Zo, stuk onbenul, heb ik uw aandacht? Schrik niet, lezer, ik pas alleen eventjes de psychologische oorlogsvoering die schering en inslag is in het voetbal toe op dit opiniestukje. Maar geef toe: ik heb u toch aan het lezen gekregen.

Want, ja, het doel heiligt de middelen. In het geval van dit schrijven is het doel nobel, maar in het voetbal is dat: winnen. Aan winnen is niks nobels, het is alleen een essentieel onderdeel van wat men 'competitie' noemt.

En om te winnen zijn alle middelen geoorloofd, ook de ethisch niet koosjere. De geest van de Italiaanse filosoof Niccolò Machiavelli is in de voetbalwereld al een aantal decennia uit de fles.

In dat wereldje is voor velen de teneur: voetbal is oorlog. Het gaat erom je tegenstander fysiek en verbaal te kraken, hem mentaal af te fikken tot op zijn voetbalveters. Een term als 'psychologische oorlogsvoering' hoort al een tijdje evenzeer bij het voetbal als de woorden 'middenstip' en 'kalklijnen'.

Sommige spelers en trainers zijn er zeer bedreven in. Ze noemen dat 'in het hoofd van je tegenstrever kruipen'. Er worden dan bij voorkeur uitspraken gehanteerd waarin familieleden van het doelwit in kwestie op de voorgrond treden. In de hitlijst staan 'je moeder' en 'je zus' met stip op één en twee. Zlatan en Romelu bewezen het nog maar eens.

Ik blijf me echter de vraag stellen: heeft het voetbal dat nodig?

Dat je je lichamelijk even laat gelden - 'laten voelen wie de baas is' - is misschien wel inherent aan een contactsport, maar al dat opnaaien, treiteren, beledigen, wat heeft dat met voetbal te maken?

Sterker nog: je tegenstander mentaal proberen te destabiliseren, lijkt me in de eerste plaats een teken van zwakte, van angst. Je beseft dat je opponent sterker is dan jij en je probeert hem op een niet-sportieve manier uit zijn lood te slaan. Om even terug in de beginretoriek te komen: psychologische oorlogsvoering is voor watjes.

Is zwijgen en incasseren in zo'n geval geen veel sterker signaal? In een competitie gebeurt het dat je betere tegenstrevers tegenkomt. Leer van hen en tracht zelf beter te worden. Werk aan je eigen minpunten, ontwikkel jezelf en probeer je niveau op te krikken. Maar haal de ander niet naar beneden met cynische of sadistische spelletjes.

Het is een kwestie van respect, voor je tegenstander maar ook voor jezelf. En voor alle moeders en zussen in deze wereld.

Zo, stuk onbenul, heb ik uw aandacht? Schrik niet, lezer, ik pas alleen eventjes de psychologische oorlogsvoering die schering en inslag is in het voetbal toe op dit opiniestukje. Maar geef toe: ik heb u toch aan het lezen gekregen.Want, ja, het doel heiligt de middelen. In het geval van dit schrijven is het doel nobel, maar in het voetbal is dat: winnen. Aan winnen is niks nobels, het is alleen een essentieel onderdeel van wat men 'competitie' noemt. En om te winnen zijn alle middelen geoorloofd, ook de ethisch niet koosjere. De geest van de Italiaanse filosoof Niccolò Machiavelli is in de voetbalwereld al een aantal decennia uit de fles. In dat wereldje is voor velen de teneur: voetbal is oorlog. Het gaat erom je tegenstander fysiek en verbaal te kraken, hem mentaal af te fikken tot op zijn voetbalveters. Een term als 'psychologische oorlogsvoering' hoort al een tijdje evenzeer bij het voetbal als de woorden 'middenstip' en 'kalklijnen'.Sommige spelers en trainers zijn er zeer bedreven in. Ze noemen dat 'in het hoofd van je tegenstrever kruipen'. Er worden dan bij voorkeur uitspraken gehanteerd waarin familieleden van het doelwit in kwestie op de voorgrond treden. In de hitlijst staan 'je moeder' en 'je zus' met stip op één en twee. Zlatan en Romelu bewezen het nog maar eens.Ik blijf me echter de vraag stellen: heeft het voetbal dat nodig? Dat je je lichamelijk even laat gelden - 'laten voelen wie de baas is' - is misschien wel inherent aan een contactsport, maar al dat opnaaien, treiteren, beledigen, wat heeft dat met voetbal te maken? Sterker nog: je tegenstander mentaal proberen te destabiliseren, lijkt me in de eerste plaats een teken van zwakte, van angst. Je beseft dat je opponent sterker is dan jij en je probeert hem op een niet-sportieve manier uit zijn lood te slaan. Om even terug in de beginretoriek te komen: psychologische oorlogsvoering is voor watjes.Is zwijgen en incasseren in zo'n geval geen veel sterker signaal? In een competitie gebeurt het dat je betere tegenstrevers tegenkomt. Leer van hen en tracht zelf beter te worden. Werk aan je eigen minpunten, ontwikkel jezelf en probeer je niveau op te krikken. Maar haal de ander niet naar beneden met cynische of sadistische spelletjes. Het is een kwestie van respect, voor je tegenstander maar ook voor jezelf. En voor alle moeders en zussen in deze wereld.