De regeling is in de jaren tachtig ingevoerd om sportbeoefenaars na hun carrière toe te laten om met een rugzakje aan hun nieuwe leven te beginnen. 'Wij vinden dit discriminatie en begrijpen niet waarom dit nog zou moeten blijven bestaan', verklaart Vanrobaeys het voorstel aan Het Nieuwsblad en De Standaard. 'Andere werknemers moeten, als ze ontslagen worden op hun dertigste, toch ook op zoek naar een andere job? Bovendien verdienen voetballers nu zoveel dat zij al geld hebben kunnen opzij­zetten en sowieso tegen een stootje kunnen. Net als andere werknemers hebben zij na hun voetbalcarrière recht op een werkloosheidsvergoeding.'

Vanrobaeys vroeg bij de minister van Pensioenen op hoeveel geld er momenteel in die aanvullende pensioenen voor sportbeoefenaars opgebouwd is. Het gaat over 263 miljoen euro opgebouwd door 2.747 sportbeoefenaars, onder hen zijn slechts twee vrouwen.

'Het gaat dan ook bijna uitsluitend over voetballers uit de Jupiler Pro League. De clubs hebben daar immers een akkoord afgesloten om bovenop het loon een bepaald percentage in die groepsverzekering te storten', aldus Stijn Boeykens van spelersvakbond Sporta. 'Voor de hoogste lonen gaat dit over veertig procent van het brutoloon. We zouden het spijtig vinden, indien die regeling nu op de schop zou gaan. Dat akkoord binnen de Jupiler Pro League zou dan zeker worden opgeblazen. Gevolg zou dan zijn dat dit bedrag gewoon als extra loon zou uitbetaald worden. Jammer, want wij zien dit als een beschermingsmaatregel. Naast het feit dat de voetballers zo een rugzakje hebben voor na hun carrière, wordt ook voorkomen dat jonge spelers meteen hun volledige loon opmaken.'

Vanrobaeys vindt dat de clubs de spelers dan maar beter moeten begeleiden. 'Voor ons zou het geen probleem zijn als dit gewoon als loon wordt uitbetaald. Zo zouden de spelers ook de volledige fiscale en RSZ-bijdragen betalen. Dit zou de staatskas toch al snel enkele tientallen miljoenen euro's extra kunnen opleveren. En zo kan dat weer bijdragen aan het versterken van de eerste pijler en het optrekken van het minimumpensioen voor iedereen.'

De regeling is in de jaren tachtig ingevoerd om sportbeoefenaars na hun carrière toe te laten om met een rugzakje aan hun nieuwe leven te beginnen. 'Wij vinden dit discriminatie en begrijpen niet waarom dit nog zou moeten blijven bestaan', verklaart Vanrobaeys het voorstel aan Het Nieuwsblad en De Standaard. 'Andere werknemers moeten, als ze ontslagen worden op hun dertigste, toch ook op zoek naar een andere job? Bovendien verdienen voetballers nu zoveel dat zij al geld hebben kunnen opzij­zetten en sowieso tegen een stootje kunnen. Net als andere werknemers hebben zij na hun voetbalcarrière recht op een werkloosheidsvergoeding.' Vanrobaeys vroeg bij de minister van Pensioenen op hoeveel geld er momenteel in die aanvullende pensioenen voor sportbeoefenaars opgebouwd is. Het gaat over 263 miljoen euro opgebouwd door 2.747 sportbeoefenaars, onder hen zijn slechts twee vrouwen. 'Het gaat dan ook bijna uitsluitend over voetballers uit de Jupiler Pro League. De clubs hebben daar immers een akkoord afgesloten om bovenop het loon een bepaald percentage in die groepsverzekering te storten', aldus Stijn Boeykens van spelersvakbond Sporta. 'Voor de hoogste lonen gaat dit over veertig procent van het brutoloon. We zouden het spijtig vinden, indien die regeling nu op de schop zou gaan. Dat akkoord binnen de Jupiler Pro League zou dan zeker worden opgeblazen. Gevolg zou dan zijn dat dit bedrag gewoon als extra loon zou uitbetaald worden. Jammer, want wij zien dit als een beschermingsmaatregel. Naast het feit dat de voetballers zo een rugzakje hebben voor na hun carrière, wordt ook voorkomen dat jonge spelers meteen hun volledige loon opmaken.' Vanrobaeys vindt dat de clubs de spelers dan maar beter moeten begeleiden. 'Voor ons zou het geen probleem zijn als dit gewoon als loon wordt uitbetaald. Zo zouden de spelers ook de volledige fiscale en RSZ-bijdragen betalen. Dit zou de staatskas toch al snel enkele tientallen miljoenen euro's extra kunnen opleveren. En zo kan dat weer bijdragen aan het versterken van de eerste pijler en het optrekken van het minimumpensioen voor iedereen.'