De oudere voetballiefhebber herinnert zich ongetwijfeld nog de passage van Jean-Marc Guillou in Beveren. Die had in Abidjan in een voetbalproject een schat aan talent ontwikkeld. U kent ze nog wel: Yaya Touré, Romaric, Eboué, Gervinho en andere Zokora's. Op een gegeven moment kwam nagenoeg de hele nationale ploeg uit zijn opleiding. Guillou wilde voor dat werk liever zelf cashen en bracht een heus elftal naar Beveren.
...

De oudere voetballiefhebber herinnert zich ongetwijfeld nog de passage van Jean-Marc Guillou in Beveren. Die had in Abidjan in een voetbalproject een schat aan talent ontwikkeld. U kent ze nog wel: Yaya Touré, Romaric, Eboué, Gervinho en andere Zokora's. Op een gegeven moment kwam nagenoeg de hele nationale ploeg uit zijn opleiding. Guillou wilde voor dat werk liever zelf cashen en bracht een heus elftal naar Beveren. Ze bereikten er onder meer een bekerfinale en vonden later hun weg richting topclubs als Arsenal of Barcelona, vaak na gebroken te hebben met hun voetbalvader. Die raakte in Abidjan later ook verwikkeld in (financiële en juridische) problemen en trok zich uit het land terug. Voetbalclub Asec Mimosas en diens academie bleven verweesd achter. Maar de talentenbron droogde er nooit op, zo zegt Patrick Mörk, een Zweeds spelersmakelaar die resideert in Spanje. Een vijftal jaar geleden ging hij samenwerken met Marc Benson. Hun doel: de nog steeds getalenteerde Ivoriaanse voetballers naar Europa loodsen. Vaak via Scandinavië. Eentje ervan belandde - via een kort ommetje in Zweden - in de zomer van 2019 bij Club Brugge: Odilon Kossounou. Dit seizoen is voor hem het jaar van de doorbraak. Het jongetje dat anderhalf jaar geleden toekwam, werd in Brugge man. Zo'n sterke beer zelfs, dat aan de einder een nieuwe stap wenkt. In een notendop zijn verhaal. Kossounou groeit op in het zuiden van Ivoorkust, aan de grens met Ghana. Tiapoum, de brousse, kent weinig luxe of voorzieningen en zijn familie is godvruchtig. Zijn vader, een leraar, is streng en een paar van zijn ooms zijn militair. Een scout van Asec Mimosas ziet Kossounou's talent als voetballer, waarbij zijn lengte, kracht, baltoets en vooral zijn snelheid opvallen. Een anekdote: wanneer Philippe Clement met de groep kennismaakt en vraagt wie de snelste van de groep is, steekt Kossounou, nieuw en nog onbekend met de rest, zijn vinger op. Tests bewijzen zijn gelijk. Emmanuel Dennis, Kossounou en Loïs Openda leggen dertig meter af in vier seconden, noteert Eddie Rob, de fysical coach. Halverwege zijn tienerjaren brengt Asec hem onder in de opleiding, op het internaat. Als hij zestien is, mag hij mee naar Europa, voor de Gothia Cup in Göteborg; een groot internationaal tornooi. Kossounou valt er op en mag blijven, vinden ze bij Hammerby IF. Mörck: 'Het probleem was het FIFA-reglement. Dat verbiedt buitenlandse jeugdtransfers onder achttien jaar. Ik vind dat discriminerend. Je zult maar op je vijftiende een groot talent in Mauritius of op Madagascar zijn en de kans worden ontzegd om je in Europa verder te ontwikkelen. Op die leeftijd in je land moeten blijven, nekt je.' In alle reglementen zijn achterpoortjes en Mörk en Hammerby dokteren er eentje uit: tot het profcontract op zijn achttiende en officieel debuteren legaal is, tekenen club en speler een precontract. Met een toeristenvisum, telkens geldig voor drie maanden, vliegt de voetballer heen en weer. Zo kan hij toch meetrainen in Zweden én vriendschappelijke wedstrijden spelen. Mörk: 'Daar ontdekten we snel dat Odilon speciaal was en misschien de beste speler ooit van Asec zou kunnen worden. Na één vriendschappelijke wedstrijd kregen we al een vraag van een ploeg uit Ligue 1. En toen hij meetrainde met de A-ploeg, zei de vedette van toen, de spits Nikola Durdic, dat 'Odilon de beste verdediger was tegen wie hij ooit speelde'. Ook Club Brugge was snel overtuigd. Ondanks wat foutjes bij zijn debuut in de Zweedse eerste klasse betaalde Club ruim drie miljoen euro, plus bonussen, voor het verdedigende talent. Anderhalf jaar verder is de progressie groot, constateren Hugo Broos en Birger Maertens, kenners die Club Brugge op de voet volgen. Broos: 'In het begin maakte hij nog geregeld zijn foutjes - balcontrole, de juiste positie - maar die zijn nu bijna helemaal verdwenen. Kossounou is een heel betrouwbare, standvastige verdediger geworden. Niet alleen verdedigend heel sterk, maar ook iemand die in de opbouw zijn ding doet. 'Ik vind hem wel een centrale verdediger, niet iemand voor de flank, waar hij vorig jaar af en toe mocht opdraven, toen Clinton Mata out was. Fysiek kan hij dat aan, maar zijn voorzet is niet zoals die zou moeten zijn. Hij zit daar ook gevangen tussen veld en lijn, en dan heeft hij de techniek noch de snelheid voor een dribbel of een actie. Philippe heeft hem dit seizoen ook al op zes uitgespeeld, en dat kan hij ook, maar het is niet zijn beste plaats. Die discussie doet me denken aan Kompany. Iedereen zei - Kompany zelf incluis - dat Vincent op het middenveld moest staan. Ik heb dat nooit geloofd en zijn carrière heeft dat bevestigd. Odilon kán op zes een ploeg uit de nood helpen, maar hij is een centrale verdediger.' Birger Maertens sluit zich hierbij aan. 'Een topper. Snel, voetballend vermogen... Geholpen ook door de mannen rond hem. Mata, Brandon Mechele, Simon Mignolet... achterin is dat een geoliede machine. Als je ziet hoe Odilon evolueert, moet het wel iemand zijn die enorm leergierig is en dingen heel snel opneemt. Hij heeft met Philippe een trainer die op die positie heeft gespeeld, met Carl Hoefkens een assistent op die positie. 'Ervaring rond je op het veld, ervaring op de bank, dat zijn allemaal factoren die meespelen. Maar alles begint bij hem, als je het als jonge gast niet wil opnemen en het altijd op je eigen manier wil doen, zal het niet lukken. Hij heeft geen schrik van de duels en de ploeg vertrouwt hem. Vormer, Mignolet... allemaal zijn ze bezig tegen hem, omdat ze voelen dat er veel in zit.' Nog anderen die we bellen, loven de Ivoriaan, maar een ex-topverdediger zet deze nuance: 'Ik mis in de box de killer. Odilon is zo snel, dat hij ver van doel rekent op die kwaliteit om een foutje recht te zetten. In de box kan dat niet. Dat is concentratie, denk ik. Daar moet hij aan werken. Maar verder? Topverdediger.' Het is de laatste stap. Zowel Broos als Maertens vinden het dan ook nog te vroeg om nu al bij Club te vertrekken. Maertens: 'Omdat ik supporter ben, en liever heb dat Club nog wat van hem geniet. Maar ook omdat hij niet klaar is. Milan of Arsenal zijn toch nog van een ander niveau. Daar is hij nog te jong voor. Dat hij dat in de toekomst gaat aankunnen, denk ik wel, maar in zo'n competities moet je er direct staan.' Broos: 'Ik denk dat hij nog een jaar nodig heeft om echt alle foutjes weg te vijlen. Twee jaar geleden was hij nog onbekend en pas dit seizoen heeft hij helemaal bevestigd. Is dat dan al het moment om naar Engeland te gaan? Bij een Belgische ploeg die niet Europees speelt, kun je daaraan nog twijfelen, maar in Brugge? Volgend jaar opnieuw Champions League én titularis; ik denk niet dat Philippe nog overweegt om hem op de bank te zetten, tenzij om eens te roteren. Hier kan hij volgend jaar veel meer bijleren dan bij een Europese topclub. Als ze je daar nemen voor de toekomst... Begin er maar aan, om tegen de concurrentie op te boksen. Veel zal afhangen van zijn plannen en van de zaakwaarnemer, want je kent die mensen: Ja, maar wat als hij volgend jaar geblesseerd raakt? Zouden we niet beter nu al...' Wat googelen levert de volgende geruchten op: Arsenal waar Eboué en Gervinho hem graag heen zouden loodsen, Milan, Wolverhampton... Wat is er allemaal van aan? Mörk: 'Er is de laatste week een toename van belangstelling. Ik krijg telefoontjes van de grootste clubs in de grootste liga's. Er is wel een verschil tussen belangstelling en iets concreets. Nog geen enkele club heeft me op dit moment bevestigd dat ze met een concreet bod naar Club gaan stappen. Daarom speculeer ik nu liever niet. Ik zeg vandaag ook niet dat hij moet vertrekken. Dat zou van weinig respect voor Club Brugge getuigen.' De Zweed is immers heel tevreden over de samenwerking met de toekomstige landskampioen. 'Odilon wil zelf ook zeker zijn dat waar hij gaat, de beste stap is. We konden voordien ook al naar de grootste clubs, maar kozen bewust voor Brugge en dat bleek een goeie stap. Ik heb veel overleg, ook met Club. Vorige zomer waren we wat ongerust. Odilon speelde niet zo vaak, en als het gebeurde, was het eerder op de flank. Toen hebben Odilon en ik veel overlegd met Vincent Mannaert over wat we moesten doen. We waren dicht bij een uitleenbeurt, heel dicht zelfs, maar op het einde beslisten we toch om een nieuw contract te tekenen en te blijven. Daar zijn we nu allemaal zeer blij mee. Weet u, soms moet je als makelaar eens vechten tegen de club, maar in dit verhaal geldt dat niet.' De deur dicht doen voor belangstellenden, wil hij niet. Mörk: 'Mijn gevoel is dat hij elke week beter wordt. Er zijn nog veel weken te gaan tot het einde, we zullen zien hoe hij over een paar maanden speelt. Als we dan concrete aanbiedingen krijgen, zullen we zien of we onderhandelingen moeten opstarten. In overleg met Club. Odilon leert snel en ik denk dat het zeer goed mogelijk is dat hij volgend seizoen al in een van de grotere competities van de wereld speelt. Er is een grote kans dat hij deze zomer vertrekt.' Toen kwam Kiev. Een momentopname, maar toch. Het staat op beeld en is straks in de databanken terug te vonden. Donderdag, rond middernacht, een berichtje, van de ex-topverdediger die we spraken. 'De goal van Kiev gezien? Dat bedoelde ik.'