Deze reportage verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 16 augustus 2018.
...

'In Nanterre kent iedereen minstens één Diaby.' Ousman, een ranke twintiger die 205 centimeter boven de grond uitsteekt én een van de oudere broers van Abdoulay, zegt het al lachend. Toch schuilt er een grond van waarheid in: Nanterre, hoofdplaats van het departement Hauts-de-Seine, is het soort voorstad waar iedereen elkaar kent. En de Diaby's waren met twaalf kindereen thuis, halfbroers en -zussen incluis. Zes jongens en zes meisjes. Abdoulay was zonder twijfel dé koppigaard van de familie. Een erfenis van papa Diaby. 'Je zou Abdoulay in twee woorden kunnen omschrijven: temperamentvol en roekeloos', aldus Ousman. 'Hij liep rond met een air van: je m'en fous. Het was een heel zelfzekere jongen. En het kon nooit snel genoeg gaan voor hem. Je had hem bezig moeten zien toen ik rondreed op mijn scooter. Hij was pas twaalf jaar, maar het interesseerde hem niet om achterop mee te rijden. Nee, hij wilde zelf de scooter besturen. Het drong niet altijd tot hem door dat hij een van de kleintjes was van de familie. Wellicht omdat hij vaak met oudere jongens optrok.' De Diaby's huren een gelijkvloers appartement in Les Fontenelles, een stedelijke jungle waar alle voorzieningen op wandelafstand van elkaar liggen. Winkels, een basisschool, een college, sportvelden, gebedshuizen, enzovoort. Je kan er leven en sterven zonder een voet buiten de wijk te moeten zetten. In eerste instantie lijkt Abdoulay ook niet aan zijn lot te kunnen ontsnappen: hij wordt naar de wijkschool Jacques Decour gestuurd, gaat naar het college Evariste Galois aan de overkant van het ouderlijke huis en leert de knepen van het straatvoetbal op een betonnen veldje dat grenst aan zijn natuurlijke habitat. 'Hier hebben Abdoulay en ik een paar oorlogjes uitgevochten', vertelt Lionel Thiam, de beste vriend van Abdoulay Diaby, terwijl hij met pretoogjes een terrein overschouwt dat veel gelijkenissen vertoont met een gevangeniskoertje. 'Veel regels waren er niet. Vijf spelers per ploeg en wie als eerste twee keer scoorde, mocht blijven staan. Soms stonden er tot dertig spelers aan te schuiven om het veld te kunnen betreden. 'Abdoulay en ik konden wat overweg met de bal en daarom lieten de oudere jongens ons toe in hun team. Maar de tegenstanders hadden geen medelijden met ons. Je mocht dus niet tonen dat je schrik had. Moest je een potje huilen omdat er een fout op jou gemaakt werd? Niets aan te doen. Er was toch geen scheids om een fout af te fluiten. Als je dat soort voetbal aankon dan was je klaar om de duels aan te gaan in het veldvoetbal. Maar Abdoulay heeft op straat ook zijn techniek verfijnd en zijn afstandschot leren ontwikkelen.' Tot zijn vijftiende is Abdoulay een echte gamin de quartier. Een straatjochie. Hij hangt wat rond in de wijk of hij houdt de wacht in de inkomhal van zijn woontoren. Van zijn vader krijgt hij zelfs een toepasselijke bijnaam: bewaker. Ousman: 'Soms gaven de oudere jongens Abdoulay een tikje om hem duidelijk te maken dat hij best naar huis ging. De tijden zijn veranderd. Vroeger waren de anciens van de wijk redelijk goedschiks. Zij deden hun zaakjes, maar ze zagen er op toe dat wij niets verkeerd deden. Nu sleuren de oudere kerels de jonge garde mee in hun affaires. Ik mag er niet aan denken wat er van ons geworden zou zijn zonder onze oudste broer Idrissa. 'Hij geraakte binnen op het opleidingscentrum van Valence, toen nog een tweedeklasser, maar mijn vader heeft zijn inschrijving verhinderd. Hij had Idrissa nodig om ons, de vijf jongere broers, niet te laten ontsporen. Hij stond borg voor onze goede opvoeding. Mijn moeder moest thuis voor de kleintjes zorgen en met het salaris van mijn vader, die als onderhoudsman werkte in La Défense, was het onbegonnen werk om rond te komen. 'We waren verre van criminelen, maar we moesten wel onze plan trekken... Ik pikte fietsen om die door te verkopen. Toen mijn broer dat ontdekte, heeft hij mij twee kletsen gegeven. Ik heb het nooit meer gedaan. Wat als hij er niet was geweest? Het begint met de diefstal van een fiets en daarna kan het snel escaleren...' Idrissa moet ook tussenbeide komen wanneer Abdoulay in de Decathlonvestiging van La Défense betrapt wordt op het stelen van twee voetbalshirts: een van AC Milan en een van Manchester United. Het truitje van Man U is bedoeld voor de jongste broer Soumaila, een fervente supporter van de Red Devils. 'Opgroeien in Nanterre is geen plezierreisje', erkent Lionel Thiam. 'Nanterre is een jungle. We wonen hier met 100.000 mensen op een kleine oppervlakte. Je hoeft maar vijf minuten te rijden en je zit in het chique Courbevoie, Suresnes, Putaux, Rueil-Malmaison of het 6e arrondissement van Parijs. Maar dat is onze wereld niet. We gingen daar niet naartoe omdat we we er toch scheef bekeken zouden worden. Dat zijn stadsdelen waar het vol zit met fils à papa die met de auto afgezet en afgehaald worden op voetbaltraining. Wij gingen te voet naar de trainingen. Hoogst uitzonderlijk namen we de bus. 'We beseften toen niet dat er zo'n kloof gaapte tussen jongeren uit Nanterre en jongeren uit de buurgemeentes. Wij dachten er niet bij na. Het leven voor ons speelde zich enkel af in onze wijk. Wij dolden met onze vrienden, gingen naar de voetbal en we speelden PlayStation. Het is pas bij het ouder worden dat we die dingen begrepen.' In het centrum van Nanterre, ver weg van de cités, roepen schreeuwerige affiches op om op 5 mei in een mars te stappen tegen president Emmanuel Macron. Stop Macron. Nanterre insoumise. Jean-Luc Mélenchon en zijn extreemlinkse beweging La France Insoumise haalden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017 de meeste stemmen binnen. Maar Nanterre kleurt, niet toevallig, sinds 1935 donkerrood op politiek vlak. Hier regeert de Parti Communiste Français (PCF), die steunt op het kiesvee uit de vroegere getto's. Tot midden jaren zeventig had Nanterre een van de meest notoire sloppenwijken op zijn grondgebied staan. De bevolking was een potpourri van Portugese en Algerijnse gastarbeiders en hun gezinnen die ondergebracht werden in barakken waar hygiëne een luxe was. Voetbal was voor deze Parijse onderklasse een manier om zich te integreren in de Franse maatschappij. Veertig jaar later is voetbal hét redmiddel geworden om kinderen uit kwetsbare wijken op het rechte pad te houden. Met voetbalclub ES Nanterre als sociaal opvangnet, waar de spelers tijdens elke training en wedstrijd een perfect uitzicht hebben op La Défense, het symbool van het kapitalisme in Frankrijk. Het communistische bastion Nanterre staat letterlijk en figuurlijk in de schaduw van de Franse zakenwereld. 'Nanterre moet voetbal kunnen aanbieden op een hoog niveau, maar het mag zijn sociale rol niet vergeten', zegt Ousman. 'Voor we een kind buiten smijten moet het iets ergs of onherstelbaars hebben gedaan.' ES Nanterre is zowat de officieuze familiezaak van de Diaby's geworden. Ousman (29) is sportief directeur van de jeugdploegen en traint de U15. Oumarou (21) en Soumaila (24) leiden de U19 en U13 op. Abdoulay is dus voorbestemd om na zijn carrière een prominente rol te spelen binnen de club. De aanvaller van Club Brugge zal volgens Ousman niet veel keuze hebben. 'Hij heeft mij al gezegd dat hij zich meer willen engageren in de club. We zullen later wel een postje voor hem vinden.' Terwijl Ousman zich klaarmaakt om de training te leiden, duiken twee jongens op met een shirt van Club Brugge over de schouders. Een ander schuifelt op het nieuwe synthetische veld voorbij met een truitje van Lille, de club waar Abdoulay debuteerde in de Ligue 1. Even verderop staat 'de zandbak', een veldje uit gemalen baksteen dat in de zomer dienst doet als strand, te verloederen. Straks moet hier een nieuw veld met kunstgras verrijzen. Maar Abdoulay hield best wel goede herinneringen over aan het stoffige rode veld dat na een regenbui de aanschijn had van een moeras. 'Toen hij vanaf de U13 zijn wedstrijden moest spelen op het grasveld begon hij ter plaatse te trappelen', aldus Ousman. 'Misschien had hij moeite met de omslag van acht naar elf spelers? Hij zat ook met knieproblemen omdat hij een flinke groeischeut kreeg. 'Tot zijn twaalf jaar ging alles vanzelf en plots lukte niets meer. Hij begon aan zichzelf te twijfelen. Deed hij niet meer genoeg of zat hij gewoon aan zijn plafond? Ik herinner mij een bekermatch die via een strafschoppenreeks beslecht moest worden. Zijn penalty was zo slecht genomen dat de keeper de bal klemvast kon nemen. Die fase vatte goed samen hoe het Abdoulay in die periode verging.' Voor trainer Djamai Lahcen, trainer van de U15, is het zaak om de kuren en mogelijke woede-uitbarstingen van Abdoulay te kanaliseren. Hij was het type speler dat slecht kon reageren na een wissel en zwaar kon mokken na een nederlaag. 'Op die leeftijd is het belangrijk dat je de speler geen ruimte laat om tegendraads te doen', zegt Lahcen, die Abdoulay twee seizoenen trainde bij de U15. 'Ze komen de kleedkamer binnen, denken dat ze de beste zijn en willen op het veld elk hun nummertje opvoeren. Ik heb ooit aan Abdoulay gezegd: 'Gebruik je kwaliteiten ten dienste van het collectief. Jij moet de anderen doen schitteren.'' Af en toe moet de Malinese Fransman geprikkeld worden. Hij mag niet voelen dat hij zeker is van zijn plaats. Lahcen: 'Ik gaf bewust rugnummer tien aan Abdoulay. Het was ook mijn nummer toen ik nog voetbalde en ik vroeg hem of hij wist welke verantwoordelijkheid ermee gepaard ging. Ik zei bloedserieus: 'Als ik merk dat je het nummer niet aankan, neem ik na de match de 1 weg. De nul die overblijft zal mijn waardeoordeel zijn over jouw match.' Het motiveerde hem. Als hij een goede wedstrijd had gespeeld, kwam hij bij mij. 'Heb ik nu mijn rugnummer tien verdiend?'' Op het hoofdveld van Nanterre komt de snelheid van Abdoulay nog meer tot uiting. Hij heeft de gave om op een kleine ruimte een speler uit te schakelen en dan te versnellen. Elke opening tussen de laatste verdediger en de doelman is een excuus om met de bal aan de voet richting grote rechthoek te crossen. 'Hij heeft zijn snelheid van onze papa geërfd. Dat beweren onze ooms toch', zegt Ousman. 'Papa groeide op in een Malinees dorpje. In zo'n kleine gemeenschap is het altijd handig om snel te kunnen lopen. Abdou heeft ook de kleine lichaamsbouw van papa meegekregen, maar hij was er nooit door gecomplexeerd. Il s'aime bien. Hij is ijdel.' ( grijnst) Bij de U15 speelt hij werkelijk alles kapot. Hij scoort haast elke match en is ongrijpbaar. Ousman: 'Misschien had het te maken met zijn jeugdige onbezonnenheid, hij durfde toen meer dan nu. Hij aarzelde niet om een, twee, drie en zelfs een vierde verdediger te provoceren. Ik weet niet juist wanneer, maar hij heeft op een bepaald moment de klik gemaakt. Volgens mij was Abdou de beste speler van de competitie. Alle ploegen wisten dat er voorin bij Nanterre een goede speler rondliep.' Abdoulay steekt er met kop en schouder bovenuit, maar hij komt niet in aanmerking voor een plaats in de A-ploeg. Dat team is voorbehouden aan de tweedejaars. En Abdoulay is te broos om mee te draaien tussen jongvolwassenen zo wordt gezegd. Lahcen dringt aan, maar het is tevergeefse moeite. 'Nanterre hield vast aan zijn politiek: de eerstejaars bij de B-ploeg, de tweedejaars bij de A-ploeg. Abdoulay verdiende zeker een kans te krijgen bij de A's, maar de trainers deden wat hen van bovenaf opgedragen werd. Jammer, want Abdoulay was klaar om helemaal te ontploffen.' Ousman Diaby bevestigt schoorvoetend het verhaal. Tot vandaag blijft Nanterre zijn beleid trouw. 'Bij de U15 was mijn broer inderdaad de beste. Maar hij zat met een groot probleem waar hij niets aan kon doen: van de U15 moest hij meteen naar de U18 gaan. Dat is een team waar drie leeftijdscategorieën samen zitten. Abdoulay had als 14-jarige zomaar tegen jongens van achttien kunnen staan. Dat was onbegonnen werk. Zelfs een crack moet op fysiek vlak meekunnen. Bij Nanterre zullen we pas een jongen overhevelen naar een ander team als hij beter is dan de spelers die een categorie hoger zitten. Is hij de beste van zijn generatie? Dan blijft hij waar hij is en moet hij zijn leeftijdsgenoten helpen.' Het ruwe talent van Abdoulay kan de Parijse topclubs niet overtuigen. 'Mocht Abdoulay tien jaar later geboren zijn dan hadden scouts hem zeker eerder ontdekt', zegt Lahcen. 'Ik denk dan aan als Lille, Le Havre en dat soort clubs. Ik zeg dat niet omdat het mij goed uitkomt. Als ik zie welke spelers nu binnengehaald worden in een centre de formation dan zou Abdoulay er nu zeker bij zijn geweest.' Sedan profiteert van de onverschilligheid in de hoofdstad ten opzichte van Nanterre om een partnerschap op poten te zetten. De Ardense club mag elk seizoen de twee beste spelers van de U15 gedurende enkele dagen op proef nemen. In het voorjaar van 2009 zijn Abdoulay en ploegmaat Charles aan de beurt. Charles moet al snel geblesseerd afhaken en Sedan zet na de eerste testdag de procedure in gang om Abdoulay over te nemen. Idrissa, de oudste van de broers, speelt vanaf dan een doorslaggevende rol in de carrière van de dertien jaar jongere Abdoulay. Hij kan na een lange onderhandelingsronde de pater familias overtuigen om Abdoulay naar Sedan te laten vertrekken. Hij is ook de persoon die het vaakst naar Sedan rijdt om hem op te zoeken. Een enkele rit neemt gemakkelijk drie uur in beslag. 'Idrissa heeft aan mijn ouders moeten uitleggen dat Sedan een geweldige opportuniteit was voor Abdoulay die de familie niet kon laten liggen. Maar ik begreep het standpunt van mijn ouders ook. Ze waren naar Europa gekomen om hun kinderen een beter leven te geven dan in Mali. Voetballen paste niet in het plaatje. Volgens hem kon je enkel met een hoger diploma hogerop geraken. Mijn vader heeft de doorbraak van Abdoulay bij Sedan helaas niet meer mogen meemaken...' Het is pas bij Sedan dat Abdoulay zijn echte roeping vindt: profvoetballer worden. Thiam: 'Voor ons was voetbal in de eerste plaats een leuk tijdverdrijf. We dachten er bijlange niet aan dat we ooit profvoetballer zouden worden. Bij mij is die gedachte pas opgekomen toen ik Abdoulay voor het eerst zag spelen met Sedan op het veld van Racing Club de France. Die match werd hier in de buurt gespeeld in Colombes. Hij scoorde een geweldig doelpunt, dat mij deed denken aan een goal die Thierry Henry ooit maakte met Arsenal tegen Tottenham. Na de match hebben we uren met elkaar aan de telefoon gehangen. We begonnen te mijmeren over onze toekomst. Misschien zouden we het toch waarmaken? Ik heb hem toen vlakaf gezegd dat hij nu maar tot het einde moest doorgaan. Mij is het door een aantal redenen niet gelukt bij PSG. Ik moet er wel bij vertellen dat Abdoulay op mentaal vlak de betere was van de twee.' De mensen die Diaby een grote toekomst voorspelden, waren op een hand te tellen. 'Ik had mijn hand ook niet in het vuur gestoken voor Abdoulay', stelt Lahcen. 'Hij is bij Nanterre van veel te ver moeten vertrekken om zijn slaagkansen precies te kunnen inschatten. Bij Abdoulay is er wel een opvallende constante: aan de verwachtingen klampt hij zich vast en daarna legt hij de lat hoger. En kijk waar hij nu staat. Misschien mag hij nog meer ambiëren.'