Weinig clubs in dit land die zo in nostalgie baden als KV Mechelen. Op geregelde tijdstippen worden de prestaties uit het verleden bovengehaald en volop geromantiseerd. Dat zal nu, in de aanloop naar de bekerfinale van 1 mei tegen KAA Gent, niet anders zijn.
...

Weinig clubs in dit land die zo in nostalgie baden als KV Mechelen. Op geregelde tijdstippen worden de prestaties uit het verleden bovengehaald en volop geromantiseerd. Dat zal nu, in de aanloop naar de bekerfinale van 1 mei tegen KAA Gent, niet anders zijn. Juist in die beker legde KV Mechelen in 1987 de hoeksteen voor de meest historische periode uit zijn geschiedenis. Het won toen met 1-0 van Club Liégeois. Een aantal weken later speelde KV zijn eerste Europese wedstrijd op het veld van Dinamo Boekarest. De avond voordien kroop linkerspits Paul De Mesmaeker tijdens de laatste maaltijd onder de tafel en beet een ploegmaat in het been. KV Mechelen won de match en vanaf dan zei trainer Aad de Mos aan De Mesmaeker dat hij dat voor iedere match moest doen. Bijgeloof bleek de rode draad doorheen KV Mechelen, het werd een ritueel dat zich ook overplantte op de spelers. Behalve bij Michel Preud'homme. Die was al, zoals zoveel doelmannen, extreem bijgelovig. Hij speelde altijd met een rode slip die hij droeg toen hij voor Standard debuteerde. Preud'homme trok voor de match eerst zijn kousen aan, dan zijn beenschermers en vervolgens zijn linkerschoen. Hij stapte altijd met dezelfde voet het veld op, raakte de grond met de hiel en wilde dat het laatste schot van de opwarming in doel belandde. Een groot feest staat er in Mechelen na de bekerfinale hoe dan ook op het programma. Ook al is er nog altijd de dreiging dat het na het voetbalschandaal tot sancties komt, de ploeg zal tegen KAA Gent onbevangen en onbevreesd aan de aftrap komen. KV Mechelen heeft niets te verliezen maar alles te winnen. Voor de Buffalo's is dat heel anders. De beker moet het seizoen toch nog een beetje kleur geven. De club presteert onder haar status en verzuimde het om na de titel in 2015 de aansluiting met de top te behouden. De ploeg werd niet verder uitgebouwd, een aantal transfers mislukten. Dat leidde intern tot reflectie, maar tot een ommekeer kwam het niet. Eén op vijftien in play-off 1, de zesde en laatste plaats, het versterkt niet de positie van trainer Jess Thorup. Ook voor hem lijkt de beker een reddingsboei, ook al getuigde hij in de laatste rechte lijn van de reguliere competitie van een grote stressbestendigheid. Aan steun zal het voor KAA Gent niet liggen. Tegen de 20.000 supporters maken de verplaatsing naar het Koning Boudewijnstadion, evenveel komen er vanuit Mechelen. Heel anders was het toen de club in 1964 na een 3-0 tegen FC Diest de eerste beker veroverde. Toen zaten er slechts 3000 Gentenaars in het stadion. Voor de hoofdtribune stonden twee jonggehuwden een blauw-witte kinderkoets te wiegen waarin een jonge Buffalo lag te brullen. Het waren andere tijden. Zouden er in Genk zijn die nog eens aan het verleden denken, aan de samensmelting tussen Waterschei en Winterslag op 1 juli 1988? Toen de Maltees Carmel Busuttil een contract tekende bij de fusieclub, voelde hij meteen de temperatuur. Dus wilde Busuttil de aanhang van de beide kampen een goed gevoel geven. Hij zei dat hij zijn boodschappen in Winterslag deed en naar de kerk ging in Waterschei. Het tekent de gevoeligheden uit die periode. Hoeveel voetballers van Winterslag stonden er in de eerste ploeg en hoeveel van Waterschei, het werd onder het vergrootglas gelegd. En de trainer kon alleen iemand zijn die bij de beide clubs had gewerkt: de zachtaardige Duitser Ernst Künnecke. Die emoties zijn allang verdreven, want het voetbal is hartverwarmend en de titel ligt voor het grijpen. De vraag is nu alleen of de architect van de successen, Philippe Clement, aan boord kan gehouden worden. Maar ook dat verstoort de gemoedsrust niet. KRC Genk voetbalt, zoals ook vrijdag op Standard bleek, met een groot geloof in eigen kunnen. Zonder overmoedig te worden.