Westkapelle, Knokke-Heist, ergens in de tweede helft van juni. Ondergetekende krijgt onder zijn voeten van Johan van Rumst. In de ruimte waar de technische staf werkt heerst stilte, die plots wordt doorbroken door de bezoeker. Ze zijn allemaal geconcentreerd bezig, aan hun deel in de voorbereiding. De laatste schema's worden uitgetekend, de recentste cijfers van de medische tests doorgenomen. 's Anderendaags staat een eerste oefenmatch gepland. In het kantoortje ernaast scherpt Philippe Clement de pen. Hij begint aan de eerste trekken van een nieuwe story. Scherp?
...

Westkapelle, Knokke-Heist, ergens in de tweede helft van juni. Ondergetekende krijgt onder zijn voeten van Johan van Rumst. In de ruimte waar de technische staf werkt heerst stilte, die plots wordt doorbroken door de bezoeker. Ze zijn allemaal geconcentreerd bezig, aan hun deel in de voorbereiding. De laatste schema's worden uitgetekend, de recentste cijfers van de medische tests doorgenomen. 's Anderendaags staat een eerste oefenmatch gepland. In het kantoortje ernaast scherpt Philippe Clement de pen. Hij begint aan de eerste trekken van een nieuwe story. Scherp? Philippe Clement: 'Geestelijk wel. ( lacht) Fysiek iets minder.' Mag ik beginnen met de vraag die altijd aan Hans Vanaken wordt gesteld? Betekent het feit dat u hier na drie titels op rij nog steeds bent een gebrek aan ambitie als coach? Clement: ( verslikt zich bijna) 'Absoluut niet. Ik heb héél veel ambitie. Ik ben hier nog steeds omwille van de plaats waar Club Brugge op dit moment staat en de richting waarin de club wil. En twee: omdat ik vooral een sportieve ambitie heb. Was een ander aspect belangrijker geweest - het financiële bijvoorbeeld - dan was ik hier niet meer. Ik kon heel andere keuzes maken. Met de groei die Club Brugge de laatste jaren maakte, wordt de vijver van ploegen die interessant zijn om naartoe te gaan, altijd maar kleiner. Ik ben hier heel gelukkig en proef nog veel ambitie in dit huis. Het is niet dat de top hier is bereikt en dat het nu alleen minder kan worden.' Hans had het niet beter kunnen verwoorden: 'Ik speel hier voor de prijzen en voel me gelukkig. Waarom zou ik dan vertrekken?' In zijn geval wordt het hem verweten. Hoe voelt u dat? Clement: 'Mensen... Vier titels op rij is nog nooit gebeurd. Dat is alvast een mooie ambitie. Ook die om in Europa nog verdere stappen te zetten. Twee jaar geleden begonnen we aan de Champions League met de ambitie meer onze eigen wil op te dringen en minder in de omschakeling te spelen. Dat is goed gelukt, maar met te weinig punten en te weinig efficiëntie in de twee boxen. Dat was de uitdaging voor het tweede seizoen. Dat was al beter, maar nog niet top. Die progressiemarge is er nog.' België blijft een ontwikkelingsland. Eens voetballers efficiënt zijn, zijn ze weg. Clement: 'Dat speelt zeker een rol. Wij gaan nooit het niveau halen van PSG, Real Madrid of Borussia Dortmund, of de club moet nog heel veel groeien. Maar 'nooit' vind ik al heel moeilijk om te zeggen. Had je zeven jaar geleden gezegd dat België met de nationale ploeg X-aantal maanden op één zou staan, iedereen had je gek verklaard. Zeg nooit nooit. Maar uiteraard hang je af van omstandigheden. Als morgen een ploeg zegt dat ze 40 miljoen wil betalen voor een van onze spelers, is die weg. Maar dat is overal het geval, op vijf of tien ploegen na. En dan is de vraag hoeveel je kunt investeren in de opvolging? In Barcelona zijn ze ook nerveus rond de toekomst van Lionel Messi hoor. Dat moet je ondergaan als trainer en zo hard mogelijk werken om spelers die vertrekken zo goed mogelijk te vervangen. Door transfers, maar vooral ook door te werken met de spelers. Dat is de job van de hele staf.'Bent u er al uit wat er fout liep in de play-offs? Clement: 'Ja. Eén deel van het verhaal was dat we al beter waren dan de eerste weken na covid, maar nog niet iedereen op zijn top kregen. Een ander deel van het verhaal gaat ook over efficiëntie in de twee boxen. We zijn heel veel met data bezig, omdat me dat heel hard interesseert. Al de bedrijven die statistieken verzamelen in de play-offs, werken allemaal met XG, voor en tegen. Dat is nooit exacte wetenschap, maar als je ze bekijkt hebben wij aanvallend onder gepresteerd. Komt dat door de doelman aan de overkant die een paar fantastische saves doet? Dat ook. Is dat omwille van efficiëntie? Misschien. De echte scherpte om dodelijk te zijn, hadden we niet. Ze deden allemaal hun werk, de afstanden werden afgelegd. Maar de scherpte ontbrak. 'Hetzelfde aan de andere kant, met de tegengoals. We hadden het kleinste aantal tegengoals moeten hebben maar toch slikten we er meer dan Genk. Met de halvering van de punten en de rechtstreekse duels gaan dingen heel snel. De factor geluk wordt bepalender. Als in zes matchen alles mee zit, kun je er als een raket doorvliegen; zit het tegen, dan zie je je voorsprong wegsmelten. In de periode waarin we tien wedstrijden op een rij wonnen, waren dat ook niet allemaal duels die we overtuigend wonnen. Maar over 34 wedstrijden wordt zoiets meer afgevlakt.' Bij te veel spelers was er frustratie over het halveren van de punten. Inmiddels is dat toch algemeen bekend? Clement: 'Daar is een fout gemaakt waarvoor ik verantwoordelijk ben. Ik ben onvoldoende in hun hoofd geraakt. Je komt uit het seizoen met 20, 18 en 16 punten voorsprong, en dan vind je menselijk gezien logisch dat je de titel verdient. Als club, als coach ga je daar tegenin, en benadruk je dat het gaat om zes wedstrijden. Maar dan krijg je allerlei individuele verhalen. Jongens die denken: als we na twee speeldagen kampioen zijn, kan ik het even rustiger aan doen, met het oog op het EK, met de beloften of de A-ploeg. Daar maakten we een fout in in de eerste match, er kwam te veel nervositeit. Te veel gericht op het nu, nu, nu, terwijl ik vooraf had gezegd: mannen, het zijn zes matchen.' In uw eerste wedstrijd veranderde u plots het systeem, om de schorsing van Mata op te vangen. Clement: 'Hij geschorst en Ignace Van der Brempt op dat moment niet klaar om met zoveel druk in die eerste match te starten als verdediger. Vandaar. We wilden Anderlecht met Bas Dost en Noa Lang in het centrum pijn doen. Dat gebeurde, maar we wonnen niet en dan begint de discussie over de andere tactiek. Daar sta ik nog honderd procent achter.' Ziet u Charles De Ketelaere evolueren naar een rol van wingback, zoals in die partij? Clement: 'Niet direct. Charles heeft daar alle kwaliteiten voor, maar hij heeft zich hard gefixeerd op een centrale rol. Daar gaan we de volgende maanden verder mee aan het werk. Je moet rekening houden met wat de speler wil, al is het ook belangrijk om iemand met zijn kwaliteiten op dat veld te hebben.' Snapt u dat hij zich af en toe wat verloren voelt door al het geschuif? Clement: 'Charles heeft bevestigd in zijn tweede seizoen en dat is op die leeftijd niet zo veel spelers gegeven. Kijk maar eens naar de beloften van het jaar de voorbije seizoenen. Hij is heel tevreden over vorig seizoen, ik en heel de club ook. Zijn beste positie? Hij heeft de kwaliteiten om van veel verschillende posities zijn beste te maken. Het belangrijkste was dat we hem fysiek en tactisch stappen konden laten zetten. Zonder blessures, op die leeftijd ook een gevaar. Nu gaan we zien hoe hij door deze voorbereiding komt, of hij klaar is om nóg meer matchen na mekaar te spelen. Zijn lichaam zal dat bepalen, we gaan dat meten en opvolgen.' Wat zette u ertoe aan om Hans Vanaken uit de ploeg te halen? Clement: 'De idee erachter was dat ik vond dat we tegen Anderlecht en Genk op bepaalde momenten te veel onze structuur kwijt waren. Qua resultaat was het niet wat we verwachtten, wat voor veel onrust zorgde en daarom was het belangrijk dat we het tegen Antwerp omdraaiden door onze structuur te behouden, met meer lopende spelers vanuit het middenveld. Op die manier kon Hans terug fris zijn, om na een lang seizoen terug zijn beste niveau te halen.' Door Noa Lang en Bas Dost dicht bij mekaar te laten voetballen, haalde u wel ruimte voor Vanaken weg. Clement: 'Neen. Dat deden ze ook op Anderlecht en daar speelde Hans wél een goeie match. Er wordt te veel gefocust op hem.' Twee keer Gouden Schoen, Rode Duivel. Dat lijkt me normaal. Clement: 'Ja. Maar ik wist ook wat Antwerp altijd doet. Hadden we toen twee keer tegen Anderlecht gespeeld, Hans had wellicht gespeeld.' Noa Lang heeft jullie gered, zonder hem waren jullie geen kampioen. Clement: 'Dat durf ik niet zeggen. Ik geloof in de sterkte van deze kern. Misschien is de redding van Noa wel geweest dat de hele ploeg voor hem hard werkte. En dat hij naar zijn kwaliteiten heeft kunnen spelen, terwijl zijn gebreken werden verdoezeld door anderen. Ik geloof niet dat Club ooit titels won door één speler. Niet door Lang, of door Izquierdo, Mendoza... Je probeert eenieders kwaliteiten individueel te laten uitkomen en de gebreken collectief te verdoezelen. Krépin Diatta was ook belangrijk geweest, met zijn tien goals op een half seizoen, maar ook hij heeft kunnen profiteren van de ruimte die anderen maakten.' U hebt Lang wel de ruimte gegeven om zich te ontplooien, ruimte die hij bij Ajax niet kreeg. Clement: 'We hebben hem geholpen, niet alleen ik, ook de spelers, om ruimte voor hem te creëren. Als ze zien dat het werkt, en dat je daardoor wint, is dat een stuk makkelijker.' Was u bang toen hij zich blesseerde met Jong Oranje? Clement: 'Bezorgd is een betere woordkeuze. We hadden direct contact. Hij nam zijn telefoon niet op omdat die buiten bereik lag, maar belde direct terug. Ook dat is zijn professionele kant. Noa heeft daar soms de perceptie tegen. Vanuit het ziekenhuis heeft hij direct berichten gestuurd met wat er werd gezegd over de ernst. Dan is het kwestie van even ondergaan, tot de speler terug op de club is. Toen ik 18 was, was ik ook kapot van een blessure, later ga je dat relativeren. Voor een coach is dat ook zo: hoe ouder je wordt, hoe meer je focust op zaken waar je wél controle over hebt.' Noa was nadien, bij zijn terugkeer, iets nerveuzer. Clement: 'Er zijn twee dingen gebeurd met Noa: covid en die blessure. Door covid verloor hij veel kracht en basisconditie. Daardoor kon hij zijn acties niet meer maken zoals voordien, wat hem hard frustreerde. Het was voor hem de eerste keer dat zijn lichaam niet deed wat zijn geest dacht. Na één inspanning zat hij kapot en die inspanning was niet op dezelfde snelheid of intensiteit als voordien. Na de blessure gebeurde hetzelfde. Noa is fysiek nooit meer op het niveau van februari geraakt.' Speelde het EK een rol? En de tegenstand? Clement: 'Tuurlijk. En er zijn spelers hem bewust gaan opzoeken, om hem uit zijn evenwicht te krijgen. Daarin heeft hij wel al grote stappen gezet, vergeleken met het verleden.' Met De Ketelaere en Kossounou is hij één van de talenten die op buitenlandse aandacht kan rekenen. Zijn ze klaar voor een stap hogerop? Clement: 'Het verstandigste zou zijn om hier nog een jaar verder te ontwikkelen in deze beschermende omgeving waar ze al eens fouten mogen maken. Anders wordt het meer een risicosituatie, denk ik. Nu een stap zetten naar een grotere competitie met meer concurrentie, kan goed aflopen, maar het kan ook de andere kant uit vallen. Als ze nog een jaar verder doorgroeien, met Champions League, de ambities hier, de staf die met de jongens werkt, dan gaan ze een stuk sterker staan. Niet alleen fysiek of technisch-tactisch, maar ook mentaal.' Zijn zij daarvan ook overtuigd? Clement: 'Dat weet ik niet, ik heb het er met hen nog niet over gehad. Noa is hier op dag één binnengekomen met een grote smile, heeft goed getraind, doet amicaal tegenover iedereen. Dan moet je geen lange gesprekken voeren over zoiets. Pas als dingen concreet worden, zullen we dat schetsen.' Vorig seizoen kwam er weinig vers bloed tijdens de zomermaanden. Hoe ziet u het nu? Clement: 'We hebben geen plannen - en dat is altijd gezamenlijk - om heel veel transfers te doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat er nog veel groei zit in deze groep. En daarnaast is het net als vorig jaar ook nu weer een speciale markt door corona. We gaan ons gericht versterken.' Op de flank kunt u wel snelheid gebruiken. Clement: 'Daar zijn we mee bezig. Club heeft daar een fantastisch trackrecord, de voorbije jaren hebben de scouts goeie dingen aangebracht. Het is zaak om de juiste man te vinden voor de juiste prijs en in juni gebeurt dat niet vaak. In de huidige markt nog minder. Welk effect heeft corona op clubs? Allemaal hebben ze financieel een moeilijk jaar achter de rug. Je betere elementen wil je dan behouden.' Of je plakt er een hoge prijs op. Clement: 'Dat kan ook. Maar die wordt betaald door de grote clubs en wat is daar gebeurd: ze hebben bijna allemaal nieuwe coaches, die eerst willen zien wat ze in huis hebben voordat ze beslissingen nemen. En je hebt een EK, waar spelers dachten: ik teken nog nergens, want als ik daar goed speel, ben ik misschien twee keer zoveel waard. Daarom is er tot nu toe vrij weinig gebeurd. Het moeilijke in België is ook: de meeste competities beginnen in augustus, wij al op 23 juli. Tegen dan je kern klaar hebben, gaat niet als je de markt op moet, want veel ploegen zijn nog niet, of amper aan hun voorbereiding begonnen. Al die trainers zijn nog volop bezig met hun evaluatie.' U panikeert niet. Clement: 'Neen, omdat ik de club goed ken. Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert zijn ook super ambitieus, die willen een goeie ploeg. We spelen geen Europese kwalificaties in augustus, ook dat speelt mee. Ik moet me vooral focussen op wat ik goed kan: de spelers klaar maken.' Zijn jullie opnieuw de topfavoriet? Clement: 'Ik zie op dit moment veel ploegen serieus investeren om voor de titel te gaan. Een logisch verhaal. Als je die ambitie hebt en die uitspreekt, en je wordt het niet, dan groeit de honger. De uitdaging wordt groter, want een aantal ploegen werd sterker.' Hebben de play-offs geleerd dat de voorsprong niet zo groot is. Clement: 'Geen twintig punten, neen. Maar die kloof kwam er door er altijd te staan. Dat is een kwaliteit die wij heel hard beklemtonen. Het bestuur en ik gaan dit najaar wel heel hard focussen op ons Europese verhaal. Als er op een bepaald moment een keuze moet worden gemaakt, zal dat richting Europa zijn. We willen overwinteren in de Champions League, of heel ver in de Europa League geraken. Met het gegeven hoe onze competitie is gevormd, is dat een moeilijk verhaal.' Wordt KRC Genk jullie grootste concurrent? Clement: 'Dat is nu heel moeilijk te voorspellen. Wij weten niet hoe onze kern er eind augustus zal uitzien, de andere ploegen evenmin. Pas op 1 september kun je dat proberen inschatten.' Gaat u tactisch opnieuw veranderen? Clement: 'Ja. We zijn twee keer kampioen geworden met een ander systeem. Het eerste seizoen vooral in 3-5-2, vorig jaar vooral in 4-3-3. Hoe voorspelbaarder je bent, hoe gevaarlijker het wordt. Je moet kunnen schakelen tijdens een wedstrijd, om te verrassen. Ons voordeel is: als je het grootste deel van de kern bij mekaar houdt, kun je verder bouwen op vorig seizoen en daarop variëren. Haal je tien nieuwe spelers, dan moet je één systeem invoeren en daarmee werken. Dus ja, ik ga experimenteren tijdens de voorbereiding, zodat we kunnen schakelen tussen diverse systemen. Voetbal is heel hard geëvolueerd, spelers moeten meer dan één ding kunnen. Vijftien, twintig jaar geleden was dat veel minder het geval. Het hybride van systemen is nu veel sterker, om minder voorspelbaar te zijn.'