Half september loopt Patrik Hrosovsky er niet bepaald happy bij in Genk. Zijn lichaamstaal zegt dat hij liefst ergens anders wil zijn. De trainer zal hem alvast niet missen. Hannes Wolf heeft hem net vlakaf gezegd dat hij hem niet meer nodig heeft. Twee clubs uit Tsjechië, het land waar hij met Viktoria Plsen wel één en ander heeft bewezen, tonen interesse: Sparta en Slavia Praag, maar dat gaat niet door. Genk heeft voor de Slowaakse international een jaar eerder geen vijf miljoen betaald om hem nu voor een prikje te laten vertrekken.
...

Half september loopt Patrik Hrosovsky er niet bepaald happy bij in Genk. Zijn lichaamstaal zegt dat hij liefst ergens anders wil zijn. De trainer zal hem alvast niet missen. Hannes Wolf heeft hem net vlakaf gezegd dat hij hem niet meer nodig heeft. Twee clubs uit Tsjechië, het land waar hij met Viktoria Plsen wel één en ander heeft bewezen, tonen interesse: Sparta en Slavia Praag, maar dat gaat niet door. Genk heeft voor de Slowaakse international een jaar eerder geen vijf miljoen betaald om hem nu voor een prikje te laten vertrekken. Even later is Hannes Wolf geen trainer meer. Vandaag zit de Slowaakse middenvelder die over twee weken 29 wordt goed in zijn vel bij KRC Genk en in Hasselt, waar hij met zijn gezin woont. Aan het eind van de reguliere competitie laat Hrosovsky zien wat de club in hem zag toen het hem uit Tsjechië haalde: een sturende speler, een stille leider, een onmisbaar geworden radertje dat de Genkse machine mee op toerental heeft gebracht. Toen Het Belang van Limburg hem eind maart voorlegde hoeveel punten Genk dit seizoen behaalde met hem op het veld (39 op 57) en hoeveel zonder hem (7 op 30) schrok hij zelf dat hij zo veel impact had. Wat wist je over België en het Belgisch voetbal toen je hier vorig jaar arriveerde? Patrik Hrosovsky: 'Weinig. We hadden ooit een grappige film gezien, over een gangster die tussen twee opdrachten door even in België moet onderduiken: In Bruges. Kort voor mijn transfer voetbalde ik met Pilsen ook nog tegen Antwerp, mijn eerste match ooit tegen een Belgische club. Ik wist dat je in België twee volkeren had, Walen en Vlamingen, maar ik ontdekte een land waar het erg goed is om te leven, we hebben het hier zeer naar onze zin. De levensstandaard ligt hier een stuk hoger dan in Tsjechië en Slowakije. 'Ik vind ook de competitie erg sterk, meer aanvallend dan in Tsjechië waar het accent meer op verdedigen ligt. Als je in Tsjechië tegen een staartploeg speelt, weet je dat je gaat winnen. Hier verliest een kandidaat-ploeg voor de top vier tegen de laatste.' Er was al een paar keer belangstelling vanuit het buitenland geweest voor jou, maar Pilsen liet je nooit gaan. Hrosovsky: 'Dat klopt. In maart 2019 contacteerde Dimitri de Condé me dat Genk belangstelling had. Genk stond toen eerste, ik wist nog niet dat ze kampioen zouden worden, maar ze hadden wel een grote kans om opnieuw Champions League te spelen. Dat trok me erg aan, want ik had al eens Champions League gespeeld met Pilsen.' Je hebt het tevoren nooit hard gespeeld om te kunnen vertrekken? Hrosovsky: 'Zo zit ik niet in mekaar. Ik ben een teamspeler. Voetbal is ook een teamsport, ik ben geen tennisser. Het waren ook mooie jaren, de mooiste uit de clubgeschiedenis, én voor mij op persoonlijk vlak. Ik ben er tien jaar geweest, en heb daar ook mijn vrouw leren kennen. Tevoren domineerden de clubs uit Praag het Tsjechische voetbal, plots mengde Pilsen zich in die strijd. Het was een sprookje, want Pilsen was nooit kampioen geweest tot die eerste titel in 2011. Vervolgens werd het in tien jaar zes keer kampioen, drie daarvan beleefde ik mee. 'Ook Europees voetbal was een fantastische ervaring. Ik had als jong ventje nooit gedacht of gedroomd dat ik op een dag in het Santiago Bernabeu zou spelen, laat staan daar een doelpunt zou maken. Ik ben ook met Pilsen mee gegroeid: van jong talent dat zijn kans kreeg tot sterkhouder. Uiteindelijk werd afgesproken dat ik mocht gaan, maar dat ik eerst mee zou proberen de ploeg te plaatsen voor de poulefase van de Europa League. Antwerp schakelde ons uit, maar de afspraak kwam niet in het gedrang. Ook als we ons hadden geplaatst, had Pilsen me laten gaan.'Met welke verwachtingen vertrok je naar het buitenland? Hrosovsky: 'Ik was aan een nieuwe uitdaging toe. Op en naast het veld. Op voetbalvlak had ik in Tsjechië alles meegemaakt, het leek me goed om ergens anders van op nul te herbeginnen, in een omgeving die ik niet kende, waar je ook als mens evolueert. Want daar ging het me ook om, eens een andere cultuur meemaken. Onze zoon is hier geboren. Alleen daarom al zal België altijd een speciale plaats hebben voor ons.' Je kwam erg laat aan, na de voorbereiding. De competitie was al begonnen, de Champions League kwam er aan. Je werd samen met Paul Onuachu gepresenteerd. Hrosovsky: 'Ik kende hem niet, hij kende mij niet. Ik was fit toen ik hier aankwam, want ik had al behoorlijk wat matchen met Pilsen afgewerkt. Maar het team draaide stroef. Er waren veel spelers weg, het was moeilijk om een plaats te vinden en mijn beste niveau te halen. Het was zoeken, niet alleen voor mij, maar voor iedereen.' Waarom werkte het niet? Hrosovsky: 'Goeie vraag. Iedereen zocht zijn plaats toen. Daar ga je over piekeren, zelfs thuis. Wat hielp, was dat onze zoon geboren werd. Overweldigend is dat, je hebt ook meteen je handen vol en geen tijd meer om na te denken en te dubben.' Toen je bij Genk tekende, voorspelde men in Slowakije: Patrik is een leider, maar een stille leider, niet de man die roept en schreeuwt. Hrosovsky: 'Ik moet eerst voelen dat de ploeg me nodig heeft. Dan pas zal ik me manifesteren en de anderen op sleeptouw nemen. Als ik niet voel dat men mij echt nodig heeft, dat ik nuttig ben, vind ik niet dat het aan mij is om het woord te nemen. Als ik op het veld presteer en op mijn plaats sta, kan ik ook meer betekenen voor de anderen.'Hier verwachtte men misschien meer een spelmaker, terwijl men in Slowakije zei: Patrik is op zijn best als nummer zes. Hrosovsky: 'De trainer probeerde me hier op de tien uit, maar dat is niet mijn beste plek, ik voelde me daar niet goed. Maar we hadden geen andere nummer tien. Misschien hadden we dat tactisch anders moeten oplossen. Bij Pilsen was ik een nummer zes en de leider van het team. Iedereen wist wat ze van mij konden verwachten, wat ik kon en wat ik niet kon. Waar ik nu sta, dat is mijn plek. Daar speel ik ook met de nationale ploeg, ietsje achter Marek Hamsik en Juraj Kucka. Daar hoop ik ook te staan straks op het EK.' Waarom stapte je niet naar de trainer om dat aan te kaarten? Hrosovsky: 'Hier stond op de zes al Sander Berge en die deed dat goed op die positie. Dus had het geen zin om die plaats op te eisen.' Wat onthoud je van een tegenvallend eerste seizoen en een moeilijke aanhef van het tweede? Hrosovsky: 'Dat ik hier in negentien maanden al aan mijn vierde hoofdtrainer toe ben. Dat is niet makkelijk, je elke keer weer aanpassen aan een nieuw systeem, want elke trainer legt andere accenten. De meest succesvolle teams zijn stabiele teams, gebouwd rond een basis met een aantal vaste spelers. Hier veranderde na de titel veel, eerst in de zomer en vervolgens in de winter. Voor ons, nieuwe spelers, was het met al die veranderingen moeilijk om onze plek te vinden. Er was geen team meer. Ook Paul Onuachu had het daar moeilijk mee. Je ziet het verschil met nu.' Toen de nieuwe trainer, Hannes Wolf kwam, was iedereen enthousiast. Eindelijk iemand die energie aan het team toevoegde en de spelers beter zou maken. Vond jij dat eerst ook? Hrosovsky: 'Energie, dat was zijn favoriete woord. In het begin had ik een goed gevoel bij zijn aanpak, zijn trainingen waren goed, maar we slaagden er niet in dat om te zetten op het veld in de wedstrijd. Toen het seizoen abrupt stopte verwachtte ik dat het dit seizoen los zou lopen. In de voorbereiding had ik nog steeds een goed gevoel, maar toen de competitie startte, zat ik zelfs niet op de bank, maar op de tribune. De eerste twee matchen hield ik me gedeisd, zei niets. 'Na twee matchen ben ik naar Wolf gestapt en heb hem gevraagd of hij nog op mij rekende. Nee, was zijn antwoord. Vooral op het middenveld wilde hij voor het meer fysieke voetbal dat hij wilde brengen fysiek sterke spelers. Dus belde ik mijn manager, maar ik geraakte niet weg. Na het ontslag van Wolf pikte Domenico Olivieri me op. Ik dacht dat ik op de bank zou zitten, maar ik stond in de basis. We wonnen, en ik bleef staan. Onder Jess Thorup ging het plots vanzelf. Tot hij tot ons aller verbazing ineens weg was. Nooit meegemaakt.' Wat veranderde Thorup? Hrosovsky: 'Hij bracht terug vreugde in ons werk. Dat misten we op het einde onder Hannes. Als je op training een partijtje voetbaltennis speelde, hoort dat fun te zijn. Maar zelfs dat moest perfect uitgevoerd worden. Snap je? Iedereen probeerde zo goed mogelijk zijn taak uit te voeren, maar er hing veel druk rond, terwijl voetbal een spel blijft, en bij een spel hoort speelplezier. Dat was weg.' Hoe moeilijk was die periode voor jou? Want je mocht zelfs niet altijd meetrainen. Hrosovsky: 'We waren met 23 kernspelers, dus als er een partijtje elf tegen elf werd gespeeld, moest ik op een ander veld wat andere dingen doen met Michel Ribeiro, soms met Rubin Seigers die ook niet in aanmerking kwam. Maar ook in moeilijke tijden leer je bij.' Zoals? Hrosovsky: 'Als je je best blijft doen in moeilijke tijden krijg je daar iets voor terug. Als ik de boel op stelten had gezet of me boos had gemaakt, hadden ze me niet opnieuw opgepikt. Ik was heel boos, maar ik ben niet het type dat zoiets naar buiten toont. Wat ook hielp, was de geboorte van onze zoon toen. Zodra ik thuis kwam, viel mijn frustratie van me af en was ik gewoon gelukkig.' Onder Van den Brom speelde je eerst, dan verdween je weer uit de ploeg en nu ben je één van de sturende spelers in het team. Hrosovsky: 'Het klikt met Bryan Heynen. Een fantastische speler. We voelen mekaar goed aan, ik weet dat hij van mij overneemt wanneer ik ga, en hij weet dat ik hem rugdekking geef wanneer hij diep gaat.' Waar droom je nog van? Hrosovsky: 'Ooit droomde ik er van om op een dag in Spanje te voetballen. We hebben zelfs ooit Spaans geleerd, mijn vrouw en ik, omdat we zo veel vrije tijd hadden - niet eens met het doel op een transfer naar daar. Vandaag droom ik nog van een prijs. Liefst hier. Dat zei ik ook tegen Hannes Wolf, in ons fameus gesprek. Dat ik in Genk een prijs wilde winnen. Hij geloofde niet dat dat nog zou gebeuren. Ik wel.'