Mensen hebben een ongezouten mening klaarliggen als het over Obbi Oulare gaat. Te lui. Te ongeduldig. En vooral te blessuregevoelig. Een beer van een vent met een beperkt reservoir, wordt ook gezegd. Oulare heeft de perceptie tegen en daar zit zijn dubbele meter voor veel tussen. 'Op een veld kan ik mij niet verstoppen. Je zal mij met mijn 1,96 meter en honderd kilogram altijd zien lopen', zegt Obbi Oulare. 'Doe ik iets goed of slecht met de bal: iedereen zal het gezien hebben. Ik weet ook dat veel mensen de indruk hebben dat ik lui ben. Misschien straal ik een bepaalde vorm van gemakzucht uit als ik niet in de match zit? Voor alle duidelijkheid: ik ben niet lui.'
...

Mensen hebben een ongezouten mening klaarliggen als het over Obbi Oulare gaat. Te lui. Te ongeduldig. En vooral te blessuregevoelig. Een beer van een vent met een beperkt reservoir, wordt ook gezegd. Oulare heeft de perceptie tegen en daar zit zijn dubbele meter voor veel tussen. 'Op een veld kan ik mij niet verstoppen. Je zal mij met mijn 1,96 meter en honderd kilogram altijd zien lopen', zegt Obbi Oulare. 'Doe ik iets goed of slecht met de bal: iedereen zal het gezien hebben. Ik weet ook dat veel mensen de indruk hebben dat ik lui ben. Misschien straal ik een bepaalde vorm van gemakzucht uit als ik niet in de match zit? Voor alle duidelijkheid: ik ben niet lui.' Achter de gigantische façade van de 22-jarige Oulare schuilt eigenlijk een gevoelsmens in de brede zin van het woord. 'Die kant van mijn persoonlijkheid wil ik niet laten zien. Of toch zo weinig mogelijk. Ik heb het bijvoorbeeld moeilijk met individuen die spelers veroordelen omdat ze vaak geblesseerd zijn. Alsof een voetballer graag aan de kant staat en met plezier revalideert. En dan de opmerkingen dat blessures te wijten zijn aan stapgedrag en voeding. Je gaat mij niet zeggen dat Vincent Kompany niet genoeg rust, ongezond eet en onvoldoende traint. Daar geloof ik niets van. Dat Vincent zo herhaaldelijk uitviel de laatste jaren was gewoon pech. Mijn blessuregevoeligheid had dan weer te maken met een zeurende heup. Dat probleem hebben we intussen verholpen met een mondstuk.' Hoe gaat een gevoelige persoon als jij om met de soms botte kritiek van supporters en media? OBBI OULARE: 'Het komt hard aan. Niemand vindt het leuk om kritiek te krijgen. Na de match tegen Gent heb ik dingen over mij gelezen die niets met voetbal te maken hadden. Na Charleroi vonden dezelfde journalisten, die mij een paar dagen eerder maar niets vonden, plots een goede voetballer... Je moet negatieve commentaren leren aanvaarden. Durf voor de spiegel te staan. Het is gemakkelijk om te zeggen: ik heb pech gehad. Als het niet lukt, is het ook deels omdat je iets niet hebt gedaan.' Klopt het dat je nog nooit zo scherp hebt gestaan als nu? OULARE: 'Op conditioneel vlak heb ik er nooit beter voor gestaan. En dat is geen toeval want ik volg nog een individueel programma. Af en toe zit daar een bosloop tussen van veertig minuten terwijl de boys op het veld staan. Tijdens de winterstage in Spanje ben ik een paar keer om zeven uur 's morgens gaan lopen op een lege maag. En hop de bergen in om vet te verbranden. Het is niet leuk - ik haat lopen zonder bal - maar het werkt wel.' We mogen de ouderwetse methodes van László Bölöni nog niet afschrijven? OULARE: 'Mij gaat het goed af. Vroeger had ik altijd last van verzuring en zware benen. Op Charleroi speelden we de laatste tien minuten met negen man uit, maar ik voelde op geen enkel moment een kramp aankomen. De laatste jaren hield ik altijd de klok in de gaten en zodra het uur voorbij was, wist ik dat mijn benen zouden verkrampen. Mijn conditie is dus verbeterd in vergelijking met drie jaar geleden bij Club Brugge. Nu zou het mij wellicht lukken om drie matchen te spelen op een week tijd. Terwijl ik in mijn Clubperiode al moeite had om negentig minuten vol te maken.' Hoeveel specialisten heb je geraadpleegd om een duidelijke diagnose te te krijgen van jouw spierkrampen? OULARE: ( blaast) 'Toch een paar. De een schreef mij pillen voor, volgens een andere lag het aan mijn manier van eten, mijn slaapgewoontes of mijn recuperatietijd. Ik heb van alles gehoord. Intussen zijn de onderzoeken al jaren aan de gang, maar ik heb nog geen uitsluitsel gekregen. Lange tijd spookte er maar een vraag door mijn hoofd: waarom kan ik net als mijn ploegmaats geen volledige match aan? Mentaal was het moeilijk om met die vraag te blijven zitten en geen antwoord te krijgen.' Had je bij de jeugd al last van krampen? OULARE: 'Nee, het is zich pas beginnen te ontwikkelen toen ik prof werd. Ik doe geen krachttraining, ik drink geen shakes en toch zijn er met de jaren een pak spieren bijgekomen. Door of dankzij de trainingen. Vier jaar geleden woog ik 92 kilogram, nu tien kilogram meer. Iemand die mij in een boxer short zou zien, gelooft niet dat ik de honderd voorbij ben. Mijn bovenlichaam ziet er normaal uit, maar ik heb héél zware benen. En die verzuren sneller als ik vaak moet spurten of springen. Mijn gewicht heeft ook een invloed op de manier waarop mijn spieren belast worden.' Je gewicht is altijd een heikel punt geweest. OULARE: 'Mijn vetpercentage is meestal oké, maar ik heb moeite om mijn gewicht onder controle te houden. Ik kom snel bij en ik verlies even snel die extra kilo's. Thuis lukt het om redelijk te blijven want we hebben geen rotzooi in de kasten liggen. Buitenshuis heb ik het moeilijker om gedisciplineerd te zijn. Het begint met een voorgerecht en het kan daarna snel uit de hand lopen. Als ik de dag erna naar de weegschaal kijk, voel ik mij schuldig. Daarom heb ik mij voorgenomen om minder op restaurant te gaan.' Bölöni twijfelt of je genoeg karakter hebt om af te vallen. OULARE: 'Het is moeilijk... Je moet karakter en discipline hebben. Eigenlijk is het een mentale kwestie. Ik heb onlangs de klik gemaakt en ik ben tot het besef gekomen dat mijn gewicht tot het einde van mijn carrière een belangrijke rol zal spelen. Ik heb een paar weken geleden nog gemerkt hoe een verschil van twee kilogram mijn match kan bepalen. Mijn doel is dus om onder de honderd te blijven. In de heenronde tegen Zulte Waregem zat ik tussen de 98 en 99 kilogram en ik voelde mij prima.' Je zal meer moeten doen om Bölöni gunstig te stemmen. Hij liet via de media verstaan nog niet helemaal tevreden te zijn over jou. Is dat een manier om jou te prikkelen? OULARE: 'Hij verwacht meer van mij en dat is op zich al positief. Mocht hij niet in mijn geloven dan zou hij zich met iemand anders bezighouden. Ik moet hem wel laten zien dat ik de boodschap begrepen heb. Het leuke is: alles wat in de kranten staat, heeft hij ook tegen mij gezegd of in de groep gegooid. Zijn open manier van communiceren - hij zegt tegen iedereen wat hij denkt - wordt geapprecieerd.' Ik herinner mij nog jouw thuismatch in de play-offs tegen Anderlecht van drie seizoenen geleden. Je viel in, scoorde de gelijkmaker en je lag aan de basis van het tweede doelpunt met een rush over 70 meter. Wat blijft er over van die speler? OULARE: 'In drie jaar tijd is mijn spel geëvolueerd. Ik wend mijn kwaliteiten ook op een andere manier aan. Bij Club Brugge hadden we altijd de bal en mocht ik in alle zones van het veld opduiken. Antwerp moet het hebben van agressief voetbal. In dat systeem heb ik een andere taak: ik moet de bal bijhouden om het blok te laten opschuiven en in balverlies moet ik meteen druk zetten. Het vraagt veel energie en het laat mij niet toe om mijn snelheid te gebruiken. In de rug van de verdedigers is er nochtans dikwijls ruimte. Aan mij dan om de juiste loopacties te maken.' In het voetbal van Antwerp rendeer je perfect. Je kan je imposante lichaam in de strijd gooien. Kara noemde jou niet toevallig een van de beste spitsen tegen wie hij gespeeld heeft. OULARE: 'Ik vind het best aangenaam om tegen mannen als Kara te spelen. Op training zoek ik ook de confrontatie op met Sall, Batubinsika of Van Damme. Als ik hen aankan, dan moet dat ook lukken tegen andere verdedigers uit de Jupiler Leauge. Tegen Charleroi kreeg ik Dessoleil als rechtstreekse verdediger en kwam Diandy in de dubbele dekking staan. Het gebeurt vaak dat de nummer zes op mij komt verdedigen en dan komt het eropaan om fysiek sterker te zijn dan die twee mannen.' Dat moet voor jou geen probleem zijn. Met jouw imposante lijf boezem je de tegenstander toch angst in? OULARE: 'Ik denk niet dat een Gigot of Kara schrik heeft van mij. Het zou alleszins fout zijn om met die instelling aan een match te beginnen. Ik heb van niemand schrik. Of mijn man nu sterker, sneller of een betere voetballer is dan ik. Het grootste nadeel voor een gast met mijn afmetingen is het gewicht dat ik moet meezeulen. In de laatste minuten van een match voel je elke vezel in je spieren kraken. Probeer op zo'n moment een lichaam als dat van mij maar eens in beweging te krijgen.' Worden jouw technische kwaliteiten niet onderschat? OULARE: 'Ik haal voordeel uit het feit dat niemand mij ervan verdenkt drie spelers op een korte ruimte te kunnen dribbelen. Het overkomt mij vaak dat ik een actie opzet zonder erbij na te denken. Puur op feeling. Oké, voetbal speel je ook met het hoofd, je moet erbij nadenken. Maar eenmaal op het veld gaat het heel snel. Je hebt niet veel tijd om na te denken. Soms maak je de goede keuze en soms niet.' Toen je vorig seizoen aan Zulte Waregem verhuurd werd zei je het volgende: 'Als ik goed luister naar Francky Dury, dan kan hij van mij een topper maken.' Heb je zijn tips en tricks genegeerd? OULARE: ( denkt na) 'De omstandigheden waren speciaal: de ploeg deed het goed, Leye was aanvoerder en moest spelen en er was geen Europees voetbal om te gaan roteren. De timing was slecht en de afloop was niet veel beter. Dury en ik zullen nooit de beste vrienden worden, maar er zijn zaken die hij over mij gezegd heeft die correct zijn.' Zoals? OULARE: 'Dat ik meer geduld had moeten hebben. Dat ik nog harder moet werken. En dat ik meer aanwezig moet zijn in de zestien. Zaken die mijn vader, Bölöni en Aimé Anthuenis geregeld herhalen.' Maar je was het niet met alles eens? Je noemde Dury een leugenaar. OULARE: ( ontwijkend) 'Iedereen heeft recht op een mening. De laatste maanden heb ik ingezien dat alles voor interpretatie vatbaar is. Ik houd mij dus niet meer bezig met wat mensen zeggen en denken. Ik ben de baas over mijn leven. Waarom zou ik luisteren naar figuren die hun ideeën aan mij willen opdringen of die denken dat ze alles beter weten?' Je ploegmaat Geoffry Hairemans vindt jou een speciale kerel. Je wordt ook omschreven als een topkerel die na een paar dagen heel de kleedkamer mee heeft.' OULARE: 'Ik kom met iedereen overeen. Je moet al iets serieus mispeuterd hebben om ruzie te hebben met mij. Mocht het om een of andere reden toch niet klikken met een ploegmakker dan laat ik die persoon gewoon gerust. Het heeft geen zin om zaken te forceren.' Tijdens je periode bij Watford was je niet de meest joviale ploegmaat. Je vertoonde zelfs verschijnselen van asociaal gedrag. OULARE: 'Ik ging trainen en repte mij meteen naar huis. Ik zonderde mij helemaal af van de rest van de wereld. Ik had geen zin om fun te hebben, ik was kortaf wanneer mijn vrienden belden, ik wilde zelfs niet met mijn vrouw praten... Ja, dat was een donkere periode. Ik zat echt diep. Ik was niet de happy Obbi die ik nu ben.' Achter elke voetballer staat een sterke vrouw. Hoe belangrijk is jouw vrouw geweest in het verwerkingsproces? OULARE: ( wordt emotioneel) 'Mijn vrouw heeft mij erdoor gesleurd. Ik kon toen niet op mijn ouders rekenen. Waarom? De reden houd ik liever voor mezelf. Mijn vrouw was er wel. Ze heeft werkelijk alles gedaan om mij te helpen. Ze verplichtte mij om samen met haar Londen te verkennen of ze organiseerde een verrassingsfeestje als we terug naar België gingen. Ze was toen al zwanger en ze volgde tegelijkertijd een aantal opleidingen. Je moet het maar doen. Sinds goed een jaar heb ik in mijn makelaar een vertrouwenspersoon gevonden. We hebben samen veel meegemaakt en ik weet dat ik hem voor andere zaken dan voetbal mag lastigvallen.' Uit die hele episode heb je geleerd dat je mentaal weerbaar bent. Je kan tegen een stootje. OULARE: 'Precies! De laatste drie jaar heb ik veel miserie gekend, maar ik heb altijd terug geknokt. Je krijgt niet altijd wat je wil - dat is nu eenmaal eigen aan het leven. Je moet blijven vechten en uiteindelijk komt het wel in orde. Zo redeneer ik toch. Van nature ben ik iemand die piekert, door mijn blessures heb ik dit seizoen nog meer tijd gehad om na te denken. En ik ben tot bepaalde inzichten gekomen over mijn carrière. Het is nu of nooit: 2018 moet het jaar worden waarin mijn carrière echt van start gaat.' Dat klinkt toch vreemd voor een speler die meer dan 70 matchen op het hoogste niveau heeft gespeeld? OULARE: 'Ik mag niet tevreden zijn met wat ik al bereikt hebt. Oké, ik heb een contract bij een club uit de Premier League ( Watford verhuurt hem aan Antwerp, nvdr) en ik heb al 70 wedstrijden achter de rug. En dan? Ik weet dat ik er niet alles heb uitgehaald. De mensen die mij omringen verwachten ook meer van mij. Het wordt tijd om het echt te tonen.'