Mats Rits beleefde vorige week woensdag een primeur: voor het eerst moest hij in Brugge vanaf de bank toekijken hoe zijn ploegmaats het deden. Marvelous Nakamba nam zijn plaats in en dat was niet geheel onverwacht na een reeks mindere resultaten van de ploeg. Na wat opmerkingen na het gelijkspel tegen Waasland- Beveren had Rits zelf al gevraagd om de wedstrijd op een stick te zetten, zodat hij die thuis nog eens opnieuw kon bekijken. Er was immers wat commentaar gekomen, niet alleen op zijn functioneren, ook op dat van de ploeg. En omdat je de wedstrijd op het veld soms anders beleeft, wilde Rits een en ander checken.
...

Mats Rits beleefde vorige week woensdag een primeur: voor het eerst moest hij in Brugge vanaf de bank toekijken hoe zijn ploegmaats het deden. Marvelous Nakamba nam zijn plaats in en dat was niet geheel onverwacht na een reeks mindere resultaten van de ploeg. Na wat opmerkingen na het gelijkspel tegen Waasland- Beveren had Rits zelf al gevraagd om de wedstrijd op een stick te zetten, zodat hij die thuis nog eens opnieuw kon bekijken. Er was immers wat commentaar gekomen, niet alleen op zijn functioneren, ook op dat van de ploeg. En omdat je de wedstrijd op het veld soms anders beleeft, wilde Rits een en ander checken. Nu is het zaak om terug te vechten. Rits: ' Naka heeft zijn strepen verdiend op basis van vorig seizoen. Die concurrentie is er, dat weet je wanneer je naar hier komt. Als Naka mij uit de ploeg duwt, zal ik zeker teleurgesteld zijn, maar dan kijk ik nu al uit naar de volgende wedstrijd.' Met teleurstellingen kan hij omgaan. Zijn troost: zijn eerste maanden bij Brugge waren goed, beter dan verwacht zelfs. Toen Club hem haalde, was dat in eerste instantie met het oog op één van de twee aanvallende posities op het middenveld. Als back-up voor Ruud Vormer of HansVanaken, want 'Ruud of Hans uit de ploeg spelen... Ik wist dat dat niet zou gebeuren.' Tijdens de voorbereiding waren dat ook de posities waarop hij zich moest richten. Tot Nakamba geblesseerd uitviel en hij op de positie van verdedigende middenvelder belandde. Rits: 'Ruud kon daar ook spelen, maar het meest logische was dat hij op zijn beste positie bleef staan. In de laatste week van de voorbereiding hebben we het dus op deze manier ingevuld.' Voor Rits was het nieuw. 'In Mechelen heb ik overal wel gespeeld, maar nooit alleen op zes. Als we 4-4-2 speelden, stonden we met twee in het midden. En toen we een tijd speelden zoals Club nu voetbalt, was ik één van de twee voorsten. Alleen op zes was nieuw, maar uiteindelijk zit ik al zolang in het voetbal en heb ik hier mijn jeugdopleiding gehad - dan ben je tactisch wel goed geschoold, denk ik. Misschien meer dan wanneer je van elders komt. Ik had er vertrouwen in dat het wel zou lukken.' De troeven van Nakamba zijn: elektriciteit in de duels en het opjagen van de man in balbezit. Zijn probleem: minder oog voor wat in zijn rug gebeurt, soms iets te veel doordekken of zich laten meelokken naar de flanken. Rits kent die gevaren: 'Wat een zes moet doen, hangt wat af van de tegenstander en tegen welk systeem je voetbalt. Een zes is soms een balafpakker en iemand die er de tegenaanval uit moet halen, maar in bepaalde wedstrijden kom je in de opbouw ook heel veel zelf aan de bal. Dan helpt het ook dat je, zoals ik, bent opgeleid als spelverdeler, de nummer tien. Een van mijn betere kwaliteiten is, denk ik, mijn infiltratie. Maar dat kan niet op die positie. Soms zie ik ruimtes, maar denk ik: stop, je positie is voor de verdediging, je bent een slot op de deur dus je moet daar blijven. Dat heb ik er vrij snel voor mezelf ingepeperd. Het is me ook duidelijk gezegd. Ivan Leko vraagt van een zes dat hij het simpel houdt. Geen acties maken, maar in twee, drie tijden de bal verleggen, tien, twintig meter. Dat niet laten weglokken, vind ik moeilijk. En ook: je moet constant kijken naar wat er in je rug gebeurt om daarop te anticiperen. Makkelijker is doordekken en de man voor u aanvallen, zeker als die met de rug naar jou staat.' Toen Nakamba weer fit was, bleef Rits staan, ze waren in Brugge tevreden over hun nieuweling. Tot hij woensdag dan toch eens werd gewisseld. 'Ik ben heel blij tot dusver met mijn wedstrijden in Brugge. Ik heb meer gespeeld dan ik verwachtte, véél meer, én ik heb in die wedstrijden kunnen tonen dat ik hier mijn plaats heb. Voor een nieuwe speler is dat belangrijk.' Een vorig moeilijk moment was de - inmiddels veelbesproken - degradatie met Malinwa. Rits had die niet zien aankomen. 'We kwamen van een topjaar waarin we altijd POI moesten halen, maar die net misten. Alles zat toen goed: goeie prestaties, duidelijk systeem, een fantastisch jaar. Maar toen vorig seizoen begon, kantelden een aantal wedstrijden in ons nadeel. Andere jaren hadden we maar één kans nodig voor een goal, nu ging het telkens verkeerd. Zulte Waregem maakt dat nu ook mee, denk ik. Die wedstrijd laatst in Charleroi... Typisch. En triest. Het enige wat je kan doen, is hard werken. Dat hebben we intern zeker 100.000 keer gezegd. Om het plat te zeggen: het gras opfretten en gaan. Eventueel een slechte bal geven, maar wél je kop ervoor leggen. Dat moet altijd, maar op zo'n moment nog tien procent meer. En dan is het kut dat het uiteindelijk toch niet lukt. Te weinig kwaliteit? Ik weet dat niet. Iedereen zei altijd: we hebben een betere ploeg dan het seizoen voordien. Ik zou dat niet zeggen, maar véél slechter was ze niet. Ik kan écht geen uitleg geven voor het verschil tussen POI en zakken. Veel komt gewoon samen: neerwaartse spiraal, een paar keer pech, wat minder vertrouwen...' En dan mis je nog een strafschop op een cruciaal moment. Rits: 'Ja. Een heel moeilijke periode. Sommige supporters waren daar niet gelukkig mee en dat begrijp ik. Mechelen is de club van hun hart. Maar voor mij was het zeker even zuur. Door veel randomstandigheden moest ik die strafschop nemen. Er waren verschillende mensen aangeduid, maar een paar zaten al op de bank en op een ander was de overtreding gemaakt; een ongeschreven regel is dat diegene de penalty niet neemt. Uiteindelijk heb ik de verantwoordelijkheid genomen. En dan pakt de keeper 'm.' Inmiddels haalde die degradatie weer het nieuws. Zijn zaakwaarnemer zit nu in de cel. Hij wil daar liever niet over praten, maar toch dit: is hij nu gedegouteerd door het voetbal? Rits: 'Gedegouteerd niet. Geschrokken wél. In elke zakelijke tak - en dat is voetbal ook - gebeuren dingen die niet mogen en dat is hier ook zo. Ik ben inmiddels al gecontacteerd door andere makelaars, ja. Op zich is daar niks mis mee. De ene zijn dood is de ander zijn brood. Klink ik cynisch? Ik had gewoon verwacht dat dat zou gebeuren.' Na de degradatie stopte KV Mechelen vrij snel met trainen, al op 28 maart. Vervolgens moest Rits de dagen zelf invullen. 'In het weekend nam ik twee vrije dagen, zoals elke werkende mens, en tijdens de week ging ik trainen. Individueel. 's Morgens lopen, een vast toertje van een kilometer of twaalf en daarna naar de kinesisten van Kave, bij Bart en Dieter. We hadden van Mechelen een schema meegekregen waarin de eerste twee weken rust was opgenomen, maar dat heb ik niet gedaan. Niks doen, zag ik echt niet zitten. Ik was niet met vakantie, mijn vriendin werkte, mijn vrienden ook. Ik zat echt helemaal alleen. Dus ging ik maar lopen en de hele tijd nadenken. Thuis zit je alleen, lopen doe je alleen... ( lacht) Mijn basisconditie is wel vooruit gegaan in die periode. Dat bleek uit de fysieke testen hier.' Op zijn 25e lijkt hij dan bereikt te hebben wat hij op zijn zestiende bij zijn debuut voor Beerschot in eerste klasse (met direct twee goals) beloofde: voetballer bij een topclub worden. 'Ik vind dat een moeilijke. Bij een debuut op je zestiende komt er zoveel op je af. Ik ben naar boven gegaan, dan weer naar beneden en terug omhoog. Maar wie op zijn negentiende van Ajax naar KV Mechelen gaat, kan niet zeggen: en nu kijken we weer naar boven! Je moet eerst je eigen niveau bevestigen, tonen dat je belangrijk kunt zijn voor de ploeg, voor je maar kan denken aan een andere club. Ik heb eerst mijn plaats ingenomen en proberen te bevestigen. En als er dan een kans komt, na een aantal jaren, pak je die. Ik ben blij dat ik nu bij Club Brugge voetbal en Champions League speel.' 'Kijk eens naar deze kleedkamer', zegt hij dan. 'Nagenoeg iedereen heeft bij wijze van spreken al eens in de vuilbak gezeten. Waar het om gaat is: hoe kom je daar terug uit? Als je jong bent denk je: overkomt dat nu alleen mij? Je bent kwaad op anderen, en soms ook op jezelf. Ook dit seizoen heb ik al gebeld met mijn papa, dat het té matig was. Dat moet je kunnen zeggen. 'Vanaf mijn 22e voelde ik dat ik een degelijk niveau aan kon en een goed seizoen kon spelen. Soms had ik nog mindere matchen, maar daarin deed ik nog altijd mijn taak en was het spel nog wel oké. Vroeger zou dat niet zo zijn geweest; dan zou ik de boel hebben willen forceren. Ze zeggen dan: je bent jong en onbezonnen, en ergens ís dat ook zo. Heeft dat een stuk met je lichaam te maken? Ja, wellicht. Ben je dan een laatbloeier? Dat vind ik overdreven, je bent tenslotte nog maar 21, 22. De jongens die op 16 tot 18 fysiek al helemaal klaar zijn, vormen de uitzonderingen. Vaak zijn dat de Afrikaanse types. En dat ben ik duidelijk niet. ( lacht) Later wordt het wat makkelijker om met mindere momenten om te gaan, omdat je ze kent. Je wordt daar rustiger in. Hoe diep je nog valt, hangt dan wel af van je persoonlijkheid, denk ik. Ik ben over het algemeen een positieve jongen. Een negatieve jongen valt misschien dieper in de put. 'Waar je op zulke momenten baat bij hebt, is voor iedereen persoonlijk. Ik heb altijd veel gehad aan de familie, de vriendin, vrienden... Daar dingen mee doen en het voetbal even van je afzetten. Als ik op zulke momenten iets met hen ga eten, gaat het niet veel over voetbal. Dan wordt de geest frisser. En verder moet je hard werken. Als je morgen niet meer speelt, moet je niet ineens de fitness laten schieten of geen verzorging meer nemen. Juist dan moet je nog eens extra gaan lopen, omdat je minder speelt.' Of Rits nu beter begrijpt waarom sommige trainers hem er destijds naast zetten: 'Soms wel, soms niet. Dat Jos Daerden het bij Beerschot geregeld deed, kan ik nu beter snappen. Je wil altijd spelen, zelfs op je zestiende bij een ploeg die in een moeilijke periode zit. Maar ik begrijp nu dat een coach dat risico niet altijd wilde nemen. Want op dat moment ben je dat: een risico. En later... Ik heb er geen problemen mee wanneer de coach kan verwoorden wat je niet goed doet in zijn ogen. Als je maar weet waaraan je moet werken. Je hoeft het niet altijd eens te zijn met de kritiek, maar je moet wel wéten waar je in de ogen van de coach tekort schiet.'