'Na mijn carrière bij Winterslag, heb ik nog vier jaar bij KRC Genk gespeeld en werd dan in 1992 assistent-trainer. Ik wilde in Genk blijven en dat kon alleen maar op de tweede rij. Ik kreeg aanbiedingen om elders als hoofdtrainer aan de slag te gaan, maar ik heb dat nooit overwogen. Want je weet ook: de dag dat je als hoofdtrainer tekent, is het bijna gedaan. Dat risico wilde ik niet nemen.'

'Ik was niet graag hoofdtrainer. Ik ben iemand die te veel de problemen mee naar huis neemt, dat gaat ten koste van mijn gezondheid. Ik kon het werk niet van me afzetten, ik kon niet overweg met die stress. Als er een nieuwe trainer kwam, dan was dat voor mij een bevrijding. Al had ik anderzijds wel succes met mijn overnames. In 2009 bijvoorbeeld toen ik in maart Ronny Van Geneugden verving en we de finale van de beker haalden. We wonnen tegen KV Mechelen en dan sta je daar met die beker, als hoofdcoach, voor 50.000 mensen, dat was het hoogtepunt uit mijn carrière.

Voorkeur voor harde werkers

'Ik heb in die 48 jaar uiteraard veel trainers meegemaakt. Ik heb het onlangs nog eens geteld: in die veertien jaar bij Winterslag, tussen 1974 en 1988, waren het er elf verschillende en nu, vanaf 1988 tot 2022, zijn het er 30. Ikzelf heb acht keer gedepanneerd. Meestal voor een korte periode. 'Wie ik in al die jaren de beste trainer vond? Dat wil ik liever niet zeggen. Want het is niet omdat je bij een club niet slaagt dat je een slechte trainer bent.Paul Theunis bijvoorbeeld was een heel goeie trainer, maar hij had te weinig kwaliteit in de spelerskern. OfHein Vanhaezebrouck, ik vond dat een vakman, maar het klikte niet. Hetzelfde metFelice Mazzu, als je ziet wat die nu bij Union doet en dat iedereen hem dat succes ook gunt, dat zegt toch iets.

'Ik heb altijd van trainers gehouden die heel hard werkten, die fanatiek met hun vak bezig waren. ZoalsPhilippe Clementdie na een training om vijf uur 's namiddags nog in zijn cabine kroop om videobeelden te bekijken en wedstrijden voor te bereiden. Bij Clement zag je: die gaat het echt maken. Of zoalsAimé Anthuenisdie na de trainingen constant aan de telefoon hing, op zoek naar nieuwe spelers. Hij heeft de basis gelegd en de eerste successen behaald.

Lees het volledige interview met de 'eeuwige assistent' van KRC Genk in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.

'Na mijn carrière bij Winterslag, heb ik nog vier jaar bij KRC Genk gespeeld en werd dan in 1992 assistent-trainer. Ik wilde in Genk blijven en dat kon alleen maar op de tweede rij. Ik kreeg aanbiedingen om elders als hoofdtrainer aan de slag te gaan, maar ik heb dat nooit overwogen. Want je weet ook: de dag dat je als hoofdtrainer tekent, is het bijna gedaan. Dat risico wilde ik niet nemen.''Ik was niet graag hoofdtrainer. Ik ben iemand die te veel de problemen mee naar huis neemt, dat gaat ten koste van mijn gezondheid. Ik kon het werk niet van me afzetten, ik kon niet overweg met die stress. Als er een nieuwe trainer kwam, dan was dat voor mij een bevrijding. Al had ik anderzijds wel succes met mijn overnames. In 2009 bijvoorbeeld toen ik in maart Ronny Van Geneugden verving en we de finale van de beker haalden. We wonnen tegen KV Mechelen en dan sta je daar met die beker, als hoofdcoach, voor 50.000 mensen, dat was het hoogtepunt uit mijn carrière.'Ik heb in die 48 jaar uiteraard veel trainers meegemaakt. Ik heb het onlangs nog eens geteld: in die veertien jaar bij Winterslag, tussen 1974 en 1988, waren het er elf verschillende en nu, vanaf 1988 tot 2022, zijn het er 30. Ikzelf heb acht keer gedepanneerd. Meestal voor een korte periode. 'Wie ik in al die jaren de beste trainer vond? Dat wil ik liever niet zeggen. Want het is niet omdat je bij een club niet slaagt dat je een slechte trainer bent.Paul Theunis bijvoorbeeld was een heel goeie trainer, maar hij had te weinig kwaliteit in de spelerskern. OfHein Vanhaezebrouck, ik vond dat een vakman, maar het klikte niet. Hetzelfde metFelice Mazzu, als je ziet wat die nu bij Union doet en dat iedereen hem dat succes ook gunt, dat zegt toch iets. 'Ik heb altijd van trainers gehouden die heel hard werkten, die fanatiek met hun vak bezig waren. ZoalsPhilippe Clementdie na een training om vijf uur 's namiddags nog in zijn cabine kroop om videobeelden te bekijken en wedstrijden voor te bereiden. Bij Clement zag je: die gaat het echt maken. Of zoalsAimé Anthuenisdie na de trainingen constant aan de telefoon hing, op zoek naar nieuwe spelers. Hij heeft de basis gelegd en de eerste successen behaald.Lees het volledige interview met de 'eeuwige assistent' van KRC Genk in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.