Sport/Voetbalmagazine verzamelde enkele van de beste vrienden van Vázquez. Verschenen op het appel: Miguel Ramos Prada, Eugenio 'Pitu' Plazuelo Molina (beide ex-Barcelonistas), Javier Calvo Martínez - Kuki voor de vrienden - en Jordi Llorca Sánchez.

'De bijnaam El Gitano heeft natuurlijk te maken met het feit dat hij wat donkerder van huid is, maar voor mij verwees dat vooral naar zijn manier van voetballen', vertelt Pitu. 'Hij was anders dan de rest. Hij speelde straatvoetbal en hij had een soort van ondeugendheid in zijn voetbal die 'normale' spelers niet hebben. Soms wendde hij bijvoorbeeld een blessure voor en terwijl de verdediger dacht dat er hem niks kon overkomen, ging Víctor erachteraan en pakte hem de bal af. Of bij een vrijschop vroeg hij weleens onopvallend aan de scheidsrechter of hij al mocht trappen. De verdediging van de tegenstander was zich dan natuurlijk nog aan het voorbereiden en aan het wachten op het fluitsignaal van de arbiter. Die slimme geniepigheid, dat typeert hem en daarom noemden we hem El Gitano.'

Kuki: 'Zoals in de thuiswedstrijd tegen Anderlecht, toen hij in de laatste minuten de vrijschop al nam terwijl niemand het verwachtte. Hij gaf de bal aan de vrijstaande Ruud Vormer, die dan scoorde. Dat is typisch Víctor.'

Pitu: 'Ook zijn goal tegen Zulte Waregem (het doelpunt met buitenkant rechts dat verkozen werd tot Goal van het Jaar, nvdr) is daar een voorbeeld van. Een andere speler zou daar op dat moment misschien niet aan denken, maar hij wel. Op La Masía maakte hij ook zulke goals, en zelfs nog mooiere.'

Concurrentie met Messi

Pitu speelde in dezelfde jeugdteams als Vázquez, Piqué, Fabregas en Messi. Hij getuigt hoe Vázquez in de jeugdreeksen van Barça eigenlijk de betere van hen allemaal was: "Concurrentie was er volgens mij niet. Víctor stak er in die tijd gewoon bovenuit, Lionel Messi is pas later helemaal ontploft."

'Ze vulden elkaar op het veld goed aan: Víctor was de diepe spits en Messi speelde achter hem. Het waren toen al twee intelligente spelers die wisten dat ze elkaar beter maakten. Ze kwamen ook goed overeen. Dus concurrentie in de zin van 'ik geef je de bal niet omdat ik niet wil dat jij een goal maakt', die was er niet. Het kan wel zijn dat ze onderling om het meest probeerden te scoren, maar goed, daar had dan heel de ploeg voordeel bij.'

Lees het hele interview met de vrienden van Vázquez in Sport/Voetbalmagazine van 20 mei.

Sport/Voetbalmagazine verzamelde enkele van de beste vrienden van Vázquez. Verschenen op het appel: Miguel Ramos Prada, Eugenio 'Pitu' Plazuelo Molina (beide ex-Barcelonistas), Javier Calvo Martínez - Kuki voor de vrienden - en Jordi Llorca Sánchez.'De bijnaam El Gitano heeft natuurlijk te maken met het feit dat hij wat donkerder van huid is, maar voor mij verwees dat vooral naar zijn manier van voetballen', vertelt Pitu. 'Hij was anders dan de rest. Hij speelde straatvoetbal en hij had een soort van ondeugendheid in zijn voetbal die 'normale' spelers niet hebben. Soms wendde hij bijvoorbeeld een blessure voor en terwijl de verdediger dacht dat er hem niks kon overkomen, ging Víctor erachteraan en pakte hem de bal af. Of bij een vrijschop vroeg hij weleens onopvallend aan de scheidsrechter of hij al mocht trappen. De verdediging van de tegenstander was zich dan natuurlijk nog aan het voorbereiden en aan het wachten op het fluitsignaal van de arbiter. Die slimme geniepigheid, dat typeert hem en daarom noemden we hem El Gitano.'Kuki: 'Zoals in de thuiswedstrijd tegen Anderlecht, toen hij in de laatste minuten de vrijschop al nam terwijl niemand het verwachtte. Hij gaf de bal aan de vrijstaande Ruud Vormer, die dan scoorde. Dat is typisch Víctor.'Pitu: 'Ook zijn goal tegen Zulte Waregem (het doelpunt met buitenkant rechts dat verkozen werd tot Goal van het Jaar, nvdr) is daar een voorbeeld van. Een andere speler zou daar op dat moment misschien niet aan denken, maar hij wel. Op La Masía maakte hij ook zulke goals, en zelfs nog mooiere.'Pitu speelde in dezelfde jeugdteams als Vázquez, Piqué, Fabregas en Messi. Hij getuigt hoe Vázquez in de jeugdreeksen van Barça eigenlijk de betere van hen allemaal was: "Concurrentie was er volgens mij niet. Víctor stak er in die tijd gewoon bovenuit, Lionel Messi is pas later helemaal ontploft." 'Ze vulden elkaar op het veld goed aan: Víctor was de diepe spits en Messi speelde achter hem. Het waren toen al twee intelligente spelers die wisten dat ze elkaar beter maakten. Ze kwamen ook goed overeen. Dus concurrentie in de zin van 'ik geef je de bal niet omdat ik niet wil dat jij een goal maakt', die was er niet. Het kan wel zijn dat ze onderling om het meest probeerden te scoren, maar goed, daar had dan heel de ploeg voordeel bij.'Lees het hele interview met de vrienden van Vázquez in Sport/Voetbalmagazine van 20 mei.