'In Schaarbeek? Daar heb ik nog les gegeven. Niet zo simpel, hé jongen', zegt Marcel Vets wanneer hij voor de zoveelste keer bezoek ontvangt en informeert waar zijn gesprekspartner tegenwoordig uithangt. 'Kom maar naar Kessel', was zijn standaard antwoord op de vraag of hij even tijd kon maken voor een interview. Tussendoor mochten jonge spelers hem altijd aanklampen. Hij gaf hen dan raad: 'Eerst doen wat je moet doen, en daarna wat je graag doet', is een mantra dat een aantal generaties mee kreeg.
...

'In Schaarbeek? Daar heb ik nog les gegeven. Niet zo simpel, hé jongen', zegt Marcel Vets wanneer hij voor de zoveelste keer bezoek ontvangt en informeert waar zijn gesprekspartner tegenwoordig uithangt. 'Kom maar naar Kessel', was zijn standaard antwoord op de vraag of hij even tijd kon maken voor een interview. Tussendoor mochten jonge spelers hem altijd aanklampen. Hij gaf hen dan raad: 'Eerst doen wat je moet doen, en daarna wat je graag doet', is een mantra dat een aantal generaties mee kreeg.Voor Lierse bracht hij liefst 82 jongens uit de eigen jeugd naar het eerste elftal, in eerste of tweede klasse. Dat is een gemiddelde van 2,4 per seizoen. Elf van hen werden later Rode Duivel, met dank aan Marcel.De landstitel in 1997 was voor de jeugdwerking van Lierse de kers op de taart. Van de 25 kernspelers kwamen er liefst 14 uit eigen rangen. In de voorlaatste match van het kampioenenjaar, thuis tegen Genk, kwamen zes jeugdproducten aan de aftrap en vielen er twee in.Straffe kost, zou men dat vandaag noemen. Het was de legendarische voorzitter Bob Quisenaerts die Vets in 1976 naar het Lisp haalde met de vraag om de reserven te trainen. Bijna had hij tien jaar eerder de vorige titel als speler kunnen mee beleven, maar dat ging niet door, omdat zijn toenmalige club Berchem Sport een bedrag vroeg dat Lierse niet kon betalen: 30.000 euro ofte 1,2 miljoen Belgische frank. Vets werd één keer opgeroepen voor de Rode Duivels maar moest afhaken met geelzucht.Op de vraag van Quisenaerts stelde Vets voor om de reserven aan iemand anders toe te vertrouwen en een jeugdwerking op te zetten, want die was er amper. Hij bouwde dat van onder uit.'Mijn visie baseerde ik op mijn onderwijservaringen: het kind moet gefascineerd zijn, naar je opkijken. In onze toverdrank zitten discipline, streng maar rechtvaardig zijn, correct en menselijk. Het kind komt altijd op de eerste plaats, moet altijd positief benaderd worden, nooit afgebroken', legde hij uit na de landstitel in 1997, toen de champagnegeur nog in Lier hing. 'Jonge voetballertjes zijn in de eerste plaats kinderen. je kan er geen jonge profjes van maken, want profvoetballer is een beroep en kinderen kunnen geen beroep hebben. Wij werken ook niet met nummers, we hebben geen viertjes en achtjes. Kinderen zijn voor mij nooit een nummer.'De enige waardemeter voor jeugdwerk bij een club vond hij: hoeveel spelen er in het eerste elftal? De eerste afgewerkte jeugdproducten onder zijn leiding waren Alain Van Baekel en Marc Mertens. Nico Van Kerckhoven was de volgende (Erwin Vanden Bergh en Jan Ceulemans waren toen al weg).Er kwamen nog bekende namen bij: Gert Verheyen, Frank Dauwen, Bob Peeters, Ives Serneels, Carl Hoefkens, Jurgen Cavens, Stein Huysegems, Franky Frans en Matz Sels. Toen die laatste bij de A-kern op een zijspoor gezet werd omdat hij geen nieuw contract wilde tekenen, ving Vets hem op Kessel op en zorgde dat hij daar met de jeugdcoaches kon trainen. Al zijn spelers waren en bleven levenslang 'zijn' kinderen.Soms werden jeugdtalenten weggepikt nog voor ze op het Lisp het eerste elftal haalden. Urbain Haesaert overhaalde Mats Rits om naar Germinal Beerschot te trekken dat een ander soort voetbal speelde. Een jaar eerder was, toen Lierse op de rand van het failliet stond, Romelu Lukaku met zijn broer Jordan naar Anderlecht getrokken. Dat dezen ze samen met Dirk Gyselinck, Vets' rechterhand die vorig jaar na tien jaar Anderlecht terugkeerde en Vets' werk verderzet. Na het failliet moest de jeugdopleiding op Kessel, waar Vets nog wel eens langskwam (ook toen hij al aan Alzheimer leed), helemaal van nul opgestart worden. Zou het een idee zijn om Kessel straks het Marcel Vets complex te noemen? Zelf zou hij zijn hoofd geschud hebben, want eer, roem en bekendheid zocht hij niet. 'Onze jonge voetballertjes gelukkig zien en zien groeien als speler en als mens, dat is wat me voldoening geeft', glimlachte hij vaak.