De bekerfinale van 1977, tussen Anderlecht en Club Brugge, wordt algemeen aanzien als de beste uit de geschiedenis. Het was een zwoele zondagnamiddag, bekerfinales werden vroeger altijd 's namiddags gespeeld, als afsluiter van het seizoen.

Zo ook op 12 juni 1977. Club boog na een spektakelstuk een 1-3-achterstand om in een 4-3 overwinning en de illustere trainer Ernst Happel ging na de wedstrijd voor de eerste keer in zijn loopbaan op de schouders van zijn spelers.

De lange Brit Roger Davies, net eerder aangetrokken, maakte twee goals, tot verbazing van Happel die hem eigenlijk niet wilde. 'Ik heb een voetballer nodig, wat moet ik met een basketter', had hij aan het bestuur gevraagd.

Lees verder onder de foto

Ernst Happel, Getty Images/iStock
Ernst Happel © Getty Images/iStock

Club Brugge was het ook dat voor de grootste afstraffing in een bekerfinale zorgde. Dat was in 1970 tegen de toenmalige tweedeklasser Daring Molenbeek, in 1973 gefusioneerd met Racing White in het huidige RWDM. Bij Daring was de Roemeen Norberto Höfling trainer. Die had Club twee jaar eerder naar zijn eerste van in totaal elf bekeroverwinningen geleid.

Höfling, die Club in 1959 naar eerste klasse bracht en daar de wieg legde voor het professionalisme, was een onvoorspelbare en ondoorgrondelijke trainer die zich niet schroomde voor sterke uitspraken. Hij noemde ooit 95 procent van de voetballers dom omdat ze met hun hoofd naar de bal voetbalden terwijl echte toppers het hoofd rechtop houden en zo veel gemakkelijker naar de ruimte kunnen zoeken.

Höfling was heilig overtuigd van zijn werkwijze en sloot nooit compromissen. Dat zouden ze ook bij Daring ervaren. De ploeg begon met ambitie aan de bekerfinale want net voordien werden bij FC Köln de flankaanvallers Karl-Heinz Rühl en Heinz Hornig aangetrokken, twee zeer opmerkelijke transfers van gelouterde spel.

Norberto Höfling, die droomde van een op techniek geschoeid spel en voetbal beschouwde als een kunstvorm, had vaak speciale ingevingen. Zo ook op de dag van de finale. Het was die namiddag bloedheet. Op een geheimzinnige manier zei Höfling zijn spelers dat hij een wondermiddel had gevonden: ze moesten net voor de wedstrijd zout eten. Dat zou, aldus Höfling tegen de verbijsterde groep, het vochtverlies beperken.

Iedereen volgde blind zijn advies, maar veel hielp het niet: Daring werd door Club met 6-1 verpletterd. Het is nog altijd het grootste doelpuntenverschil in een bekerfinale. Net zoals zeven doelpunten in een finale een record was. Het werd in 1977 geëvenaard. In de memorabele Club-Anderlecht

De bekerfinale van 1977, tussen Anderlecht en Club Brugge, wordt algemeen aanzien als de beste uit de geschiedenis. Het was een zwoele zondagnamiddag, bekerfinales werden vroeger altijd 's namiddags gespeeld, als afsluiter van het seizoen. Zo ook op 12 juni 1977. Club boog na een spektakelstuk een 1-3-achterstand om in een 4-3 overwinning en de illustere trainer Ernst Happel ging na de wedstrijd voor de eerste keer in zijn loopbaan op de schouders van zijn spelers. De lange Brit Roger Davies, net eerder aangetrokken, maakte twee goals, tot verbazing van Happel die hem eigenlijk niet wilde. 'Ik heb een voetballer nodig, wat moet ik met een basketter', had hij aan het bestuur gevraagd.Lees verder onder de fotoClub Brugge was het ook dat voor de grootste afstraffing in een bekerfinale zorgde. Dat was in 1970 tegen de toenmalige tweedeklasser Daring Molenbeek, in 1973 gefusioneerd met Racing White in het huidige RWDM. Bij Daring was de Roemeen Norberto Höfling trainer. Die had Club twee jaar eerder naar zijn eerste van in totaal elf bekeroverwinningen geleid. Höfling, die Club in 1959 naar eerste klasse bracht en daar de wieg legde voor het professionalisme, was een onvoorspelbare en ondoorgrondelijke trainer die zich niet schroomde voor sterke uitspraken. Hij noemde ooit 95 procent van de voetballers dom omdat ze met hun hoofd naar de bal voetbalden terwijl echte toppers het hoofd rechtop houden en zo veel gemakkelijker naar de ruimte kunnen zoeken. Höfling was heilig overtuigd van zijn werkwijze en sloot nooit compromissen. Dat zouden ze ook bij Daring ervaren. De ploeg begon met ambitie aan de bekerfinale want net voordien werden bij FC Köln de flankaanvallers Karl-Heinz Rühl en Heinz Hornig aangetrokken, twee zeer opmerkelijke transfers van gelouterde spel.Norberto Höfling, die droomde van een op techniek geschoeid spel en voetbal beschouwde als een kunstvorm, had vaak speciale ingevingen. Zo ook op de dag van de finale. Het was die namiddag bloedheet. Op een geheimzinnige manier zei Höfling zijn spelers dat hij een wondermiddel had gevonden: ze moesten net voor de wedstrijd zout eten. Dat zou, aldus Höfling tegen de verbijsterde groep, het vochtverlies beperken. Iedereen volgde blind zijn advies, maar veel hielp het niet: Daring werd door Club met 6-1 verpletterd. Het is nog altijd het grootste doelpuntenverschil in een bekerfinale. Net zoals zeven doelpunten in een finale een record was. Het werd in 1977 geëvenaard. In de memorabele Club-Anderlecht