In zijn hoedanigheid van voorzitter van de Pro League, de vereniging van profclubs, beraadt Marc Coucke zich over het bestaande competitieformat. Dat zorgt wel voor een spannende strijd om de prijzen, maar vertoont ook serieuze manco's, zoals een oersaaie play-off 2. De Anderlechtpreses beluisterde de voorbije maanden de standpunten van de verschillende groepen. Enerzijds zijn er de G5, de grote vijf (Anderlecht, Club Brugge, KAA Gent, KRC Genk en Standard), anderzijds zijn er de K11, de kleine elf (de rest van 1A) en ten slotte is er ook nog 1B. Sommige clubs willen bij het huidige systeem blijven, andere snakken naar een terugkeer naar een 'rechttoe-rechtaancompetitie' zonder play-offs. Bij dat laatste scenario circuleert ook het idee om te evolueren naar één profafdeling met bijvoorbeeld 20 clubs. Daarbij dreigen dus enkele 1B-clubs uit de boot te vallen. Hallo, Paul Van Der Schueren? De ex-CEO van Oud-Heverl...

In zijn hoedanigheid van voorzitter van de Pro League, de vereniging van profclubs, beraadt Marc Coucke zich over het bestaande competitieformat. Dat zorgt wel voor een spannende strijd om de prijzen, maar vertoont ook serieuze manco's, zoals een oersaaie play-off 2. De Anderlechtpreses beluisterde de voorbije maanden de standpunten van de verschillende groepen. Enerzijds zijn er de G5, de grote vijf (Anderlecht, Club Brugge, KAA Gent, KRC Genk en Standard), anderzijds zijn er de K11, de kleine elf (de rest van 1A) en ten slotte is er ook nog 1B. Sommige clubs willen bij het huidige systeem blijven, andere snakken naar een terugkeer naar een 'rechttoe-rechtaancompetitie' zonder play-offs. Bij dat laatste scenario circuleert ook het idee om te evolueren naar één profafdeling met bijvoorbeeld 20 clubs. Daarbij dreigen dus enkele 1B-clubs uit de boot te vallen. Hallo, Paul Van Der Schueren? De ex-CEO van Oud-Heverlee Leuven, die actief bleef binnen de jeugd-vzw van de club, zit nog altijd namens 1B in de raad van bestuur van de Pro League. Wat is volgens 1B de ideale competitieformule? Paul Van Der Schueren: 'De formule die in 2013 werd voorgesteld door Ernst & Young ( internationaaladviesbedrijf, nu EY, nvdr). Daarbij heb je een 1A en 1B met elk 12 clubs en ga je na de reguliere competitie naar drie groepen van acht ( zie schema 1, nvdr). De eerste groep speelt een play-off 1 voor de titel en de Europese plaatsen. De tweede groep speelt een play-off 2 waarbij de eerste vier het seizoen nadien in 1A mogen aantreden. De derde groep vecht tegen de degradatie. Rationeel blijft dat format de beste keuze. Als je daarbij eens uit 1A zakt, kun je dat veel makkelijker rechtzetten dan nu. En de K11-clubs hebben daarbij drie keer meer kans dan nu om in play-off 1 te raken.' Toch oogst dit model niet veel bijval; bij de overgang naar die formule zouden drie extra K11-clubs uit 1A vallen. Van Der Schueren: 'Maar van belang is: de lange termijn. Je kunt op ondernemingsvlak maar een goed verhaal schrijven met een formule die stabiliteit geeft over meerdere jaren. Je verhaal mag niet afhangen van één onverwachte degradatie, zoals nu.' Voetbalclubs zijn niet goed in denken op de lange termijn. Van Der Schueren: 'We missen het leiderschap om dit verhaal strategisch over een langere periode te overschouwen. De clubs redeneren dat er in het huidige format maar één daler uit 1A is en denken altijd dat zij het niet zullen zijn. Maar elk seizoen is het iemand. En in de bestaande formule bedreigt een degradatie je toekomst. De 1B-clubs maken zichzelf kapot omdat ze absoluut dat ene promotieticket willen. Clubs in de rechterkolom van 1A maken zichzelf kapot om niet te degraderen.' Wat vindt 1B van een competitie zonder play-offs met 20 profclubs? Van Der Schueren: 'Wij zijn daar niet tegen als er elk jaar ten minste twee stijgers zijn én als iedereen een eerlijke kans krijgt om zich bij die twintig te scharen. Een overgangsjaar waarbij vijf van de acht 1B-clubs moeten degraderen, zien wij niet zitten. Ik zeg vijf, omdat er altijd één promovendus komt uit de hoogste amateurklasse.' OHL bengelt in 1B onderaan. Denkt ook u nu niet vooral aan uw winkel? Van Der Schueren: 'Nee, ik vertel dit verhaal al een paar jaar.' Hoe kan een overgang naar 20 clubs volgens u dan wel verlopen? Van Der Schueren: 'Je kunt in een overgangsjaar die 2x12- en 3x8-formule omkeren ( zie schema 2, nvdr). Daarbij werk je de reguliere competitie af in drie groepen van acht. Die stel je samen op basis van de eindstand van het seizoen voordien, volgens een slangbeweging, zodat de grote clubs verspreid zitten. Nadien kun je met de eerste en laatste vier van elke groep in twee poules van 12 spelen. De eerste poule strijdt om de titel en de Europese plaatsen. De tweede poule strijdt om de zeven overige plaatsen op het profniveau, waar dan ook nog één promovendus van het amateurniveau bij komt.' Zo'n formule zou ook als overgang kunnen dienen om naar dat EY-model te gaan op een manier die minder bedreigend oogt voor de K11. Van Der Schueren: 'Klopt.' Zou je ook naar 20 clubs kunnen door de licentievoorwaarden nog aan te scherpen? Van Der Schueren: 'Ja, maar dat is moeilijk; clubs voelen zich snel geviseerd als er parameters verstrengd worden waarop uitgerekend zij minder goed scoren.' Een hervorming vereist 80 procent van de stemmen. De G5 hebben elk drie stemmen, de K11 elk twee, de 1B-clubs elk één. 1A kan iets doordrukken wat jullie niet willen. Van Der Schueren: 'Ik ga ervan uit dat men zoekt naar iets wat gedragen wordt door de grote meerderheid en dat men zeker niet tegen één afdeling zal ingaan.'