bij Anderlecht voor een dilemma

Tijdens een van de speeches die op dat soort gelegenheden worden gehouden, had een journalist, de hoofdredacteur van dit magazine, het over zijn studententijd, in de School voor Journalistiek in Utrecht, in het begin van de jaren zeventig. In het kader van een cursus sportjournalistiek richtte de school een verzoek aan Ajax en Feyenoord of een aantal studenten daar een dag lang een kijkje mochten nemen. Dat bleek, in de Europese glorieperiode van beide clubs, niet mogelijk.

Omdat de docent een goed contact had met de toenmalige trainer George Kessler werd hetzelfde aan Anderlecht gevraagd. Tot verbazing van iedereen zette de club zijn deuren open. Constant Vanden Stock kwam de studenten welkom heten. Hij praatte twee uur lang en schoof dan mee aan voor een lunch. Vervolgens nam hij iedereen mee naar zijn brouwerij en deed daar zelf een rondleiding. Zoveel medewerking, zoveel hartelijkheid, de studenten wisten niet wat hen overkwam.

Zo werd het verteld, aan tafel, daar in Glasgow, terwijl buiten de stad baadde in het licht van de naderende kerstsfeer wat voor een zeer melancholieke stemming zorgde. Roger Vanden Stock was zichtbaar ontroerd. Dat familiale, die welwillendheid, zo bedacht hij, die moet ook in de toekomst blijven.

Straks is het één jaar geleden dat Marc Coucke bij Anderlecht binnenstapte en het stof dat in sommige geledingen over de Brusselse club hing moest wegblazen. Op een persconferentie benadrukte hij, twee maanden voor hij definitief de macht overnam, openlijk de nood aan modernisering, terwijl manager Herman Van Holsbeeck in een hoekje sip toekeek. Het was een veelzeggend beeld.

Veel, heel veel is er sindsdien veranderd. Marc Coucke omringde zich met mensen die hij vertrouwt, maar was niet bang om die op een zijspoor te zetten als ze niet voldeden. Hij lichtte de club in al zijn geledingen door, frappeerde door zijn commerciële flair, maar bleek ook een wandelend woelwater. Dat zorgde voor interne onrust. En onzekerheid.

Vanuit zijn competitiedrang wilde Marc Coucke, bij wie het ondernemen in het bloed zit, voor het allerhoogste gaan. Die weg is nog lang. Hoe je een club ook probeert te verpakken, welke boodschappen je verkondigt en welke correcties je aanbrengt, uiteindelijk ligt de waarheid alleen op het veld.

Anderlecht trok tijdens deze voetbaljaargang veertien nieuwe spelers aan. Dat de transferpolitiek niet echt geslaagd is, versnelde de doorstroming van enkele jongeren. Dat is de grote winst van dit seizoen: dat het eigen patrimonium opnieuw werd ontdekt. En eigenlijk was dat de bedoeling van Coucke, maakte dat deel uit van zijn businessmodel: jonge spelers in de A-kern opnemen en ze met winst verkopen. Ook op die manier wilde hij de club rendabel maken.

Het is de vraag wat er nu tijdens de komende mercato gaat gebeuren. Er wordt flink geschreeuwd om versterking. Ook al zullen nieuwe spelers de jeugd remmen. Benieuwd hoe Marc Coucke met dit dilemma omgaat. Zeker in een tijd dat de invloed van makelaars moet worden teruggeschroefd. Hoe het sportieve organigram intussen is ingevuld, die sportieve lijn gaat hij en alleen hij bepalen. En niemand anders.

Het was aan de vooravond van de laatste wedstrijd van Anderlecht in de Champions League op Celtic Glasgow, nu iets meer dan een jaar geleden. Voor het traditioneel diner had de club zijn partners en pers uitgenodigd, in een zeer statig restaurant, zoals dat bij de stijl van de club hoort. De heerlijkste gerechten kwamen op tafel, overgoten met de meest delicieuze wijnen. Roger Vanden Stock bedacht dat dit allicht de laatste keer zou zijn dat hij als voorzitter de honneurs mocht waarnemen. Het gonsde van de geruchten over de overnemers: van Paul Gheysens tot de steenrijke Rus Alisjer Oesmanov. Tijdens een van de speeches die op dat soort gelegenheden worden gehouden, had een journalist, de hoofdredacteur van dit magazine, het over zijn studententijd, in de School voor Journalistiek in Utrecht, in het begin van de jaren zeventig. In het kader van een cursus sportjournalistiek richtte de school een verzoek aan Ajax en Feyenoord of een aantal studenten daar een dag lang een kijkje mochten nemen. Dat bleek, in de Europese glorieperiode van beide clubs, niet mogelijk. Omdat de docent een goed contact had met de toenmalige trainer George Kessler werd hetzelfde aan Anderlecht gevraagd. Tot verbazing van iedereen zette de club zijn deuren open. Constant Vanden Stock kwam de studenten welkom heten. Hij praatte twee uur lang en schoof dan mee aan voor een lunch. Vervolgens nam hij iedereen mee naar zijn brouwerij en deed daar zelf een rondleiding. Zoveel medewerking, zoveel hartelijkheid, de studenten wisten niet wat hen overkwam. Zo werd het verteld, aan tafel, daar in Glasgow, terwijl buiten de stad baadde in het licht van de naderende kerstsfeer wat voor een zeer melancholieke stemming zorgde. Roger Vanden Stock was zichtbaar ontroerd. Dat familiale, die welwillendheid, zo bedacht hij, die moet ook in de toekomst blijven. Straks is het één jaar geleden dat Marc Coucke bij Anderlecht binnenstapte en het stof dat in sommige geledingen over de Brusselse club hing moest wegblazen. Op een persconferentie benadrukte hij, twee maanden voor hij definitief de macht overnam, openlijk de nood aan modernisering, terwijl manager Herman Van Holsbeeck in een hoekje sip toekeek. Het was een veelzeggend beeld. Veel, heel veel is er sindsdien veranderd. Marc Coucke omringde zich met mensen die hij vertrouwt, maar was niet bang om die op een zijspoor te zetten als ze niet voldeden. Hij lichtte de club in al zijn geledingen door, frappeerde door zijn commerciële flair, maar bleek ook een wandelend woelwater. Dat zorgde voor interne onrust. En onzekerheid. Vanuit zijn competitiedrang wilde Marc Coucke, bij wie het ondernemen in het bloed zit, voor het allerhoogste gaan. Die weg is nog lang. Hoe je een club ook probeert te verpakken, welke boodschappen je verkondigt en welke correcties je aanbrengt, uiteindelijk ligt de waarheid alleen op het veld. Anderlecht trok tijdens deze voetbaljaargang veertien nieuwe spelers aan. Dat de transferpolitiek niet echt geslaagd is, versnelde de doorstroming van enkele jongeren. Dat is de grote winst van dit seizoen: dat het eigen patrimonium opnieuw werd ontdekt. En eigenlijk was dat de bedoeling van Coucke, maakte dat deel uit van zijn businessmodel: jonge spelers in de A-kern opnemen en ze met winst verkopen. Ook op die manier wilde hij de club rendabel maken. Het is de vraag wat er nu tijdens de komende mercato gaat gebeuren. Er wordt flink geschreeuwd om versterking. Ook al zullen nieuwe spelers de jeugd remmen. Benieuwd hoe Marc Coucke met dit dilemma omgaat. Zeker in een tijd dat de invloed van makelaars moet worden teruggeschroefd. Hoe het sportieve organigram intussen is ingevuld, die sportieve lijn gaat hij en alleen hij bepalen. En niemand anders.