1&2. Wat heeft u verrast en wat leert deze crisis u met betrekking tot de toekomst van het Belgisch voetbal?

'Mijn taak is net me niet te laten verrassen door welke reactie dan ook. Deze crisis zal niet alleen een impact hebben op ons voetbal, maar op de hele samenleving. Neem bijvoorbeeld onze stadions: hoe gaan we straks naar een wedstrijd kunnen gaan? Met een mondmasker? Vroeger lachte men met Aziaten die dat deden, nu is daar al meer begrip voor. Het kan dat het zo ver komt, omdat een stadion een broeihaard van besmetting kan zijn waarbij duizenden ineens besmet geraken.'

3. Is 24 profclubs in België te veel en moeten we terug naar meer semiprofclubs?

'Als je zoals nu vaststelt dat veel clubs een tekort hebben, is er een probleem. Ik wacht op een grondige analyse die leert waar het probleem zit: zijn er te veel profclubs voor deze economische ruimte of worden sommige clubs slecht geleid? Semiprofvoetbal vind ik een goeie tussenstap. Op die manier is een club als Deinze vandaag aan zijn licentie geraakt. Daarom ben ik ook tegen het plan om 1A uit te breiden tot 18 of 20 clubs en 1B als tussenstap te elimineren. Als je meteen de sprong moet maken van de amateurreeks naar 1A ga je opnieuw alle problemen zien die we in het verleden kenden, toen de clubs uit tweede klasse vaak economisch kwetsbaar waren en tot elke prijs uit die reeks weg wilden, en daarom soms onverantwoorde risico's namen op financieel vlak. Door kost wat kost te willen promoveren, belandden sommige clubs in verkeerde handen, dat leidde soms tot hun verdwijning toen die leiders hun sportief doel niet bereikten.'

4. Moeten er in de Pro League, zoals in Duitsland, onafhankelijke mensen de leiding in handen krijgen?

'Uiteraard zou dat beter zijn. Maar we hebben dat al eens geprobeerd en uiteindelijk was de conclusie dat men altijd een compromis komt dat meer belanghebbenden tevreden stelt wanneer de clubs mee aan tafel zitten. Het beste bewijs was het besluit van de raad van bestuur van de Pro League vorige week, dat unaniem gesteund werd ondanks de persoonlijke meningsverschillen.'

1&2. Wat heeft u verrast en wat leert deze crisis u met betrekking tot de toekomst van het Belgisch voetbal?'Mijn taak is net me niet te laten verrassen door welke reactie dan ook. Deze crisis zal niet alleen een impact hebben op ons voetbal, maar op de hele samenleving. Neem bijvoorbeeld onze stadions: hoe gaan we straks naar een wedstrijd kunnen gaan? Met een mondmasker? Vroeger lachte men met Aziaten die dat deden, nu is daar al meer begrip voor. Het kan dat het zo ver komt, omdat een stadion een broeihaard van besmetting kan zijn waarbij duizenden ineens besmet geraken.'3. Is 24 profclubs in België te veel en moeten we terug naar meer semiprofclubs?'Als je zoals nu vaststelt dat veel clubs een tekort hebben, is er een probleem. Ik wacht op een grondige analyse die leert waar het probleem zit: zijn er te veel profclubs voor deze economische ruimte of worden sommige clubs slecht geleid? Semiprofvoetbal vind ik een goeie tussenstap. Op die manier is een club als Deinze vandaag aan zijn licentie geraakt. Daarom ben ik ook tegen het plan om 1A uit te breiden tot 18 of 20 clubs en 1B als tussenstap te elimineren. Als je meteen de sprong moet maken van de amateurreeks naar 1A ga je opnieuw alle problemen zien die we in het verleden kenden, toen de clubs uit tweede klasse vaak economisch kwetsbaar waren en tot elke prijs uit die reeks weg wilden, en daarom soms onverantwoorde risico's namen op financieel vlak. Door kost wat kost te willen promoveren, belandden sommige clubs in verkeerde handen, dat leidde soms tot hun verdwijning toen die leiders hun sportief doel niet bereikten.'4. Moeten er in de Pro League, zoals in Duitsland, onafhankelijke mensen de leiding in handen krijgen?'Uiteraard zou dat beter zijn. Maar we hebben dat al eens geprobeerd en uiteindelijk was de conclusie dat men altijd een compromis komt dat meer belanghebbenden tevreden stelt wanneer de clubs mee aan tafel zitten. Het beste bewijs was het besluit van de raad van bestuur van de Pro League vorige week, dat unaniem gesteund werd ondanks de persoonlijke meningsverschillen.'