In zijn huis in Winschoten veert Jan Mulder recht uit zijn sofa. Hij slaat een hand voor zijn mond. Twee tellen later roept hij zijn vrouw: 'Moet je dit zien, Johanna!' We schrijven 7 november 2018 en Cristiano Ronaldo heeft zonet een ongelooflijk doelpunt gemaakt tegen Manchester United. Een lange bal, die vertrekt van de middellijn van de voet van Leonardo Bonucci, neemt hij in volle loop in één tijd op de slof. Het leer verdwijnt in het dak van het doel, een verbouwereerde David de Gea reageert maar amper.

Jan Mulder beschrijft de scène aan de tafel van Extra Time zoals alleen hij dat kan, met brede gebaren en rake woorden. Als ik aan Mulder denk, zie ik dat beeld meteen voor me. De Nederlander is een liefhebber van schoonheid, in welke vorm die ook verschijnt. Hoe vaak heeft hij als analist niet genoten van het spel van de Rode Duivels? Van een ma-gi-stra-le Kevin De Bruyne of een weer-ga-lo-ze Eden Hazard...

Mulder is een woordkunstenaar, de literatuur vloeit uit zijn weerbarstige kop als honing uit een raat. En toch is wat hij zegt allemaal heel bevattelijk en begrijpt iedereen meteen waar het over gaat. Ik vind het heerlijk als hij zich nog maar eens opwindt over het duwen en trekken in het strafschopgebied bij een hoekschop. Of als hij zich ergert aan een schwalbe. Onsportief gedrag werkt bij hem als een rode lap op een stier, ook dat maakt Jan Mulder zo mooi. Wat het gros der analisten intussen als de normaalste zaak ter wereld beschouwt, daar kan hij zelfs op zijn 75e nog over losgaan.

Het maakt dat hij weleens als romanticus wordt versleten. Volgens Van Dale is dat 'een aanhanger van de romantiek', wat dan weer gedefinieerd wordt als 'hetgeen het gemoed aanspreekt, een gevoelige, mysterieuze, van de werkelijkheid wegvoerende stemming teweegbrengt'. Nee, dat is Mulder niet. Zwemmen in de zeemzoete zweverigheid is niet aan hem besteed. Daar spuugt hij eerder op. Zoals op spelers die zich te gedienstig opstellen ten opzichte van de supporters, die 'sorry' gaan zeggen als de match verloren werd, die zich als slaven voor de schare fans neergooien, smekend om vergeving. Laat dat! Voetballers moeten op handen gedragen worden door het publiek, niet omgekeerd.

Idolen mogen wat afstand bewaren, en graag meer dan 1,5 meter. Daarom van héél ver: fijne verjaardag, Jan!

In zijn huis in Winschoten veert Jan Mulder recht uit zijn sofa. Hij slaat een hand voor zijn mond. Twee tellen later roept hij zijn vrouw: 'Moet je dit zien, Johanna!' We schrijven 7 november 2018 en Cristiano Ronaldo heeft zonet een ongelooflijk doelpunt gemaakt tegen Manchester United. Een lange bal, die vertrekt van de middellijn van de voet van Leonardo Bonucci, neemt hij in volle loop in één tijd op de slof. Het leer verdwijnt in het dak van het doel, een verbouwereerde David de Gea reageert maar amper.Jan Mulder beschrijft de scène aan de tafel van Extra Time zoals alleen hij dat kan, met brede gebaren en rake woorden. Als ik aan Mulder denk, zie ik dat beeld meteen voor me. De Nederlander is een liefhebber van schoonheid, in welke vorm die ook verschijnt. Hoe vaak heeft hij als analist niet genoten van het spel van de Rode Duivels? Van een ma-gi-stra-le Kevin De Bruyne of een weer-ga-lo-ze Eden Hazard...Mulder is een woordkunstenaar, de literatuur vloeit uit zijn weerbarstige kop als honing uit een raat. En toch is wat hij zegt allemaal heel bevattelijk en begrijpt iedereen meteen waar het over gaat. Ik vind het heerlijk als hij zich nog maar eens opwindt over het duwen en trekken in het strafschopgebied bij een hoekschop. Of als hij zich ergert aan een schwalbe. Onsportief gedrag werkt bij hem als een rode lap op een stier, ook dat maakt Jan Mulder zo mooi. Wat het gros der analisten intussen als de normaalste zaak ter wereld beschouwt, daar kan hij zelfs op zijn 75e nog over losgaan. Het maakt dat hij weleens als romanticus wordt versleten. Volgens Van Dale is dat 'een aanhanger van de romantiek', wat dan weer gedefinieerd wordt als 'hetgeen het gemoed aanspreekt, een gevoelige, mysterieuze, van de werkelijkheid wegvoerende stemming teweegbrengt'. Nee, dat is Mulder niet. Zwemmen in de zeemzoete zweverigheid is niet aan hem besteed. Daar spuugt hij eerder op. Zoals op spelers die zich te gedienstig opstellen ten opzichte van de supporters, die 'sorry' gaan zeggen als de match verloren werd, die zich als slaven voor de schare fans neergooien, smekend om vergeving. Laat dat! Voetballers moeten op handen gedragen worden door het publiek, niet omgekeerd. Idolen mogen wat afstand bewaren, en graag meer dan 1,5 meter. Daarom van héél ver: fijne verjaardag, Jan!