'Antwerp streefde voorheen altijd het Engelse voetbal na, met als basis passie en werkkracht, terwijl Beerschot voor ietsje meer flair en technisch voetbal ging', steekt Patrick Goots van wal. 'Op Antwerp mocht het wat ruwer zijn, maar nu wordt dat kantje er wat afgeslepen, terwijl je bijvoorbeeld centraal achterin erg goeie verdedigers hebt, maar niet de beste voetballers.'

'Eén van de beste voetballers blijft Didier Lamkel Zé, maar Leko heeft het met hem gehad en waarschijnlijk de spelers ook. Maar die kan wel alles: scoren, een actie opzetten, koppen, hij is snel. Kortom, alles wat je nodig hebt om op elk moment het verschil te maken.'

'Dan vraag ik me af: kan er dan echt niet voor extra begeleiding voor zo'n jongen gezorgd worden, zodat die kop op zijn lijf wat minder verkeerd komt te staan?'

'Ach, je hebt altijd van die speciale types. Darko Pivaljevic, de King, was er in mijn tijd ook zo één. Die komt de dag na een zware wedstrijd op Seraing de kleedkamer binnen, gaat op zijn plek naast mij zitten, hangt zijn jas aan de kapstok, kijkt me even aan en zegt: 'Patrick, ik train vandaag niet.' Hij neemt zijn jas weer van de kapstok, en rijdt terug naar huis.'

'Gebeurt dat vandaag, dan staan de kranten vol. Maar toen is daar niets over geschreven. Niemand buiten de ploeg wist dat, en het volgende weekend stond Darko gewoon weer in de spits. Wat moest Regi Van Acker (de coach destijds, nvdr) anders? Hem drie weken naast de ploeg zetten? We hadden maar vijftien man, en maar twee spitsen, hé. Mocht Leko er maar vijftien hebben in plaats van dertig, zou het misschien ook anders lopen.'

'Darko was ne crème van een vent, zoals ik denk dat Lamkel Zé in de grond een crème van een vent is. In mijn tijd was er geen geld voor begeleiding. Toen kwamen de buitenlanders van overal ter wereld, kregen de sleutels van hun appartement en van de auto en verder werd daar niet naar omgekeken. Tot een paar weken later de boetes binnen dwarrelden, want dan hadden ze de stad leren kennen. Wisten zij veel dat je, als je naar de cinema ging, je auto niet op de stoep voor de ingang mocht parkeren.'

'Misschien moeten ze mij inschakelen om op de Lamkel te letten. Misschien, hé.'

Lees het volledige verhaal in de Antwerpspecial van Sport/Voetbalmagazine van 9 december.

'Antwerp streefde voorheen altijd het Engelse voetbal na, met als basis passie en werkkracht, terwijl Beerschot voor ietsje meer flair en technisch voetbal ging', steekt Patrick Goots van wal. 'Op Antwerp mocht het wat ruwer zijn, maar nu wordt dat kantje er wat afgeslepen, terwijl je bijvoorbeeld centraal achterin erg goeie verdedigers hebt, maar niet de beste voetballers.''Eén van de beste voetballers blijft Didier Lamkel Zé, maar Leko heeft het met hem gehad en waarschijnlijk de spelers ook. Maar die kan wel alles: scoren, een actie opzetten, koppen, hij is snel. Kortom, alles wat je nodig hebt om op elk moment het verschil te maken.''Dan vraag ik me af: kan er dan echt niet voor extra begeleiding voor zo'n jongen gezorgd worden, zodat die kop op zijn lijf wat minder verkeerd komt te staan?' 'Ach, je hebt altijd van die speciale types. Darko Pivaljevic, de King, was er in mijn tijd ook zo één. Die komt de dag na een zware wedstrijd op Seraing de kleedkamer binnen, gaat op zijn plek naast mij zitten, hangt zijn jas aan de kapstok, kijkt me even aan en zegt: 'Patrick, ik train vandaag niet.' Hij neemt zijn jas weer van de kapstok, en rijdt terug naar huis.''Gebeurt dat vandaag, dan staan de kranten vol. Maar toen is daar niets over geschreven. Niemand buiten de ploeg wist dat, en het volgende weekend stond Darko gewoon weer in de spits. Wat moest Regi Van Acker (de coach destijds, nvdr) anders? Hem drie weken naast de ploeg zetten? We hadden maar vijftien man, en maar twee spitsen, hé. Mocht Leko er maar vijftien hebben in plaats van dertig, zou het misschien ook anders lopen.''Darko was ne crème van een vent, zoals ik denk dat Lamkel Zé in de grond een crème van een vent is. In mijn tijd was er geen geld voor begeleiding. Toen kwamen de buitenlanders van overal ter wereld, kregen de sleutels van hun appartement en van de auto en verder werd daar niet naar omgekeken. Tot een paar weken later de boetes binnen dwarrelden, want dan hadden ze de stad leren kennen. Wisten zij veel dat je, als je naar de cinema ging, je auto niet op de stoep voor de ingang mocht parkeren.''Misschien moeten ze mij inschakelen om op de Lamkel te letten. Misschien, hé.'Lees het volledige verhaal in de Antwerpspecial van Sport/Voetbalmagazine van 9 december.