Een verlaten stationshal, een broodje tonijn en een grote sjaal: Nacer Chadli valt helemaal niet op in Birmingham International, het treinstation dat op een twintigtal kilometer ten oosten van de op één na grootste stad van Engeland ligt. Over een goed uur vertrekt hij van hieruit naar Sutton Coldfield, waar het trainingscentrum van West Bromwich Albion FC zich bevindt en waar hij sinds zijn vertrek bij Tottenham anderhalf jaar geleden met zijn twee honden woont. Ver weg van de Londense drukte maakte de hevigheid van zijn jonge jaren plaats voor gematigdheid.
...

Een verlaten stationshal, een broodje tonijn en een grote sjaal: Nacer Chadli valt helemaal niet op in Birmingham International, het treinstation dat op een twintigtal kilometer ten oosten van de op één na grootste stad van Engeland ligt. Over een goed uur vertrekt hij van hieruit naar Sutton Coldfield, waar het trainingscentrum van West Bromwich Albion FC zich bevindt en waar hij sinds zijn vertrek bij Tottenham anderhalf jaar geleden met zijn twee honden woont. Ver weg van de Londense drukte maakte de hevigheid van zijn jonge jaren plaats voor gematigdheid. Op zijn 28e beleeft Nacer Chadli een bizar seizoen. Aanvankelijk werd hij door zijn toenmalige clubcoach Tony Pulis genegeerd, maar voor bondscoach Roberto Martínez lijkt hij een onmisbare pion bij de Rode Duivels. Ondanks deze eigenaardige paradox vond Chadli zijn evenwicht. Hoe verklaar je zelf die tegenstelling? Nacer Chadli: Het is inderdaad vreemd. Al zeven jaar maak ik deel uit van de Rode Duivels en ik werd al met zoveel verschillende situaties geconfronteerd. Ik was titularis onder Georges Leekens, onder Marc Wilmots en onder Roberto Martínez, maar ik was ook invaller onder elk van die bondscoaches. Vaak raakte ik geblesseerd op het slechts mogelijke moment, vlak voor een interland. Ik denk dat het al bijna tien keer is voorgevallen. Daarnaast was er uiteraard mijn niet-selectie voor het EK in Frankrijk. Dat deed me veel pijn, want op blessures na was het de eerste keer dat ik niet bij de groep zat. Vier jaar lang maakte ik altijd deel uit van de kern van Wilmots. Ik speelde mijn rol tijdens de kwalificatiecampagne en dan op het slechts denkbare moment, voor het EK, val ik uit de boot.Chadli: Die blessure was te wijten aan vermoeidheid, ja, maar ik heb ze wel opgelopen bij West Bromwich, niet bij de nationale ploeg. Toen ik terugkeerde bij de club, vroeg Pulis me om volledig met de groep mee te trainen. Alle andere internationals die gespeeld hadden, mochten zich individueel laten verzorgen. Het was op een donderdag, twee dagen voor de wedstrijd. Ik wist dat ik niet zou spelen, want ik moest me al het hele seizoen tevreden stellen met een plaatsje op de invallersbank. Toch stond de trainer erop dat ik mee trainde. Ik begreep er niets van en ik heb er ook nooit een uitleg voor gekregen. Op dát moment blesseerde ik me. Chadli: Ik heb nog nooit gewenst dat eender wie zijn job zou verliezen. Daar kun je niet blij om zijn. Maar we waren wel op een punt gekomen waarop de spelers niet meer wilden vechten voor hun coach. Wat mij persoonlijk betreft, frustreerde het me natuurlijk dat ik niet aan spelen toekwam, maar ik ben altijd hard blijven werken en heb me gefocust op de wedstrijden bij de nationale ploeg. Het probleem was dat ik geen enkel direct contact meer had met Pulis sinds ik deze zomer kenbaar maakte dat ik de club wilde verlaten. De coach speelde dubbel spel met mij. Enerzijds ging hij ermee akkoord dat ik vertrok, maar anderzijds deed hij er alles aan om een mogelijke transfer tegen te houden. Halverwege oktober, omdat de resultaten tegenvielen, kreeg ik plots een kans tegen Leicester. Hij gaf geen verklaring voor zijn keuze, ik stond gewoon in de basis. Ik speelde goed en scoorde, en we pakten een punt. Een week later tegen Southampton kreeg ik opnieuw een plaats in zijn elftal. Een kwartier voor het einde, bij een 0-0-stand, haalde hij me van het veld. We verloren de wedstrijd nog met 1-0. En wat doet hij nadien? Hij zet me weer op de bank. Zonder reden, zonder uitleg. Chadli: Ik heb onmiddellijk een goed gesprek gehad met Alan Pardew. Hij zei me dat iedereen voor hem met een wit blad begon. Zoiets komt als een geruststelling. Bovendien wist ik dat hij een trainer is die meer voor aanvallend voetbal staat. Voor mij veranderde dat veel. Was Pulis gebleven, dan was ik een serieuze discussie aangegaan met het bestuur over mijn toekomst. Nu is de situatie anders. Vijf maanden voor het WK ga ik niet van club veranderen. Mijn enige doel is nu om zoveel mogelijk speeltijd te vergaren en me op de best mogelijke manier voor te bereiden voor juni. Daarna zien we wel wat er gebeurt in Rusland en welke mogelijkheden er zich dan aandienen. Weer bij een club spelen die bovenaan het klassement draait, zou de kerst op de taart zijn. Chadli: Je bent nooit zeker van een selectie. Er zijn maar heel weinig spelers bij de Rode Duivels die nu al op hun twee oren mogen slapen. Zes maanden voor het EK dacht ook niemand dat ik er niet bij zou zijn in Frankrijk. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Er kan ineens een jongere uit het niets opduiken en mijn plaats innemen. Dat is de wet van de sport. Nu, ik denk dat ik, door vorig seizoen titularis te zijn bij West Brom, een completere voetballer geworden ben. Ik heb hier geleerd om te verdedigen. Zowel bij Twente als bij Tottenham moest ik me in de eerste plaats concentreren op aanvallende acties. Bij West Brom moest ik anders leren denken. Ik heb altijd liever aangevallen - en dat is nog altijd zo - maar ik ontdekte hier dat ik ook plezier kan beleven aan verdedigen. Mijn positiespel is veel beter dan een jaar geleden. Chadli: Ik denk het wel. Als ik honderd procent fit ben, speel ik op die positie mijn beste wedstrijden. Op links of op rechts maakt daarbij voor mij weinig verschil, ook al verdedig ik waarschijnlijk een beetje beter met mijn beste voet. Chadli: Volgens mij is hij meer terughoudend ten opzichte van journalisten, want met de spelers is hij heel anders. Hij is gepassioneerd met voetbal bezig en dat merk je ook telkens hij spreekt. Hij probeert ons een visie eigen te maken, zijn visie. In tegenstelling tot wat sommigen denken staat hij niet verder van de groep dan Wilmots. Ik heb trouwens evenveel respect voor Martínez dan ik voordien had voor Wilmots. Chadli: Ja, ik zeg vaak genoeg tegen mezelf dat ik dichter bij het einde van mijn carrière sta dan bij het begin. Ik ben 28 en hoop nog enkele mooie jaren voor mij te hebben, maar net als voor heel deze generatie geldt ook voor mij dat het WK 2018 dé afspraak is die we niet mogen missen. En als het de laatste afspraak is voor een deel van de groep, dan moeten wij ervoor zorgen dat het een prachtig feest wordt. Chadli: Weinig mensen in België realiseren zich dat er behoorlijk veel ploegen zijn die over evenveel of zelfs meer kwaliteiten beschikken dan wij. Het klopt anderzijds wel dat de overvloed aan talent binnen onze ploeg bijna uniek is. Je kunt niet zeker zijn dat er ooit nog een Kevin De Bruyne of een Eden Hazard zal komen. Maar op een WK spelen zoveel factoren een rol. Je hebt ook een dosis geluk nodig, zoals Portugal op het EK in Frankrijk. Dat was absoluut niet het beste team, maar ze pakten wel de beker. Het is aan ons om te proberen hetzelfde te doen. De ervaring die we de laatste jaren opdeden, kan ons daarbij helpen. Chadli: Uitgejouwd worden door je eigen supporters, daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Dat vind ik zo klein. Je moet ervan bewust zijn dat we altijd het maximum geven voor ons land. Voetballen is niet hetzelfde als FIFA spelen op de PlayStation. Niet alles gaat vanzelf. Soms hoor je van die loze kreten als: 'Ze denken alleen maar aan hun portemonnee en ze vergeten te voetballen.' Ik kan je verzekeren dat wij ons elke wedstrijd dubbel plooien. Ik begrijp de ontgoocheling van mensen die een ticket gekocht hebben en een slechte wedstrijd zien, maar een ploeg of een speler uitjouwen, dat zal ik nooit begrijpen. Soms stellen wij misschien de supporters teleur, maar zij stellen ons af en toe ook teleur. Chadli: Neen. Ik speel liever mét Jan Vertonghen en Marouane Fellaini dan tégen hen. Mochten we met allemaal zulke spelers aantreden, dan zouden we geen enkele wedstrijd met elven eindigen. (lacht) Ook in de kleedkamer aarzelt een aantal spelers niet om verantwoordelijkheid op te nemen. Niemand gaat beginnen te schreeuwen tijdens de rust - dat vind ik trouwens zinloos - maar verscheidene spelers durven wel het woord te nemen wanneer dat nodig is. Je hebt Vincent Kompany, natuurlijk, maar hij is niet de enige. Ook Eden Hazard zal zeggen waarop het staat. Hetzelfde geldt voor Jan Vertonghen, Axel Witsel en de zware stem van Romelu Lukaku. (lachje) Kortom, we hebben een goed uitgebalanceerd team. Chadli: Ik was er niet bij op het EK en heb het dus niet meegemaakt om lang samen te zijn met de groep zonder dat hij er ook bij was. Persoonlijk zou ik hem missen. Een leider als Vincent is heel zeldzaam. Hij vindt altijd de juiste woorden. We beschouwen hem als een soort grote broer. Ik geloof er trouwens rotsvast in dat hij erbij zal zijn in Rusland.