Zoals op elke sportclub in Vlaanderen had de lockdown en de stopzetting van de competitie afgelopen voorjaar een grote impact op Racing Waregem, de tweede grootste voetbalclub in de Gaverbeekstad die voor het zesde jaar op rij met zijn A-ploeg in eerste provinciale speelt.
...

Zoals op elke sportclub in Vlaanderen had de lockdown en de stopzetting van de competitie afgelopen voorjaar een grote impact op Racing Waregem, de tweede grootste voetbalclub in de Gaverbeekstad die voor het zesde jaar op rij met zijn A-ploeg in eerste provinciale speelt. Weliswaar een kleinere impact dan bij andere clubs. Voorzitter Ivan Vanovervelt legt uit waarom: "Ons grote geluk - al kan je evengoed van een gezond beleid spreken - is dat we vorig seizoen, nog vóór de coronapandemie, het spelersbudget en de lonen hebben verlaagd. Zoals in de voorbije zes jaar, sinds ik voorzitter ben geworden. Aan de wedloop met de steeds hogere salarissen in de amateurreeksen wilden wij immers niet meer meedoen. "Vorig seizoen hebben we ondanks de coronacrisis wel onze spelers correct en volledig betaald. Gezien de gemaakte afspraken, waarin de spelers onze visie volgden, zou een nieuwe inspanning immers niet fair geweest zijn. Niettemin bleven de vaste loonkosten zo relatief laag, waardoor we de lockdown goed hebben kunnen opvangen. Hoe minder ver je springt bij het opmaken van je budget, hoe minder ver je moet springen in moeilijke tijden, hé. "Het verlies aan inkomsten was nochtans groot. Vooral omdat we vijf toernooien niet hebben kunnen organiseren, onder meer ons jaarlijks paastoernooi met 120 ploegen, het toernooi van de Schepen van Sport, de Inofec Cup voor bedrijven... Gecombineerd met de sluiting van de kantine leidde tot een totaal inkomstenverlies van zo'n dertig procent."Door de voorbije jaren als goede huisvaders op onze centen te letten, hebben we dat overleefd, mede omdat onze sponsors ons trouw gebleven zijn. Nog een plusplunt van ons beleid: wij hangen niet af van één of twee mecenassen, hebben een heel brede basis van kleine sponsors. Lokale partners die nauw verbonden zijn met de club en hun kleine bijdrage ook rapper verlengen. Bovendien konden we ook rekenen op coronasubsidies van de stad Waregem, die zorgt draagt voor zijn sportclubs, ook in moeilijke tijden."Zo zullen we ons ook door deze nieuwe crisisperiode worstelen. Al is de vraag: hoelang zullen we geen matchen kunnen spelen? Hoelang zullen we onze kantine gesloten moeten houden? Als dat nog maanden, tot na Nieuwjaar, zou duren, dan wordt het ook voor ons moeilijk. Maar ik wil iedereen geruststellen: sowieso zal de Rassing blijven bestaan!""Los van de financiële impact blijft onze grootste bezorgdheid natuurlijk de gezondheid van al onze spelers en medewerkers: dat gaat over vele honderden mensen, met 41 teams, waarvan 33 bij de jeugd. Daarom hebben we met acht andere West-Vlaamse clubs in eerste provinciale een open brief geschreven, aan de beleidsvoerders van dit land en aan de voorzitter van Voetbal Vlaanderen."Met de steeds slechter wordende coronacijfers is het immers onverantwoord om bij de jeugd nog matchen te spelen, die teambubbels met andere ploegen te mengen. Zelfs met alle voorzorgen is het risico op besmetting te groot. Als voetbalclub moeten wij ook een voorbeeld stellen. Voor ons is dit maar een 'hobby', voor mensen uit andere sectoren die veel harder getroffen worden is dat hun inkomen."Ik hoop dan ook dat de voetbalbond zijn verantwoordelijkheid neemt en alle jeugdwedstrijden stillegt. En vooral duidelijkheid schept, in plaats van deze beslissing aan de clubs zelf over te laten, met alle discussies van dien. "De trainingen van de jeugdteams, in de eigen bubbel, mogen wel nog doorgaan, want het is belangrijk dat al die kinderen kunnen blijven sporten. Kinderen en jongeren weken thuis laten zitten, zeker in deze donkere tijden, is niet bevorderlijk voor hun conditie en voor hun algemeen welzijn."Hopelijk krijgen we dan ook zo vlug mogelijk uitzicht op de hervatting van de competities. Voorlopig weten we daar niets officieels over. Daar zal het coronavirus over beslissen, vrees ik", besluit Vanovervelt.