De Maesschalck werkt ondertussen acht maanden in Monaco. Hij trok nog voor Philippe Clement naar het prinsdom. 'Ik voel mij in alle opzichten uitstekend bij mijn nieuwe club', vertelt hij aan de Krant van West-Vlaanderen. 'Als je na zestien jaar Club Brugge de kans krijgt om te werken bij een ambitieuze club uit een competitie die bij de top vijf van Europa hoort, dan neem je dat in overweging.'

'Ik heb er diep over nagedacht, met mensen gesproken en op korte tijd veel info verzameld, zodat ik wist wat mij daar te wachten zou staan. Het voelde goed en ik ben gesprongen. Ik ben verantwoordelijk voor de organisatie van de totale opleiding en bij AS Monaco hoort daar ook het beheer van de private school en het internaat op de academie bij. Daarnaast verzorg ik ook de verbinding van de opleiding met het eerste elftal én ben ik voor de jeugd de link met het beleid.'

Het doel is hetzelfde als bij Club Brugge: ervoor zorgen dat er zo veel mogelijk jonge spelers kunnen doorstromen naar het eerste elftal. 'Dat betekent dat je iets moet neerzetten waar ze elke dag in elke situatie maximaal kunnen leren', legt hij uit. 'Die context creëer je met mensen: het is een people's business. Je werkt met jonge mensen en je omringt je met mensen met ervaring, dus moet je op zoek gaan naar de juiste profielen om dat te kunnen brengen.'

Bij Club Brugge zet de doorstroming vanuit de academie die hij meer dan tien jaar leidde zich voort met Charles De Ketelaere, Ignace Van der Brempt en nu ook nog Noah Mbamba en Cisse Sandra lieten al flitsen van klasse zien. 'Dat is dankzij het beleid van de club én dankzij de intrinsieke kwaliteit van die spelers', benadrukt hij. 'Er zijn geen autosnelwegen naar succes, het zijn altijd hobbelwegen. Je moet af en toe een bocht nemen, een keer in een put rijden of eens een wiel weer aanzetten dat is afgedraaid. Dat is de job van jeugdopleiders en dat is zowel bij Club als bij Monaco en Cercle het geval.'

Lees het volledige interview op KW.be.

De Maesschalck werkt ondertussen acht maanden in Monaco. Hij trok nog voor Philippe Clement naar het prinsdom. 'Ik voel mij in alle opzichten uitstekend bij mijn nieuwe club', vertelt hij aan de Krant van West-Vlaanderen. 'Als je na zestien jaar Club Brugge de kans krijgt om te werken bij een ambitieuze club uit een competitie die bij de top vijf van Europa hoort, dan neem je dat in overweging.''Ik heb er diep over nagedacht, met mensen gesproken en op korte tijd veel info verzameld, zodat ik wist wat mij daar te wachten zou staan. Het voelde goed en ik ben gesprongen. Ik ben verantwoordelijk voor de organisatie van de totale opleiding en bij AS Monaco hoort daar ook het beheer van de private school en het internaat op de academie bij. Daarnaast verzorg ik ook de verbinding van de opleiding met het eerste elftal én ben ik voor de jeugd de link met het beleid.'Het doel is hetzelfde als bij Club Brugge: ervoor zorgen dat er zo veel mogelijk jonge spelers kunnen doorstromen naar het eerste elftal. 'Dat betekent dat je iets moet neerzetten waar ze elke dag in elke situatie maximaal kunnen leren', legt hij uit. 'Die context creëer je met mensen: het is een people's business. Je werkt met jonge mensen en je omringt je met mensen met ervaring, dus moet je op zoek gaan naar de juiste profielen om dat te kunnen brengen.'Bij Club Brugge zet de doorstroming vanuit de academie die hij meer dan tien jaar leidde zich voort met Charles De Ketelaere, Ignace Van der Brempt en nu ook nog Noah Mbamba en Cisse Sandra lieten al flitsen van klasse zien. 'Dat is dankzij het beleid van de club én dankzij de intrinsieke kwaliteit van die spelers', benadrukt hij. 'Er zijn geen autosnelwegen naar succes, het zijn altijd hobbelwegen. Je moet af en toe een bocht nemen, een keer in een put rijden of eens een wiel weer aanzetten dat is afgedraaid. Dat is de job van jeugdopleiders en dat is zowel bij Club als bij Monaco en Cercle het geval.'Lees het volledige interview op KW.be.