Zou Ivan Leko er zondag, midden de euforie, nog eens aan gedacht hebben? Aan het moeizame begin bij Club Brugge, de wrange Europese wedstrijden die hier en daar het geloof in zijn kwaliteiten als trainer deden afbrokkelen? Zou Leko dan bij zichzelf te rade zijn gegaan, hij die zijn voetbalevangelie al vaker verkondigde: niet afwachten maar opereren met een blok van tien spelers, trainen op automatismen waarin er altijd drie, vier oplossingen zijn? Zou hij zich afgevraagd hebben of hij niet te snel hoofdtrainer was geworden, zoals hij dat deed tijdens zijn periode bij OH Leuven, waar hij al na negen maanden werd ontslagen?
...

Zou Ivan Leko er zondag, midden de euforie, nog eens aan gedacht hebben? Aan het moeizame begin bij Club Brugge, de wrange Europese wedstrijden die hier en daar het geloof in zijn kwaliteiten als trainer deden afbrokkelen? Zou Leko dan bij zichzelf te rade zijn gegaan, hij die zijn voetbalevangelie al vaker verkondigde: niet afwachten maar opereren met een blok van tien spelers, trainen op automatismen waarin er altijd drie, vier oplossingen zijn? Zou hij zich afgevraagd hebben of hij niet te snel hoofdtrainer was geworden, zoals hij dat deed tijdens zijn periode bij OH Leuven, waar hij al na negen maanden werd ontslagen? Naar buiten heeft Ivan Leko dit seizoen nooit openlijk blijk gegeven van enige twijfel. Ook niet toen Anderlecht anderhalve week geleden een mentale tik uitdeelde en hij zich heel even afvroeg of hij niet te braaf door de voetbalwereld gleed. Maar vervolgens pakte Leko de draad weer op. Met passie en voetballiefde. Ondanks enkele haperingen is het wel degelijk Ivan Leko geweest die Club Brugge vorm gaf. Hij veranderde nog weinig vanaf het moment dat hij de juiste veldbezetting vond. Hij bood zijn spelers een houvast: geen rotatiesysteem, maar de kracht van de duidelijkheid. Zo kreeg hij iedereen mee in zijn verhaal. Met de steun van het bestuur. Straks, als de rook van het feest is verdwenen, komt het erop aan op welke manier dan ook de fundamenten te verstevigen en het vertrek van een aantal spelers op te vangen. Met reflectie en rationaliteit. Zodat Club, na de blamage van vorig seizoen, ook op het toneel van de Champions League overeind blijft. In de schaduw van het Brugse feestgedruis dreigt Anderlecht naast de tweede plaats te vallen. De fletse prestatie in Gent werd door voorzitter Marc Coucke fel op de korrel genomen. Geen club die tijdens deze voetbaljaargang zo werd besproken als paars-wit. De komst van Hein Vanhaezebrouck werd zwaar uitvergroot, alsof de Redder uit de hemel was neergedaald. Maar de ommekeer bleef uit. In plaats daarvan kwam het tot een machtsoverdracht, met veel onrust en nog meer vragen. Slechts af en toe kreeg Vanhaezebrouck zijn team aan het voetballen. Te vaak had hij na mindere wedstrijden verklaard dat de spelers zijn boodschap wel hadden begrepen, om vervolgens te constateren dat dit niet zo was. Te lang ook miste Anderlecht beleving en bezieling. Vorige week werden randgebeurtenissen plots hoofdzaak toen Vanhaezebrouck na de nederlaag tegen Standard meende enkele schampere opmerkingen te moeten maken over Ricardo Sá Pinto. Het is niet omdat het gedrag van de Portugees dit seizoen vaak te wensen overliet dat je je tot hetzelfde niveau moet verlagen. Dat een trainer met het potentieel van Vanhaezebrouck dat doet, is zonder meer teleurstellend. Ricardo Sá Pinto had ook beter niet meer op de uitlatingen van Vanhaezebrouck gereageerd. Dan pas toon je klasse. In plaats daarvan maakte hij zondag brandhout van de West-Vlaming. Het leek een stukje kindertheater. Geen trainer niettemin die zich zo door een spelersgroep gesteund weet als hij. De club leek onder de explosieve Sá Pinto aan een nieuw tijdperk te beginnen, de spelers raakten onder de indruk van zijn discours, maar bij een achterstand kwam een getraumatiseerd verleden boven en begon het weer te borrelen langs de boorden van de Maas. Standard kwam toen het vaakst in de belangstelling door de ongecontroleerde woede-uitbarstingen van de trainer. Heel anders ziet het er nu uit. Er staat een blok bij de Rouches. Natuurlijk profiteert de ploeg van de zuivere klasse van Mehdi Carcela en Junior Edmilson, maar Sá Pinto is er wel in geslaagd spelers aanvallend én verdedigend te laten denken. Haast onmogelijk is het om beter te doen. Voor welke trainer dan ook.