Na een vlammend discours van bijna anderhalf uur mag het duidelijk zijn dat het Belgische voetbal nog niet verlost is van Philippe Bormans. Bij momenten lijkt het zelfs alsof de 30-jarige Limburger een campagne op gang trekt om het Belgische voetbal te redden. Een programma heeft hij al, nu nog een slogan en een running mate vinden. Zijn blik neemt pas een vertederende vorm aan wanneer het woord STVV valt.
...

Na een vlammend discours van bijna anderhalf uur mag het duidelijk zijn dat het Belgische voetbal nog niet verlost is van Philippe Bormans. Bij momenten lijkt het zelfs alsof de 30-jarige Limburger een campagne op gang trekt om het Belgische voetbal te redden. Een programma heeft hij al, nu nog een slogan en een running mate vinden. Zijn blik neemt pas een vertederende vorm aan wanneer het woord STVV valt. 'Ik had niet verwacht dat mijn afscheid aan Sint-Truiden mij zo fel zou raken', aldus Bormans. 'Een ontslag komt natuurlijk harder aan, maar het is niet omdat je zelf opstapt dat het jou niets doet. Ik kreeg het vooral moeilijk toen ik donderdag thuiskwam en alle reacties las op de sociale media.' Op vraag van de Japanse investeerder DMM.com zal Bormans nog twee halve dagen per week op Stayen aanwezig zijn als een soort external advisor. 'Ik wil geen actieve rol meer spelen op de club. Sinds donderdag heb ik zelfs niets meer te zeggen. Ik neem geen beslissingen meer en ik zet nergens meer mijn handtekening onder. Het enige wat ik nog doe, is advies geven. ( denkt na) Het is al een paar keer bij mij opgekomen dat ik mijn mensen in de steek heb gelaten. Iedereen die bij STVV werkt, van spelers tot de kuisvrouwen, heb ik ooit zelf aangeworven. Maar ik hoop dat ze begrijpen dat ik het voor hun eigen goed doe. Om te leren zwemmen heb je soms een duw nodig.' STVV doet het goed en de Japanners wilden jou aan boord houden. Waarom ben je dan opgestapt? PHILIPPE BORMANS: 'Ik heb een jaar lang intensief meegewerkt aan de machtsoverdracht en ik vond het tijd om een stap opzij te zetten. Ik wilde vermijden dat er twee fracties zouden ontstaan. Het kamp van de Belgen, die het gewoon zijn om aan mij verslag uit te brengen, en het kamp van de Japanners. Door mijn vertrek zal de integratie sneller verlopen en heeft het project meer kans op slagen.' De voorbije jaren deed je zowat alles zelf. Je deed de transfers, je ging over het financiële en runde de administratie. Had je schrik dat je functie van general manager uitgehold zou worden? BORMANS: 'Ik las dat ik mijn ontslag heb ingediend uit onvrede met de gang van zaken. Daar is dus niets van aan... Ik wist perfect waar ik aan toe was toen DMM.com kwam. Ik vind het niet meer dan normaal dat de Japanners iemand wilden met wie ze vlot kunnen communiceren in hun eigen taal. Op zich bleef alles bij het oude voor mij: aan Roland Duchâtelet of aan een Japans bestuur rapporteren komt op hetzelfde neer. Met dat verschil dat Roland het volste vertrouwen in mij had en dat ik mij enkel moest verantwoorden over de financiën. De Japanners wilden hun visie doordrukken en ik zou de uitvoerder zijn. Maar zo ben ik niet. Ik moet zeggen dat ze verrast werden door de timing en het niet helemaal snappen.' Ik heb mij laten vertellen dat de werksfeer in de burelen omgeslagen is. De Japanners hebben in elk departement een mannetje geplaatst die het doen en laten van de medewerkers moet controleren. Dat is toch niet de manier van werken bij STVV? BORMANS: 'Klopt. De mensen moeten een omslag maken. Ik was hun aanspreekpunt, ik kende hun voorgeschiedenis, en dat valt weg. Ze denken nu wellicht: bij wie kunnen we terecht? Ik heb aan de Japanners gezegd dat ze met hun mensen moeten spreken, dat ze hun vertrouwen moeten winnen. Maar communicatie is minder hun ding - dat zit niet ingebakken in hun cultuur. Iedereen moet wel beseffen dat Stayen niet meer hetzelfde zal zijn. De Japanners staan voor een stijlbreuk met het verleden, ze willen hun eigen verhaal schrijven.' Zou je gebleven zijn mocht Roland Duchâtelet het nog voor het zeggen hebben op Stayen? BORMANS: 'Ik wilde iets anders doen, daar was Roland van op de hoogte, maar ik was van plan om nog twee jaar te blijven. Ik had het gevoel dat we met onze manier van werken nog twee jaar nodig hadden om sportief helemaal door te groeien. Daarom vond ik dat Roland de club twee, drie jaar te vroeg heeft verkocht. We hadden afscheid kunnen nemen met een prijs, maar Roland lag daar niet meer wakker van. Hij wordt er dit jaar 72 en hij was er klaar mee. Ik dacht dus bij mezelf: is het slim om ergens lang te blijven zitten? Ik ben nu dertig jaar en ik heb tien jaar Sint-Truiden achter de rug waarvan de helft als general manager. Ik had achterover kunnen leunen, maar ik betwijfel of dat het beste was voor de club en voor mezelf.' Je wordt nog altijd beschouwd als een van de coming men in het Belgische voetbal. De aanbiedingen moeten dus binnenstromen? BORMANS: 'Ik krijg veel telefoons van mensen die met mij willen afspreken omdat ze iets hebben voor mij. Ik werd zelfs gepolst om een partnerschap aan te gaan met een makelaar. Dat wordt het zeker niet. Al ben ik ervan overtuigd dat je als makelaar een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan het voetbal. Makelaars zijn niet allemaal slechteriken hé. Maar ik vind het te vroeg om dat wereldje binnen te stappen. Eigenlijk hoef ik niet eens in het voetbal te blijven. Van mij mag het iets worden in de zakenwereld of in de industriële sector. Ik ga alleszins de moeite doen om alles te bekijken - ik wil niet zomaar iets aannemen.' In makelaarskringen wordt Charlton, de club van Duchâtelet, genoemd. BORMANS: 'In de huidige context zou Charlton geen verstandige keuze zijn. Ik wil mij engageren voor een langere periode en dat is bij Charlton niet mogelijk aangezien Roland bezig is met de verkoop van de club. Gezien mijn relatie met Roland is de link natuurlijk snel gelegd.' Je hebt veel te danken aan Duchâtelet. Je bent toch zijn protegé? BORMANS: 'In het begin zijn we nochtans een paar keer met elkaar gebotst. Ik had gehoord dat hij geen simpele was in zijn professionele relaties en dat bleek ook zo. Je kan goede ideeën hebben - wat bij Roland zeker het geval was - maar soms moet je afstand nemen en de mensen laten werken. Op een bepaald moment heb ik hem daarover aangesproken. 'Je laat mij doen of je doet het zelf.' Hij heeft mij de nodige vrijheid gegeven en na de eerste transferperiode was Roland zo gerustgesteld dat hij zich minder is gaan moeien met mijn werk. Hij werd er zowaar rustiger van. Rust die hij veel eerder had moeten inbouwen in zijn carrière. Wat wordt uiteindelijk van een clubeigenaar verwacht? Hij is de good guy. De man die met iedereen bevriend is, die niemand ooit kwaad heeft gezien, van wie je alles gedaan krijgt en die je op een pint trakteert. Die persoon moet het beleid uitstippelen en zich verder op de achtergrond houden. Dat was ook mijn boodschap toen Roland terugkwam: ' Marieke en jij zijn de goeien. De mensen zullen naar jullie opkijken, maar laat het veldwerk aan anderen over.'' In het perscommuniqué van de club en voorzitter Yusuke Muranaka werd je omschreven als een echte leider. Ben je niet eerder een loyale soldaat die de bevelen uitvoert? BORMANS: 'Als ik het ergens niet mee eens ben, dan zal ik niet klakkeloos doen wat ze mij opdragen. Maar het klopt dat ik nooit zal zeggen: het is zo en niet anders. Zo zit ik karakterieel niet in elkaar. Ik heb geen groot ego en daardoor heb ik geen behoefte om mij te laten gelden. Bij mij gebeurt alles in overleg. Uit ervaring weet ik dat het niet lang blijft duren als je de mensen niet meekrijgt.' Ex-collega's hebben jou nooit boos gezien. Is het soms niet nodig om met je vuist op tafel te kloppen? BORMANS: 'Wat bereik je door te schreeuwen of ruzie te maken? Volgens mij moet je in elke situatie de controle houden en in staat zijn om mensen te doorgronden. Yannick Ferrera, Ivan Leko en Jonas De Roeck zijn drie verschillende types, maar ik had telkens een goede verstandhouding met die mannen. Yannick was wel een geval apart. Hij heeft verschillende keren de deur voor mijn neus dicht gesmeten. Het hele oefencomplex begon ervan te daveren.. Ik liet gewoon begaan. Als ik iets terug zou roepen of achter hem aan zou lopen dan kon het escaleren. Er zouden woorden gevallen zijn waarvan ik spijt zou hebben. Yannick moest eerst even afkoelen en daarna kwam hij vanzelf terug. Ik zei dan: 'Yannick, dat gaan we niet meer doen.'' Je hebt veel aan Sint-Truiden te danken, maar omgekeerd mag de club jou ook dankbaar zijn. Sinds de terugkeer naar eerste klasse in 2015 heb je een paar straffe uitgaande transfers gerealiseerd die veel geld hebben opgeleverd. BORMANS: 'In een paar jaar tijd hebben we voor 650.000 euro aan spelers gekocht en is er tien miljoen binnengekomen aan transfergeld. De kunst is jongens te pakken die een dip kennen of aan hun breekpunt zitten. Edmilson hebben we opgevist bij Standard omdat hij niet goed bevonden werd voor de beloften, Jean-Luc Dompé zat vast in tweede klasse, Stef Peeters moest niemand hebben na zijn goede seizoen bij MVV en Yohan Boli zijn we zelfs in derde klasse gaan halen. Wij konden jongens als Schoofs, Edmilson en Gerkens gemakkelijk inpassen omdat wij niet elk jaar voor play-off 1 moeten strijden. Ik kan begrijpen dat de topclubs en de clubs daar net onder minder geneigd zijn om jongeren een kans te geven. En dat heeft alles met de play-offs te maken. Play-off 1 is op commercieel vlak top voor de zes clubs die eraan deelnemen. Het is de beste uitvinding in het Belgische voetbal. Play-off 2 stelt niets voor. Na een paar matchen laten veel ploegen het al afweten. Als jongere is het geen cadeau om een match te spelen die om niets draait. België is een vormingsschool en bij de hervormingen die nu op til zijn, wordt daar te weinig rekening mee gehouden.' Heb je niet de indruk dat er om de zoveel jaar vanuit het buikgevoel beslissingen worden genomen over de competitieformat? BORMANS: 'Je zit met clubs die de halvering van de punten wil afschaffen omdat het hen het seizoen daarvoor niet goed is bevallen... Het uitgangspunt zou moeten zijn: hoe wordt het Belgische voetbal er beter van? En niet: hoe kan ik de positie van mijn eigen club versterken? Jaren geleden heeft de Pro League honderdduizenden euro's uitgegeven aan een studie om te bepalen welke format het best toegepast zou worden in België en daar zijn een aantal bevindingen uit voortgekomen. Als we die conclusies in de vuilbak gooien en vanuit ons buikgevoel beslissen, dan zijn we verkeerd bezig. Veel bestuurders beseffen niet hoe belangrijk de komende maanden zijn voor het Belgische voetbal. Ik vind het beangstigend dat we nog niet weten hoe de competitie er zal uitzien en hoeveel de televisierechten zullen bedragen in 2020. Maar we geven spelers wel volop contracten van twee, drie of zelfs vier jaar. Zo kan je geen bedrijf runnen. Je moet toch minstens drie jaar vooruit kunnen kijken!' De profclubs zijn al jaren onderverdeeld in een G5, sinds dit seizoen een G6, en een K11. Is dat systeem niet achterhaald? BORMANS: 'Dat is niet meer van deze tijd. Maar de clubs van de K11 hebben geen recht om te klagen. De K11 is ter plekke blijven trappelen omdat bepaalde mensen niet op hun plaats zaten. We hebben nooit onze mond opengedaan en we hebben hervormingen mee goedgekeurd omdat het ons op dat moment goed uitkwam. En we oogsten nu wat we een aantal jaar geleden gezaaid hebben. Tegen beter weten in geloofde ik heel lang dat we ons konden verenigen, maar ik heb het uiteindelijk opgegeven. Het was een hopeloze zaak geworden. De K11 stelt niets voor. Het is ieder voor zich.' En zeggen dat jullie straks een belangrijke stem hebben in de hervormingen. Het zal moeilijk worden om iedereen op een lijn te krijgen. BORMANS: 'Om er iets door te krijgen heb je sowieso een tweederdemeerderheid nodig. Je zal dus altijd naar een consensus moeten streven. Weet je wat mij nu bezighoudt? De problematiek rond de buitenlandse overnemers. Ze nemen het passief van de club, de spelers, een krot van een stadion over en ze zijn vertrokken. Je mag toch op zijn minst verwachten dat ze meehelpen aan de uitbouw van het Belgische voetbal? De licentievoorwaarden mogen dus gerust iets strenger zijn. Zeker inzake infrastructuur, omkadering en jeugdopleiding. Ik zeg maar iets: elke eersteklasseclub zou over een stadion moeten beschikken waarmee je Europa in kan. Nu kloppen clubs aan bij Brussel om het nationale stadion te gebruiken - die zijn toch bereid om met iedereen een overeenkomst te tekenen. Ik ben pro buitenlandse geldschieters, maar ze moeten wel maatschappelijk bijdragen aan de vooruitgang van de club. Als je die voorwaarde oplegt, zal je enkel de investeerders overhouden met oprechte bedoelingen.'