In 2016/17 zette Plastun, die eerder ook op de radar van Standard en Club Brugge had gestaan, op zijn 25e een stap hogerop, van Karpaty Lviv naar de Bulgaarse topclub Ludogorets Razgrad. 'Een moeilijke periode. In het dagelijks leven - Bulgaars is toch anders dan Oekraïens - en in het voetbal, want in het eerste seizoen telde ik vooral splinters op de bank. Achteraf gezien was het echter een goeie leerschool, vooral op mentaal vlak. Ik dacht toen té veel na, te negatief vooral. Maar ik heb mijn mind veranderd, geleerd dat je in zo'n periode vooral positief moet blijven denken, hard moet werken en dat dan uiteindelijk alles goed komt. En zo geschiedde, want in het tweede seizoen speelde ik bijna elke match.

Hij speelde met Ludogorets in de Champions League en de Europa League. 'Daar heb ik kennisgemaakt met het échte topvoetbal, want op Ludogorets na stelt het Bulgaarse voetbal, met alle respect, weinig voor. Vooral de wedstrijd op PSG blijft me bij, toen ik tegenover Edinson Cavani stond. Hij scoorde wel, maar ik hield er een goed gevoel aan over en besefte dat je in zulke matchen, in élke match, als centrale verdediger elke seconde honderd procent geconcentreerd moet zijn. Een spits, zeker op dat niveau, is een roofdier dat op elk moment kan toeslaan. En dus moet je voortdurend klaar zijn om op zijn bewegingen te anticiperen en te reageren. Doe je dat niet, dan zijn álle spitsen goed, zelfs die in de Bulgaarse competitie.' (lacht)

Plastun moest er niettemin vaak toekijken hoe zijn ploegmaats op de helft van de tegenstander speelden. 'Zo leer je als verdediger niet veel bij, hé. Toen AA Gent in juni een bod bij Ludogorets uitbracht, heb ik daarom geen seconde geaarzeld. Ik moest deze stap zetten. In de eerste matchen, tegen Standard en Zulte Waregem, heb ik al meteen het verschil gemerkt qua spelniveau, qua beleving en accommodatie ook.'

Bij Gent probeert de Oekraïnerde verdediging te leiden door het goede voorbeeld te geven, veeleer dan met woorden. 'Ik ben hier pas twee maanden, hé. Geef me nog wat tijd. Sowieso ben ik niet iemand die voor een match zijn medespelers met een 'come on!'-peptalk motiveert. Ik spreek wel op het veld, maar simpele zaken: right, left. Bovendien vind ik dat een team niet één leider mag hebben. Het héle team moet de leider zijn. Eén geheel. De coach hecht alleszins veel belang aan een goeie groepssfeer. Onlangs werd een teambuilding/tuinfeest georganiseerd met alle vrouwen en kinderen van de spelers en met de clubmedewerkers. Een mooi initiatief, want pas als je een hechte familie vormt, kan je ook moeilijke periodes overwinnen.'

Lees het volledige interview hier: 'God zal me alleen helpen als ik ook mezelf help'