Slechts anderhalve kilometer ver moet je Wallonië in om bij Peter Vandenbempt te geraken in Bevekom, de plek waar hij nadenkt over zijn tweewekelijkse Plus/Min-analyse voor dit blad en waar hij de 380 stukjes schreef waarvan er nu een aantal samengevoegd werden tot een boek. Stukjes over de tijd toen Anderlechttrainer Ariël Jacobs in de spits moest kiezen tussen Romelu Lukaku en Tom De Sutter of waarin Yassine El Ghanassy een aanstormend talent en Rode Duivel was.
...

Slechts anderhalve kilometer ver moet je Wallonië in om bij Peter Vandenbempt te geraken in Bevekom, de plek waar hij nadenkt over zijn tweewekelijkse Plus/Min-analyse voor dit blad en waar hij de 380 stukjes schreef waarvan er nu een aantal samengevoegd werden tot een boek. Stukjes over de tijd toen Anderlechttrainer Ariël Jacobs in de spits moest kiezen tussen Romelu Lukaku en Tom De Sutter of waarin Yassine El Ghanassy een aanstormend talent en Rode Duivel was. Vandenbempt was aanvankelijk leraar en doelman in tweede provinciale. Hij trok in 1995 naar de radio, waar hij het eerste jaar nog alle sporten coverde. Vanaf het seizoen 1996/97 werd het bijna uitsluitend voetbal. Met welke blik kijk je vandaag op die aanvangsjaren terug? Peter Vandenbempt: 'Als een enorme ontdekkingstocht, een Kuifje-in-Wonderlandgevoel. Je ontmoet plots mensen die je alleen kent van tv. Mijn geluk was dat ik geïntroduceerd werd door Jan Wauters, die me bij iedereen voorstelde als 'een goeie'. Dat gaf me een voorsprong om aanvaard te worden door de toenmalige gestelde lichamen in ons voetbal. 'Het Belgisch voetbal toen was nog lokaal, benaderbaar, gemoedelijker. Dichter bij ons. Een van mijn eerste hoogtepunten was de landstitel van Lierse, met die volkse voorzitter Freddy Van Laer. Bij KRC Genk was Aimé Anthuenis een genot om mee te maken. Wij zaten bij wijze van spreken mee vooraan in de bus. Vandaag ken je een aantal voorzitters of CEO's niet meer, vroeger belde je die gewoon op. Elk seizoen kregen we een map met alle telefoonnummers: van trainers, bestuurders en alle voetballers in eerste klasse. Wij, van de radio, liepen na de match gewoon het veld op en de kleedkamer in.' Maakte dat de verslaggeving anders? Vandenbempt: 'Neen. Zoals elke beginnende journalist wilde ik me toen bewijzen, laten zien dat ik kritisch was. Terwijl het omgekeerde eigenlijk beter is. Ik geef jonge journalisten de raad om zacht beginnen, eerst een beetje vertrouwen te wekken in plaats van er onmiddellijk in te vliegen.' Welke raad gaf Jan Wauters jou mee? Vandenbempt: 'Zijn grootste doorn in het oog was de reporter als supporter. Je moet een goed evenwicht zoeken tussen de emotionele betrokkenheid als verslaggever en de objectieve analyse. Wat dat betreft benijd ik de krantenjournalisten niet die voor hun werk van een club afhankelijk zijn, terwijl ik als verslaggever bij alle clubs kom en zo meer aan de zijlijn ben blijven staan. Dat vind ik een zeer comfortabele positie, die me een grotere vrijheid van spreken geeft, en dat maakt dat ik geen scheldtelefoons krijg zoals mijn collega's van de schrijvende pers. 'Ik lees regelmatig de betere buitenlandse pers. Als ik zie hoe topcoaches daar soms worden aangepakt, vind ik de Belgische pers nog genuanceerd. Ik bedoel: als Roberto Martínez klaagt over de negativiteit rond het Belgisch voetbal, weet hij niet waarover hij spreekt. Er mag toch nog eens een opmerking gemaakt worden, neem ik aan? De objectiviteit die ik hanteer als journalist vertaalt de bondscoach als negativiteit. Het is nu wel plezanter om commentaar te geven op de Rode Duivels dan toen ze nummer 72 stonden op de wereldranglijst, maar ik kijk naar de Rode Duivels als journalist. Ik sta niet te dansen als ze derde worden op een WK en ik spring ook niet van een brug als ze er in de eerste ronde uit gaan.' Is dat niet het eeuwige syndroom van elke bondscoach die al een paar jaar aan de slag is? Vandenbempt: 'Als je ziet wat Paul Van Himst, Georges Leekens, René Vandereycken of Marc Wilmots allemaal te verduren kregen, denk ik dat Roberto Martínez nog geen kritiek heeft gekregen. Natuurlijk heeft hij het lang ook heel goed gedaan. Maar op het EK hebben hij en zijn spelers geen goeie beurt gemaakt, en bij de Nations League ook niet. Hij mag altijd een ronduit positieve lezing hebben van wedstrijden of prestaties, wij hebben de onze. Op het EK hebben de Rode Duivels het anders willen aanpakken, met lelijk winnen. Uiteindelijk hebben ze niets gewonnen, en niets laten zien. Dan mag ik toch zeggen dat het een mislukking was?' Wat is er overgebleven van de verwondering waarmee je in het vak bent gestapt? Vandenbempt: 'De bewondering om het spel zelf. Er zijn nog altijd seconden tijdens wedstrijden waarin ik een gelukzalig gevoel krijg en besef: hier zit ik toch maar mooi. Dat kan de finale van een EK op Wembley zijn, maar ook een Standard-Anderlecht op een zondagmiddag in een zinderend Sclessin. Elke keer nog kijk ik uit naar een wedstrijd. Het spel zelf heeft me nog nooit ontgoocheld, al is mijn enthousiasme al een paar keer flink op de proef gesteld, zeker door de zaak-Ye, waar ik tot mijn opluchting kon vaststellen dat ik zelf geen van die wedstrijden had gevolgd. Ik herinner me wel één wedstrijd om het behoud tussen Lokeren en Lierse, met op en rond het veld veel volk van Dejan Veljkovic. Je moest geen geweldige voetbalspecialist zijn om te zien wat daar gebeurde, gewoon vrienden ondereen. Nadien heb ik tegen mijn baas gezegd: wedstrijden om het behoud op de laatste speeldagen doe ik niet meer. 'Al moet je altijd voorzichtig zijn met zulke verhalen. Ik ben namelijk zelf ook ooit eens verdacht van wedstrijdmanipulatie. Ik keerde als doelman van Bierbeek terug na een blessure en viel een kwartier voor tijd in tegen titelkandidaat Hoegaarden. Bij een corner viel de bal verkeerd op mijn arm en in eigen doel, waardoor Hoegaarden met 0-1 won en promoveerde en Oud-Heverlee zich afvroeg: wat is daar gebeurd? Niets dus.' Denk je dat het straks anders wordt? Vandenbempt: 'Ik weet het niet. De figuur van Mogi Bayat is voor mij de verpersoonlijking van het gebrek aan echte wil bij nog te veel mensen in het Belgische voetbal om het anders te doen. Ik weet dat er ook velen zijn met goeie bedoelingen, maar wie met iemand als Bayat met diens lange kerfstok zaken blijft doen, moet mij niet komen zeggen dat hij met een propere lei wil beginnen. 'Ons voetbal zou veel beter worden als de grote clubs samenwerken in plaats van te proberen elkaar vliegen af te vangen. Ook in de Pro League wil iedereen nog altijd het liefst de beste zijn ten koste van de andere. In de Duitse Pro League is dat blijkbaar anders, het algemeen belang is er geen loos begrip - en kijk naar het succes van de Bundesliga. Maar de vraag is: willen we het oplossen of hebben we baat bij de bestaande situatie? Ook het RSZ-dossier wordt niet goed aangepakt. Vijf jaar geleden waarschuwde Herman Wijnants met zijn politieke contacten al dat het RSZ-verhaal op termijn niet verdedigbaar zou blijven. Toon dan je goeie wil. Werk proactief een verhaal uit. Doe zelf een voorstel voor het optrekken van de minimumverloning van niet-EU-voetballers. Als je als Pro League je eieren in het mandje van Georges-Louis Bouchez legt, weet je toch van tevoren dat die gaan breken? Ik ben zeer bezorgd om ons voetbal. Een specialist wees mij bijvoorbeeld op het feit dat sinds de financiële crisis banken in overeenkomsten een clausule opnemen waarbij de overeenkomst wordt verbroken als de andere partij frauduleuze praktijken begaat. Ik ga ervan uit dat clubs die een akkoord hebben met banken, beseffen wat dat voor hen kan betekenen.' Denk je daar nog aan wanneer een wedstrijd op gang wordt gefloten? Vandenbempt: 'Neen. Zodra die wedstrijd begint, draai ik een knop om. Ik zie zo'n 130 wedstrijden per jaar en begin er altijd met veel optimisme aan, of het nu Union-Charleroi is dan wel Bayern-Benfica. Natuurlijk zit in mijn achterhoofd dat PSG en Manchester City foute clubs zijn, die op een niet-rechtmatige manier geraakt zijn waar ze nu staan. Maar eenmaal PSG-City begint, concentreer ik me op het geweldige voetbal dat hun spelers op de mat brengen. 'Je moet oog hebben voor de excessen, maar je mag niet overdrijven. Als een integer man als Karel Van Eetvelt praat over mensenhandel in het voetbal, vind ik dat een pijnlijke belediging voor de echte slachtoffers van mensenhandel. Er ís mensenhandel in het voetbal, maar een reguliere transfer waarbij een speler die van club A naar club B gaat en daar een (veel) beter contract krijgt, heeft daar echt niets mee te maken.' Kortom: het is niet allemaal kommer en kwel. Vandenbempt: 'Neen. Over onze competitie wordt vaak te negatief gedaan. Het is een moeilijke competitie, met tactisch geschoolde trainers. Maar dat we na de G5 de beste competitie van Europa zijn, daar ben ik het nu ook niet mee eens. En dat we zoveel beter zijn geworden door de play-offs vind ik ook niet. Dat we in staat zijn om Simon Mignolet terug te halen, heeft niets te maken met dat systeem maar met het televisiecontract, dat in plaats van 30 miljoen euro 100 miljoen opbrengt, waardoor je betere spelers kunt halen. Tv-rechtenhouders hebben mij trouwens altijd gezegd dat wel of geen play-offs voor hen niets uitmaakt.' Baart de overname van steeds meer clubs door buitenlandse eigenaars je zorgen? Vandenbempt: 'Er zijn goeie en slechte voorbeelden. Bij OH Leuven heb ik een goed gevoel, omdat de eigenaars bij Leicester al toonden hoe ze het aanpakten. Eupen vind ik dan weer een slecht voorbeeld. Omdat de Qatarezen niet naar hier komen met de bedoeling om in Eupen een mooie stabiele club uit te bouwen, maar met een doel verbonden aan het WK in Qatar in 2022. Die zijn niet geïnteresseerd in de uitbouw van het Belgisch voetbal, maar ook niet in die van Eupen zelf, want ze trekken er nu de stekker uit. Als een club in buitenlandse handen kunstmatig een niveau bereikt waar het naar traditie niet thuishoort, vind ik dat niet oké. 'De komst van een coach als Alexander Blessin, die geëngageerd is en zijn ploeg verfrissend laat voetballen, juich ik dan weer wel toe. Ik vind dat iemand uit het buitenland iets moet toevoegen wat wij niet hebben. Dat doet Blessin, ook in zijn communicatie, al ben ik benieuwd hoe hij het er de komende maanden van afbrengt nu het tegenslaat. Een paar grotere clubs die hem volgen willen ook wel eens zien hoe hij op tegenslagen reageert.' Heeft de weg die de Belgische topclubs in die 25 jaar afgelegd hebben je verrast? Vandenbempt: 'Club is erin geslaagd de omslag te maken van een ouderwets soort vakmanschap naar een nieuwe tijdsgeest. Het is een onderneming geworden, die wel het volkse karakter behield, een club waar men op een of andere manier nog benaderbaar is, misschien ook omdat ze nog altijd veel Nederlandstalige spelers hebben. Terwijl ik me bij STVV afvraag: wat is hier de bedoeling van, met vijf Japanners en drie Duitsers? 'Toen ik net begon, beleefde Anderlecht zeer donkere jaren. Maar in tegenstelling tot wat je vaak hoort, dat het een koude en afstandelijke club zou zijn, heb ik dat altijd een zeer warme club gevonden, met benaderbare mensen. Als het financiële plan dat nu voorligt, aangenomen wordt, zie ik het daar positief in. Want het eerste wat de nieuwe machthebbers zijn, is Anderlechtfan van kindsbeen af.' Standard is aan de top niet meer dan een flikkerlicht gebleken, schreef je in een van je columns. Vandenbempt: 'Ik had een goed oog in Bruno Venanzi, iemand met geld die van kindsbeen supporter is van de club en dus zijn jongensdroom kon verwezenlijken en financieren. Maar vandaag staat Standard wel erg ver af van de Belgische top. De enige die het daar zonder geld nog goed zou kunnen doen is Luciano D'Onofrio. ' Wat denk je van het verhaal van Antwerp? Vandenbempt: ' Paul Gheysens is ongelofelijk rijk, maar ze hebben die kwantumsprong op sportief vlak wel gemaakt zonder forse investeringen van zijn kant. Nu D'Onofrio weg is, wordt er wel zwaar geïnvesteerd, maar het werkt nog niet. Laat ons zeggen: over de vakman Luciano kan geen twijfel bestaan, maar tegelijk is hij een veroordeelde crimineel. Wat Antwerp nu doet, de zes in België opgeleide spelers op het scheidsrechtersblad aanvechten, is ongelofelijk contraproductief. Ik snap dat het hinderlijk is bij een jonge topclub die vanuit het puin herrijst en nog geen prima jeugdopleiding heeft waaruit het al kan putten, maar wat zij willen is precies wat wij niet willen, en wat het Belgisch voetbal niet nodig heeft.' Bevalt het sprookje Union je, of moet je nog zien wat er straks van overblijft? Vandenbempt: 'Twee profclubs in Brussel, dat moet kunnen. Als je het hebt over het behoud van authenticiteit in het voetbal, vind je dat net wel bij Union. Een club met positieve fans die rustig op straat voor het stadion een pintje drinken en ook nog eens de hele tijd zingen: wat wil je nog meer?' Welke Belgische trainers hebben je verrast de afgelopen 25 jaar? Vandenbempt: 'Ik had meer verwacht van Glen De Boeck, maar de schuld op een ander steken als het tegenvalt, heeft hem niet geholpen. Nu zit ik stilaan wel te wachten op jong ontluikend Belgisch trainerstalent. Jarenlang vielen ze zo van de bomen, maar dat is al enige tijd geleden. Yannick Ferrera is veel te snel naar Standard gegaan. En trainers die zelf opstappen ... tja. Je sluit een contract af bij Kortrijk en enige tijd later ga je zelf solliciteren bij een andere club? Dat soort opportunisme stuit me tegen de borst.' Wat heeft je het meest verbaasd als je op die 25 jaar professionele voetbalbeleving terugblikt? Vandenbempt: 'De voetbalwereld zoals hij zich heeft geopend, met al wat sindsdien naar boven gekomen is. De eerste keer dat ik daarmee geconfronteerd werd, was bij de affaire-Nottingham, de halve finale van de UEFA Cup met Anderlecht, een zaak die wij met de radio hebben uitgebracht. Dat was voor mij een grote schok. Ook omdat ik die wedstrijd had gezien. Geweldige match vond ik dat. En dan blijkt de arbiter te zijn omgekocht. Dat was de allereerste keer dat ik in de donkere onderwereld van het voetbal terechtkwam, na amper twee jaar radiowerk. Ik ontmoette die mensen, Jean Elst en René Van Aeken, in zo'n stripbar in Antwerpen. We gingen 's avonds aanbellen aan het appartement van Raymond De Deken, de tussenpersoon. Die kwam naar beneden in de hal en vertelde alles. Dat is confronterend, maar tegelijk voel je de adrenaline stromen. 'Ik had altijd een goed contact met en veel respect voor Herman Van Holsbeeck. We hadden een correcte samenwerking en ik ben nooit belogen geweest. Als het waar is wat Veljkovic over hem beweert, dan zou ik willen weten: waarom en wanneer is de omslag gekomen bij die man? Hem vragen: wat was het moment waarop je vond dat het oké was wat je deed? Als je alles samenvoegt, is de conclusie dat het echt niet zo moeilijk is om in het topvoetbal snel gecorrumpeerd te geraken.'