J ulien De Ridder (53) zegt het stellig: 'Er zijn in de haven van Antwerpen iets minder dan 7000 arbeiders. Daar zitten zo'n 2500 Antwerpaanhangers bij, ongeveer 1500 mannen van 'de andere kant van 't stad' en 500 à 100 fans van Waasland-Beveren.' Hoe hij aan die cijfers komt? 'Dat zijn gissingen. Ik werk dertien jaar in de haven, ik heb al allerlei functies vervuld, op verschillende plaatsen, en ik praat met heel veel mensen.'
...

J ulien De Ridder (53) zegt het stellig: 'Er zijn in de haven van Antwerpen iets minder dan 7000 arbeiders. Daar zitten zo'n 2500 Antwerpaanhangers bij, ongeveer 1500 mannen van 'de andere kant van 't stad' en 500 à 100 fans van Waasland-Beveren.' Hoe hij aan die cijfers komt? 'Dat zijn gissingen. Ik werk dertien jaar in de haven, ik heb al allerlei functies vervuld, op verschillende plaatsen, en ik praat met heel veel mensen.' Wetenschappelijk onderbouwd zijn de schattingen van De Ridder dus allerminst. Door zijn tienjarig voorzitterschap van de supportersfederatie van Antwerp kun je hem ook bezwaarlijk objectief noemen. Toch lijken de grote lijnen van zijn verhaal te kloppen: dat voetbal het gespreksonderwerp bij uitstek is in de haven en dat rood-wit er de populairste kleuren zijn. Maar álle grote clubs rond de haven, ook Beerschot Wilrijk en Waasland-Beveren, tellen onder hun fans heel wat dokwerkers. Antwerp was wel de eerste club die de nabijheid van de haven aangreep om elk seizoen een 'Match van de Havengemeenschap' te organiseren. (zie kader)Kaai 1333, dat is het werkadres van De Ridder op Linkeroever. Als veiligheidsverantwoordelijke houdt hij er toezicht bij het laden en lossen van boten die nieuwe en gebruikte wagens verschepen. De Ridder is een volbloed Antwerpadept. Maar een rood-witte sjaal drapeert hij nooit rond zijn nek: 'Clubkleuren moeten in je hart zitten, niet op je lichaam.' Op zijn onderrug staat wel prominent het oprichtingsjaar van The Great Old getattoeëerd, 1880. Ooit namen zijn liefde en engagement voor rood-wit zulke proporties aan dat ze zijn gezinsleven hypothekeerden. Naast zijn rol bij de supportersfederatie leidde hij ook vijftien jaar supportersclub ASC Classics. 'Twee keer maakte ik de fout om het voetbal te laten primeren op mijn gezin. Nu is het: eerst mijn gezin, dan het werk, daarna het voetbal. Tussen mijn twintigste en mijn veertigste was ik heel extreem. Op een keer had mijn tweede vrouw een paars kleed aangetrokken om naar een feest te gaan. Ik zei: 'Als je dat draagt, ga je niet mee.' Ik meende dat. Ze is toen nog iets anders uit de kleerkast gaan halen.' De aversie voor het mauve van stadsrivaal Beerschot zit er al van jongs af in, vertelt De Ridder. 'Als Antwerp verloren had en ik de volgende dag, op weg naar school, een paarse fiets zag, dan vond ik het nodig om daar met mijn fiets tegenaan te rijden.' Maar intussen is hij milder, zo houdt De Ridder zichzelf voor. In zijn living wijst hij naar de grond, waar de vloerpuzzel in schuimrubber ligt van zijn kroost. Daarin zitten enkele paarse stukken. 'Enkele jaren geleden kon ik mij daar nog geweldig aan storen. Nu relativeer ik dat makkelijker.' Maar twee minuten later verkondigt hij toch trots dat zijn kinderen niet met paarse potloden kleuren. Ook Stefan Heylen (40), een collega van De Ridder, blijkt besmet met zo'n afkeer voor paars. Doorgaans werkt hij op Rechteroever, maar als daar geen werk is, verzeilt hij weleens op de kaai van De Ridder en rijdt hij daar wagens in een schip. 'Als er een mauve auto staat, stap ik daar niet in. Dan pak ik wel die ernaast.' De havenarbeiders die een auto in het schip gezet hebben, worden met een pendelbusje teruggebracht naar de resterende auto's op de kaai. De Ridder: 'Na een overwinning van Antwerp zie je uit zo'n shuttlebus weleens een rood-witte sjaal wapperen. Sommige busjes hebben ook een Antwerpsticker. Gelijkaardige verwijzingen naar Beerschot zie je bij ons minder. Ooit stond er wel een keer een used car op de kaai waarop een sticker plakte met als opschrift: Beerschot kampioen. In de plaats van die wagen in het schip te laten rijden, vroeg ik een vorkliftchauffeur om hem bovenop een container te zetten. ( lacht) Die is daar enkele dagen blijven staan.' Ook op de vertrouwde kaai van Heylen, kaai 496, jennen de Antwerp- en Beerschotgezinden elkaar graag. Heylen helpt er bij het lossen en laden van stukgoed, alles wat niet in een container past. Op fysiek vlak is het een van de zwaarste jobs in de haven. Er wordt gesleurd met gigantische rollen staal en poutrels van wel twintig meter. 'Meestal sta ik in een ploegje van acht man', vertelt Heylen. 'Daarin is nog één collega ook Antwerpsupporter. Onze baas, de foreman, is Beerschotminded. Drie andere collega's ook. Tijdens het werk geven we mekaar graag steken. ( lacht) Mijn baas vraagt dikwijls om dertien stuks van iets klaar te zetten. Maar dertien is het oude stamnummer van Beerschot, dus dat doe ik nooit. Dan zeg ik: 'Je kunt kiezen: ofwel breng ik er twaalf, ofwel veertien.' ( lacht) Vorig seizoen, toen Beerschot Wilrijk in de promotiefinale van 1B zijn eerste match gewonnen had, liet mijn baas een mauve-witte vlag hangen aan de kraan waarmee wij de goederen in de schepen laden. Maar na de tweede match moesten ze die er uitknippen. Het spelleke ging niet door.' Plaagstoten gebeuren wel altijd op een amicale manier, zegt Heylen. De Ridder knikt. Een enkele keer heeft hij een Beerschotsupporter en een Antwerpfan in een schip met elkaar op de vuist weten gaan, maar dat was een uitzondering, benadrukt hij. 'In de haven hangt er soms twintig ton boven je hoofd; dan wil je jezelf en je collega's nooit in gevaar brengen, ook niet als dat Beveren- of Beerschotsupporters zijn. In de haven ben je eerst dokwerker en pas daarna supporter.' Heylen: 'In onze werkomgeving moet je blind kunnen vertrouwen op je collega's. Over die rivaliteit onder de voetbalclubs kun je spreken en onnozel doen, maar op een gegeven moment moet je dat ook aan de kant kunnen zetten.' Ongevallen zijn schering en inslag in de haven. Heylen: 'Zeker bij het stukgoed zie je de ziekenwagen regelmatig aan- en afrijden.' Onlangs lag hij er zelf nog in. Iemand had een houten balk laten slingeren, een vorklift reed erover en katapulteerde die balk tegen de onderbenen van Heylen. De schade viel gelukkig mee. Vaak is de impact van zo'n ongeval veel erger. De Ridder denkt direct aan Patrick Huijbregts, die in 2014 op de autoterminal omkwam toen een bestelwagen het pendelbusje aanreed waarin Huijbregts zat. Hij was 49. En Beerschotsupporter. 'Maar verdriet heeft geen kleur', zegt Julien. Prompt schieten zijn ogen vol. 'Als er in de haven iets gebeurt, raak je al gauw vingers kwijt, een been, of ben je dood', zegt De Ridder. 'Elk van ons wil graag veel geld verdienen, maar allemaal komen we ook graag heel thuis. Dat zorgt in de haven voor een samenhorigheid die enorm is. Daardoor kunnen Antwerp- en Beerschotgezinde havenarbeiders perfect samen pinten pakken. Met sommige collega's die voor Beerschot supporteren kan ik het zelfs beter vinden dan met bepaalde dokwerkers die ook voor Antwerp supporteren.' Heylen knikt en voelt bij zichzelf hoe zijn houding tegenover Beerschotgezinden binnen de haven verschilt van die erbuiten. 'Als ik in mijn straat een auto zie met een vlagske van Beerschot erin, loer ik daar viezer naar dan wanneer ik zo'n auto in de haven zie.' In de haven loop je naast voetbalfans ook ex-profvoetballers tegen het lijf. Rudi Taeymans (51) bijvoorbeeld; hij gold als een vaste waarde in de Antwerpverdediging van de jaren tachtig en negentig en hij speelde mee tijdens de finale van Europabeker II in Wembley. 'Aan de dokken gaat het al-tijd over voetbal', lacht Taeymans. 'Als verscheidene ploegen een schip aan het laden zijn en je weet op welk kanaal de Beerschotmannen met hun walkietalkie zitten, dan schakel je soms over naar dat kanaal en sis je: 'Zwijg eens, vuile Rat!' ( lacht) Maar de eerste selfie waarvoor ik in de haven gevraagd werd, was er wel een met een Beerschotfan.' Taeymans helpt normaal gezien staal laden en lossen bij PSA Breakbulk. Daar moet hij niet meer zo vaak op de foto - intussen kennen ze hem op die terminal. 'Maar als ik ergens anders in de haven ben, klampen collega's me regelmatig aan. Dan roepen ze: 'Hey, Taeye USA!' Die bijnaam kreeg Taeymans in 1994. Sommigen wilden dat de toenmalige bondscoach hem zou meenemen naar het WK in de VS, maar Paul Van Himst gaf de voorkeur aan Pascal Renier van Club Brugge. Vandaag heeft Taeymans een hele dag bananen helpen lossen. Dan staat hij in het schip en moet hij palletten in een kooi rijden die de kraan dan uit het schip takelt. Een heel ander leven is het dan zijn bestaan als profvoetballer. Maar klagen doet Taeymans allerminst. Hij vergaat ook niet van de nostalgie bij de thuismatchen van Antwerp, die hij nog trouw bijwoont. Taeymans lijkt zijn afscheid van het profvoetbal vlot verteerd te hebben. 'Op het veld nam ik vooral de rol op van waterdrager; ik wist al wat werken was. Natuurlijk had ik als profvoetballer een schoon leven, maar mentaal was het toch zwaarder dan de meesten denken. Als ik hier in de haven een slechte dag heb, kan ik de volgende dag een ander jobke doen. In het profvoetbal moest je dagelijks een andere concentratie en mentaliteit opbrengen en soms, bij blessures, hard doorbijten om niet uit de boot te vallen.' Nog een verschil met zijn bestaan als profvoetballer is het uur waarop Taeymans tegenwoordig opstaat. Hij werkt in de vroege shift, van zes tot halftwee. De Ridder begint zelfs al om vijf uur met veiligheidscontroles; hij rolt elke werkdag om kwart voor vier uit zijn bed. Maar De Ridder is vertrouwd met korte nachten. 'Toen ik nog als vrijwilliger actief was bij Antwerp, vroeg de club me soms om in het holst van de nacht een nieuwe speler te gaan oppikken op de luchthaven. Op zulke momenten was het een geluk dat mijn baas in de haven ook Antwerpminded was en ik wat later kon beginnen. In ruil wilde mijn baas dan wel weten wie die nieuwe speler was. ( lacht) Zo belandde een naam weleens in de krant vóór de club die jongen had voorgesteld.' De Ridder is vol lof over de collegialiteit in de haven. 'Die vind je nergens anders. Ook de vrijheid aan de haven is enorm. Als je wil, kun je er elke dag kiezen welk werk je doet. En wil je eens een dagje overslaan, dan kan dat ook.' Elke havenarbeider heeft een persoonlijk 'werkboek' waarin bijgehouden wordt hoeveel hij werkt, een boek dat bij De Ridder vol hangt met Antwerpstickers. De Ridder, Heylen en Taeymans zijn bijzonder fier op hun job. Heylen: 'De haven van Antwerp is belangrijk voor de economie van heel België. Als je daar je steentje kunt aan bijdragen, is dat iets om trots op te zijn.' De term 'dokwerker' ervaren Heylen en co niet als neerbuigend, integendeel. Dat bewijzen de truien die ze elk in hun kleerkast hebben en die ontworpen zijn door een collega-havenarbeider. Op de voorkant staat: Proud to be a docker. Eronder prijken de woorden Solidarity Forever. De truien werden in verschillende kleuren gemaakt, niet toevallig ook in het rood-wit. Tijdens hun werk in de haven moeten dokwerkers wel fluo-oranje veiligheidskledij dragen. Af en toe gebeurt het dat je op de Bosuil fans in die outfit spot. De Ridder: 'De tweede shift in de haven loopt van twee tot halftien. Soms heb je dan 'een aflader'. Dat betekent dat je naar huis mag als de boot klaar is en toch een hele dag betaald wordt. Als de match om acht uur begint en de boot eventjes tevoren klaar is, haasten sommige collega's zich nog vlug naar de Bosuil en hebben ze geen tijd meer om zich om te kleden.'