'Al meer dan vijftig jaar loop ik hier rond. In 1962 ben ik getrouwd en kwam ik inwonen bij mijn schoonfamilie, die op de hoek van de Bruiloftstraat en de Keiberg café Gantoise openhielden. Mijn man en ik hielpen daar mee. De zaak fungeerde toen ook nog als loket voor de ticketverkoop in het Ottenstadion. De toegangskaartjes werden toen van een rol afgescheurd en verkocht aan ongeveer 1 euro. Tot net voor de wedstrijd begon. Dan moesten we het geld afgeven op het secretariaat.
...

'Al meer dan vijftig jaar loop ik hier rond. In 1962 ben ik getrouwd en kwam ik inwonen bij mijn schoonfamilie, die op de hoek van de Bruiloftstraat en de Keiberg café Gantoise openhielden. Mijn man en ik hielpen daar mee. De zaak fungeerde toen ook nog als loket voor de ticketverkoop in het Ottenstadion. De toegangskaartjes werden toen van een rol afgescheurd en verkocht aan ongeveer 1 euro. Tot net voor de wedstrijd begon. Dan moesten we het geld afgeven op het secretariaat. 'In totaal stond ik 26 jaar achter de toog. Mijn echtgenoot was een neef van oud-voorzitter Robert Naudts, maar overleed in 1976. Op mijn eentje hield ik nog tien jaar de zaak open, tot het me allemaal te veel werd. Op zondagnamiddag waren we vaak een drietal uur gesloten. In het begin, als derdeklasser, reden we dan richting Zele. Met onze zoon trok ik zelfs eens naar Tongeren. Want hij keepte tot de scholieren bij de Buffalo's. 'In mijn straat leerde ik later Julien Temmerman kennen. Een echt meubelstuk, want in totaal 33 jaar afgevaardigde bij de jeugdploegen. We gingen samenwonen. Een jaar later, in augustus 1989, begon ik voor de Gantoise te werken. Jean Van Milders was nog voorzitter en René Vandereycken de coach. De beste ooit, door zijn hartelijkheid en erkentelijkheid. René beschermde zijn spelers enorm. Onder Lei Clijsters trainden we op de Blaarmeersen. Ik moest zorgen voor ontbijt. Dan zat mijn wagentje gevuld met vijf broden, potten choco, fruit en yoghurt. 'Ik deed ook al de receptie bij de jeugd. Maar jeugdvoorzitter Lucien Standaert vroeg me 's avonds in de socioclub om te tappen. Geen probleem, ik was toch thuis. Een week later volgde al een nieuw verzoek: of ik niet dagelijks kon langskomen, om wat op te ruimen in het spelershome en daar de schotels te wassen. Daarom beschouw ik KAA Gent als mijn tweede thuis. Onze vakanties werden zelfs aangepast in functie van de voetbalkalender. 'Zo werd ik ook de vaste sandwichbelegger. Voor de journalisten, maar ook voor de jeugd. Ik rekende het eens uit. Ooit begon ik met 200 stuks, nu zit ik gemakkelijk aan 350 stuks. Op een jaar tijd smeer ik er gemakkelijk 8000. ( lacht) De moeite, hé. Op een wedstrijddag, met aftrap om 20 uur, ben ik al om 11 uur in de Ghelamco Arena. Ik haal zelf nog de zachte broodjes, het fruit en het beleg. Drie kilogram vlees. In totaal ben ik toch 3,5 tot 4 uur bezig met alles. Na verloop van tijd heb je wel die routine. Ik ben er graag vroeg, zodanig dat alles mooi opgeruimd is en klaarstaat voor het volk. Op maandagavond sta ik ook achter de tapkraan bij de thuisduels van de beloften in Oostakker. En bij uitwedstrijden zorg ik nog altijd voor hun belegde broodjes. 'Ik ben een echte Buffalo, voor altijd. Wie in Gentbrugge wordt geboren, is dat eigenlijk automatisch. Zo lang ik kan, blijf ik dit doen. Ik help nu eenmaal graag de mensen. Mijn zoon zegt altijd: 'Als je mijn ma zoekt, ze zit achter de toog.' Het kampioenschap in 2015 zorgde toch voor een kippenvelmoment. Vooral omdat mijn partner het niet meer mocht meemaken. Ter ere van hem draag ik nu ook al negentien jaar zijn halsketting met die typische indianenkop. Als geluksbrenger. Die gaat nooit meer af. Julien zou er nog ne goeien op gedronken hebben, op die titel. ( na een stilte) Bij de Champions Leaguetune, die eerste keer tegen Olympique Lyon, kreeg ik tranen in de ogen. 'De bekerfinale kijk ik thuis, rustig voor de buis, met een fris pintje. Dan kan ik op mijn gemak stevig vloeken. Dat fanatisme zal nooit verdwijnen. Mijn buren horen het zeker als er wordt gescoord en gewonnen.'