Vorige week kondigde de Pro League aan dat de Belgische profclubs sinds maart 2020 te kampen hebben met een gezamenlijk inkomstenverlies van 275 miljoen euro. Nu de impact van de COVID-19-crisis steeds zwaarder weegt op de clubs, stelt zich de vraag hoe zij zich op korte termijn kunnen wapenen om de financiële gevolgen enigszins op te vangen.

Met enkele ingrepen kunnen financieel getroffen clubs ademruimte creëren.

Voor cashflowproblemen bestaan geen wondermiddelen, maar toch kunnen clubs met enkele doordachte ingrepen wel trachten om de nodige ademruimte te creëren.

Uiteindelijk is er ook nog de optie van een gerechtelijke reorganisatie, al lijkt het reglement van de KBVB een succesvolle gerechtelijke reorganisatie te bemoeilijken.

Ongeziene crisis weegt op de soms (te) beperkte reserves

De Pro League becijferde dat in vergelijking met dezelfde periode vorig seizoen de profclubs samen 275 miljoen euro aan inkomsten hebben verloren. Dat is een ongeziene daling van ongeveer 50 procent en dit ondanks een verbeterd televisiecontract.

Eerder bleek in april 2020 al dat zelfs zonder de financiële impact van COVID-19 meerdere clubs problemen hadden om hun continuïteit te garanderen tot eind juni 2021. Diverse clubs zagen daardoor in eerste aanleg hun licentie geweigerd door de KBVB, al konden sommigen onder hen bij het Belgisch Arbitragehof voor de Sport in graad van beroep alsnog de licentie bemachtigen door extra garanties of fondsen bij te brengen.

275 miljoen euro verlies aan inkomsten: dat is een ongeziene daling van ongeveer 50 procent.

Door de gezondheidscrisis zagen de Pro Leagueclubs hun wedstrijdinkomsten grotendeels wegvallen. Een beroep op tijdelijke werkloosheid ligt politiek gevoelig gelet op de beperkte socialezekerheidsbijdragen die profclubs betalen.

Bovendien daalden de sponsorinkomsten, was er een neerwaartse trend qua transferinkomsten en kunnen sommige clubs onvoldoende terugvallen op financiële reserves. Daarnaast kent het voetbal traditioneel een (te) hoge loonlast.

Het water staat diverse clubs dan ook water aan de lippen. Clubs met financiële moeilijkheden zijn gebaat bij een zorgvuldige kortetermijnstrategie om initieel te voldoen aan hun financiële verplichtingen en om uiteindelijk in april 2021 ook hun proflicentie voor het seizoen 2021/22 te behalen.

Tijdig handelen voor optimale bescherming

Alhoewel er geen wonderoplossingen zijn voor cashflowproblemen, is het belangrijk om niet te wachten tot het te laat is. Proactief handelen is dus de boodschap.

Clubs die in financieel zwaar weer zitten, brengen alle problemen best zorgvuldig in kaart te door een overzicht te maken van de vorderingen van de schuldeisers en de aard van hun vorderingen. Daarnaast is het belangrijk om een inventaris te maken van de vorderingen die openstaan bij de schuldenaren.

Clubs die in financieel zwaar weer zitten, brengen alle problemen best zorgvuldig in kaart.

De club controleert ook best of eventuele zekerheden correct werden gevestigd en geregistreerd. Een aandachtspunt hierbij is om na te gaan wat de draagwijdte is van de garanties die soms relatief eenvoudig worden verstrekt door UBO's in het kader van de licentieprocedure.

Van zodra de club een duidelijk overzicht heeft van de situatie, kan zij tijdig de te volgen route uitstippelen. Dit kan gaan van het implementeren van enkele eenvoudige ingrepen (bv. dialoog met schuldeisers) tot meer vergaande maatregelen (bv. gerechtelijke reorganisatie opstarten als bescherming tegen schuldeisers).

Anticiperen op problemen

Om liquiditeitsproblemen op te lossen kan de club met debiteuren onderhandelen om toekomstige inkomsten vervroegd te mogen ontvangen tegen bijvoorbeeld een financiële korting. Hierbij kan gedacht worden aan sommen die op basis van eerdere transfer- of sponsorovereenkomsten normaal gezien pas in de toekomst verschuldigd zouden zijn.

Sommige clubs trachten nu al uitgaande transfers voor spelers te onderhandelen voor een transfer op het eind van het huidige seizoen, waarbij de eerste betaalschijven reeds onmiddellijk worden betaald.

Ook aan de crediteuren-zijde kan de club proberen proactief op te treden door bijvoorbeeld haar schuldeisers te verzoeken om betalingen tijdelijk uit te stellen of te spreiden in de tijd. De club kan schuldeisers ook een pandrecht geven op vorderingen die de club heeft bij haar eigen schuldenaren, waarbij er onder meer oog moet zijn voor het informeren van de (eind)schuldenaar van de vordering.

Het meest voor de hand liggend, gelet op het aandeel in de kosten van een profclub, is het proberen heronderhandelen van bepaalde loonvoorwaarden met spelers en staf. Tal van clubs doen dit al, ofwel met de spelers individueel, ofwel met een vertegenwoordiging van de spelers.

Dit laatste geeft in de praktijk nog al eens problemen. Veelal werpt de kapitein of de spelersraad van de ploeg zich op als onderhandelingspartner van de club, maar bestaat in het beste geval enkel een mondelinge toezegging van spelers om hen te vertegenwoordigen.

Met het oog op rechtszekerheid wordt best gewerkt met een formeel mandaat van alle spelers dan wel met een vakbondsverantwoordelijke, die desgevallend alle spelers kan verbinden via een CAO.

Het meest voor de hand liggend is het proberen heronderhandelen van bepaalde loonvoorwaarden met spelers en staf.

Met kredietverstrekkers kan de club schuldherschikkingsgesprekken voeren. Een andere optie kan zijn om beroep te doen op de aandeelhouders, waarbij de aandeelhouders in ruil voor hun extra inspanningen voorrechten kunnen krijgen. Voor nieuwe schulden kan de club overwegen om nieuwe zekerheden te verstrekken, al dient dit uiteraard op correcte wijze te gebeuren.

Om de continuïteit te waarborgen kan de club tevens overwegen om nieuwe zekerheden te vestigen voor reeds bestaande schulden. Het risico bestaat evenwel dat een curator, in een navolgend faillissement, zou vorderen dat deze (nieuwe) zekerheden niet kunnen worden ingeroepen voor de oude schulden van de schuldeiser in kwestie.

Een dergelijk probleem kan worden opgelost door een beroep te doen op een buitengerechtelijk minnelijk akkoord, waarbij, met het oog op de continuïteit, een overeenkomst wordt afgesloten tussen de club en minstens twee van haar schuldeisers. De formele vereisten aan een dergelijke overeenkomst zijn laag, net zoals de procedurele voorwaarden. De overeenkomst blijft bovendien vertrouwelijk.

Gerechtelijke reorganisatie

Clubs waarvoor bovenstaande oplossingen geen afdoende remedie bieden, kunnen hun toevlucht nemen tot een gerechtelijke reorganisatie met als doel de continuïteit van de onderneming te behouden.

Het kernidee is om bescherming te zoeken tegen schuldeisers door executierechten tijdelijk op te schorten zonder dat de schuldenaar zijn beschikkingsbevoegdheid verliest. Om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te starten, is enkel vereist dat de continuïteit wordt bedreigd.

De toegang tot de procedure is dus vrij eenvoudig en het louter neerleggen van een verzoekschrift (met bijlagen) bij de bevoegde rechtbank zal de schuldenaar toch al initiële bescherming bieden tegen een faillissement en uitvoeringsmaatregelen van schuldeisers. De opschorting komt echter niet ten goede aan stellers van persoonlijke zekerheden.

De gerechtelijke reorganisatie biedt niet enkel (tijdelijke) bescherming aan de schuldenaar ten aanzien van diens schuldeisers, maar geeft ook diverse mogelijkheden aan deze schuldenaar om zijn activiteiten te reorganiseren. Daarbij kan, bijvoorbeeld, een belangrijke inkorting van het bestaande passief worden gerealiseerd.

Probleem bij de gerechtelijke reorganisatie is wel dat het reglement van de KBVB voorziet dat vanaf de opening tot de sluiting van een gerechtelijke insolvabiliteitsprocedure, een onweerlegbaar vermoeden geldt dat de continuïteit van de club niet is verzekerd waardoor de club haar proflicentie dreigt mis te lopen zolang de procedure niet is afgerond.

Het zwaarwichtig karakter van deze sanctie hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de profclubs, des te meer omdat het niet behalen van de proflicentie gepaard gaat met degradatie naar de amateurreeksen.

Zo'n degradatie impliceert een gigantisch inkomstenverlies waardoor de club mogelijk de kans op een succesvolle gerechtelijke reorganisatie wordt ontnomen. De praktische gevolgen van de sanctie staan haaks op het met de gerechtelijke reorganisatieprocedure beoogde doel van het trachten te behouden van de continuïteit.

De legaliteit van de desbetreffende licentiebepaling is, net als enkele andere licentiebepalingen (zie bijvoorbeeld de recente beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit in de zaak van Virton waarbij de KBVB werd teruggefloten), betwist. Het wettelijk kader aangaande de gerechtelijke reorganisatie verbiedt immers net dat een einde zou worden gesteld aan bestaande (contractuele) verbintenissen enkel en alleen omwille van de aanvraag van een reorganisatieprocedure.

Conclusie: wacht niet tot het te laat is

Het tijdig detecteren van pijnpunten en kansen is essentieel om niet te verglijden naar een situatie waar het te laat is om nog adequaat in te grijpen. Een zorgvuldige dialoog met schuldenaren en schuldeisers kan de club op korte termijn helpen om de eerste problemen op te lossen.

Ook een doordacht gebruik van zekerheden kan de club helpen om enkele problemen op te vangen. Als deze oplossingen onvoldoende resultaat bieden, kan de club zich trachten te beschermen tegen haar schuldeisers door een gerechtelijke reorganisatie aan te vragen.

Vorige week kondigde de Pro League aan dat de Belgische profclubs sinds maart 2020 te kampen hebben met een gezamenlijk inkomstenverlies van 275 miljoen euro. Nu de impact van de COVID-19-crisis steeds zwaarder weegt op de clubs, stelt zich de vraag hoe zij zich op korte termijn kunnen wapenen om de financiële gevolgen enigszins op te vangen.Voor cashflowproblemen bestaan geen wondermiddelen, maar toch kunnen clubs met enkele doordachte ingrepen wel trachten om de nodige ademruimte te creëren. Uiteindelijk is er ook nog de optie van een gerechtelijke reorganisatie, al lijkt het reglement van de KBVB een succesvolle gerechtelijke reorganisatie te bemoeilijken.De Pro League becijferde dat in vergelijking met dezelfde periode vorig seizoen de profclubs samen 275 miljoen euro aan inkomsten hebben verloren. Dat is een ongeziene daling van ongeveer 50 procent en dit ondanks een verbeterd televisiecontract. Eerder bleek in april 2020 al dat zelfs zonder de financiële impact van COVID-19 meerdere clubs problemen hadden om hun continuïteit te garanderen tot eind juni 2021. Diverse clubs zagen daardoor in eerste aanleg hun licentie geweigerd door de KBVB, al konden sommigen onder hen bij het Belgisch Arbitragehof voor de Sport in graad van beroep alsnog de licentie bemachtigen door extra garanties of fondsen bij te brengen.Door de gezondheidscrisis zagen de Pro Leagueclubs hun wedstrijdinkomsten grotendeels wegvallen. Een beroep op tijdelijke werkloosheid ligt politiek gevoelig gelet op de beperkte socialezekerheidsbijdragen die profclubs betalen.Bovendien daalden de sponsorinkomsten, was er een neerwaartse trend qua transferinkomsten en kunnen sommige clubs onvoldoende terugvallen op financiële reserves. Daarnaast kent het voetbal traditioneel een (te) hoge loonlast. Het water staat diverse clubs dan ook water aan de lippen. Clubs met financiële moeilijkheden zijn gebaat bij een zorgvuldige kortetermijnstrategie om initieel te voldoen aan hun financiële verplichtingen en om uiteindelijk in april 2021 ook hun proflicentie voor het seizoen 2021/22 te behalen. Alhoewel er geen wonderoplossingen zijn voor cashflowproblemen, is het belangrijk om niet te wachten tot het te laat is. Proactief handelen is dus de boodschap. Clubs die in financieel zwaar weer zitten, brengen alle problemen best zorgvuldig in kaart te door een overzicht te maken van de vorderingen van de schuldeisers en de aard van hun vorderingen. Daarnaast is het belangrijk om een inventaris te maken van de vorderingen die openstaan bij de schuldenaren.De club controleert ook best of eventuele zekerheden correct werden gevestigd en geregistreerd. Een aandachtspunt hierbij is om na te gaan wat de draagwijdte is van de garanties die soms relatief eenvoudig worden verstrekt door UBO's in het kader van de licentieprocedure.Van zodra de club een duidelijk overzicht heeft van de situatie, kan zij tijdig de te volgen route uitstippelen. Dit kan gaan van het implementeren van enkele eenvoudige ingrepen (bv. dialoog met schuldeisers) tot meer vergaande maatregelen (bv. gerechtelijke reorganisatie opstarten als bescherming tegen schuldeisers). Om liquiditeitsproblemen op te lossen kan de club met debiteuren onderhandelen om toekomstige inkomsten vervroegd te mogen ontvangen tegen bijvoorbeeld een financiële korting. Hierbij kan gedacht worden aan sommen die op basis van eerdere transfer- of sponsorovereenkomsten normaal gezien pas in de toekomst verschuldigd zouden zijn.Sommige clubs trachten nu al uitgaande transfers voor spelers te onderhandelen voor een transfer op het eind van het huidige seizoen, waarbij de eerste betaalschijven reeds onmiddellijk worden betaald.Ook aan de crediteuren-zijde kan de club proberen proactief op te treden door bijvoorbeeld haar schuldeisers te verzoeken om betalingen tijdelijk uit te stellen of te spreiden in de tijd. De club kan schuldeisers ook een pandrecht geven op vorderingen die de club heeft bij haar eigen schuldenaren, waarbij er onder meer oog moet zijn voor het informeren van de (eind)schuldenaar van de vordering. Het meest voor de hand liggend, gelet op het aandeel in de kosten van een profclub, is het proberen heronderhandelen van bepaalde loonvoorwaarden met spelers en staf. Tal van clubs doen dit al, ofwel met de spelers individueel, ofwel met een vertegenwoordiging van de spelers. Dit laatste geeft in de praktijk nog al eens problemen. Veelal werpt de kapitein of de spelersraad van de ploeg zich op als onderhandelingspartner van de club, maar bestaat in het beste geval enkel een mondelinge toezegging van spelers om hen te vertegenwoordigen. Met het oog op rechtszekerheid wordt best gewerkt met een formeel mandaat van alle spelers dan wel met een vakbondsverantwoordelijke, die desgevallend alle spelers kan verbinden via een CAO.Met kredietverstrekkers kan de club schuldherschikkingsgesprekken voeren. Een andere optie kan zijn om beroep te doen op de aandeelhouders, waarbij de aandeelhouders in ruil voor hun extra inspanningen voorrechten kunnen krijgen. Voor nieuwe schulden kan de club overwegen om nieuwe zekerheden te verstrekken, al dient dit uiteraard op correcte wijze te gebeuren.Om de continuïteit te waarborgen kan de club tevens overwegen om nieuwe zekerheden te vestigen voor reeds bestaande schulden. Het risico bestaat evenwel dat een curator, in een navolgend faillissement, zou vorderen dat deze (nieuwe) zekerheden niet kunnen worden ingeroepen voor de oude schulden van de schuldeiser in kwestie. Een dergelijk probleem kan worden opgelost door een beroep te doen op een buitengerechtelijk minnelijk akkoord, waarbij, met het oog op de continuïteit, een overeenkomst wordt afgesloten tussen de club en minstens twee van haar schuldeisers. De formele vereisten aan een dergelijke overeenkomst zijn laag, net zoals de procedurele voorwaarden. De overeenkomst blijft bovendien vertrouwelijk.Clubs waarvoor bovenstaande oplossingen geen afdoende remedie bieden, kunnen hun toevlucht nemen tot een gerechtelijke reorganisatie met als doel de continuïteit van de onderneming te behouden. Het kernidee is om bescherming te zoeken tegen schuldeisers door executierechten tijdelijk op te schorten zonder dat de schuldenaar zijn beschikkingsbevoegdheid verliest. Om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te starten, is enkel vereist dat de continuïteit wordt bedreigd.De toegang tot de procedure is dus vrij eenvoudig en het louter neerleggen van een verzoekschrift (met bijlagen) bij de bevoegde rechtbank zal de schuldenaar toch al initiële bescherming bieden tegen een faillissement en uitvoeringsmaatregelen van schuldeisers. De opschorting komt echter niet ten goede aan stellers van persoonlijke zekerheden.De gerechtelijke reorganisatie biedt niet enkel (tijdelijke) bescherming aan de schuldenaar ten aanzien van diens schuldeisers, maar geeft ook diverse mogelijkheden aan deze schuldenaar om zijn activiteiten te reorganiseren. Daarbij kan, bijvoorbeeld, een belangrijke inkorting van het bestaande passief worden gerealiseerd.Probleem bij de gerechtelijke reorganisatie is wel dat het reglement van de KBVB voorziet dat vanaf de opening tot de sluiting van een gerechtelijke insolvabiliteitsprocedure, een onweerlegbaar vermoeden geldt dat de continuïteit van de club niet is verzekerd waardoor de club haar proflicentie dreigt mis te lopen zolang de procedure niet is afgerond.Het zwaarwichtig karakter van deze sanctie hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de profclubs, des te meer omdat het niet behalen van de proflicentie gepaard gaat met degradatie naar de amateurreeksen. Zo'n degradatie impliceert een gigantisch inkomstenverlies waardoor de club mogelijk de kans op een succesvolle gerechtelijke reorganisatie wordt ontnomen. De praktische gevolgen van de sanctie staan haaks op het met de gerechtelijke reorganisatieprocedure beoogde doel van het trachten te behouden van de continuïteit.De legaliteit van de desbetreffende licentiebepaling is, net als enkele andere licentiebepalingen (zie bijvoorbeeld de recente beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit in de zaak van Virton waarbij de KBVB werd teruggefloten), betwist. Het wettelijk kader aangaande de gerechtelijke reorganisatie verbiedt immers net dat een einde zou worden gesteld aan bestaande (contractuele) verbintenissen enkel en alleen omwille van de aanvraag van een reorganisatieprocedure.Het tijdig detecteren van pijnpunten en kansen is essentieel om niet te verglijden naar een situatie waar het te laat is om nog adequaat in te grijpen. Een zorgvuldige dialoog met schuldenaren en schuldeisers kan de club op korte termijn helpen om de eerste problemen op te lossen. Ook een doordacht gebruik van zekerheden kan de club helpen om enkele problemen op te vangen. Als deze oplossingen onvoldoende resultaat bieden, kan de club zich trachten te beschermen tegen haar schuldeisers door een gerechtelijke reorganisatie aan te vragen.