Het minimumloon voor voetballers en andere sporters van buiten de Europese Unie ligt in Vlaanderen op een bedrag van 86.209 euro. Dat betekent dat voor sporters als voorwaarde geldt dat ze jaarlijks minstens dat bedrag moeten verdienen om hier te mogen werken. In Nederland ligt dit vier keer hoger: 350.000 euro.

Volgens CD&V-parlementslid Robrecht Bothuyne ligt het bedrag van ruim 86.000 euro te laag in vergelijking met wat profvoetballers gemiddeld verdienen en is er een risico op 'mistoestanden'. Hij pleit ervoor om het minimumloon te verhogen. 'We moeten vermijden dat Vlaanderen een regio wordt waarvoor gekozen wordt omdat de lonen er laag liggen en van waaruit spelers van buiten de EU op grote schaal doorverkocht worden', aldus Bothyne.

Een pleidooi dat alvast gehoor vindt bij minister van Werk Hilde Crevits. De CD&V-minister wil effectief vermijden dat Vlaanderen 'een louter lucratieve draaischijf' wordt van waaruit spelers van buiten de Europese Unie op grote schaal snel doorverkocht worden.

'Er is niets mis met het dromen van Premier League of Primera Division, maar het kan niet de bedoeling zijn dat er voor Vlaanderen gekozen wordt enkel en alleen omdat de toegekende brutolonen laag liggen. En het dus voor clubs een heel lucratief handeltje kan worden, ten koste van spelers van hier', aldus de minister.

Minister Crevits heeft een aantal vragen voorgelegd aan het Europees Migratie Netwerk om te bekijken of een wijziging van de regelgeving tot de mogelijkheden behoort. Volgende maand verwacht ze de antwoorden die ze ook met haar collega Vlaams minister van Sport Ben Weyts zal bespreken.

Het huidige systeem is verschillend afhankelijk van om welke sportsector het gaat. Het loon van 86.209 euro geldt nu voor alle sporters en voor trainers in het voetbal, basketbal, volleybal en wielrennen. Voor trainers en scheidsrechters in andere sporttakken volstaat de helft van dat bedrag.

Minister Crevits vindt het goed dat er diversificatie is, maar vindt de minimulonen in het voetbal dus te laag, terwijl ze voor andere sporten misschien te hoog zijn. De minister wil dat bekijken, maar het is te vroeg om er nu al andere bedragen op te plakken.

Het minimumloon voor voetballers en andere sporters van buiten de Europese Unie ligt in Vlaanderen op een bedrag van 86.209 euro. Dat betekent dat voor sporters als voorwaarde geldt dat ze jaarlijks minstens dat bedrag moeten verdienen om hier te mogen werken. In Nederland ligt dit vier keer hoger: 350.000 euro. Volgens CD&V-parlementslid Robrecht Bothuyne ligt het bedrag van ruim 86.000 euro te laag in vergelijking met wat profvoetballers gemiddeld verdienen en is er een risico op 'mistoestanden'. Hij pleit ervoor om het minimumloon te verhogen. 'We moeten vermijden dat Vlaanderen een regio wordt waarvoor gekozen wordt omdat de lonen er laag liggen en van waaruit spelers van buiten de EU op grote schaal doorverkocht worden', aldus Bothyne. Een pleidooi dat alvast gehoor vindt bij minister van Werk Hilde Crevits. De CD&V-minister wil effectief vermijden dat Vlaanderen 'een louter lucratieve draaischijf' wordt van waaruit spelers van buiten de Europese Unie op grote schaal snel doorverkocht worden. 'Er is niets mis met het dromen van Premier League of Primera Division, maar het kan niet de bedoeling zijn dat er voor Vlaanderen gekozen wordt enkel en alleen omdat de toegekende brutolonen laag liggen. En het dus voor clubs een heel lucratief handeltje kan worden, ten koste van spelers van hier', aldus de minister. Minister Crevits heeft een aantal vragen voorgelegd aan het Europees Migratie Netwerk om te bekijken of een wijziging van de regelgeving tot de mogelijkheden behoort. Volgende maand verwacht ze de antwoorden die ze ook met haar collega Vlaams minister van Sport Ben Weyts zal bespreken. Het huidige systeem is verschillend afhankelijk van om welke sportsector het gaat. Het loon van 86.209 euro geldt nu voor alle sporters en voor trainers in het voetbal, basketbal, volleybal en wielrennen. Voor trainers en scheidsrechters in andere sporttakken volstaat de helft van dat bedrag. Minister Crevits vindt het goed dat er diversificatie is, maar vindt de minimulonen in het voetbal dus te laag, terwijl ze voor andere sporten misschien te hoog zijn. De minister wil dat bekijken, maar het is te vroeg om er nu al andere bedragen op te plakken.