De kleedkamer van Marc Brys telt veertien nationaliteiten uit vijf verschillende continenten, maar sinds het begin van het seizoen zijn het twee Fransen die de ploeg doen draaien. De ene is een ouderwetse nummer 10 die zich spiegelt aan Juan Román Riquelme en Deco. Zijn kompaan is aanvaller van beroep en heeft er een wispelturig parcours opzitten ver weg van de schijnwerpers van het profvoetbal. Xavier Mercier en Thomas Henry waren niet voorbestemd om de eerste viool te spelen bij een Vlaamse eersteklasser, maar ze zijn perfect op elkaar ingespeeld in het planmatige voetbal van Brys.
...

De kleedkamer van Marc Brys telt veertien nationaliteiten uit vijf verschillende continenten, maar sinds het begin van het seizoen zijn het twee Fransen die de ploeg doen draaien. De ene is een ouderwetse nummer 10 die zich spiegelt aan Juan Román Riquelme en Deco. Zijn kompaan is aanvaller van beroep en heeft er een wispelturig parcours opzitten ver weg van de schijnwerpers van het profvoetbal. Xavier Mercier en Thomas Henry waren niet voorbestemd om de eerste viool te spelen bij een Vlaamse eersteklasser, maar ze zijn perfect op elkaar ingespeeld in het planmatige voetbal van Brys. De twee vullen elkaar qua karakter ook goed aan. Mercier compenseert zijn kleine gestalte met een buitengewone onbevangenheid. Oermens Henry probeert zijn aangeboren schuchterheid te verbergen achter een welgemeende glimlach. Ze hebben beiden een andere visie op het voetbal, maar hun hobbelige traject heeft hen geleerd dat er in het voetbal geen bepaalde leeftijd is om uit de schaduw te treden.Thomas, jij komt uit Argenteuil in het noorden van Parijs. Je bent een stadsjongen die in een typisch Frans centre de formation is opgeleid. Xavier, jij bent afkomstig uit Alès in Zuid-Frankrijk. Je bent uit de anonimiteit gekropen en per toeval in het profvoetbal gerold. Jullie hebben eigenlijk weinig met elkaar gemeen? Thomas Henry : 'Als je het zo bekijkt, hebben we inderdaad weinig raakpunten. Ik ben op mijn vijftiende beginnen te voetballen op het laagste niveau in Frankrijk. Ik was al een tijdje met sport bezig, vooral atletiek, en toen heb ik mij aangesloten bij Fontenay-aux-Roses om bij mijn vrienden te zijn. Ik zocht in eerste instantie een manier om mijn sociale contacten te onderhouden. Op het einde van mijn eerste seizoen had ik plots 36 doelpunten achter mijn naam, terwijl ik niet eens in het punt van de aanval speelde. Ik heb veel mensen ontmoet, onder andere Xavier, ik ben opgeklommen op de voetballadder, ik heb het verknald bij Nantes en twee jaar geleden ben ik via Tubize in België beland.'Xavier Mercier: 'Ik maakte het omgekeerde mee. Ik was nog jong toen ik het ouderlijke nest verliet om in Montpellier te gaan wonen. Op mijn elfde woonde ik al in bij een gastgezin, op mijn twaalfde zat ik op internaat, op mijn dertiende verhuisde ik naar het opleidingscentrum van Montpellier en op mijn veertiende kreeg ik, zoals de traditie het toen voorschreef, een plaats in een nonnenklooster. We waren verplicht om elke zondag naar de mis te gaan, maar dat viel uiteindelijk mee. De drie jaren erna kon ik weer terecht in het centre de formation. Laten we zeggen dat ik op mijn achttiende, toen ik mijn eigen appartement had, de verloren tijd heb ingehaald. Op die leeftijd begon het voor Thomas serieus te worden en ik ben geleidelijk aan beginnen af te haken.' Waarom is het voor jullie niet gelukt bij respectievelijk Nantes en Montpellier? Henry: 'Ik was amper twintig en ik had weinig ervaring. Nantes kwam te vroeg voor mij. Ik kreeg niet zozeer commentaar over mijn spel, maar ik was volgens hen te lief en te verlegen. Zowel in de kleedkamer als op het veld. Dat heeft mij parten gespeeld. Als ik op het veld stond, was ik niet bij machte om te tonen wat ik uit mijn benen kon schudden.'Mercier: 'Bij Montpellier moest ik afrekenen met een fameuze lichting die in mijn nek stond te hijgen. Denk maar aan Rémy Cabella, Younès Belhanda en Benjamin Stambouli, jongens die de Coupe Gambardella hadden gewonnen. Kortom: op mijn achttiende had ik snel door dat mijn avontuur bij Montpellier niet lang meer zou duren en ik heb dan maar beslist om van het leven te genieten. In tegenstelling tot die andere jongens was ik op fysiek en mentaal vlak niet klaar voor het hoogste niveau. Gedurende twee jaar was mijn leven een puinhoop, maar ik heb van niets spijt.' Wat is het fundamentele verschil tussen een gemiddelde speler van de Ligue 1 en een topspeler in de Jupiler Pro League? Mercier: 'Eén ding is zeker: een speler die het aardig doet in de Ligue 1, zal geen antwoord vinden op die vraag. Ik verwijt het de Franse spelers dat ze niet zien wat er elders gebeurt. De Ligue 1 en Ligue 2 vormen een besloten clubje. Wij hebben nooit in dat circuit gezeten en ik kan je garanderen dat het moeilijk is om er binnen te geraken als je geen deel uitmaakt van het gesloten Franse voetbalmilieu. Franse scouts komen niet naar België. Toppers als Jonathan David en Jérémy Doku merken ze uiteraard op, maar degelijke spelers zoals wij kennen ze niet. Een goede speler in België heeft volgens hen niet het niveau voor de Ligue 1. ' Henry: 'In het Franse voetbalwereldje is het geen voordeel om een afwijkend traject te hebben gevolgd. Xavier heeft net als ik de lagere reeksen gekend en die passages hebben ons gevormd als man. Ik put daar persoonlijk veel kracht uit, maar het was een beletsel om in aanmerking te komen voor een stek in de Ligue 1. ' Mercier: 'Frankrijk moest ons in elk geval niet hebben. Het is ook een kwestie van het juiste profiel te hebben. Ik heb altijd van mezelf geweten dat ik niet dezelfde logica volgde als de gemiddelde Franse voetballer. In Frankrijk is een 0-0 een goed resultaat, hier niet. Ik herinner mij de wedstrijd op Anderlecht: in de 90e minuut stond het 2-2 en plots werd het een kat-en-muisspel tussen aanval en verdediging. Daarom kick ik zo zwaar op het Belgische voetbal.' Henry: 'Ik ben het daar niet mee eens. Een Xavier Mercier heeft zijn plek in de Ligue 1. Maar er lopen veel spelers zoals wij rond. Geluk speelt zeker een rol. Maar je moet ook de juiste contacten hebben en de juiste trainers kennen.' En in België waren jullie onbekend gebleven mochten jullie enkele jaren geleden niet voor Beauvais in Noord-Frankrijk gevoetbald hebben? Mercier: 'Ik heb veel aan het toeval te danken. Toen ik op mijn 20e opnieuw wilde gaan voetballen, was er geen enkele ploeg in de regio van Montpellier die het in mij zag zitten. Zelfs niet in het amateurvoetbal. Mijn vriendin is van Lens en ik heb dus zitten uitzoeken wat ze in het noorden te bieden hadden op voetbalvlak. Na enkele telefoontjes vond mijn moeder een club voor mij, in vijfde klasse, waar ik 400 euro per maand verdiende. Dat bedrag kwam boven op mijn werkloosheidsuitkering, maar toch was dat een onhoudbare situatie. Ik stond op het punt om definitief te kappen met voetbal en te gaan werken. En dan dacht ik: heb ik in mijn tienerjaren zoveel opofferingen gedaan om alles zomaar op te geven? Zo ben ik bij Beauvais verzeild geraakt.' Henry: 'Ik was maar net begonnen te voetballen toen ik bij de U19 van Beauvais aankwam. Ik was zestien en ik deelde een flat met een paar huisgenoten. In mijn laatste seizoen bij Beauvais ( 2013/14, nvdr) kreeg ik een basisplaats te pakken in de eerste ploeg, waar Xavier ook deel van uitmaakte. Maar we zagen elkaar niet echt staan omdat we in twee verschillende werelden zaten.' Mercier: 'Ik was op dat moment al vader en hij had net de schoolbanken verlaten. Op zich kwamen we goed overeen, maar ik had mijn eigen vriendengroep waarmee ik een sterke band had opgebouwd.' Thomas, jij kunt rekenen op een assistgever van het kaliber Xavier. En Xavier kan met passes strooien naar een afwerker zoals jij. Dat is complementair zijn. Henry: 'Ik vind het ongelooflijk hoe goed we elkaar begrijpen op een voetbalveld. Ik heb nog nooit zo'n goede verstandhouding gehad met een andere speler. Je kunt er alleen maar van dromen om met een ploegmaat als Xavier te spelen. Hij denkt maar aan één ding: ons in de beste scoringspositie brengen.' Mercier: 'Thomas en ik tanken vertrouwen bij elkaar. Hij is geen egoïstische aanvaller die louter met zijn statistieken bezig is. Dat apprecieer ik bij hem. Ik heb er anderen gekend, die beginnen te zeuren als een pass niet aankomt. En dan heb ik het niet alleen over Jérémy Perbet... ( lacht) Ik betrap er mij wel op dat ik eerder voor een pass zal kiezen dan gebruik te maken van een opening om te schieten. Ik moet hoe dan ook goed overeenkomen met mijn aanvallers wil ik dit seizoen eerste eindigen in het klassement van assists. Dit jaar loopt alles bijzonder vlot omdat Thomas weinig kansen laat liggen.' Henry: 'Nochtans heb ik dit seizoen meer missers op mijn teller staan dan vorig seizoen. Het heeft wellicht te maken met onze nieuwe speelstijl. Ik neem nu dikwijls deel aan de opbouw en dat verplicht mij om mijn arsenaal uit te breiden.' Mercier: 'Vorig seizoen speelden we meer in functie van jou. De trainer vroeg ons om veel voorzetten te droppen in de rechthoek, terwijl het spel nu meer via het centrum passeert. Dat komt mij goed uit - ik kan vaker verticale passes geven - maar Thomas lijdt er een beetje onder.'Een week voor de start van de voorbereiding werd Vincent Euvrard ontslagen en kwam Marc Brys hem vervangen. Heeft dat voorval niet voor een klein trauma gezorgd in de kleedkamer? Mercier: 'Die beslissing heeft ons allemaal verrast. We hadden samen de lockdown meegemaakt, we hadden ons samen voorbereid op de terugwedstrijd tegen Beerschot en de week voor we opnieuw zouden trainen hoorden we dat Euvrard was weggestuurd... We begrepen er niets van. En hij ook niet. Het was niet vanzelfsprekend om die gebeurtenissen te verteren, maar zo zit voetbal nu eenmaal in elkaar. Het had geen zin meer om achteruit te kijken en met de groep kwamen we tot de conclusie dat we meneer Brys meteen het vertrouwen moesten geven.' Henry: 'Elke trainer is anders, maar in dit geval liggen de visies van Brys en de vorige coach ver uit elkaar. Je merkt dat Brys in een vorig leven politie-inspecteur is geweest. ( lacht) Op training worden er meer loopoefeningen gedaan. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de werklast verdubbeld is onder Brys.' Mercier: 'Qua krachtsinspanningen is het te doen, maar de intensiteit ligt gewoon hoger. We trainen meer en veel langer dan vroeger. Dat heeft een weerslag op onze mentale ingesteldheid en de perceptie die we hebben over ons vak. Ik heb mij nog nooit zo grondig moeten verdiepen in details als dit seizoen.' Henry: 'Ik zal een voorbeeld geven: twee keer per week werken we gedurende een uur uitsluitend op stilstaande fases. En dan gaat het niet over een oefening waar twee of drie spelers bij betrokken zijn. Neen, de hele groep wordt hiervoor gemobiliseerd. Daarom zijn we volgens mij zo sterk op dat spelonderdeel.' De resultaten spreken in het voordeel van Brys. Hoe heeft hij jullie kunnen overtuigen om in te stemmen met zijn project? Mercier: 'Hij weet hoe hij zijn product moet verkopen. Hij heeft ons doen inzien dat hij ons beter zou maken. Geef hem eens ongelijk als je ziet hoeveel progressie Kamal Sowah gemaakt heeft. Ik wil niet te veel verklappen, maar het startpunt is simpel: de coach verlangt van ons dat we met zo weinig mogelijk tussenstations voor doel komen.' Henry: 'Je kunt het samenvatten als verticaal spel met permanente positiewissels. Je krijgt de bal, je geeft de bal en je blijft in beweging. Maar de trainer is in staat om enorm veel variaties aan te brengen omdat hij het spel van de tegenstander doorziet. Neem nu de wedstrijd tegen Anderlecht: hij wist dat ze het balbezit zouden opeisen. Hij kwam op het idee om met een lage pressing te beginnen, waarbij we de mogelijkheid kregen om heel snel naar een hoge pressing over te schakelen. Het zijn kleine dingen, maar als je het goed uitwerkt, kun je er veel ploegen pijn mee doen.'Er is geen enkele ploeg die graag de verplaatsing maakt naar Leuven. Jullie mogen er best trots op zijn dat OHL de andere teams schrik aanjaagt. Mercier: 'In tegenstelling tot Anderlecht kunnen wij zonder druk voetballen. Onze enige doelstelling is het behoud verzekeren en zelfs die ambitie werd maar halvelings uitgesproken. We worden niet opgejaagd door ons bestuur of door aandeelhouders. Ze laten ons in alle sereniteit werken en daardoor kunnen we bevrijd spelen. In de wedstrijd tegen Anderlecht beseften we wat druk doet met een speler. Die mannen zagen er allemaal nors uit. Ik zag geen angst in hun ogen, maar wel stress. Hier bij Leuven hoeft gelukkig niemand last te hebben van stress. Wij proberen elke week onze slag te slaan en het gaat ons goed af. En we vinden het prima dat de buitenwereld ons stilaan serieus begint te nemen.' Niet elke voetballer gaat op dezelfde manier om met de gejaagdheid die eigen is aan het voetbalmilieu. Waren jullie opgewassen tegen de druk en heeft dat voor een deel jullie carrière beïnvloed? Mercier: 'Ik heb nooit voor een club gespeeld waar het van moeten was. Ik heb mezelf druk opgelegd omdat ik mijn gezin moest onderhouden. Met dat gegeven in het achterhoofd kan ik je verzekeren dat je op het veld blijft lopen. Zelfs al gaat het maar om een wedstrijdpremie van 100 euro. Ik heb aan de andere kant gestaan en daarom geniet ik voluit van wat ik nu heb.'