Eén zinsnede in het bondsreglement is cruciaal geworden in het Propere Handenproces over vermeende competitievervalsing bij de wedstrijd KV Mechelen-Waasland-Beveren van 11 maart 2018. De bewuste passage staat in artikel B2008 en begint als volgt: Indien de schuldige club in het betrokken seizoen met haar eerste ploeg in hogere afdelingen uitkwam (...)

De oude interpretatie van de term betrokken seizoen is niét irrelevant

Belangrijk is het woord uitkwam. Een werkwoord in de verleden tijd. Dus, betoogt KV Mechelen, kan met het betrokken seizoen nóóit het lopende seizoen bedoeld worden.

Vordering te laat?

De betekenis van die woorden, het betrokken seizoen, is cruciaal bij de vraag of KV nog een degradatie kan opgelegd krijgen. Het is een kwestie waarover het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) zich een dezer dagen moet uitspreken, tenminste als Malinois door dat BAS aansprakelijk wordt geacht voor competitievervalsing.

Een kerndiscussie over de mogelijke sanctie spitst zich toe op artikel B1711 van het bondsreglement, waarin diezelfde term, betrokken seizoen, voorkomt. Dat artikel bepaalt de termijnen waarbinnen een vordering over competitievervalsing moet worden ingediend. Er staat dat die er hoort te zijn vóór 15 juni van het betrokken seizoen. Maar de vraag luidt nu al enkele maanden: wat betekent het betrokken seizoen?

Volgens de ene is dat het seizoen waarop de sanctie betrekking zou hebben. Volgens de andere gaat het om het seizoen waarin de beweerde feiten aan het licht komen. Maar dat valt niet te rijmen met dat woord uitkwam in dat artikel B2008; dan had er uitkomt moeten staan.

De redeneringen van KV zijn niet van de pot gerukt

Volgens KV hoor je het betrokken seizoen dan ook te interpreteren als het seizoen van de beweerde feiten, in dit geval 2017/18. Dus, betoogt Malinois, moest een vordering over vermeende matchfixing bij de genoemde match binnen zijn vóór 15 juni 2018, wat niet het geval was.

KBVB kort door de bocht

De these van Malinois oogde van meet af onlogisch. Op 15 juni 2018 was nog niet eens bekend dat er een reukje zat aan die bewuste wedstrijd. Bovendien zou die KV-benadering impliceren dat er maar enkele weken een degradatie dreigt voor een club die zich op het eind van een seizoen bezondigt aan competitievervalsing. Dat wringt allemaal.

Máár: het bondsreglement wringt óók. En de zinssnede uit artikel B2008 stut dus de stelling van geel-rood. De KBVB kon daar in zijn conclusies bij het BAS geen verpletterende argumentatie tegenover plaatsen.

Daar komt bovenop dat er een precedent is dat de stelling van KV óók steunt: de omkoopzaak rond de match Standard-Waterschei van 1982. Uit oude documenten blijkt dat de bond toen het betrokken seizoen zelf interpreteerde als het seizoen van de beweerde feiten.

De Geschillencommissie Hoger Beroep (GHB) van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), die deze zaak in eerste aanleg beoordeelde, schreef over dat precedent: die uitspraak was gebaseerd op het reglementaire kader dat meer dan 35 jaar geleden toepasselijk was binnen de KBVB en geen enkel uitstaans meer heeft met het reglementaire kader van vandaag.

Volgens Tim De Hertogh (rechts; in andere rechtzaak), de raadsman van de KV Mechelenfans, kan geel-rood geen degradatie meer opgelegd krijgen.
Volgens Tim De Hertogh (rechts; in andere rechtzaak), de raadsman van de KV Mechelenfans, kan geel-rood geen degradatie meer opgelegd krijgen.

De KBVB nam die visie over in zijn conclusies bij het BAS. Maar zowel de GHB als de KBVB gingen daarbij kort door de bocht. Enkele randbepalingen rond matchfixing zijn in de loop der jaren aangepast, maar de term betrokken seizoen wordt nog evengoed gebruikt als in de jaren tachtig. Dus is die oude interpretatie niet irrelevant.

Daar staat tegenover dat het BAS een term nu wel anders kan interpreteren dan een andere instantie 35 jaar geleden.

Nog meer munitie

Maar KV heeft nog meer munitie. Volgens geel-rood sluit die oude interpretatie aan bij de bedoelingen van de opstellers van het reglement. Daarvoor verwijst geel-rood weer naar artikel B1711. Daarin staat:

Op straffe van onontvankelijkheid dienen vorderingen en klachten ingediend te worden binnen de hiernavolgende termijn voor wat betreft

14. de daden van competitievervalsing:

141. indien ze de degradatie van een club kunnen veroorzaken: vóór 15 juni van het betrokken seizoen (...)

142. indien zij andere sancties dan de degradatie tot gevolg kunnen hebben: binnen de bijzondere termijn bepaald in artikel B1706.

Dat laatste artikel, B1706, zegt dat competitievervalsing verjaart na een periode van acht jaar.

KV proeft een logische opbouw in dat artikel B1711 en illustreert dat met een voorbeeld. Het clubje URSL Visé begon in 2013-2014 aan een reeks van zes promoties op rij. Mocht afgelopen seizoen aan het licht zijn gekomen dat URSL Visé zich pakweg in 2014/15, bij zijn jacht op de titel in derde provinciale, bezondigde aan competitievervalsing, dan zou die club tot 2023 een degradatie naar vierde provinciale riskeren. Zo'n veroordeling zou zorgen voor een resem clubs die zich benadeeld zouden voelen, en dus voor een cascade aan tussenkomsten die niet meer zou te overzien zijn.

Net om een dergelijke chaos te vermijden, zo betoogt KV, hadden de opstellers van het bondsreglement als achterliggend idee dat een degradatie enkel kon bij een vordering vóór 15 juni van het seizoen van de beweerde feiten.

Straffeloosheid

Velen voelen de term straffeloosheid opborrelen bij de gedachte dat de visie van KV zou kloppen. Onterecht, zegt Malinois. De club wijst naar het genoemde punt B1711.142. Dat zorgt ervoor dat er acht jaar lang ándere sancties zijn dan de degradatie. Het gaat dan om straffen als boetes of een verbod tot deelname aan de beker van België.

Opvallend in de conclusies die de KBVB bij het BAS neerlegde, is dat de bond dat bewuste punt 142, over die andere sancties, niét vermeldde. De KBVB negeert het onderscheid tussen punt 141 en punt 142 compleet.

KBVB-advocate Elisabeth Matthys kon een pertinente vraag van het BAS niet overtuigend counteren.
KBVB-advocate Elisabeth Matthys kon een pertinente vraag van het BAS niet overtuigend counteren.

Bovendien heeft KV nóg een argument om aan te voeren dat zijn zienswijze klopt. In artikel B2008 staat: De boetes en de minimumbedragen worden verdubbeld indien de degradatie reglementair niet meer kan uitgesproken worden. Die passage impliceert dus dat er situaties zijn waarbij na bewezen competitievervalsing binnen de verjaringstermijn van acht jaar geen degradatie meer kan uitgesproken worden, maar wel nog boetes kunnen volgen.

Dat bracht BAS-arbiter Marinus Vromans tot een pertinente vraag aan KBVB-advocaat Elisabeth Matthys. Kon zij eens een voorbeeld geven van een situatie waarbij na bewezen competitievervalsing de degradatie niét meer reglementair mogelijk is en die verdubbeling van de boetes toegepast wordt? Matthys bleef steken bij de mededeling dat zo'n situatie zich niet vaak voordoet en beantwoordde de vraag dus niet overtuigend.

Als een toepassing van het reglement zorgt voor een uitkomst die onrechtvaardig aanvoelt, moeten de regels op de korrel worden genomen

Terzijde dient nog vermeld dat KV in dit dossier denkt zelfs een boete te kunnen ontlopen, omdat artikel B1905 zegt dat tuchtsancties moeten gebaseerd worden op een indicatieve tabel. Maar een indicatieve tabel die iets zegt over competitievervalsing, bestaat niet, zegt KV.

Wrang gevoel

Dat de redeneringen van KV niet van de pot gerukt zijn, voelt op een manier wrang aan. In de algemene perceptie is immers het idee gaan leven dat bewezen matchfixing een degradatie met zich meebrengt, zeker binnen de eerste acht jaar na de feiten.

Zelfs in 1984, bij die zaak rond Standard-Waterschei, schreef de KBVB al: De normale, belangrijkste straf voor omkoperij is degradatie. Maar toen werd die straf dus al eens niét uitgesproken, net omdat het proces zich twee jaar na de feiten afspeelde.

Wie een straf wil uitspreken voor competitievervalsing, kan een profvoetbalclub écht raken met een degradatie. Een boete heeft lang niet hetzelfde effect. Velen zouden het dan ook onrechtvaardig vinden mocht KV aansprakelijk geacht worden en toch niet moeten degraderen. Maar het BAS hoort gewoon de regels toe te passen.

Als een toepassing van het reglement zorgt voor een uitkomst die zowel de KBVB als het grote publiek onrechtvaardig vinden, moeten die regels op de korrel worden genomen. Eventuele woede hoort zich dan te richten tot zij die decennialang hebben nagelaten om de KBVB-regels over competitievervalsing eens uniform en duidelijk te maken.

Eén zinsnede in het bondsreglement is cruciaal geworden in het Propere Handenproces over vermeende competitievervalsing bij de wedstrijd KV Mechelen-Waasland-Beveren van 11 maart 2018. De bewuste passage staat in artikel B2008 en begint als volgt: Indien de schuldige club in het betrokken seizoen met haar eerste ploeg in hogere afdelingen uitkwam (...) Belangrijk is het woord uitkwam. Een werkwoord in de verleden tijd. Dus, betoogt KV Mechelen, kan met het betrokken seizoen nóóit het lopende seizoen bedoeld worden. Vordering te laat?De betekenis van die woorden, het betrokken seizoen, is cruciaal bij de vraag of KV nog een degradatie kan opgelegd krijgen. Het is een kwestie waarover het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) zich een dezer dagen moet uitspreken, tenminste als Malinois door dat BAS aansprakelijk wordt geacht voor competitievervalsing.Een kerndiscussie over de mogelijke sanctie spitst zich toe op artikel B1711 van het bondsreglement, waarin diezelfde term, betrokken seizoen, voorkomt. Dat artikel bepaalt de termijnen waarbinnen een vordering over competitievervalsing moet worden ingediend. Er staat dat die er hoort te zijn vóór 15 juni van het betrokken seizoen. Maar de vraag luidt nu al enkele maanden: wat betekent het betrokken seizoen? Volgens de ene is dat het seizoen waarop de sanctie betrekking zou hebben. Volgens de andere gaat het om het seizoen waarin de beweerde feiten aan het licht komen. Maar dat valt niet te rijmen met dat woord uitkwam in dat artikel B2008; dan had er uitkomt moeten staan.Volgens KV hoor je het betrokken seizoen dan ook te interpreteren als het seizoen van de beweerde feiten, in dit geval 2017/18. Dus, betoogt Malinois, moest een vordering over vermeende matchfixing bij de genoemde match binnen zijn vóór 15 juni 2018, wat niet het geval was.KBVB kort door de bochtDe these van Malinois oogde van meet af onlogisch. Op 15 juni 2018 was nog niet eens bekend dat er een reukje zat aan die bewuste wedstrijd. Bovendien zou die KV-benadering impliceren dat er maar enkele weken een degradatie dreigt voor een club die zich op het eind van een seizoen bezondigt aan competitievervalsing. Dat wringt allemaal.Máár: het bondsreglement wringt óók. En de zinssnede uit artikel B2008 stut dus de stelling van geel-rood. De KBVB kon daar in zijn conclusies bij het BAS geen verpletterende argumentatie tegenover plaatsen. Daar komt bovenop dat er een precedent is dat de stelling van KV óók steunt: de omkoopzaak rond de match Standard-Waterschei van 1982. Uit oude documenten blijkt dat de bond toen het betrokken seizoen zelf interpreteerde als het seizoen van de beweerde feiten. De Geschillencommissie Hoger Beroep (GHB) van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), die deze zaak in eerste aanleg beoordeelde, schreef over dat precedent: die uitspraak was gebaseerd op het reglementaire kader dat meer dan 35 jaar geleden toepasselijk was binnen de KBVB en geen enkel uitstaans meer heeft met het reglementaire kader van vandaag. De KBVB nam die visie over in zijn conclusies bij het BAS. Maar zowel de GHB als de KBVB gingen daarbij kort door de bocht. Enkele randbepalingen rond matchfixing zijn in de loop der jaren aangepast, maar de term betrokken seizoen wordt nog evengoed gebruikt als in de jaren tachtig. Dus is die oude interpretatie niet irrelevant.Daar staat tegenover dat het BAS een term nu wel anders kan interpreteren dan een andere instantie 35 jaar geleden.Nog meer munitieMaar KV heeft nog meer munitie. Volgens geel-rood sluit die oude interpretatie aan bij de bedoelingen van de opstellers van het reglement. Daarvoor verwijst geel-rood weer naar artikel B1711. Daarin staat:Op straffe van onontvankelijkheid dienen vorderingen en klachten ingediend te worden binnen de hiernavolgende termijn voor wat betreft 14. de daden van competitievervalsing:141. indien ze de degradatie van een club kunnen veroorzaken: vóór 15 juni van het betrokken seizoen (...) 142. indien zij andere sancties dan de degradatie tot gevolg kunnen hebben: binnen de bijzondere termijn bepaald in artikel B1706.Dat laatste artikel, B1706, zegt dat competitievervalsing verjaart na een periode van acht jaar. KV proeft een logische opbouw in dat artikel B1711 en illustreert dat met een voorbeeld. Het clubje URSL Visé begon in 2013-2014 aan een reeks van zes promoties op rij. Mocht afgelopen seizoen aan het licht zijn gekomen dat URSL Visé zich pakweg in 2014/15, bij zijn jacht op de titel in derde provinciale, bezondigde aan competitievervalsing, dan zou die club tot 2023 een degradatie naar vierde provinciale riskeren. Zo'n veroordeling zou zorgen voor een resem clubs die zich benadeeld zouden voelen, en dus voor een cascade aan tussenkomsten die niet meer zou te overzien zijn. Net om een dergelijke chaos te vermijden, zo betoogt KV, hadden de opstellers van het bondsreglement als achterliggend idee dat een degradatie enkel kon bij een vordering vóór 15 juni van het seizoen van de beweerde feiten.StraffeloosheidVelen voelen de term straffeloosheid opborrelen bij de gedachte dat de visie van KV zou kloppen. Onterecht, zegt Malinois. De club wijst naar het genoemde punt B1711.142. Dat zorgt ervoor dat er acht jaar lang ándere sancties zijn dan de degradatie. Het gaat dan om straffen als boetes of een verbod tot deelname aan de beker van België. Opvallend in de conclusies die de KBVB bij het BAS neerlegde, is dat de bond dat bewuste punt 142, over die andere sancties, niét vermeldde. De KBVB negeert het onderscheid tussen punt 141 en punt 142 compleet.Bovendien heeft KV nóg een argument om aan te voeren dat zijn zienswijze klopt. In artikel B2008 staat: De boetes en de minimumbedragen worden verdubbeld indien de degradatie reglementair niet meer kan uitgesproken worden. Die passage impliceert dus dat er situaties zijn waarbij na bewezen competitievervalsing binnen de verjaringstermijn van acht jaar geen degradatie meer kan uitgesproken worden, maar wel nog boetes kunnen volgen. Dat bracht BAS-arbiter Marinus Vromans tot een pertinente vraag aan KBVB-advocaat Elisabeth Matthys. Kon zij eens een voorbeeld geven van een situatie waarbij na bewezen competitievervalsing de degradatie niét meer reglementair mogelijk is en die verdubbeling van de boetes toegepast wordt? Matthys bleef steken bij de mededeling dat zo'n situatie zich niet vaak voordoet en beantwoordde de vraag dus niet overtuigend. Terzijde dient nog vermeld dat KV in dit dossier denkt zelfs een boete te kunnen ontlopen, omdat artikel B1905 zegt dat tuchtsancties moeten gebaseerd worden op een indicatieve tabel. Maar een indicatieve tabel die iets zegt over competitievervalsing, bestaat niet, zegt KV. Wrang gevoelDat de redeneringen van KV niet van de pot gerukt zijn, voelt op een manier wrang aan. In de algemene perceptie is immers het idee gaan leven dat bewezen matchfixing een degradatie met zich meebrengt, zeker binnen de eerste acht jaar na de feiten. Zelfs in 1984, bij die zaak rond Standard-Waterschei, schreef de KBVB al: De normale, belangrijkste straf voor omkoperij is degradatie. Maar toen werd die straf dus al eens niét uitgesproken, net omdat het proces zich twee jaar na de feiten afspeelde. Wie een straf wil uitspreken voor competitievervalsing, kan een profvoetbalclub écht raken met een degradatie. Een boete heeft lang niet hetzelfde effect. Velen zouden het dan ook onrechtvaardig vinden mocht KV aansprakelijk geacht worden en toch niet moeten degraderen. Maar het BAS hoort gewoon de regels toe te passen. Als een toepassing van het reglement zorgt voor een uitkomst die zowel de KBVB als het grote publiek onrechtvaardig vinden, moeten die regels op de korrel worden genomen. Eventuele woede hoort zich dan te richten tot zij die decennialang hebben nagelaten om de KBVB-regels over competitievervalsing eens uniform en duidelijk te maken.