Jean-Paul De Bruyne was een talentvolle doelman. Hij speelde tussen 1981 en 1986 voor KFC Winterslag. Er was geregeld interesse voor deze keeper die alle onderdelen van het vak beheerste. Maar hij wees alle aanbiedingen af en verkoos de zorg voor zijn hulpbehoevende ouders boven het grote geld.

De Bruyne was een goedlachse en uitbundige doelman die na gewonnen wedstrijden op tafel stond te dansen. Hij leefde op een speciale manier naar de matchen toe. Althans naar de thuiswedstrijden. Omdat Winterslag zich niet in het stadion, maar aan de overkant van de straat opwarmde, kocht hij aan een kraampje een hotdog en stapte daarmee door de spelerstunnel het veld op. Net voor hij in zijn doel kwam had hij de hotdog opgegeten; Het was telkens weer een vreemd zicht.

Winterslag, dat in 1988 samensmolt met Waterschei in KRC Genk, was een speciale club. Het speelde ooit voor 18.000 toeschouwers een derby tegen Waterschei, in het stadion aan de Noordlaan. In deze primitieve accommodatie kwam het vooral op strijdlust aan. Winterslag heette een arme club te zijn. De kleedkamers waren maar vier op vier meter groot. In dit stadion begon Robert Waseige in 1971 aan zijn trainerscarrière. Hij werkte met een aantal spelers die overdag in de mijn aan de slag waren. Zij kwamen soms met een zwart gezicht trainen. Winterslag kreeg dan ook een toepasselijke bijnaam: de Vieze Mannen. Die werden door alle tegenstanders gevreesd. Zeker als de wedstrijden in de regen werden gespeeld. Dan werden er moddergevechten geleverd.

Tijdens het seizoen 1981/82 speelde Winterslag in de UEFA-Cup en schakelde het grote Arsenal uit. Voor Jean-Paul De Bruyne een wedstrijd als een andere. Ook nu stapte hij met een hotdog het veld op.

Jean-Paul De Bruyne was een talentvolle doelman. Hij speelde tussen 1981 en 1986 voor KFC Winterslag. Er was geregeld interesse voor deze keeper die alle onderdelen van het vak beheerste. Maar hij wees alle aanbiedingen af en verkoos de zorg voor zijn hulpbehoevende ouders boven het grote geld.De Bruyne was een goedlachse en uitbundige doelman die na gewonnen wedstrijden op tafel stond te dansen. Hij leefde op een speciale manier naar de matchen toe. Althans naar de thuiswedstrijden. Omdat Winterslag zich niet in het stadion, maar aan de overkant van de straat opwarmde, kocht hij aan een kraampje een hotdog en stapte daarmee door de spelerstunnel het veld op. Net voor hij in zijn doel kwam had hij de hotdog opgegeten; Het was telkens weer een vreemd zicht.Winterslag, dat in 1988 samensmolt met Waterschei in KRC Genk, was een speciale club. Het speelde ooit voor 18.000 toeschouwers een derby tegen Waterschei, in het stadion aan de Noordlaan. In deze primitieve accommodatie kwam het vooral op strijdlust aan. Winterslag heette een arme club te zijn. De kleedkamers waren maar vier op vier meter groot. In dit stadion begon Robert Waseige in 1971 aan zijn trainerscarrière. Hij werkte met een aantal spelers die overdag in de mijn aan de slag waren. Zij kwamen soms met een zwart gezicht trainen. Winterslag kreeg dan ook een toepasselijke bijnaam: de Vieze Mannen. Die werden door alle tegenstanders gevreesd. Zeker als de wedstrijden in de regen werden gespeeld. Dan werden er moddergevechten geleverd.Tijdens het seizoen 1981/82 speelde Winterslag in de UEFA-Cup en schakelde het grote Arsenal uit. Voor Jean-Paul De Bruyne een wedstrijd als een andere. Ook nu stapte hij met een hotdog het veld op.