In een communiqué laat de Pro League weten de vraag van de overheid om een belangrijke budgettaire bijdrage van 43 miljoen euro 'te begrijpen en te aanvaarden'. Maar, zegt de vereniging van professionele voetbalclubs, 'dit bedrag vertegenwoordigt desalniettemin meer dan 11 procent van de jaaromzet die onze sector voor de coronacrisis haalde'.

Er werden een aantal principes vastgelegd door de ministerraad. Zo moeten de hervorming van de fiscale wet 43 miljoen euro opleveren, waarvan 30 miljoen euro uit de RSZ-bijdragen en 13 miljoen euro uit de fiscale hervormingen. De gedeeltelijke vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing voor clubs moet gevrijwaard blijven om de jeugdopleiding te stimuleren. Tot slot mogen de hervormingen de concurrentiepositie van de Belgische profclubs niet in gevaar brengen, zo vat de Pro League die principes samen.

Vandaag kunnen profclubs slechts 20 procent van de bedrijfsvoorheffing doorstorten naar de schatkist, waarvan een groot deel vrij gebruikt mag worden. Bedoeling was altijd om de jeugdopleiding te stimuleren, maar in de praktijk gebruikten de clubs dat geld om lonen van A-kernspelers te betalen. De nieuwe teksten van Van Peteghem beperken de fiscale subsidies (jeugdopleiding en infrastructuur) voor de clubs tot maximaal 12 miljoen euro. Ook aan de voorwaarden werd geschaafd.

Volgens Van Peteghems kabinet bedraagt de impact voor het profvoetbal bijna 6 miljoen euro, maar Nils Van Brantegem - de licentiecontroleur van de voetbalbond - begrootte de impact op vlak van bedrijfsvoorheffing op minstens 20 miljoen euro. 'Wat zelfs een onderschatting is, omdat deze analyse geen rekening houdt met de onterecht uitgesloten kosten in de nieuwe herbestedingsverplichting', klinkt het. 'Het gaat bijvoorbeeld om ondersteunende diensten, nodige kosten dus voor de kwaliteit van onze jeugdacadmies.'

Juridisch wel juist?

De totale impact van de nieuwe teksten van Van Peteghem bedraagt volgens Van Brantegem minstens 27 miljoen euro, maar over de overige 7 à 9 miljoen euro - naast de 20 miljoen euro besparing op de bedrijfsvoorheffing waarover de Pro League en het kabinet 'een andere visie hebben' - bestaat evenwel geen discussie. 'Deze benadering is geaggregeerd, met effecten die zeer verschillend zijn van club tot club. Wij vrezen dat deze maatregelen zowel kleine als grote clubs midscheeps kunnen treffen in hun begrotingen en overlevingskansen. Het is voorspelbaar dat de investeringen in de jeugd eerder zullen teruglopen dan stijgen', luidt het persbericht.

Van Peteghems voorstel gooit de huidige regeling helemaal door elkaar. Bovendien rijzen er belangrijke vragen bij de juridische houdbaarheid van het voorstel. De subsidieregeling voor de sportsector werd nooit als staatssteun aangemeld bij Europa. Als as het plafond van de fiscale subsidies opgetrokken wordt van 4 naar 12 miljoen euro, dreigt er misschien terugvordering van die steun. De Pro League pleit daarom voor een eenvoudige benadering, die slechts één element wijzig aan de bestaande regeling met dezelfde budgettaire resultaten.

Alternatieven

In die context stelt de Pro League twee, afzonderlijke alternatieven voor. Optie één omvat een aanpassing van de leeftijd waaronder geen bestedingsplicht vereist is van 26 naar 23 jaar. 'Dit ligt volledig in lijn met de maatschappelijke doelstelling van de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing, namelijk jeugdopleiding. Deze maatregel heeft een impact van 6.5 miljoen euro', aldus de Pro League. Optie twee: verminder het percentage van vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing van 80 procent naar 75 procent. Deze wijziging zou een impact van 7 miljoen europ hebben.

'Wij maken ons ernstige zorgen over de juridische gevolgen van de teksten in een Europees wettelijk perspectief', aldus de Pro League. 'Deze complexe juridische materie is des te meer belangrijk aangezien tekstwijzigingen aansprakelijkheidsrisico's van clubs en overheid kunnen doen ontstaan. Wij hebben ons engagement gegeven om samen met minister Van Peteghem constructief en transparant te zoeken naar de best mogelijke oplossingen die de budgettaire en andere doelstellingen verzoenen met duurzaam internationaal competitief profvoetbal in België. Wij pleiten ervoor op juridisch vlak zeer voorzichtig op te treden en de tijd te nemen die noodzakelijk is.'

In een communiqué laat de Pro League weten de vraag van de overheid om een belangrijke budgettaire bijdrage van 43 miljoen euro 'te begrijpen en te aanvaarden'. Maar, zegt de vereniging van professionele voetbalclubs, 'dit bedrag vertegenwoordigt desalniettemin meer dan 11 procent van de jaaromzet die onze sector voor de coronacrisis haalde'. Er werden een aantal principes vastgelegd door de ministerraad. Zo moeten de hervorming van de fiscale wet 43 miljoen euro opleveren, waarvan 30 miljoen euro uit de RSZ-bijdragen en 13 miljoen euro uit de fiscale hervormingen. De gedeeltelijke vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing voor clubs moet gevrijwaard blijven om de jeugdopleiding te stimuleren. Tot slot mogen de hervormingen de concurrentiepositie van de Belgische profclubs niet in gevaar brengen, zo vat de Pro League die principes samen. Vandaag kunnen profclubs slechts 20 procent van de bedrijfsvoorheffing doorstorten naar de schatkist, waarvan een groot deel vrij gebruikt mag worden. Bedoeling was altijd om de jeugdopleiding te stimuleren, maar in de praktijk gebruikten de clubs dat geld om lonen van A-kernspelers te betalen. De nieuwe teksten van Van Peteghem beperken de fiscale subsidies (jeugdopleiding en infrastructuur) voor de clubs tot maximaal 12 miljoen euro. Ook aan de voorwaarden werd geschaafd. Volgens Van Peteghems kabinet bedraagt de impact voor het profvoetbal bijna 6 miljoen euro, maar Nils Van Brantegem - de licentiecontroleur van de voetbalbond - begrootte de impact op vlak van bedrijfsvoorheffing op minstens 20 miljoen euro. 'Wat zelfs een onderschatting is, omdat deze analyse geen rekening houdt met de onterecht uitgesloten kosten in de nieuwe herbestedingsverplichting', klinkt het. 'Het gaat bijvoorbeeld om ondersteunende diensten, nodige kosten dus voor de kwaliteit van onze jeugdacadmies.' De totale impact van de nieuwe teksten van Van Peteghem bedraagt volgens Van Brantegem minstens 27 miljoen euro, maar over de overige 7 à 9 miljoen euro - naast de 20 miljoen euro besparing op de bedrijfsvoorheffing waarover de Pro League en het kabinet 'een andere visie hebben' - bestaat evenwel geen discussie. 'Deze benadering is geaggregeerd, met effecten die zeer verschillend zijn van club tot club. Wij vrezen dat deze maatregelen zowel kleine als grote clubs midscheeps kunnen treffen in hun begrotingen en overlevingskansen. Het is voorspelbaar dat de investeringen in de jeugd eerder zullen teruglopen dan stijgen', luidt het persbericht. Van Peteghems voorstel gooit de huidige regeling helemaal door elkaar. Bovendien rijzen er belangrijke vragen bij de juridische houdbaarheid van het voorstel. De subsidieregeling voor de sportsector werd nooit als staatssteun aangemeld bij Europa. Als as het plafond van de fiscale subsidies opgetrokken wordt van 4 naar 12 miljoen euro, dreigt er misschien terugvordering van die steun. De Pro League pleit daarom voor een eenvoudige benadering, die slechts één element wijzig aan de bestaande regeling met dezelfde budgettaire resultaten. In die context stelt de Pro League twee, afzonderlijke alternatieven voor. Optie één omvat een aanpassing van de leeftijd waaronder geen bestedingsplicht vereist is van 26 naar 23 jaar. 'Dit ligt volledig in lijn met de maatschappelijke doelstelling van de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing, namelijk jeugdopleiding. Deze maatregel heeft een impact van 6.5 miljoen euro', aldus de Pro League. Optie twee: verminder het percentage van vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing van 80 procent naar 75 procent. Deze wijziging zou een impact van 7 miljoen europ hebben. 'Wij maken ons ernstige zorgen over de juridische gevolgen van de teksten in een Europees wettelijk perspectief', aldus de Pro League. 'Deze complexe juridische materie is des te meer belangrijk aangezien tekstwijzigingen aansprakelijkheidsrisico's van clubs en overheid kunnen doen ontstaan. Wij hebben ons engagement gegeven om samen met minister Van Peteghem constructief en transparant te zoeken naar de best mogelijke oplossingen die de budgettaire en andere doelstellingen verzoenen met duurzaam internationaal competitief profvoetbal in België. Wij pleiten ervoor op juridisch vlak zeer voorzichtig op te treden en de tijd te nemen die noodzakelijk is.'