De persverantwoordelijke van Beerschot gaf ons een prima voorzet toen we polsten naar een interview met Mike Vanhamel (30): 'Mike kan heel interessant praten over de rol en de evolutie van de moderne keeper.' Omdat we het ook nog over de rivaliteit tussen Beerschot en Antwerp wilden hebben, of zijn jeugdopleiding bij Anderlecht en het grillige carrièrepad dat erop volgde, werd de doelman en aanvoerder van Beerschot vrijgemaakt voor een uitgebreide babbel in een brasserie aan de Abdij van Park in Heverlee, niet al te ver van zijn woonst in Tienen. Hier komt hij geregeld wandelen met zijn vijf kinderen. Op een druilerige vrijdag is het enkel om neer te zitten bij een dampende kop koffie en het te hebben over ... de moderne keeper dus.
...

De persverantwoordelijke van Beerschot gaf ons een prima voorzet toen we polsten naar een interview met Mike Vanhamel (30): 'Mike kan heel interessant praten over de rol en de evolutie van de moderne keeper.' Omdat we het ook nog over de rivaliteit tussen Beerschot en Antwerp wilden hebben, of zijn jeugdopleiding bij Anderlecht en het grillige carrièrepad dat erop volgde, werd de doelman en aanvoerder van Beerschot vrijgemaakt voor een uitgebreide babbel in een brasserie aan de Abdij van Park in Heverlee, niet al te ver van zijn woonst in Tienen. Hier komt hij geregeld wandelen met zijn vijf kinderen. Op een druilerige vrijdag is het enkel om neer te zitten bij een dampende kop koffie en het te hebben over ... de moderne keeper dus. Mike Vanhamel: 'In de jaren 90 was de doelman nog iemand die niets met zijn voeten kon en elke bal met zijn handen wilde pakken. Nu is de doelman iemand met een grote invloed op het spelbeeld. Het begint en eindigt bij hem. Een voorbeeld: Liverpool verliest met 7-2 op Aston Villa. Achteraf lees ik amper iets over het feit dat Alisson Becker daar ontbrak. Mensen onderschatten welke invloed een doelman tegenwoordig heeft op de manier waarop zijn ploeg zich gedraagt en voetbalt.'Die evolutie was toch al langer ingezet, met Manuel Neuer als symbool van de keeper als libero? Vanhamel: 'Eind jaren 90 deed Fabien Barthez dat ook al. Daarna Manuel Neuer. Maar zij waren de uitzondering, terwijl dat nu de norm is voor een doelman. Hij moet sterk zijn met de voeten, liefst zelfs beide. Ook het keepwerk op zich is veranderd: je ziet zelden nog keepers die een bal klemmen, het draait nog meer om reflexen, maar daarbij moet je ook goed nadenken. Naar waar boks je de bal, bijvoorbeeld? 'Ik heb al vaak gedacht: ik ben te vroeg geboren. Mocht ik, met mijn voetballende kwaliteiten en participerende stijl van keepen, nu 21 jaar zijn, had ik meer uit mijn carrière kunnen halen. Op die leeftijd tekende ik destijds bij Westerlo, met de gedachte er eerste keeper te worden. Maar Jan Ceulemans wilde geen meevoetballende keeper. Ik werd er gebarreerd door - met alle respect - Bart Deelkens. Ik stond te trappelen om mijn voetballende kwaliteiten te tonen, maar dat was toen nog geen hype. Integendeel. De supporters begrepen het niet. Die dachten alleen maar: trap die bal zo snel mogelijk naar voren in plaats van breed naar de backs.' De meevoetballende kwaliteiten stammen wellicht uit je jeugdopleiding bij Anderlecht. Zijn er aspecten waarin je de voorbije jaren jezelf toch hebt moeten heruitvinden? Vanhamel: 'De grootste aanpassing voor mij kwam er vijf jaar geleden, toen ik bij Lierse Patrick Nys tegenkwam als keeperstrainer. Hij zei direct: 'Mike, je kunt fantastisch goed voetballen, maar hoeveel clean sheets houd jij op een jaar?' Eerlijk, voor mij was winnen altijd het belangrijkste: of dat met 1-0 of met 5-3 gebeurde, dat maakte mij niet uit. Bij de jeugd van Anderlecht was ik dikwijls meer bezig met een assist geven dan met een redding of clean sheet. Bij White Star Woluwe, onder John Bico, was dat zelfs een belangrijke tactiek: Mamadou Fall liep diep en ik lanceerde hem. Ik telde daar acht assists op een seizoen. Bij Lierse ook een stuk of vijf. Maar door Patrick Nys leerde ik bezig zijn met een organisatie neerzetten, zorgen dat de restverdediging klopt, enzovoort.' Jij coacht constant je ploegmaats. Zeker nu er geen of weinig volk in de tribunes zit, valt dat extra op. Dat had je vroeger minder? Vanhamel: 'Ik deed dat vroeger enkel bij defensieve situaties vlak voor mijn neus. Zodra we weer in balbezit waren, zat mijn taak erop en was ik meer bezig met te kijken wie in de tribune zat.' Zijn er doelmannen van wie jij veel leerde of die je analyseert? Vanhamel: 'Constant. Je hebt meerdere types van een moderne doelman. Koen Casteels bijvoorbeeld, heeft niet de grootste voetballende kwaliteiten, maar is wel iemand die zijn hele zestien beheerst. Bij Genk zie je de stempel van Guy Martens: alle keepers die via hem passeerden, bestrijken heel goed hun hele strafschopgebied: Casteels, Sinan Bolat, Thibaut Courtois... 'Lange tijd was mijn pa mijn keeperstrainer, zelfs bij White Star Brussel in tweede klasse, omdat daar niemand anders voor vrijgemaakt werd. Dat was goed, want hij kon me mentaal stuwen nadat ik uit een moeilijke periode in Frankrijk kwam: bij Le Havre en Laval was ik nooit eerste doelman. Ik twijfelde zwaar aan mijn toekomst als profvoetballer. Ik heb toen bewust een stapje teruggezet naar White Star, goed wetende dat de werkomstandigheden niet evident zouden zijn. Maar ik moest in België ergens eerste doelman kunnen zijn.' Hoe belangrijk is de factor charisma voor een doelman? Denk aan Roef of Kaminski bij Gent: goede keepers, maar ze stralen te weinig autoriteit uit. Vanhamel: 'Ik snap wat je bedoelt. Davy Roef pakt fantastische ballen, maar inzake charisma moet hij onderdoen voor Bolat. Daar stáát iemand in doel. Puur fysiek pakt die natuurlijk niet meer plaats in, maar mentaal wel. Talent alleen is niet genoeg meer, charisma en uitstraling maken deel uit van het pakket van een moderne doelman. Maar enkel de absolute toppers hebben dat volledige pakket, ik zeg dit dus in alle nederigheid. 'Zelf bewonder ik de mentale sterkte van Marc- André ter Stegen. Een foutje haalt hem helemaal niet uit zijn evenwicht. Courtois hetzelfde: bakken kritiek gekregen bij Real Madrid, maar rustig zichzelf gebleven. Zo wil ik ook zijn. Door de leiding strak in handen te nemen schenk je ook je verdedigers vertrouwen.' Hoe belangrijk is het om met Frédéric Frans een goede vriend voor je neus te hebben in je verdediging? Jullie kennen elkaar van bij Lierse, toen jullie al eens de beste defensie van 1B vormden. Vanhamel: 'Dat is een zeer grote troef. Die band met je verdedigers is belangrijk. Bijna dagelijks bel of sms ik met Dario Van den Buijs, Jan Van den Bergh, Frédéric Frans, Pierre Bourdin... En Denis Prisjinenko ken ik al van bij White Star. Clubs zouden daar meer aandacht aan moeten besteden: compatibiliteit tussen spelers. Ik kom goed overeen met Tarik Tissoudali, daardoor hebben we vaak maar één blik nodig om elkaar te begrijpen. Tarik heeft dat ook met Raphael Holzhauser. Net zoals Holzhauser nood heeft aan de spelers achter zich zoals Pietermaat, Sanusi en Coulibaly. Net die complementariteit maakt dit Beerschot zo sterk.'Was jij een geboren keeper of is dat gegroeid? Vanhamel: 'Ik heb lang de combinatie gedaan van keeper en veldspeler. In de topsportschool van Leuven werd ik nog geregeld als middenvelder uitgespeeld. Ik volgde op voorspraak van mijn vader wel al vanaf mijn zes jaar keepersschool. Dat was bij Jurgen De Braekeleer, die me nadien naar OHL en RWDM haalde.' In welke lichting zat jij bij de jeugd van Anderlecht? Vanhamel: 'Die met Vadis Odjidja, Hervé Kage en Geoffrey Mujangi-Bia. Die laatste twee speelden daar toen zelfs in de verdediging, zo dominant waren wij. Ik moest geen bal pakken. Elk jaar speelden we kampioen. Ik zat ook in de nationale jeugdploegen. Pas toen ik op mijn zestiende de stap zette naar OHL, als tweede doelman, wist ik dat het serieus werd. Maar ik woog toen nog veel te licht. Op training in duel gaan met Bjorn Ruytinx... ( blaast) Die hield zich niet in, hoor!' Je bent pas rond je 26e doorgebroken. Patrick Nys zei eens over jou: 'Je moet hem af en toe prikkelen.' Wat bedoelde hij? Vanhamel: 'Ik ben niets met concurrentie. Ik laat me niet opjagen, ook niet op training als blijkt dat mijn concurrent beter presteert. Ik kan enkel presteren als er iets aan vast hangt, ik wil kunnen winnen. In die optiek past de aanpak van Hernán Losada perfect bij mij: aan alles hangt een competitief element. Ik heb ook veel en harde trainingen nodig om top te zijn in het weekend. Ik leef van de grote momenten.' Je hebt nooit stress voor een belangrijke match? Vanhamel: 'Neen. Hoe meer druk of volk, hoe beter. Ik zal iets geks zeggen: ik speel liever 1-1 op Brugge in een uitverkocht stadion dan te gaan winnen in een leeg stadion.' Heb jij dan nooit last van wat supporters naar je hoofd slingeren? Vanhamel: 'Uiteraard hoor je dat - het meest kwetsende eerst - maar dat raakt me niet. Ik weet gewoon dat het een mentaal steekspel is. Als ik niet reageer, win ik eigenlijk.' Begrijp je dat sommige keepers wel ten onder gaan aan de mentale druk die een doelman ervaart? Denk aan Robert Enke. Vanhamel: 'Zeker. Ik heb het zelf meegemaakt bij Lierse: Nathan Goris, groot talent, op training fenomenaal. Die pakte alles. Maar in de wedstrijd kon hij moeilijk om met de druk, soms was hij blij met het statuut van tweede keeper.' Francis Vrancken, de voorzitter van Beerschot, vergeleek jou al met een bedrijfsleider: iemand die op alle vlakken bezig is met de ontwikkeling van een club. Vanhamel: 'Met Jan Van Winckel deel ik eenzelfde visie over wat Beerschot moet zijn en die breng ik over op ploegmaats of nieuwkomers bij de club. We moeten niet de wat arrogante club zijn van vroeger, maar een club die gezond ambitieus is en die stap per stap wil groeien.' Dus ga jij ook op Holzhauser inpraten wanneer hij enkele weken na zijn transfer naar Beerschot te horen krijgt dat jullie in 1B blijven voetballen? Vanhamel: 'Inderdaad. Yan Vorogovskiy hetzelfde. Zij vroegen zich af wat ze in de Belgische tweede klasse kwamen doen. Maar ik ben er dan om uit te leggen wat Beerschot betekent in België en welke impact het kan hebben op hun carrière om met deze club een titel te behalen en te promoveren naar eerste klasse. Dan ben je een legende voor je rest van je leven. Je krijgt van deze supporters heel veel terug. Nu zijn Holzhauser en Vorogovskiy hier super gelukkig. Momenteel ontferm ik me over onze nieuwe spits Blessing Eleke. Die kent hier niemand en mist door een blessure zijn start bij een nieuwe club, ik vind het mijn taak om hem dan op te vangen. En er zijn nog spelers bij ons die dat in zich hebben.'Je hebt al wat pech gekend wat betreft clubkeuzes: Maged Samy bij Lierse, John Bico bij White Star, Oostende op een slecht moment. Had je voorbehoud toen je hoorde dat Beerschot in zee ging met Saudische investeerders? Vanhamel: 'Ja. Maar de structuur zit hier goed en er werd geïnvesteerd in infrastructuur, dan weet je dat er op lange termijn gekeken wordt. In mijn eerste seizoen heb ik de Saudische prins eens aan de lijn gehad om mij een gelukkig Nieuwjaar te wensen. En vorige zomer in de voorbereiding was hij op de club en stond hij erop om een strafschoppenreeks tegen mij te doen. Ik heb ze alle drie gepakt. ( lacht) Het is een aangename man, zonder spierballengerol. 'Het is voor mij een lange zoektocht geweest naar de ideale club. Als het ergens niet klikte, heb ik ook nooit moeilijk gedaan over financiële kwesties. Dan schudden we de hand en gingen we uit elkaar, ook al had ik nog enkele jaren contract. Ook op de bank zitten en mijn geld tellen werkt niet voor mij. Ik moet me kunnen amuseren en spelen, op welk niveau dan ook.' Is het daarom dat je afgelopen zomer Anderlecht afwimpelde? Vanhamel: 'Voor Anderlecht spelen is een kinderdroom. Het zou de cirkel rond maken. Toen ik van hun interesse hoorde, dacht ik in de eerste plaats: eindelijk! Maar laat ons eerlijk zijn: dat Anderlecht mij polste, is ook omdat ze in een malaise zitten. Daartegenover staat dat het verhaal bij Beerschot heel goed zit. Ook al waren we toen nog niet zeker van promotie naar 1A. Ik word er op handen gedragen. Een speler die beweert dat populariteit bij de eigen fans hem niets doet, die liegt.' En het is ook paars-wit. Vanhamel: 'Het zijn prachtige kleuren. Koninklijk. De echte voetbalmicrobe begon toen ik bij Anderlecht in de jeugd voetbalde en er als twaalfjarige ballenjongen mocht zijn tijdens de legendarische Champions Leaguecampagne met Tomasz Radzinski en Jan Koller. En met Filip De Wilde in doel. Die heeft zich nog kwaad gemaakt op mij omdat ik met een bal op de gravel achter zijn doel zat te sjotten. Toen ik hem een bal toewierp, bleek die oranje te zijn... ( grijnst) Zulke ervaringen blijven je voor de rest van je leven bij. Ik dacht toen: dit wil ik ook!' Volg je het project-Kompany van kortbij? Vanhamel: 'Zeker. Wat mij opvalt, is dat ze voornamelijk problemen kennen met de overgang van verdediging naar middenveld of aanval. Achterin rondtikken gaat, maar je hebt slimme spelers en looplijnen nodig om daar een vervolg aan te breien. Daar was Barcelona ten tijde van Xavi en Andrés Iniesta zo sterk in. Het is een kwestie van ruimtes maken voor elkaar, door een derde lopende man of door middenvelders die zich slim losmaken. 'Bij Beerschot doen we dat ook goed: al twee of drie fases verder denken. De rechtsback weet perfect wanneer hij moet opschuiven als de bal aan de overkant is. En ik profiteer daarvan. Een kruispass op iemand zijn borst leggen en zo de aanval lanceren, daar geniet ik enorm van. Meer dan van een redding. Nog altijd ja.' ( lacht)