Een jaar van triomfen en tragedies, van historische prestaties en verderfelijke schandalen. Zelden raakten de uitersten in een sportjaar elkaar zo als in 2019. Het begon in februari met het olympisch zilver van schaatser Bart Swings en het eindigde afgelopen zondag met de wereldtitel van de Belgische mannenploeg in het hockey. En tussenin was er de wereldtitel van turnster Nina Derwael, en zeilster Emma Plasschaert, winst in het Europees kampioenschap van marathonloper Koen Naert, de bevestiging van Nafi Thiam op het EK en nog zoveel meer: dit land danste vaak op de golven van het (sport)geluk. Superlatieven werden bovengehaald om de rijkdom van de Belgische sport te accentueren en allerhande instanties maakten van de gelegenheid gebruik om hun eigen inbreng in deze opbloei te benadrukken.

Je kan niet blijven mensen uitrangeren zonder dat er iets verandert.

Maar 2018 was vooral het jaar van de Rode Duivels, van een al zo vaak bezongen gouden generatie die eindelijk op een mondiaal podium zijn talent demonstreerde. Aangevoerd door de onversneden klasse van Eden Hazard. Veel kans dat de aanvoerder van de nationale ploeg zaterdag tot Sportman van het Jaar wordt uitgeroepen. Als uithangbord van de Rode Duivels die toen weer uitgroeiden tot een nationaal product die de bevolking meermaals in een delirium bracht. Sport bindt en verbindt. Het blijkt ook nu weer bij de geschiedenis die de hockeyploeg schreef.

2018 was ook het jaar van Marc Coucke die met de borstel door het personeelsbestand van Anderlecht blijft gaan, aan de herschikkingen lijkt geen einde te komen. Met het ontslag van Hein Vanhaezebrouck moet er nu een einde worden gesteld aan de sportieve treurmars. De trainer was opmerkelijk gelaten zondag op de persconferentie na de 2-1-nederlaag op Cercle Brugge. Vanhaezebrouck zocht niet naar excuses en benadrukte nog maar eens dat hij een ploeg opbouwt, met veel jonge spelers, met voetballers die op hun twintigste al het voortouw moeten nemen. Zo is het al geruime tijd, maar dat soort analyses sterven zeker bij Anderlecht op het altaar van het resultaat.

Rustig zei Vanhaezebrouck zondag dat hij, aangesproken op de komende mercato, wel zal zien wat er op hem afkomt. Dat bepaalde beslissingen boven zijn hoofd werden genomen, zoals de komst van Pär Zetterberg, moet hem tot nadenken hebben gestemd. Hij reageerde er niet op. Ook dat toont dat de West-Vlaming zichzelf niet meer was. In niets deed hij denken aan de felle en strijdbare trainer die bij KAA Gent over alles de vinger aan de pols hield en zijn filosofie probleemloos op de groep overplantte. Bij Anderlecht kreeg hij die boodschap, ondanks zijn overtuigingskracht, nooit verkocht en haalde hij niet het maximum uit deze groep. Dat was bij zijn vorige clubs, KRC Genk buiten beschouwing gelaten, vaak anders. Alleen tijdens zijn laatste maanden bij KAA Gent begon het wat stroever te lopen. Sindsdien brokkelde de status van Hein Vanhaezebrouck af. In die zin moet ook hij voor de spiegel staan. Om de constatatie dat Anderlecht onder hem geen progressie boekte en in 2018 meer verloor dan won, kan hij niet heen.

Hoog tijd wordt het voor Marc Coucke dat zijn opruimingsoperatie op het veld resultaten oplevert. Je kan niet blijven mensen uitrangeren zonder dat er iets verandert. De nieuwe krijtlijnen zijn alleen in theorie zichtbaar en de nieuwe trainer is niet te benijden. Ook al omdat hij werkt zonder continuïteit boven hem, een dodelijke constructie. Want dat is de fout die Marc Coucke maakte: hij begon met zijn veranderingen in de wandelgangen in plaats van eerst voor een deftig elftal te zorgen.

Nu is Anderlecht van een zeer matig niveau. Dat is niet alleen de schuld van Hein Vanhaezebrouck. Wel van die mensen die de selectiegroep hebben samengesteld. Ook Marc Coucke draagt hierin een verantwoordelijkheid. Dat hij met orkaankracht door deze club raast, maakt hem kwetsbaar. Als het niet tot een ommekeer komt, dreigt zich dat op termijn tegen hem te keren.

Een jaar van triomfen en tragedies, van historische prestaties en verderfelijke schandalen. Zelden raakten de uitersten in een sportjaar elkaar zo als in 2019. Het begon in februari met het olympisch zilver van schaatser Bart Swings en het eindigde afgelopen zondag met de wereldtitel van de Belgische mannenploeg in het hockey. En tussenin was er de wereldtitel van turnster Nina Derwael, en zeilster Emma Plasschaert, winst in het Europees kampioenschap van marathonloper Koen Naert, de bevestiging van Nafi Thiam op het EK en nog zoveel meer: dit land danste vaak op de golven van het (sport)geluk. Superlatieven werden bovengehaald om de rijkdom van de Belgische sport te accentueren en allerhande instanties maakten van de gelegenheid gebruik om hun eigen inbreng in deze opbloei te benadrukken. Maar 2018 was vooral het jaar van de Rode Duivels, van een al zo vaak bezongen gouden generatie die eindelijk op een mondiaal podium zijn talent demonstreerde. Aangevoerd door de onversneden klasse van Eden Hazard. Veel kans dat de aanvoerder van de nationale ploeg zaterdag tot Sportman van het Jaar wordt uitgeroepen. Als uithangbord van de Rode Duivels die toen weer uitgroeiden tot een nationaal product die de bevolking meermaals in een delirium bracht. Sport bindt en verbindt. Het blijkt ook nu weer bij de geschiedenis die de hockeyploeg schreef. 2018 was ook het jaar van Marc Coucke die met de borstel door het personeelsbestand van Anderlecht blijft gaan, aan de herschikkingen lijkt geen einde te komen. Met het ontslag van Hein Vanhaezebrouck moet er nu een einde worden gesteld aan de sportieve treurmars. De trainer was opmerkelijk gelaten zondag op de persconferentie na de 2-1-nederlaag op Cercle Brugge. Vanhaezebrouck zocht niet naar excuses en benadrukte nog maar eens dat hij een ploeg opbouwt, met veel jonge spelers, met voetballers die op hun twintigste al het voortouw moeten nemen. Zo is het al geruime tijd, maar dat soort analyses sterven zeker bij Anderlecht op het altaar van het resultaat. Rustig zei Vanhaezebrouck zondag dat hij, aangesproken op de komende mercato, wel zal zien wat er op hem afkomt. Dat bepaalde beslissingen boven zijn hoofd werden genomen, zoals de komst van Pär Zetterberg, moet hem tot nadenken hebben gestemd. Hij reageerde er niet op. Ook dat toont dat de West-Vlaming zichzelf niet meer was. In niets deed hij denken aan de felle en strijdbare trainer die bij KAA Gent over alles de vinger aan de pols hield en zijn filosofie probleemloos op de groep overplantte. Bij Anderlecht kreeg hij die boodschap, ondanks zijn overtuigingskracht, nooit verkocht en haalde hij niet het maximum uit deze groep. Dat was bij zijn vorige clubs, KRC Genk buiten beschouwing gelaten, vaak anders. Alleen tijdens zijn laatste maanden bij KAA Gent begon het wat stroever te lopen. Sindsdien brokkelde de status van Hein Vanhaezebrouck af. In die zin moet ook hij voor de spiegel staan. Om de constatatie dat Anderlecht onder hem geen progressie boekte en in 2018 meer verloor dan won, kan hij niet heen. Hoog tijd wordt het voor Marc Coucke dat zijn opruimingsoperatie op het veld resultaten oplevert. Je kan niet blijven mensen uitrangeren zonder dat er iets verandert. De nieuwe krijtlijnen zijn alleen in theorie zichtbaar en de nieuwe trainer is niet te benijden. Ook al omdat hij werkt zonder continuïteit boven hem, een dodelijke constructie. Want dat is de fout die Marc Coucke maakte: hij begon met zijn veranderingen in de wandelgangen in plaats van eerst voor een deftig elftal te zorgen. Nu is Anderlecht van een zeer matig niveau. Dat is niet alleen de schuld van Hein Vanhaezebrouck. Wel van die mensen die de selectiegroep hebben samengesteld. Ook Marc Coucke draagt hierin een verantwoordelijkheid. Dat hij met orkaankracht door deze club raast, maakt hem kwetsbaar. Als het niet tot een ommekeer komt, dreigt zich dat op termijn tegen hem te keren.