Stijn Vreven maakte er zaterdag in HetBelang van Limburg een grap over: het kan niet lang meer duren alvorens er in België een trainer ontslagen wordt omdat hij een trainingspartijtje verloor, aldus de hoofdcoach van de Nederlandse eersteklasser NAC Breda.
...

Stijn Vreven maakte er zaterdag in HetBelang van Limburg een grap over: het kan niet lang meer duren alvorens er in België een trainer ontslagen wordt omdat hij een trainingspartijtje verloor, aldus de hoofdcoach van de Nederlandse eersteklasser NAC Breda. Yves Vanderhaeghe deed het al eerder. Toen bleek dat de persconferentie na de wedstrijd KV Kortrijk-AA Gent op speeldag 11 niet meteen kon starten omdat een cameraman er niet tijdig aanwezig was, zei hij: 'Een trainer zou daarvoor al ontslagen kunnen worden.' Blijkbaar neemt met het aantal ontslagen trainers ook het aantal trainers toe dat de humor van de absurditeit van hun lot begint in te zien.Halfweg de reguliere competitie veranderden in 1A al 8 van de 16 clubs van coach. In 1B, waar de druk haast nog groter is , werden intussen zelfs al 5 van de 8 hoofdtrainers ontslagen. Dat betekent dat van de 24 profclubs er al 13 een trainerswissel doorvoerden. En we zijn pas november. Aan dat tempo eindigt geen enkele ploeg het seizoen met dezelfde trainersstaf.Hein Vanhaezebrouck gaf daar onlangs in Sport/Voetbalmagazine twee redenen voor: het beleid van veel clubs, vooral het gebrek aan visie en standvastigheid, én de toenemende druk van de media.'In Nederland schrijven ze een trainer niet buiten', aldus de coach die dit seizoen onder druk de overtap van AA Gent naar Anderlecht maakte. 'Ze vragen hem een oplossing en geven commentaar op zijn keuzes, maar roepen niet om zijn ontslag. Clubs zijn er ook anders gestructureerd, met minder buitenlandse trainers onder meer.' 'Als zoals bij ons zoveel clubs zo snel hun trainer moeten ontslaan, ligt dat niet aan die trainers maar aan die clubs. In de wielerjournalistiek wordt er veel minder op de man gespeeld, merk ik. In het voetbal zijn journalisten en bestuurders soms heel close. Journalisten bepalen daardoor meer wie waar aan de slag gaat en bestuurders kunnen zo aan het verhaal een draai geven die hen goed uitkomt. Ook dat is een van de redenen waarom het hier voor trainers zo moeilijk wordt.'Dat beaamt Matthias Leterme, de jonge algemeen manager van KV Kortrijk. 'Er zijn zelfs journalisten die je trainers opdringen", zegt hij. "Zo stuurde er één berichten naar onze voorzitter dat we Besnik Hasi als trainer moesten nemen. En toen het niet goed ging onder Yannis Anastasiou maakte hij ons zwart omdat we Hasi niet hadden genomen.'Ook journalisten mogen eens voor de spiegel gaan staan, vindt hij. Dat deed KV Kortrijk intussen zelf ook al na de problemen van dit seizoen . Het stelde met Rik Foulon een sportief manager aan die verantwoordelijke is voor het volledige sportief beleid en die onder meer een voetbalvisie moet ontwikkelen die geënt is op de identiteit van de club.Maar als grootste oorzaak voor al die trainersontslagen noemt Leterme toch de competitieformat.'De druk is groter dan ooit', meent hij. 'De concurrentie om play-off 1 te spelen, is sterk toegenomen, met de komst van ploegen met veel middelen als KV Oostende en Antwerp onder meer. Zowat elk jaar zijn er G5-clubs die naast play-off 1 grijpen. Wie er dreigt naast te vallen, wil ingrijpen en kijkt dan doorgaans naar de trainer. Daar zit je dus al met een immense druk.'Want play-off 2 spelen, is veel minder interessant. 'Er is de immense druk om niet te degraderen', zegt ook Leterme. 'Want wie zakt, komt in een competitie terecht waarvan 6 van de 8 ploegen in buitenlandse handen zijn en waar er substantieel meer geïnvesteerd wordt dan er aan werkingsmiddelen beschikbaar is.' 'Je weet: in 1B kom ik in een reeks waar de inkomsten veel minder zijn en waar de kosten om de top te spelen groter zijn. Daar zijn clubs die beter betalen dan wij. Denk je dat wij bijvoorbeeld Dylan De Belder konden weghalen bij Lierse? En toch won Cercle de eerste periode niet en staat het momenteel in de tweede periode maar vierde. Dat betekent dat het zeer moeilijk is om naar 1A terug te keren. Er is in 1A maar één zakker meer, maar de gevolgen zijn veel groter.'Hij pleit voor één gesloten competitie met 20 profploegen. 'Dan speel je niet meer met het mes op de keel en kun je structureel groeien en investeren in omkadering, in jeugdopleiding en in infrastructuur.'