Dat berekende het consultancybureau Deloitte, dat de oefening voor het tweede jaar op rij maakte.

Het was de Pro League die vorig jaar voor het eerst een studie bestelde naar de sociaaleconomische impact van het Belgische profvoetbal. Deloitte baseert zich hiervoor op de jaarverslagen van de 24 voetbalclubs.

Daaruit blijkt dat in het seizoen 2017-2018 de omzet voor de clubs opnieuw toenam, met 3 procent tot 321 miljoen euro. Het gaat om inkomsten uit de ticketverkoop, tv-rechten, sponsoring enzovoort. Enkel het UEFA-prijzengeld lag vorig seizoen een derde lager dan in 2016-2017.

Via onder meer honoraria, lonen en diverse clubinkomsten creëerden de Belgische profclubs een toegevoegde waarde aan de Belgische economie van 615 miljoen euro. Dat is 9 procent minder dan het voorgaande seizoen, volgens Deloitte vooral als gevolg van de lagere transferinkomsten. Die bedroegen vorig jaar 73,3 miljoen euro, wat fors minder was dan de 97,1 miljoen in het seizoen 2016-2017. De sommen die de clubs ontvangen voor de verkoop van spelers bleef nagenoeg stabiel, maar de clubs moeten wel steeds meer uitgeven om nieuwe spelers aan te trekken.

Inzake jobs was er wel een positieve evolutie: het profvoetbal creëerde vorig seizoen 15 procent meer banen, tot 3710 in totaal. Zowel in ondersteunende functies - voor de ticketverkoop of sponsoring - waren er extra mensen nodig, maar ook bij de voetballers, in het bijzonder de jeugdspelers, werden er extra banen gecreëerd. Die jobcreatie deed ook de belastinguitgaven van de clubs stijgen, tot 76,9 miljoen in totaal (+21 procent).