Door de coronacrisis werd de hoogste afdeling uit het Belgische voetbal één speeldag voor het einde van de reguliere competitie definitief stopgezet en konden er geen play-offs gespeeld worden. Daardoor zal er voor de clubs een daling van de kosten zijn, maar daarnaast zijn er een reeks vaste kosten die desalniettemin betaald moeten worden. Bij de ticketing, sponsoring en commerciële afdelingen van de clubs zullen de inkomsten lager zijn en ook de transferzomer kan nog een rol spelen, want daar wordt internationaal een daling van de prijzen verwacht.

De inkomsten voor het seizoen 2019-2020 worden zo op 282,6 miljoen euro geraamd, tegenover 378,5 miljoen euro een seizoen eerder. Deloitte verwacht niet dat de verliezen in België hoger zullen zijn dan in andere landen, al valt het altijd af te wachten wat de Nationale Veiligheidsraad naar de toekomst toe zal beslissen omtrent de coronamaatregelen tijdens wedstrijden. Als die strikter moesten zijn dan in andere landen, kan er wel een verschil ontstaan. De crisis zal overigens mogelijk nog blijven nazinderen in komend seizoen, met eventueel minder inkomsten uit ticketing en sponsoring.

De 378,5 miljoen euro die in het seizoen 2018-2019 werd geregistreerd aan inkomsten, vertegenwoordigt een stijging van achttien procent in vergelijking met het seizoen 2017-2018 (321 miljoen euro). Die stijging in het seizoen 2018-2019 was vooral te danken aan de uitstekende Europese campagne van de Belgische clubs. Het UEFA-prijzengeld leverde 63,6 miljoen euro op, meer dan een verdubbeling in vergelijking met het seizoen voordien. Ook andere inkomstenposten stegen, zoals uitzendrechten (84,3 miljoen euro) en sponsorinkomsten (76,2 miljoen euro).

Uitgaven mee in de lift

Toch zijn er slechts vijf Belgische clubs die het seizoen 2018-2019 konden afsluiten met een positief nettoresultaat, tegenover zeven een seizoen eerder. Daar zijn meerdere redenen voor. Op de eerste plaats zijn naast de inkomsten ook de uitgaven van de clubs fors gestegen. Het gemiddeld bruto jaarsalaris van een profvoetballer in ons land steeg van 211.000 naar 233.000 euro, maar vooral de makelaarscommissies swingen de pan uit: liefst 45,3 miljoen euro vloeide naar makelaars, die bemiddelden bij contractonderhandelingen, inkomende en uitgaande transfers. Op één jaar tijd een stijging van liefst 22 procent. 6,9 procent van de totale inkomsten van de profclubs gaat naar makelaarsbijdragen. Ter vergelijking: in de toonaangevende Premier League is dat 4,4 procent.

Daarnaast boekten de Belgische clubs een netto transferresultaat van amper 22,4 miljoen euro, een seizoen eerder was dat nog 73,3 miljoen euro. De waarde van de spelers op de balans steeg wel tot 172,3 miljoen euro, wat erop wijst dat Belgische clubs steeds meer investeren in het aantrekken van duurdere spelers, terwijl het amper iets opbrengt. Uit een analyse van de transfercijfers van de voorbije vijf seizoenen die Belga eerder kon inkijken, blijkt dat de nettowinst uit transfers, dat zijn de transferinkomsten min de -uitgaven en makelaarsbijdragen, elke Belgische profclub per seizoen gemiddeld slechts net iets meer dan één miljoen euro oplevert. Het economische model van doorverkoopcompetitie komt zo onder druk te staan.

'Alarmfase momenteel overdreven'

In totaal liep het verlies van de clubs in het seizoen 2018-2019 op tot 91,3 miljoen euro, een seizoen eerder was dat 'slechts' 48 miljoen euro. 'Het Belgische voetbal verkeert dus niet in goede staat', zo klinkt de conclusie bij Deloitte. 'Over een alarmfase spreken, zou misschien overdreven zijn', vulde Pro League-CEO Pierre François aan. 'Maar het is wel duidelijk dat er werk gemaakt moet worden van de kosten, zoals die makelaarsbijdragen. We moeten streven naar een duurzaam economisch model, anders wordt op termijn onze huidige achtste plaats op de UEFA-ranking onhoudbaar.'

Door de coronacrisis werd de hoogste afdeling uit het Belgische voetbal één speeldag voor het einde van de reguliere competitie definitief stopgezet en konden er geen play-offs gespeeld worden. Daardoor zal er voor de clubs een daling van de kosten zijn, maar daarnaast zijn er een reeks vaste kosten die desalniettemin betaald moeten worden. Bij de ticketing, sponsoring en commerciële afdelingen van de clubs zullen de inkomsten lager zijn en ook de transferzomer kan nog een rol spelen, want daar wordt internationaal een daling van de prijzen verwacht. De inkomsten voor het seizoen 2019-2020 worden zo op 282,6 miljoen euro geraamd, tegenover 378,5 miljoen euro een seizoen eerder. Deloitte verwacht niet dat de verliezen in België hoger zullen zijn dan in andere landen, al valt het altijd af te wachten wat de Nationale Veiligheidsraad naar de toekomst toe zal beslissen omtrent de coronamaatregelen tijdens wedstrijden. Als die strikter moesten zijn dan in andere landen, kan er wel een verschil ontstaan. De crisis zal overigens mogelijk nog blijven nazinderen in komend seizoen, met eventueel minder inkomsten uit ticketing en sponsoring. De 378,5 miljoen euro die in het seizoen 2018-2019 werd geregistreerd aan inkomsten, vertegenwoordigt een stijging van achttien procent in vergelijking met het seizoen 2017-2018 (321 miljoen euro). Die stijging in het seizoen 2018-2019 was vooral te danken aan de uitstekende Europese campagne van de Belgische clubs. Het UEFA-prijzengeld leverde 63,6 miljoen euro op, meer dan een verdubbeling in vergelijking met het seizoen voordien. Ook andere inkomstenposten stegen, zoals uitzendrechten (84,3 miljoen euro) en sponsorinkomsten (76,2 miljoen euro). Toch zijn er slechts vijf Belgische clubs die het seizoen 2018-2019 konden afsluiten met een positief nettoresultaat, tegenover zeven een seizoen eerder. Daar zijn meerdere redenen voor. Op de eerste plaats zijn naast de inkomsten ook de uitgaven van de clubs fors gestegen. Het gemiddeld bruto jaarsalaris van een profvoetballer in ons land steeg van 211.000 naar 233.000 euro, maar vooral de makelaarscommissies swingen de pan uit: liefst 45,3 miljoen euro vloeide naar makelaars, die bemiddelden bij contractonderhandelingen, inkomende en uitgaande transfers. Op één jaar tijd een stijging van liefst 22 procent. 6,9 procent van de totale inkomsten van de profclubs gaat naar makelaarsbijdragen. Ter vergelijking: in de toonaangevende Premier League is dat 4,4 procent. Daarnaast boekten de Belgische clubs een netto transferresultaat van amper 22,4 miljoen euro, een seizoen eerder was dat nog 73,3 miljoen euro. De waarde van de spelers op de balans steeg wel tot 172,3 miljoen euro, wat erop wijst dat Belgische clubs steeds meer investeren in het aantrekken van duurdere spelers, terwijl het amper iets opbrengt. Uit een analyse van de transfercijfers van de voorbije vijf seizoenen die Belga eerder kon inkijken, blijkt dat de nettowinst uit transfers, dat zijn de transferinkomsten min de -uitgaven en makelaarsbijdragen, elke Belgische profclub per seizoen gemiddeld slechts net iets meer dan één miljoen euro oplevert. Het economische model van doorverkoopcompetitie komt zo onder druk te staan. In totaal liep het verlies van de clubs in het seizoen 2018-2019 op tot 91,3 miljoen euro, een seizoen eerder was dat 'slechts' 48 miljoen euro. 'Het Belgische voetbal verkeert dus niet in goede staat', zo klinkt de conclusie bij Deloitte. 'Over een alarmfase spreken, zou misschien overdreven zijn', vulde Pro League-CEO Pierre François aan. 'Maar het is wel duidelijk dat er werk gemaakt moet worden van de kosten, zoals die makelaarsbijdragen. We moeten streven naar een duurzaam economisch model, anders wordt op termijn onze huidige achtste plaats op de UEFA-ranking onhoudbaar.'