Opnieuw onderweg naar het stadion. Voor de eerste keer in wat wel een eeuwigheid lijkt te zijn. We zijn 8 augustus en Club Brugge opent het seizoen 2020/21. De regerende kampioen ontvangt Charleroi in een zomersfeertje, maar dan wel enkel in naam. De zonder is er, maar geen enkel geluid. Geen gemorst bier, geen begroetingen voor de collega's, zelfs geen benauwd gevoel in wat een van de kleinste perszalen van het land moet zijn.

Die namiddag zou Wout van Aert Milaan-Sanremo winnen pakt ook Charleroi zijn eerste monument van het seizoen. Van Aert moest er na 7 uur en 16 minuten nog de Fransman Julian Alaphilippe voor kloppen na een lijdensweg op de Poggio. Minder behendig maar wel sneller in de sprint, triomfeert de Belg. Op hetzelfde moment, of toch bijna, straft Ryota Morioka in de 78ste minuut een foutje van Brandon Mechele af. En dat tegen een Brugse dominantie. Zo'n verhalen als die van Van Aert en Morioka heeft sport altijd gekruid en lokte massaal veel toeschouwers, maar op die zondag in augustus klonk het allemaal hol.

In Brugge konden we meer het gejuich van Nicolas Penneteau en Karim Belhocine horen dan de Brugse Kop; vanuit Brussel konden enkel de stemmen van Merijn Castelyn en Rodrigo Beenkens de verdiende echo geven aan de glansprestatie van WVA. In 2020 hebben we dan ook geleerd dat we sport ook intens kunnen beleven zonder publiek. Dat we enthousiast kunnen zijn voor lege tribunes en echte gevoelens kunnen voelen, maar niet zoals vroeger. Omdat dronkenschap, de vreugde, gedeeld moet kunnen worden. En in 2020 hadden we te veel gevoel dat we eenzaam dronken werden. Dat noemen we de theorie van de trieste alcohol.

Opnieuw onderweg naar het stadion. Voor de eerste keer in wat wel een eeuwigheid lijkt te zijn. We zijn 8 augustus en Club Brugge opent het seizoen 2020/21. De regerende kampioen ontvangt Charleroi in een zomersfeertje, maar dan wel enkel in naam. De zonder is er, maar geen enkel geluid. Geen gemorst bier, geen begroetingen voor de collega's, zelfs geen benauwd gevoel in wat een van de kleinste perszalen van het land moet zijn. Die namiddag zou Wout van Aert Milaan-Sanremo winnen pakt ook Charleroi zijn eerste monument van het seizoen. Van Aert moest er na 7 uur en 16 minuten nog de Fransman Julian Alaphilippe voor kloppen na een lijdensweg op de Poggio. Minder behendig maar wel sneller in de sprint, triomfeert de Belg. Op hetzelfde moment, of toch bijna, straft Ryota Morioka in de 78ste minuut een foutje van Brandon Mechele af. En dat tegen een Brugse dominantie. Zo'n verhalen als die van Van Aert en Morioka heeft sport altijd gekruid en lokte massaal veel toeschouwers, maar op die zondag in augustus klonk het allemaal hol.In Brugge konden we meer het gejuich van Nicolas Penneteau en Karim Belhocine horen dan de Brugse Kop; vanuit Brussel konden enkel de stemmen van Merijn Castelyn en Rodrigo Beenkens de verdiende echo geven aan de glansprestatie van WVA. In 2020 hebben we dan ook geleerd dat we sport ook intens kunnen beleven zonder publiek. Dat we enthousiast kunnen zijn voor lege tribunes en echte gevoelens kunnen voelen, maar niet zoals vroeger. Omdat dronkenschap, de vreugde, gedeeld moet kunnen worden. En in 2020 hadden we te veel gevoel dat we eenzaam dronken werden. Dat noemen we de theorie van de trieste alcohol.