Eind mei joeg de 16-jarige Nicolas Raskin een schokgolf door Neerpede met zijn transfer naar AA Gent. Na Jérémie Luvovadio (Gent), Maxime Delanghe en Andy Koshi (PSV) en Evangelios Patoulidis (Standard) was Raskin al de vijfde basisspeler van de fel bejubelde U16 die het voor bekeken hield bij Anderlecht. Nog een geluk dat de roes van de 34e landstitel nog niet helemaal was uitgewerkt.

Elk van die jongens had een gegronde reden om te vertrekken: Delanghe was gecharmeerd door het sportieve project zoals dat heet, Raskin haalde bij de Buffalo's een vorstelijk contract binnen - inclusief voordelen in natura voor zijn vader - en Patoulidis kreeg bij Standard de garantie dat hij met de U21 mocht meetrainen.

Het cliché dat Anderlecht verwaande spelers aflevert, klopt voor een deel. Ze gedragen zich als rocksterren en ze worden ook zo behandeld door de tegenstrever.

Vooral het geval Patoulidis is symptomatisch voor de manier waarop jeugdspelers schijnbaar moeiteloos hun inschrijvingskaart inleveren voor harde valuta's. In maart was er nog geen sprake van een transfer naar Standard: ondanks aanbiedingen uit Engeland wilde de rot getalenteerde middenvelder, die geen andere club had gekend dan Anderlecht, in de voetsporen treden van Youri Tielemans. Twee maanden later maakte de familie een curieuze bocht en verpatsten ze hun hart aan de Rouches.

In Luik wordt verteld dat Patoulidis door zijn gestalte en spichtige benen niets te zoeken heeft bij de U21. Maar het is bijlange niet zeker of zijn entourage dat ook vindt. Bij Anderlecht stond vader Charalambos Patoulidis namelijk bekend als een koppigaard. Tijdens een tornooi in Italië werd Patoulidis vervangen in een match tegen AC Milan. Hij had geen bal geraakt omdat zijn tegenstander twee keer zo breed was als hij. Na de match kwam de vader verhaal halen bij enkele clubmedewerkers. 'Hoe durft de trainer de aanvoerder van het veld te halen! Die moet altijd blijven staan.'

Realpolitik

De saga Patoulidis is het tastbare bewijs dat Anderlecht niet meer zwicht voor de financiële eisen van ouders die denken dat hun zoon de nieuwe Kompany of Tielemans is. En als dat tot een nieuwe leegloop moet leiden, is het maar zo. Trésor Ndayishimiye, Daan Foulon en Milan Corryn, drie spelers die titularis zijn bij de Belgische U19, gingen niet in op een nieuw contractvoorstel van paars-wit en lijken de volgende vertrekkers te zijn. Anderlecht beschouwt dat als collateral damage.

'Jaren aan een stuk hebben we dezelfde fout gemaakt. Als Jean Kindermans (directeur jeugdopleiding op Neerpede, nvdr) vroeger aan mijn bureau stond voor een speler, dan gingen we desnoods door de knieën om hem te houden', aldus Herman Van Holsbeeck. 'Dat doen we niet meer. We zullen een carrièreplan opstellen voor de speler met incentives die trapsgewijs geactiveerd kunnen worden.

'We moeten wel blijven investeren in de academie. Alleen al om talenten die op hun twaalfde buitengewoon goed zijn - denk maar aan Adnan Januzaj, Anthony Vanden Borre, Charly Musonda - een perfect kader te kunnen aanbieden.

'Eigenlijk staan ouders voor de keuze. Een fair bedrag krijgen op Anderlecht en zeker zijn dan hun zoon kan terugvallen op een draaiboek. Of elders enkele duizenden euro's meer afdingen en een nummertje zijn.'

Anderlecht heeft het pad van de realpolitik dus verlaten. Maar naar verluidt is Kindermans niet helemaal opgezet met die drastische koerswijziging. Het zou de meest talentvolle spelers wegjagen uit Neerpede. Veel ouders vragen zich al af of hun zoon ooit een contract zal krijgen. Het financieringsmodel van Neerpede, dat al jaren te boek staat als een hoogtechnologisch laboratorium waar de nieuwste prototypes voor eerste klasse gemaakt, getest en geperfectioneerd worden, staat dus onder druk.

'De periode van de Svilars, Musonda's, Mangala's, Antonnuci's en Lokilo's is gedaan', zegt een makelaar die vertrouwd is met de jeugd op Anderlecht. 'Van Holsbeeck zal twee keer nadenken voor hij de familie een sterkmaking aanbiedt. Anderlecht heeft in het verleden een paar blauwtjes gelopen en ik kan begrijpen dat ze niet meer fors willen investeren in jongens van wie de ouders de afspraken niet nakomen. Club Brugge en Gent zullen wel nog de volle pot betalen. Anderlecht, dat er vroeger sommen tegenaan kon gooien, niet meer. Die zitten nu op het niveau van Genk en Standard.'

Europees zilverwerk

Op Anderlecht zijn de meningen verdeeld over het kaliber van de komende lichtingen. Sommige menen te weten dat het straks krabben wordt om spelers in het eerste elftal te krijgen. Anderen beweren dat er bij de U21, U19 en U17 Anderlechtwaardig materiaal zit.

Een ding staat vast: in termen van resultaten steekt Anderlecht er nog altijd met kop en schouders bovenuit. De opvatting dat Club Brugge de nieuwe nummer één is en dat Gent er zit aan te komen, is de waarheid geweld aandoen. Vorig seizoen werden de U14, U15, U16, U17 en U21 van Anderlecht kampioen en in deze campagne doen de meeste ploegen opnieuw vooraan mee, ook al wordt er vanuit de directiekamer geen enkele druk gelegd om kampioen te worden. De onderbouw, alle ploegen onder de U14 waar geen klassement voor wordt opgemaakt, doen het ook goed. De U12 hebben nog niet verloren en onlangs eindigden ze op een Nederlands tornooi met onder andere Ajax, Feyenoord, AZ en PSV in de top vier. Vorige week wonnen de U11 de Legia Cup in Polen.

Europees zit de onderbouw van Anderlecht bij de top. Het is geen toeval dat Jean Kindermans elke week wordt uitgenodigd om zijn visie te gaan uitleggen in binnen- en buitenland. Talent is een, ermee leren werken is nog iets anders.

Eric Thomas, de burgemeester van Anderlecht, Roger Vanden Stock en Jean Kindermans., PHOTONEWS
Eric Thomas, de burgemeester van Anderlecht, Roger Vanden Stock en Jean Kindermans. © PHOTONEWS

Anderlecht mikt doelbewust op buitenlands zilverwerk om zijn uitstraling in Europa te verstevigen. 'De competitie is geen uitgangspunt, tornooien winnen wel', aldus dezelfde jeugdtrainer. 'Het kampioenschap is opleidingsgericht, tornooien prestatiegericht. Dat is de filosofie van de club. Je voelt bij de spelers dat ze Europese uitdagingen nodig hebben.'

De volgende stap is de jeugdopleiding helemaal professionaliseren. Het aantrekken van een voedingsdeskundige, een psycholoog, extra fysiektrainers en de samenwerking met Energy Lab is een stap in de goede richting. Een draagvlak voor linietrainers is er nog niet.

De meest opmerkelijke maatregel kwam van de hand van operationeel directeur Jo Van Biesbroeck. Hij gaf de teamafgevaardigden die vroeger een enveloppe kregen om drank te kopen voor de spelers een nieuw fiscaal statuut. De coaches voeren aan dat er nog meer geïnvesteerd zou kunnen worden in het trainerskorps. Op dit moment zijn er slechts vijf trainers voltijds aan de slag: Stéphane Stassin, Oleg Jasjtsjoek, René Peeters, Mohamed Ouahbi en Emilio Ferrera.

Club Brugge en Genk staan op dat gebied een stap verder dan Anderlecht. Ze hebben meer trainers in vaste loondienst. Maar dat is niets vergeleken met Engeland, Nederland, Duitsland en zelfs Polen. Bij PSV is de coach van de U12 fulltime in dienst. Op internationale tornooien zijn de jeugdtrainers van paars-wit vaak de enige amateurs aan tafel.

In theorie zou Anderlecht het goede voorbeeld moeten geven. Al moet het bestuur wel een afweging maken: hoeveel profspelers die inzetbaar zijn voor eerste klasse zullen die extra voltijdse mankrachten opleveren?

Kleinhandel

Niemand die op Anderlecht zal ontkennen dat de doorstroming naar het eerste elftal aan het slabakken is. Het staat zelfs helemaal stil. Dit seizoen haalden Kobe Cools en Albert Mboyo Sambi Lokonga, de jongere broer van Paul-José Mpoku, de bank. That's it. Door veel buitenlandse jeugdspelers te importeren, geeft het bestuur bovendien een signaal dat niet bij iedereen goed aankomt.

De Afrikaanse diaspora is altijd goed vertegenwoordigd geweest op Neerpede, maar nu plukt Anderlecht ook zogenaamde toptalenten weg in Polen (Jakuw Kiwior), Paraguay (Gianlucca Fatecha) en China (Li Haoran). Allemaal spelers van wie men vandaag niet kan zeggen of ze ooit hun opwachtig zullen maken in het Vanden Stockstadion.

Voor die jonge buitenlandse voetballers liet de uitbater van La Bella Vita, het Italiaanse restaurant op enkele tientallen meters van het oefencentrum, in de buurt een flatgebouw optrekken waar Anderlecht een tiental appartementen huurt. Kostprijs per appartement: een goede 400 euro per maand.

Een goeie investering? Feit is: Voor elke Chancel Mbemba, Frank Acheampong en Andy Najar, die succesvol het traject hebben doorlopen, heb je er tien die gedesillusioneerd naar hun land moeten terugkeren.

Bij de binnenlandse talenten van Anderlecht heb je voetbalouders die hun zoon aanbidden alsof hij de Verlosser is. De rest maakt zich geen illusies meer. Ze weten dat Anderlecht nog altijd de beste opleiding van het land heeft. Tot hun kroost aan de poort van de A-ploeg staat. Voor wie niet meteen indruk maakt, is het vaak lang wachten op een tweede kans. Geduld bestaat niet op Anderlecht. Combineer dat met knapen die het hoog in hun bol krijgen en dan is het niet abnormaal dat een grote groep spelers moet afhaken.

Het cliché dat Anderlecht verwaande spelers aflevert, klopt voor een deel. Ze gedragen zich als rocksterren en ze worden ook zo behandeld door de tegenstrever. Daartegenover staat dat er binnen de club oprechte interesse is in de jonge gasten. Niet zelden is het trio Collin-Van Holsbeeck-Vanden Stock aanwezig op thuismatchen en komen ze al eens een woordje zeggen bij de rust. Roger Vanden Stock kent de uitslagen van alle ploegen meestal uit het hoofd.

Op Neerpede verzucht men vaak dat mentaliteit het grootste werkpunt is bij de jeugd van Anderlecht. Een speler die Anderlecht verlaat, gaat ervan uit dat de clubs voor hem in de rij zullen staan. En ze voelen zich te goed om een stapje terug te zetten. Ze denken: ik heb niets te zoeken in tweede of derde klasse. Terwijl de realiteit is dat de meesten met hun hoofd tegen de muur lopen. Voor hen valt te hopen dat ze ooit de klik zullen maken.

Wapenstilstand tussen Ferrera en Kindermans

De wekenlange oorlog tussen Jean Kindermans en Emilio Ferrera, die onlangs van supervisor van de hele jeugdwerking terugviel op het trainerschap van de U21, is uitgemond op een wapenstilstand. Niet dat de twee 's morgens staan te kletsen aan de koffiemachine - het is onbegonnen werk om twee persoonlijkheden als Ferrera en Kindermans door één deur te krijgen. Herman Van Holsbeek kreeg ze wel zover dat ze bereid zijn om met elkaar te werken. De manager van Anderlecht verwacht van zijn werknemers dat ze de knop kunnen omdraaien en de uitgestoken hand van een rivaal aanvaarden. 'Ik kan begrijpen dat er in het begin fricties waren', aldus Van Holsbeeck. 'Maar wij als bestuur kijken maar naar één ding: RSCA. Kindermans heeft het de voorbije jaren fantastisch gedaan met de academie. Maar het zou dom zijn om iemand als Ferrera, die van 9 uur tot 20 uur op het veld staat, niet optimaal te gebruiken. Ik heb destijds met mijn eigen ogen gezien wat Ferrera waard is als coach. Zijn trainingen en methodologie zijn top. Hij kan onze jeugdopleiding dertig procent beter maken.'

Van Holsbeeck had er alle belang bij om het verstandshuwelijk tussen de twee opponenten te doen slagen. Ferrera kwam er immers op zijn voorspraak. De twee ontmoetten elkaar begin jaren 2000 bij Lierse. Van Holsbeeck was toen manager op het Lisp, Ferrera trainer. Op een gegeven moment liep het fout waardoor ze meer dan veertien jaar lang niet meer met elkaar spraken. Tot hun respectievelijke vrouwen, alle twee leerkracht, vriendinnen werden. Sindsdien is het grote liefde tussen Van Holsbeeck en Ferrera. Al wordt in de wandelgangen gefluisterd dat de Spaanse Belg het niet meer lang zal uitzingen.

Ferrera maakte zich de voorbije maanden niet bijster populair door een bulldozer op Neerpede los te laten. Hij wilde alles veranderen: hij liet deuren afbreken, extra kasten bouwen, maar de verbouwingen brachten tot vandaag geen merkbare meerwaarde. Op Anderlecht hebben veel mensen moeite met het speciale karakter en de attitude van Ferrera. Een deel omschrijft hem als een vakman die moeite heeft om te communiceren en in teamverband te functioneren. De andere helft vindt dat hij als het ware een schrikbewind voert en zijn wil opdringt. Hij stippelt een route uit en wijkt daar niet meer van af. Toen hij in het begin zijn visie wilde doordrukken, kwam dat niet goed aan bij de trainers. Die hebben wel de indruk dat hij stilaan beseft dat hij een andere houding moet aannemen.

Toen Ferrera supervisor was, werd de lat hoog gelegd. Op het extreme af. Zeker voor jeugdtrainers die maar deeltijds tewerkgesteld worden. Emilio verwachtte van hen dat ze een videoanalyse zouden maken van elke thuismatch. En daar bleef het niet bij. Hij verdeelde het veld in vakken met behulp van lintjes en hij wilde die methode introduceren vanaf de U9. Een tijdrovende bezigheid. Extra uren die de niet-voltijdse trainers thuis niet altijd uitgelegd kregen...

Eind mei joeg de 16-jarige Nicolas Raskin een schokgolf door Neerpede met zijn transfer naar AA Gent. Na Jérémie Luvovadio (Gent), Maxime Delanghe en Andy Koshi (PSV) en Evangelios Patoulidis (Standard) was Raskin al de vijfde basisspeler van de fel bejubelde U16 die het voor bekeken hield bij Anderlecht. Nog een geluk dat de roes van de 34e landstitel nog niet helemaal was uitgewerkt. Elk van die jongens had een gegronde reden om te vertrekken: Delanghe was gecharmeerd door het sportieve project zoals dat heet, Raskin haalde bij de Buffalo's een vorstelijk contract binnen - inclusief voordelen in natura voor zijn vader - en Patoulidis kreeg bij Standard de garantie dat hij met de U21 mocht meetrainen. Vooral het geval Patoulidis is symptomatisch voor de manier waarop jeugdspelers schijnbaar moeiteloos hun inschrijvingskaart inleveren voor harde valuta's. In maart was er nog geen sprake van een transfer naar Standard: ondanks aanbiedingen uit Engeland wilde de rot getalenteerde middenvelder, die geen andere club had gekend dan Anderlecht, in de voetsporen treden van Youri Tielemans. Twee maanden later maakte de familie een curieuze bocht en verpatsten ze hun hart aan de Rouches. In Luik wordt verteld dat Patoulidis door zijn gestalte en spichtige benen niets te zoeken heeft bij de U21. Maar het is bijlange niet zeker of zijn entourage dat ook vindt. Bij Anderlecht stond vader Charalambos Patoulidis namelijk bekend als een koppigaard. Tijdens een tornooi in Italië werd Patoulidis vervangen in een match tegen AC Milan. Hij had geen bal geraakt omdat zijn tegenstander twee keer zo breed was als hij. Na de match kwam de vader verhaal halen bij enkele clubmedewerkers. 'Hoe durft de trainer de aanvoerder van het veld te halen! Die moet altijd blijven staan.' De saga Patoulidis is het tastbare bewijs dat Anderlecht niet meer zwicht voor de financiële eisen van ouders die denken dat hun zoon de nieuwe Kompany of Tielemans is. En als dat tot een nieuwe leegloop moet leiden, is het maar zo. Trésor Ndayishimiye, Daan Foulon en Milan Corryn, drie spelers die titularis zijn bij de Belgische U19, gingen niet in op een nieuw contractvoorstel van paars-wit en lijken de volgende vertrekkers te zijn. Anderlecht beschouwt dat als collateral damage. 'Jaren aan een stuk hebben we dezelfde fout gemaakt. Als Jean Kindermans (directeur jeugdopleiding op Neerpede, nvdr) vroeger aan mijn bureau stond voor een speler, dan gingen we desnoods door de knieën om hem te houden', aldus Herman Van Holsbeeck. 'Dat doen we niet meer. We zullen een carrièreplan opstellen voor de speler met incentives die trapsgewijs geactiveerd kunnen worden. 'We moeten wel blijven investeren in de academie. Alleen al om talenten die op hun twaalfde buitengewoon goed zijn - denk maar aan Adnan Januzaj, Anthony Vanden Borre, Charly Musonda - een perfect kader te kunnen aanbieden. 'Eigenlijk staan ouders voor de keuze. Een fair bedrag krijgen op Anderlecht en zeker zijn dan hun zoon kan terugvallen op een draaiboek. Of elders enkele duizenden euro's meer afdingen en een nummertje zijn.' Anderlecht heeft het pad van de realpolitik dus verlaten. Maar naar verluidt is Kindermans niet helemaal opgezet met die drastische koerswijziging. Het zou de meest talentvolle spelers wegjagen uit Neerpede. Veel ouders vragen zich al af of hun zoon ooit een contract zal krijgen. Het financieringsmodel van Neerpede, dat al jaren te boek staat als een hoogtechnologisch laboratorium waar de nieuwste prototypes voor eerste klasse gemaakt, getest en geperfectioneerd worden, staat dus onder druk. 'De periode van de Svilars, Musonda's, Mangala's, Antonnuci's en Lokilo's is gedaan', zegt een makelaar die vertrouwd is met de jeugd op Anderlecht. 'Van Holsbeeck zal twee keer nadenken voor hij de familie een sterkmaking aanbiedt. Anderlecht heeft in het verleden een paar blauwtjes gelopen en ik kan begrijpen dat ze niet meer fors willen investeren in jongens van wie de ouders de afspraken niet nakomen. Club Brugge en Gent zullen wel nog de volle pot betalen. Anderlecht, dat er vroeger sommen tegenaan kon gooien, niet meer. Die zitten nu op het niveau van Genk en Standard.' Op Anderlecht zijn de meningen verdeeld over het kaliber van de komende lichtingen. Sommige menen te weten dat het straks krabben wordt om spelers in het eerste elftal te krijgen. Anderen beweren dat er bij de U21, U19 en U17 Anderlechtwaardig materiaal zit. Een ding staat vast: in termen van resultaten steekt Anderlecht er nog altijd met kop en schouders bovenuit. De opvatting dat Club Brugge de nieuwe nummer één is en dat Gent er zit aan te komen, is de waarheid geweld aandoen. Vorig seizoen werden de U14, U15, U16, U17 en U21 van Anderlecht kampioen en in deze campagne doen de meeste ploegen opnieuw vooraan mee, ook al wordt er vanuit de directiekamer geen enkele druk gelegd om kampioen te worden. De onderbouw, alle ploegen onder de U14 waar geen klassement voor wordt opgemaakt, doen het ook goed. De U12 hebben nog niet verloren en onlangs eindigden ze op een Nederlands tornooi met onder andere Ajax, Feyenoord, AZ en PSV in de top vier. Vorige week wonnen de U11 de Legia Cup in Polen. Europees zit de onderbouw van Anderlecht bij de top. Het is geen toeval dat Jean Kindermans elke week wordt uitgenodigd om zijn visie te gaan uitleggen in binnen- en buitenland. Talent is een, ermee leren werken is nog iets anders. Anderlecht mikt doelbewust op buitenlands zilverwerk om zijn uitstraling in Europa te verstevigen. 'De competitie is geen uitgangspunt, tornooien winnen wel', aldus dezelfde jeugdtrainer. 'Het kampioenschap is opleidingsgericht, tornooien prestatiegericht. Dat is de filosofie van de club. Je voelt bij de spelers dat ze Europese uitdagingen nodig hebben.' De volgende stap is de jeugdopleiding helemaal professionaliseren. Het aantrekken van een voedingsdeskundige, een psycholoog, extra fysiektrainers en de samenwerking met Energy Lab is een stap in de goede richting. Een draagvlak voor linietrainers is er nog niet. De meest opmerkelijke maatregel kwam van de hand van operationeel directeur Jo Van Biesbroeck. Hij gaf de teamafgevaardigden die vroeger een enveloppe kregen om drank te kopen voor de spelers een nieuw fiscaal statuut. De coaches voeren aan dat er nog meer geïnvesteerd zou kunnen worden in het trainerskorps. Op dit moment zijn er slechts vijf trainers voltijds aan de slag: Stéphane Stassin, Oleg Jasjtsjoek, René Peeters, Mohamed Ouahbi en Emilio Ferrera. Club Brugge en Genk staan op dat gebied een stap verder dan Anderlecht. Ze hebben meer trainers in vaste loondienst. Maar dat is niets vergeleken met Engeland, Nederland, Duitsland en zelfs Polen. Bij PSV is de coach van de U12 fulltime in dienst. Op internationale tornooien zijn de jeugdtrainers van paars-wit vaak de enige amateurs aan tafel. In theorie zou Anderlecht het goede voorbeeld moeten geven. Al moet het bestuur wel een afweging maken: hoeveel profspelers die inzetbaar zijn voor eerste klasse zullen die extra voltijdse mankrachten opleveren? Niemand die op Anderlecht zal ontkennen dat de doorstroming naar het eerste elftal aan het slabakken is. Het staat zelfs helemaal stil. Dit seizoen haalden Kobe Cools en Albert Mboyo Sambi Lokonga, de jongere broer van Paul-José Mpoku, de bank. That's it. Door veel buitenlandse jeugdspelers te importeren, geeft het bestuur bovendien een signaal dat niet bij iedereen goed aankomt. De Afrikaanse diaspora is altijd goed vertegenwoordigd geweest op Neerpede, maar nu plukt Anderlecht ook zogenaamde toptalenten weg in Polen (Jakuw Kiwior), Paraguay (Gianlucca Fatecha) en China (Li Haoran). Allemaal spelers van wie men vandaag niet kan zeggen of ze ooit hun opwachtig zullen maken in het Vanden Stockstadion. Voor die jonge buitenlandse voetballers liet de uitbater van La Bella Vita, het Italiaanse restaurant op enkele tientallen meters van het oefencentrum, in de buurt een flatgebouw optrekken waar Anderlecht een tiental appartementen huurt. Kostprijs per appartement: een goede 400 euro per maand. Een goeie investering? Feit is: Voor elke Chancel Mbemba, Frank Acheampong en Andy Najar, die succesvol het traject hebben doorlopen, heb je er tien die gedesillusioneerd naar hun land moeten terugkeren. Bij de binnenlandse talenten van Anderlecht heb je voetbalouders die hun zoon aanbidden alsof hij de Verlosser is. De rest maakt zich geen illusies meer. Ze weten dat Anderlecht nog altijd de beste opleiding van het land heeft. Tot hun kroost aan de poort van de A-ploeg staat. Voor wie niet meteen indruk maakt, is het vaak lang wachten op een tweede kans. Geduld bestaat niet op Anderlecht. Combineer dat met knapen die het hoog in hun bol krijgen en dan is het niet abnormaal dat een grote groep spelers moet afhaken. Het cliché dat Anderlecht verwaande spelers aflevert, klopt voor een deel. Ze gedragen zich als rocksterren en ze worden ook zo behandeld door de tegenstrever. Daartegenover staat dat er binnen de club oprechte interesse is in de jonge gasten. Niet zelden is het trio Collin-Van Holsbeeck-Vanden Stock aanwezig op thuismatchen en komen ze al eens een woordje zeggen bij de rust. Roger Vanden Stock kent de uitslagen van alle ploegen meestal uit het hoofd. Op Neerpede verzucht men vaak dat mentaliteit het grootste werkpunt is bij de jeugd van Anderlecht. Een speler die Anderlecht verlaat, gaat ervan uit dat de clubs voor hem in de rij zullen staan. En ze voelen zich te goed om een stapje terug te zetten. Ze denken: ik heb niets te zoeken in tweede of derde klasse. Terwijl de realiteit is dat de meesten met hun hoofd tegen de muur lopen. Voor hen valt te hopen dat ze ooit de klik zullen maken.