Waar zou de jonge Michel Louwagie zich vandaag het meest over verbazen, mocht hij ineens op uw stoel belanden?

Michel Louwagie: 'Dat is een goeie vraag. (denkt lang na) Toen ik begon, kon ik me niet voorstellen dat ik dit zolang zou doen. De stress die deze job teweegbrengt, het vele werk, het weinige verlof, het familieleven waar je voor een deel geen aandacht kunt aan schenken... De buitenwereld ziet alleen de mooie aspecten, maar niet alle opofferingen die je maakt.'

'Onlangs dacht ik bij een tv-uitzending over trainers: die zouden eens een paar dagen moeten meelopen in het leven van de clubmanager... Een trainer heeft nog drie tot vier weken vakantie. Wij niet. Had ik het allemaal van tevoren geweten, ik weet niet of ik het nog zou opnieuw doen.'

Waarom niet?

Michel Louwagie: 'Omdat het toch veel is: de belasting, de stress, altijd maar pompen en geven. De mensen zijn ook veel mondiger geworden.'

'Vijf keer hebben ze mij hier buiten geroepen. Dat blijft je bij. De eerste keer was in 1997, het laatste jaar van Lei Clijsters als coach. Ik herinner me ook 2006, toen Mbark Boussoufa verkocht werd. De laatste keer, in oktober vorig jaar, toen we met Yves Vanderhaeghe hier thuis verloren van Genk, was het een halve volksopstand. Dat raakt een mens.'

Terwijl u toch uitstraalt dat u daarboven staat.

Michel Louwagie: 'Je móét erboven staan, anders kun je gewoon niet verder. Je moet ook begrijpen waarom mensen zo reageren. Supporters willen maar één ding: winnen. Dat willen ook de bedrijfsleiders die hier in het weekend komen kijken, en die door de week toch rationele mensen zijn. Wat kan hen op zo'n emo-moment de financiële toestand van hun club schelen?'

'Ik ben mentaal sterk, maar na zo'n klap moet je je snel herpakken zodat je door kunt gaan. Na die turbulente week vorig jaar, met dat debacle tegen Genk en aansluitend de affaire Propere Handen, besloot ik voor het eerst om in oktober een week op reis te gaan. Daarvoor nam ik enkel vakantie tussen Kerstmis en Nieuwjaar.'

'Je mag zo goed bezig zijn als je wilt, één keer met 5-1 verliezen volstaat om alles over je heen te krijgen. Goed dat de voorzitter me onmiddellijk te hulp schoot en die mensen die hun frustraties uitten, is gaan toespreken. De voorzitter heeft me altijd beschermd. Maar het vreet toch aan je. Had ik dit vooraf geweten, dan had ik misschien ingepland om na tien jaar iets anders te gaan doen.'

Lees het volledige interview met Michel Louwagie in onze Plus-zone of in Sport/Voetbalmagazine van 31 december.

Waar zou de jonge Michel Louwagie zich vandaag het meest over verbazen, mocht hij ineens op uw stoel belanden?Michel Louwagie: 'Dat is een goeie vraag. (denkt lang na) Toen ik begon, kon ik me niet voorstellen dat ik dit zolang zou doen. De stress die deze job teweegbrengt, het vele werk, het weinige verlof, het familieleven waar je voor een deel geen aandacht kunt aan schenken... De buitenwereld ziet alleen de mooie aspecten, maar niet alle opofferingen die je maakt.''Onlangs dacht ik bij een tv-uitzending over trainers: die zouden eens een paar dagen moeten meelopen in het leven van de clubmanager... Een trainer heeft nog drie tot vier weken vakantie. Wij niet. Had ik het allemaal van tevoren geweten, ik weet niet of ik het nog zou opnieuw doen.'Waarom niet?Michel Louwagie: 'Omdat het toch veel is: de belasting, de stress, altijd maar pompen en geven. De mensen zijn ook veel mondiger geworden.''Vijf keer hebben ze mij hier buiten geroepen. Dat blijft je bij. De eerste keer was in 1997, het laatste jaar van Lei Clijsters als coach. Ik herinner me ook 2006, toen Mbark Boussoufa verkocht werd. De laatste keer, in oktober vorig jaar, toen we met Yves Vanderhaeghe hier thuis verloren van Genk, was het een halve volksopstand. Dat raakt een mens.'Terwijl u toch uitstraalt dat u daarboven staat.Michel Louwagie: 'Je móét erboven staan, anders kun je gewoon niet verder. Je moet ook begrijpen waarom mensen zo reageren. Supporters willen maar één ding: winnen. Dat willen ook de bedrijfsleiders die hier in het weekend komen kijken, en die door de week toch rationele mensen zijn. Wat kan hen op zo'n emo-moment de financiële toestand van hun club schelen?' 'Ik ben mentaal sterk, maar na zo'n klap moet je je snel herpakken zodat je door kunt gaan. Na die turbulente week vorig jaar, met dat debacle tegen Genk en aansluitend de affaire Propere Handen, besloot ik voor het eerst om in oktober een week op reis te gaan. Daarvoor nam ik enkel vakantie tussen Kerstmis en Nieuwjaar.' 'Je mag zo goed bezig zijn als je wilt, één keer met 5-1 verliezen volstaat om alles over je heen te krijgen. Goed dat de voorzitter me onmiddellijk te hulp schoot en die mensen die hun frustraties uitten, is gaan toespreken. De voorzitter heeft me altijd beschermd. Maar het vreet toch aan je. Had ik dit vooraf geweten, dan had ik misschien ingepland om na tien jaar iets anders te gaan doen.'