Moeten we licht euforisch zijn of integendeel de alarmbel luiden? Donderdag traden drie Belgische ploegen aan in de achtste finales van de Europa League, maar tegelijk hangt boven de Pro League de schaduw van een Chinese draak die ons voetbal wil opslokken.
...

Moeten we licht euforisch zijn of integendeel de alarmbel luiden? Donderdag traden drie Belgische ploegen aan in de achtste finales van de Europa League, maar tegelijk hangt boven de Pro League de schaduw van een Chinese draak die ons voetbal wil opslokken. De helft van onze eersteklassers werd de voorbije maanden benaderd door Chinese investeerders. Bij Westerlo, Excel Mouscron, Lokeren en STVV zou er zelfs gepraat zijn over een potentiële overname en alleen de Truienaars durfden te zeggen dat ze niet op de avances ingaan. Die Chinese zakenlui zijn vooral in het jeugdbeleid geïnteresseerd. Dat lijkt positief, maar ze willen geen Belgische maar Chinese jongeren hier een opleiding geven. Vooraleer een jawoord uit te spreken leggen onze clubs het best ook eens hun oor te luisteren bij het Nederlandse ADO Den Haag. Die club probeert nu te overleven nadat de Chinees Wang zijn beloftes niet nakwam. Vraag is echter of de clubs in de kelder van de Pro League veel keuze hebben. Het zijn ploegen uit kleinere gemeenten met de kleinste budgetten van 1A die allemaal dezelfde weg dreigen op te gaan als die van 1B, waar - nu OH Leuven in Chinese en Cercle Brugge in Russische handen lijken te vallen - zowat alle clubs buitenlandse eigenaren hebben. Op Lommel, dat wellicht degradeert, en Antwerp, waarvan niemand de geldschieters kent, na. De Belgische markt is te klein voor 24 profclubs, zeggen sporteconomen en de topclubs papegaaien dat gretig na. Als de clubs van 1B en de bodemploegen van 1A niet leefbaar zijn, houden we straks echter geen competitie meer over. Tenzij de grote jongens graag acht keer per seizoen tegen elkaar uitkomen. Het wordt dus de hoogste tijd om meer profclubs in leven te houden. Niet alleen omdat we anders geen competitie meer hebben, maar ook omdat bij het verdwijnen van traditieclubs veel supporters afhaken. Er moeten oplossingen gezocht worden om meer clubs financiële ademruimte te geven. Het geeft bijvoorbeeld geen pas dat de laatste van 1A na dit weekeinde aan de zomerslaap kan beginnen en dat twaalf clubs in play-off 2 aan de slag moeten gaan. Er is nood aan een competitieformat die voor alle clubs tot de laatste speeldag sportief en financieel aantrekkelijk is. Kleinere clubs zijn meer dan de grote afhankelijk van tv-inkomsten. Het zou meer dan een slok op een borrel schelen als de tv-rechten gelijkwaardiger worden verdeeld. Momenteel eist de G5 (Anderlecht, Club Brugge, AA Gent, KRC Genk en Standard) maar liefst 51 procent van de tv-pot op. De kampioen strijkt bijna vijf keer meer (plusminus 10 miljoen euro) op dan de laatste in de rangschikking (ongeveer 2,1 miljoen euro). In veel landen is die verhouding veel eerlijker. Engeland geeft het goede voorbeeld. De helft van de tv-rechten wordt gelijk over de twintig clubs van de Premier League verdeeld en het eindresultaat is dat de hekkensluiter vanaf dit seizoen op 120 miljoen euro kan rekenen en de kampioen op 175 miljoen euro: 1,5 keer meer. In Duitsland wordt 65 procent van het tv-geld gelijk verstrooid over alle clubs van de Bundesliga. Bayern München werd vorig seizoen 36,9 miljoen euro rijker, de laatste kwam op 18,2 miljoen uit: de helft dus. Met het nieuwe tv-contract wordt dat straks tussen 100 en 120 miljoen voor de top zes en 60 miljoen voor de rode lantaarn. In Frankrijk is de verhouding 3,5: 44,6 miljoen voor PSG, 13,1 miljoen voor de staartploeg. In Italië was het 5,25 (94 miljoen voor Juventus, tegen 17,9 miljoen voor de laatste) en in Spanje zelfs 7,5 (140 miljoen voor Real en Barcelona en 18 miljoen voor de nummers 15 tot en met 20). Maar zowel in Italië als in Spanje treedt onder politieke druk dit seizoen een nieuwe verdeling in werking. La Liga zal voortaan 50 procent van de tv-rechten gelijk verdelen over alle clubs en de Serie A 40 procent. Ook onze politiek zou kleinere clubs extra kunnen steunen en alvast beginnen met geen belastinggeld meer te laten afvloeien naar clubs die eigendom zijn van één persoon, buitenlander of Belg. Miljonairs hoeven niet gesubsidieerd te worden.