Isabelle Bauwmans (45) moet lang nadenken over de vraag of ze een interview wil geven. Een journalist, fotograaf, de spotlights... Het is gewoon niets voor haar. Wanneer we haar zeggen dat ze vooral over haar man Philippe Clement (45) mag vertellen, vraagt ze nog even bedenktijd. Een paar dagen later krijgen we groen licht. We zijn welkom in Waasmunster.
...

Isabelle Bauwmans (45) moet lang nadenken over de vraag of ze een interview wil geven. Een journalist, fotograaf, de spotlights... Het is gewoon niets voor haar. Wanneer we haar zeggen dat ze vooral over haar man Philippe Clement (45) mag vertellen, vraagt ze nog even bedenktijd. Een paar dagen later krijgen we groen licht. We zijn welkom in Waasmunster. Eenmaal daar, is de man om wie het verhaal deze middag draait niet thuis. We zitten vlak voor de ontknoping van de competitie en Clement is nog volop bezig zijn ploeg klaar te stomen voor de apotheose. 'Ik heb nog niet gemerkt dat er een grote spanning is bij Philippe', zegt zijn vrouw. 'Maar die heeft hij toch maar zelden. Hij zegt wel eens: 'Ik voel een gezonde stress.' Dan weet ik dat er iets in hem gaande is, want hij is vrijwel altijd ontspannen.' Of ze zich kan voorstellen hoe deze ontknoping van de competitie voor hem moet zijn? 'Nee, eigenlijk niet...'Voor Isabelle is het een nieuwe wereld, het voetbal. Ze kwam er tien jaar geleden pas mee in aanraking toen ze Clement leerde kennen, de man van wie ze voor hun eerste ontmoeting nog nooit had gehoord. 'Ik keek geen voetbal, volgde niets en pikte hooguit eens een match van de Rode Duivels mee. Maar de generatie van Philippe heb ik dan kennelijk gemist', zegt ze lachend. 'Want ik wist echt niet wie Philippe Clement was. Toen ik hem leerde kennen, viel me op dat hij down-to-earth is. Heel gewoon, niks macho. Niet dat ik een beeld had van de voetbalman, daarvoor was het te ver van mijn bed, maar hij gedroeg zich niet als een man die in de belangstelling stond of staat.' Toch merkte ze dat er iets speciaals aan hem moest zijn. De eerste keer dat ze hem zag, was bij Waasland-Beveren. Haar zoon Robbe voetbalde in hetzelfde team als Keanu, de jongste van Clement. 'Ik ging mijn zoon ophalen en zag al die papa's rond één man zwermen. Dat was Philippe Clement, hoorde ik.' Ze haalde haar schouders op. Nog nooit van gehoord... 'Ik dacht alleen maar: mannen, laat die mens toch eens gerust. Het eerste contact tussen mij en Philippe was dan ook heel vluchtig, we hebben misschien twee woorden met elkaar gewisseld.' Later leerden de twee elkaar in het gezelschap van een vriendengroep beter kennen. 'Voor we een koppel werden, hebben we veel gesprekken met elkaar gevoerd. Het klikte op veel gebieden. Zijn kijk op het leven, zijn waarden en hoe hij als mens is: met kleine dingen tevreden zijn, genieten van die momenten. Maar ook het babbelen samen, lachen, eerlijk zijn en over alles kunnen communiceren. Er is een honderdprocentvertrouwen in elkaar.' Acht jaar geleden trok Isabelle met haar twee zonen Niels (21) en Robbe (18) in bij Clement en zijn twee zonen Miguel (25) en Keanu (18). Al snel merkten de vier dat er nogal wat verschillen in de opvoeding waren: waar de kinderen van Isabelle werden vrijgelaten, waren de jongens van Clement een stuk strenger opgevoed. 'Mijn ex-man en ik hadden een eigen zaak waar we zeven op zeven en veertien uur per dag werkten. Daardoor zijn onze kinderen vrijer gelaten. Wat zij te veel hadden, hadden die van Philippe misschien wat te weinig. Dat bracht elkaar heel mooi in balans.' Ze herinnert zich nog goed dat ze de allereerste keer met haar kinderen hier, in dit huis, verbleef. 'Mijn oudste zoon stapte op Philippe af. 'Kom eens mee, jij', zei hij. 'Hoe komt dat nu, dat wij hier zijn? Dat jij met mijn mama bent? En hoe gaan wij dat hier doen?' Mijn kinderen hebben het hart op de tong. Als je hen niet kent, kan dat brutaal overkomen, maar ze uiten gewoon wat ze voelen of wat hen bezighoudt. Ik heb dat wel graag. Daar is met Philippe een mooi gesprek uit voortgekomen, een vragenuurtje eigenlijk, waar Niels hem van alles voorlegde. Mijn zoon woont en werkt nu in Zwitserland bij zijn vader in de zaak, maar als hij hier is, zegt Philippe nog regelmatig: 'Niels, witte nog?' Dat zijn mooie momenten die nog regelmatig opkomen.' De jongsten kenden elkaar al van hun team bij Waasland-Beveren, maar waren nu ineens stiefbroers. En broers hebben wel eens ruzie. Toen dat de eerste keer gebeurde, moest daar toch wat helderheid over komen. 'Ik zie ons nog zitten, met zijn vieren op de grond: Philippe, ik, Robbe en Keanu. Ze hebben hun hart gelucht en wij hebben aangegeven dat het normaal is dat broers wel eens ruziën, maar dat er dan over gepraat moet worden. Eigenlijk is alles heel vlot verlopen.' Ze noemt haar man een betrokken vader. 'Hij is ook geduldiger dan ik. Ik kan nog al eens beginnen roepen wat er op mijn maag ligt. Philippe houdt de rust en kiest voor de babbel. Maar dat is dan ook meestal wanneer ik al vijf keer iets heb aangekaart', zegt ze lachend. Aan de keukentafel wordt veel over voetbal gepraat, maar dan vooral door de jongens. Ook Isabelle heeft zich de sport eigen gemaakt. 'Ik leerde Philippe kennen toen hij net stopte als speler en bij Club trainer van de beloften en liniecoach bij de eerste ploeg werd. Ik weet nog dat hij zei: 'Ik moet ook naar de matchen van het eerste gaan kijken.' Ik dacht: bij het eerste? Waarom dat? Maar ik ging op die dagen met hem mee. Voor mij was dat een gezamenlijke uitstap: we zaten gezellig samen en keken de match. Ik was verbaasd hoeveel volk zo'n wedstrijd op de been brengt. Supporters... Dat vind ik iets fascinerends. Dat je zo gebeten bent door een club, door een ploeg. Dat vind ik wel knap. Ik zou zelf nooit mijn gemoed kunnen laten afhangen van een voetbalwedstrijd, waarbij je totaal euforisch bent bij winst en in de put zit bij verlies. Wél merk ik dat ik Club en Waasland- Beveren blijf volgen doordat ik er met Philippe regelmatig ben geweest.' De overstap van die laatste club naar Genk was moeilijk voor hem. 'Wanneer hij iets begint, wil hij dat ook afmaken. Anderzijds kwam er zo'n mooie kans voorbij en dan wordt zijn ambitie aangesproken. Dat heeft hem wel verscheurd. Hij wilde Waasland-Beveren eigenlijk niet achterlaten en tegelijkertijd die kans niet laten lopen. Waarom het zo moeilijk was? Philippe wil mensen niet teleurstellen. Dat is het moeilijkste wat er is voor hem.' De ambitie sprak uiteindelijk sterker. 'Er heerst nu een cultuur dat je eerst ontslagen moet worden voordat je aan een nieuwe uitdaging mag beginnen. Ik zei: 'Het is wel je job, geen hobby, hé. '' Ook bij Clement ziet ze die uitersten van emoties die het voetbal met zich meebrengt niet echt, al merkt ze dat er na winst een andere man door het huis loopt dan na een verliespartij. 'Dit jaar waren er zoveel goeie matchen... Dan loopt hier een goedgezinde man rond, hé. Bij verlies zal ik niet zeggen dat hij slechtgezind is, dat zou ik ook niet appreciëren, maar dan is hij toch wat rustiger. Maar hij zal nooit lopen zeuren over de match.' Toch past ze zich wel ietwat aan na een verloren wedstrijd. 'De fluwelen handschoen, hé. ' Ze grijnst. 'Ik ga zeker niet doordrammen ( verheft haar stem): 'Oh, wat is het toch spijtig', en: 'Het was de schuld van de scheids', of: 'Had je niet beter die speler gebracht.' Ik wacht rustig af. Wil hij babbelen, dan babbelen we. En zo niet, dan niet. Als hij down blijft, zeg ik: 'Zeg, kom, hé, morgen staat het nog in de krant, overmorgen beginnen ze alweer over de volgende wedstrijd.' Dat helpt, voor Philippe is het af en toe nodig dat iemand het belang van voetbal wat relativeert.' Toch merkt Isabelle bij zichzelf ook een verandering van de beleving. Bij thuiswedstrijden gaat ze vrijwel altijd mee. 'Dan hebben we een vast zwaaimomentje voor de wedstrijd.' De uitduels kijkt ze thuis. 'Ik merk dat ik voortaan gespannen in de zetel zit. Zeker de laatste matchen, nu er een beslissing gaat vallen. Dan probeer ik mezelf te corrigeren: 'Zeg, stop daar eens mee. Het is maar voetbal.' Maar het gaat toch vanzelf.' Weer die lach. 'Als je me tien jaar geleden had gezegd dat ik met spanning naar voetbal zou kijken... Da's zot, hé!' De laatste twee wedstrijden van Club Brugge keken Isabelle en Philippe samen, thuis op de bank. De man die zolang bij Club speelde en er trainer was, hoopte nu dat zijn club punten liet liggen. 'Ik merk dat hij de wedstrijden heel anders beleeft nu het einde nadert. Philippe zit ineens druk gesticulerend naast me op de bank. 'Doe toch dit', roept hij dan, of: 'Breng die erin' en: 'Haal die eraf'. Dan zeg ik: 'Ik denk dat ik wel eens stress heb rond een wedstrijd, zie u nu zitten hier.'' Het is snel gegaan, realiseert ze zich. 'Philippe zegt het ook wel eens: 'Ik ben pas twee jaar trainer en wat is het al fantastisch geweest.' Of er tijd is om te genieten?' Een stilte. 'Jawel... Maar voetbal is nooit weg. Philippe vindt dat hij 24 uur op 24 en 365 dagen per jaar bereikbaar moet zijn. Voor de club, voor zijn collega's, de spelers.' Ook wanneer ze straks aan het einde van het seizoen op vakantie gaan, neemt hij het voetbal mee op hun cruise op de Middellandse zee. 'De laptop gaat mee, want hij moet wel spelers kunnen bekijken, hé. Ik vind dat niet erg. Dat is vechten tegen de bierkaai. Ik weet dat het zo werkt en er is daarnaast ook genoeg ruimte voor ontspanning. Vorig jaar had hij ook elke dag contact met Dimitri de Condé over nieuwe spelers en wie er vertrekt. Philippe zou het ook niet anders willen. Hij kan het voetbal niet loslaten. De dag dat die ergens zijn ontslag krijgt... Dat gaat een héél moeilijke periode worden voor hem. Hij heeft beloofd dat hij hier thuis dan allerhande klusjes gaat doen. Of dat er van komt, vraag ik mij af.' Dat is vooralsnog niet aan de orde. Integendeel: zijn naam wordt al in verband gebracht met verschillende grote clubs. Het mag dan haar eerste interview zijn, de vraag rondom die belangstelling omzeilt Isabelle vakkundig. 'Er komt wel wat voorbij, maar met een vertrek is hij helemaal niet bezig nu. Ik ook niet. Alle aandacht ligt bij het einde van het seizoen, Philippe wil nog helemaal geen energie steken in wat hierna eventueel zou komen. Alles stap voor stap.' Hoe dan ook: de ster van Phillippe Clement rijst snel. Toch is zijn vrouw niet verbaasd. 'Nee, helemaal niet... Als assistent-trainer bij Club Brugge werkte hij met Michel Preud'homme en ik zag dat Michel echt in hem geloofde. Die twee hebben heel nauw samengewerkt; Philippe heeft veel mogen doen en had zijn eigen mening. Dat botste wel eens; er is veel gediscussieerd tussen die twee. Maar Michel apprecieerde dat Philippe soms tegen hem in ging. Ik denk dat je als trainer niets hebt aan een assistent die altijd maar ja knikt. Hij stond open voor Philippe, die leergierig was en naast Michel ook zichzelf als trainer heeft leren ontdekken.' Zijn kracht zit 'm in zijn menselijke benadering, denkt Isabelle. 'Hij benadert iedereen op dezelfde manier: van de materiaalman tot de voorzitter. Hij zal geen onderscheid maken, iedereen is evenveel voor hem. Dat maakt hem denk ik een warme trainer, die heel menselijk met zijn spelers omgaat. Hij weet het beste uit hen te halen.' Hoe hij zijn ploeg bij Genk tot deze ongekende hoogte liet stijgen... Isabelle trekt met haar mond. 'Dat weet ik eigenlijk niet. Zo inhoudelijk praten we niet over het vak. We hebben het over de randzaken, dingen die hem bezighouden: blessures, transfers zoals die van AlejandroPozuelo, schorsingen, maar ik vraag echt niet in welk systeem hij denkt te gaan spelen. Wel hoor ik van anderen om hem heen dat zijn motivatiespeeches voor de match heel goed zijn. Hij staat dicht bij zijn spelers, maar hij verwacht ook het maximale van ze. Ze moeten het onderste uit de kan halen, alles geven. Altijd. Dat doet hij zelf ook.' Nachten langer dan zes uur kent Clement niet. Rond zes uur gaat hij de deur uit om 's avonds rond een uur of zeven, acht thuis te komen. 'Die autorit mat hem af. 's Ochtends kan hij de file voor zijn, maar 's avonds is die ring van Antwerpen geen pretje. Hij komt de laatste tijd op dezelfde manier thuis: 'Hallo. Ik ben kapot.' Vaak doet hij dan een powernap waarna we samen eten. Philippe hoeft niet veel meer te doen thuis. Daar zorg ik voor.' Ook Isabelle wordt voortaan om de haverklap aangesproken op de goede prestaties van Genk. Bij de sportdienst in Sint-Niklaas geeft ze verschillende lessen. 'Zelfs de dámes beginnen nu over het voetbal tegen mij. 'Het was goe, hé' of ze komen af met een foto uit de krant. Dat is zo zot, hoe iedereen erover bezig is.'