Italië is in shock. Nadat Massimiliano Allegri vertrok, na vijf titels en twee Champions Leaguefinales, hadden de tifosi van Juventus wel iets anders in gedachten. De komst van Maurizio Sarri (60) was immers te onwaarschijnlijk om ernstig genomen te worden. Zelfs de piste Pep Guardiola, die nooit aangaf weg te willen bij Manchester City, leek voor sommige bianconeri nog geloofwaardiger. Uiteindelijk deed de naam van de Catalaan alleen de beursnotering van de club stijgen, waardoor de beter ingelichte speculanten winst konden maken op basis van een gerucht.

Het waren ook niet Simone Inzaghi of Mauricio Pochettino die de teugels van de Oude Dame in handen kwamen nemen. Maar dus wel Sarri, die niet echt werd tegengehouden door het bestuur van Chelsea. Zijn Sarri-Ball sloeg nooit echt aan in Engeland, waar middenvelders eerder mandekking dan zonedekking toepassen. Zo plakten er telkens een paar kleerkasten op Jorginho, waardoor de Italiaanse international geen oplossingen vond en de Blues volkomen afhankelijk waren van de bevliegingen van Eden Hazard.

In Napels valt het nieuws natuurlijk slecht. Sarri had onlangs de zege van zijn Chelsea in de Europa League nog opgedragen aan de tifosi van Napoli. 'Als hij naar Juve gaat, dan betekent dat voor ons, Napolitanen, gewoonweg verraad', verklaarde Napolivedette Lorenzo Insigne in een interview.

Sarri's ideeën staan haaks op het cynische voetbal van Allegri. De ex-bankier liet in zijn Napolitijd dan ook geen gelegenheid voorbijgaan om kritiek te uiten op het triestige voetbal van de rivaal uit het noorden: 'Van de jaren 70 onthoudt men alleen het voetbal van Nederland, niet wie er won. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen zich over twintig jaar het voetbal van Napoli zal herinneren.'

In Turijn zal Sarri toch een keer zijn voetbalfilosofie moeten verzoenen met de jacht op trofeeën. De strijd met het Inter van Antonio Conte, veeleer koel en berekend, kondigt zich als interessant aan.